Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Openbaar Ministerie (OM) | Staatscourant 1999, 142 pagina 8 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Openbaar Ministerie (OM) | Staatscourant 1999, 142 pagina 8 | Besluiten van algemene strekking |
Categorie: opsporing
Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO
Afzender: College van procureurs-generaal
Adressaat: Hoofden van de parketten
Registratienummer: 1999A024
Datum vaststelling: 29-06-1999
Datum inwerkingtreding: 01-08-1999
Geldigheidsduur: 01-08-2003
Publikatie in Stcrt: 28-07-1999, nr. 142
Vervallen: richtlijn opsporingsbeleid inzake technische eisen, vaartijden en bemanningssterkte voor Rijnkruisend scheepvaartverkeer d.d. 09-07-1996, Stcrt. 1997, 38
Relevante richtlijnen voor strafvordering: ‐
Wetsbepalingen: Reglement onderzoek schepen op de Rijn (ROSR 1995, Stcrt. 1995, 20)
Jurisprudentie: ‐
Bijlage(n): ‐
Het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (ROSR 1995, Stcrt. 1995, 20) geldt voor alle schepen die de Rijn, de Waal bovenstrooms van Gorinchem, het Pannerdensch Kanaal en de Lek bovenstrooms van Krimpen (de ROSR-wateren) bevaren.
Het ROSR 1995 is in beginsel ook van toepassing op het zgn. Rijnkruisend scheepvaartverkeer. Het betreft hier schepen die de ROSR-wateren bevaren, maar de grens met Duitsland niet passeren noch hebben gepasseerd. Het kan daarbij gaan om trajecten uitsluitend op de Rijn, de Lek of de Waal (bijvoorbeeld een reis van Arnhem naar Nijmegen), maar ook om trajecten die gedeeltelijk via ROSR-wateren voeren (bijvoorbeeld van de Maas, via Nijmegen - Tiel, naar het noorden van het land).
Op een tweetal punten zou onverkorte toepassing van het ROSR 1995 op het Rijnkruisend verkeer tot ongewenste situaties leiden. Het gaat hierbij om de toepassing van de technische eisen voor binnenschepen en de bepalingen inzake de vaartijden en de bemanningssterkte voor de bemanning.
Deze aanwijzing betreft het opsporingsbeleid inzake technische eisen, vaartijden en bemanningssterkte voor het Rijnkruisend scheepvaartverkeer.
De Binnenschepenwet en het Binnenschepenbesluit treden gefaseerd in werking voor bestaande vrachtschepen, sleepboten en duwboten. Er is een tijdschema tot en met 31 december 2001 vastgesteld voor het onderwerpen van deze schepen aan een eerste onderzoek ingevolge de Binnenschepenwet. Op die datum zullen ook de laatste categorie schepen (vrachtschepen met een laadvermogen met 15 tot en met 250 ton, waarvan de kiel vóór 1 januari 1970 werd gelegd) onder de werking van de wet worden gebracht.
Op nieuwe vrachtschepen, sleepboten en duwboten, evenals op nieuwe en bestaande passagiersschepen, zijn de Binnenschepenwet en het -besluit reeds wel van toepassing.
Voor bestaande schepen die nog niet aan een eerste onderzoek ingevolge de Binnenschepenwet zijn onderworpen en schepen die dat wel zijn, maar waarvoor geen certificaat van onderzoek ingevolge het ROSR is afgegeven, is het bezwaarlijk onverkort aan het ROSR 1995 te voldoen. De kleine verschillen tussen de technische eisen, gesteld ingevolge de Binnenschepenwet, en die gesteld ingevolge het ROSR 1995, zijn voor een klein aantal schepen onoverkomelijk. De grote mate waarin deze technische eisen overeenstemmen, maken het verantwoord om schepen die over een certificaat van onderzoek (afgegeven ingevolge de Binnenschepenwet) of een communautair certificaat beschikken, aan te merken als schepen die voldoen aan het ROSR 1995.
Voor het Rijnkruisend verkeer geldt het volgende opsporingsbeleid:
a. indien voor het schip een geldig certificaat van onderzoek ingevolge de Binnenschepenwet of een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b of c, van de Binnenschepenwet is afgegeven en het schip voldoet aan de technische eisen die aan dat certificaat of document ten grondslag liggen, wordt het ontbreken van een certificaat van onderzoek, afgegeven ingevolge het ROSR, gedoogd;
b. indien voor het schip geen geldig certificaat van onderzoek ingevolge de Binnenschepenwet of een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b of c, van de Binnenschepenwet is afgegeven, terwijl dit buiten het gebied waar het ROSR van kracht is ook niet behoeft te zijn afgegeven, wordt het ontbreken van een certificaat van onderzoek, afgegeven ingevolge het ROSR, gedoogd indien:
- hetzij het een schip betreft als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d tot en met i, of artikel 4, tweede lid, van de Binnenschepenwet;
- hetzij, in alle andere gevallen, wordt voldaan aan de hierna genoemde onderdelen van het ROSR 1995.
Artikel 3.01 en 3.02, eerste lid, aanhef, en tweede lid, ROSR 1995 jo. artikel 1.07, derde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (bouw van een schip, sterkte van de romp en voldoende stabiliteit):
- voldoende stabiliteit;
- geen ernstige schade tengevolge van aanvaring of stranding;
- geen ernstige lekkage waardoor zinken van een schip kan worden veroorzaakt.
Artikel 5.06 (minimumsnelheid) en artikel 5.07 jo. 5.10 (stopeigenschappen), ROSR 1995:
- voldoende minimumsnelheid bij vooruit varen (zo nodig beoordeling door de Commissie van Deskundigen);
- voldoende stop- of keereigenschappen.
Artikel 6.01, eerste, tweede en zesde lid, artikel 6.02, eerste en tweede lid, artikel 7.03, eerste lid, artikel 7.04, achtste lid, ROSR 1995 (stuurinrichtingen):
- betrouwbare stuurinrichting (meestal is beoordeling door de Commissie van Deskundigen noodzakelijk);
- voor een werktuigelijk aangedreven stuurinrichting tweede aandrijving aanwezig; de handbediening geldt als tweede aandrijving;
- geen losse afstandsbedieningen; deze kunnen door fout gebruik tot gevaarlijke situaties leiden.
Artikel 7.02, eerste lid, ROSR 1995 jo. artikel 1.09, derde en vierde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (stuurhut):
- voldoende uitzicht vanuit de stuurhut;
- geen te grote dode hoek voor de boeg van het schip; maximaal 250 m.
Artikel 7.01, artikelen 7.04 tot en met 7.08 en 7.11 (voeren van het schip met behulp van radar door één persoon):
- de draairichting en het toerental van de schroeven behoeven niet te worden aangegeven (artikel 7.04, derde lid, ROSR 1995). In geval van twijfel of aan de bovenvermelde eisen is voldaan, kan een onderzoek door de Commissie van Deskundigen worden gelast.
Artikel 8.03, eerste lid, ROSR 1995 (voortstuwingsinstallaties):
- geen onbetrouwbare of niet functionerende bedieningsorganen voor stoppen of omkeren.
Artikel 10.01, eerste en tweede lid, ROSR 1995 (ankergerei):
- voorankergerei aanwezig en bruikbaar;
- ankergerei op duwstellen aanwezig en bruikbaar (indien het gewicht van de ankers minder bedraagt dan twee derde van het overeenkomstig artikel 10.01 ROSR 1995 bepaalde ankergewicht, wordt het ankergerei onbruikbaar geacht).
Artikel 10.02, eerste lid, ROSR 1995 (uitrusting):
- de apparatuur en de inrichtingen voor het voeren en tonen van optische tekens en voor het geven van geluidsseinen is aan boord.
Artikel 10.03, eerste lid, ROSR 1995 (blustoestellen):
- tenminste twee blustoestellen die voldoen aan art. 10.03 van het ROSR 1995.
Artikel 10.04, eerste lid, ROSR 1995 (bijboot):
- een bedrijfsklare bijboot of drijvend toestel of een automatisch opblaasbaar reddingvlot is aanwezig.
Artikel 10.05, eerste lid, ROSR 1995 (reddingsboeien):
- ten minste twee reddingsboeien, voor onmiddellijk gebruik gereed, aan boord aanwezig.
Artikel 11.01, artikel 11.02, derde lid, en artikel 11.10, tweede lid, derde volzin, artikel 11.11, eerste lid, eerste volzin, ROSR 1995 (veiligheid; afschermen van draaiende delen, veilige sleeplieren; maatregelen tegen uitglijden; vastzetten van gestapelde luiken), artikel 3.04, eerste lid, en artikel 8.02, eerste en tweede lid, ROSR 1995 (veiligheid machinekamers, ketelruimen en brandstofbunkers):
- geen extreme gevallen (in geval van twijfel wordt de Commissie van Deskundigen ingeschakeld).
Hoofdstuk 14 van het ROSR 1995 (vloeibaar gasinstallaties voor huishoudelijk gebruik):
- de installaties moeten voldoen aan hoofdstuk 14 van het ROSR 1995.
2. Vaartijden en bemanningssterkte
Op 1 januari 1995 zijn de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart in werking getreden. De hierin opgenomen bepalingen zijn vrijwel gelijk aan Deel III (Bepalingen met betrekking tot de bemanning) van het ROSR 1995. Dit onderdeel van het ROSR 1995 is in principe ook van toepassing op het Rijnkruisend scheepvaartverkeer. De Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en de daarop gebaseerde regelgeving kennen enkele overgangsbepalingen, alsmede enkele vrijstellingen en mogelijkheden voor ontheffing. Het ROSR 1995 kent deze overgangsbepalingen en vrijstellingen, alsmede de ontheffingsmogelijkheid niet.
2.2 Rijnkruisend scheepvaartverkeer
Voor het Rijnkruisend scheepvaartverkeer geldt het volgende opsporingsbeleid: afwijkingen van hoofdstuk 23 van het ROSR 1995 worden gedoogd, mits wordt voldaan aan de bepalingen bij of krachtens de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1999-142-p8-SC19879.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.