Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 1999, 140 pagina 7 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 1999, 140 pagina 7 | Besluiten van algemene strekking |
«Geneesmiddelenvergoedingssysteem»
21 juli 1999
Z/VU-992021
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 9 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering;
Besluit:
De Regeling farmaceutische hulp 19961 wordt als volgt gewijzigd:
A. Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel A worden de volgende regels verwijderd:



2. In onderdeel B worden de volgende regels verwijderd:

B. Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel 9 wordt 'internist' vervangen door: specialist.
2. Na onderdeel 21 wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
22. Geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zonder recept mogen worden afgeleverd en andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde voor wie het geneesmiddel blijkens het voorschrift voor chronisch gebruik is voorgeschreven ter behandeling van een chronische aandoening, tenzij het betreft een voor de verzekerde nieuwe medicatie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1999.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1 Supplement bij Stcrt. 1995, 251, laatstelijk gewijzigd bij Regeling van 3 juni 1999, Z/VU-991767, Stcrt. 120.
Met de onderhavige regeling wordt met ingang van 1 september 1999 de aanspraak op geneesmiddelen in het kader van de Ziekenfondswet en, ingevolge artikel 6 van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden, in het kader van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 op twee punten gewijzigd.
Allereerst is de aanspraak op geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zonder recept mogen worden afgeleverd en andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm, voor zover die geneesmiddelen binnen de beperking van artikel 9, tweede lid, onder a, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering waren aangewezen, verder beperkt. Op deze wijziging wordt verder onder 2 ingegaan.
In de tweede plaats is een van de voorwaarden voor het tot gelding brengen van de aanspraak op erythropoïetine gewijzigd. Hierop wordt verder onder 3 ingegaan.
2. Geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoor-ziening zonder recept mogen worden afgeleverd en andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm
Op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering worden bij ministeriële regeling geregistreerde geneesmiddelen aangewezen waarop aanspraak bestaat. In het tweede lid van artikel 9 is geregeld welke geneesmiddelen niet worden aangewezen. In het derde lid, aanhef en onder a, van artikel 9 is geregeld dat geen aanspraak bestaat op een bij ministeriële regeling aangewezen geneesmiddel indien niet voldaan is aan de bij de regeling aangegeven voorwaarden.
Geneesmiddelen die op grond van het tweede lid, aanhef en onder a, van artikel 9 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering, behoudens bijzondere redenen, niet mogen worden aangewezen zijn geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zonder recept mogen worden afgeleverd en andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm. Ingevolge genoemde bepaling kunnen dergelijke middelen wel worden aangewezen indien aanwijzing daarvan om bijzondere redenen noodzakelijk is te achten. Het in beginsel niet aanwijzen van deze middelen betreft een maatregel tot beperking van het verstrekkingenpakket die is ingevoerd per 1 januari 1994. Daarbij is toen een uitzondering gemaakt voor een aantal middelen in verband met de financiële risico’s voor chronische patiënten en de negatieve effecten op de kostenbeheersing als gevolg van substitutie naar middelen die wel onder de aanspraak vallen.
Ter uitvoering van het Jaaroverzicht Zorg 1999 heb ik in de brief van 2 maart 1999 aan de Tweede kamer der Staten-Generaal (kamerstukken II 1998/99, 24 124, nr. 82) aangekondigd dat de aanspraak op vorenbedoelde geneesmiddelen uit oogpunt van kostenbesparing met ingang van 1 september 1999 verder wordt beperkt. De onderhavige regeling trekt daartoe.
De maatregel die met de onderhavige regeling is getroffen, houdt het volgende in.
1. De middelen die uitsluitend toegepast worden voor niet-chronische aandoeningen zijn uit het pakket verwijderd. Hiertoe is bijlage 1 van de Regeling farmaceutische hulp 1996 gewijzigd (artikel I, onderdeel A).
2. De middelen die ter behandeling van chronische aandoeningen worden voorgeschreven, zijn in het pakket gebleven. De aanspraak is met de onderhavige regeling beperkt tot de situatie dat een dergelijk middel voor een zodanige aandoening voor chronische gebruik is voorgeschreven. Deze voorwaarde is geregeld in het nieuwe onderdeel 22 dat aan bijlage 2 van voornoemde regeling met de onderhavige regeling is toegevoegd (artikel I, onderdeel B, onder 2). Uit het voorschrift moet blijken dat het middel voor chronisch gebruik is voorgeschreven ter behandeling voor een chronische aandoening. De voorschrijver zou hiervoor de afkorting 'c.g.' (chronisch gebruik) op het voorschrift (recept) kunnen gebruiken. Indien uit het voorschrift niet blijkt dat het gaat om chronisch gebruik bij behandeling van een chronische aandoening, heeft de verzekerde geen aanspraak.
Voorts is in onderdeel 22 geregeld dat het niet mag gaan om een nieuwe medicatie voor de verzekerde.
In artikel 11, tweede lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering is geregeld dat de verzekerde die wordt ingesteld op een voor hem nieuwe medicatie slechts aanspraak heeft op aflevering van geneesmiddelen voor een periode van 15 dagen. De voorwaarde die thans in onderdeel 22 van bijlage 2 van de Regeling farmaceutische hulp 1996 is geregeld, houdt dus in dat ook voor chronische aandoeningen geen aanspraak bestaat op de aangewezen geneesmiddelen die op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zonder recept mogen worden afgeleverd en andere aangewezen geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm, gedurende een periode van 15 dagen indien het gaat om een voor de verzekerde nieuwe medicatie. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat de desbetreffende geneesmiddelen toch voor niet-chronische aandoeningen worden voorgeschreven.
Over de hiervoor beschreven maatregel heeft de Ziekenfondsraad gerapporteerd op 25 februari 1999 (uitgave Ziekenfondsraad 1999, nr. 811) en op 24 juni 1999, CURE/99-28295.
De aanspraak op het geneesmiddel erythropoïetine is aan nadere voorwaarden gebonden. Deze nadere voorwaarden staan vermeld op bijlage 2, onderdeel 9, van de Regeling farmaceutische hulp 1996. Een van de voorwaarden betreft de voorschrijver. Deze moest een internist zijn. Onlangs is het middel echter ook geregistreerd voor het extramurale gebruik in specifieke omstandigheden voorafgaande aan een orthopedische heelkundige ingreep. In die omstandigheden wordt het middel niet door de internist, maar door de orthopedisch chirurg of de anesthesioloog voorgeschreven. In verband daarmee is 'internist' vervangen door specialist (artikel I, onderdeel B, onder 1).
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1999-140-p7-SC19840.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.