Regeling aanpassing AOW-bedragen
16 juni 1999
Nr. SV/VP/99/31609
Directie Sociale Verzekeringen
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet;
Besluit:
Artikel 1
1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel
a, b onderscheidenlijk c genoemde bedrag wordt vervangen door f 1.702,88,
f 1.174,43 onderscheidenlijk f 2.112,42.
2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde
bedrag wordt vervangen door f 1.174,43.
Artikel 2
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel
a, b, c, onderscheidenlijk d genoemde bedrag wordt vervangen door f 134,47,
f 121,02, f 94,13 onderscheidenlijk f 67,24.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1999.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 juni 1999.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.F. Hoogervorst.
Toelichting
1. Inleiding
Deze regeling strekt ertoe het ouderdomspensioen en de vakantie-uitkering
op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) per 1 juli 1999 aan te passen.
Deze aanpassing is nood-zakelijk in verband met de onverkorte nettokoppeling
van de uitkeringen op grond van de AOW aan het wettelijk minimumloon. Het
brutominimumloon wordt met ingang van 1 juli 1999 met 1,33% verhoogd.
Voor de belastingheffing over het AOW-pensioen is van belang dat de ouderenaftrek
en de aanvullende ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting in de koppelingssystematiek
buiten beschouwing worden gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen
hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.
2. Vaststelling pensioenbedragen op grond van de AOW
In artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is het beginsel neergelegd,
dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde
gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde
gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand, en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde,
die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag
ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon
per maand.
Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog
geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte
van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid
in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit
arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating
bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag)
plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip
van de overhevelingstoeslag). Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband
met arbeid.
In artikel 9, negende lid van de AOW is bepaald, dat de volledige bruto-toeslag
gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in
artikel 9, tiende lid, van de AOW telkens te worden herzien, indien en voorzover
in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht zijn de nieuwe netto vergelijkingen weergegeven.

*)
premie Zfw: 1,55% werknemersdeel en 5,85% werkgeversdeel;
over het AOW-pensioen bedraagt de premie 7,4%
premie WW: 6,1% met een franchise van f 108,- per dag
loonheffing:
35,75% belastingschijf 1A voor personen jonger dan 65 jaar
37,05% belastingschijf 1B voor personen jonger dan 65 jaar
17,85% belastingschijf 1A voor personen ouder dan 65 jaar
19,15% belastingschijf 1B voor personen ouder dan 65 jaar
overhevelingstoeslag: 2,2 %
Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden
gemaakt. Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van gehuwde
pensioengerechtigden van wie ook de echtgenoot 65 jaar of ouder is, uitgegaan
van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene
loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep
3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid
niet voorkomen.
Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van
een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar, is tariefgroep
4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde
pensioengerechtigden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen.
Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere
tariefgroep plaatsvinden.
De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met
een echtgenoot jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen
voor een gehuwde.
3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW
Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering
de volgende netto gelijkheden:
- de netto-vakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde
met een volledige toeslag, is gelijk aan de netto-vakantie-uitkering van het
minimumloon per maand;
- de netto-vakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde
met een kind tot 18 jaar, is gelijk aan 90% van de netto-vakantie-uitkering
van het minimumloon per maand;
- de netto-vakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde
is gelijk aan 70% van de netto-vakantie-uitkering van het minimumloon
per maand:
- de netto-vakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde
zonder toeslag of met een echtgenoot ouder dan 65 jaar, is gelijk aan 50%
van de netto-vakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd
in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voorzover in de hiervoor
vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.