Vergunningverlening aan Syntus

25 mei 1999

Nr. CDJZ/BVW/1999-751

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Beslissende op de aanvraag van 21 december 1999 van Syntus, Postbus 17, 7000 AA te Doetinchem, om verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer, hierna te noemen ’de wet’, voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein op de trajecten Doetinchem - Winterswijk en Zutphen - Winterswijk;

Overwegende:

dat het op grond van artikel 5 van de wet verboden is om zonder vergunning openbaar vervoer te verrichten;

dat de vergunningaanvraag dient te worden getoetst aan de eis van betrouwbaarheid van de vervoerder als bedoeld in artikel 9 van de Wet perso-nenvervoer en artikel 23 van het Besluit personenvervoer;

dat de twee bestuurders van Syntus aan de eis van betrouwbaarheid hebben voldaan doordat zij beiden een verklaring omtrent het gedrag hebben overgelegd;

dat op grond van artikel 16, derde lid, en artikel 16a van de wet, tevens de wenselijkheid van de vervoersvoorziening en het financieel belang van het Rijk bij de beoordeling van de aanvraag dienen te worden betrokken;

dat gedeputeerde staten van Gelderland de opdracht inzake de exploitatie van de treindiensten tussen de haltes Doetinchem - Winterswijk en Zutphen - Winterswijk ondershands aan Syntus hebben gegund;

dat deze gunning tot stand is gekomen in het kader van de Regeling experimenten regionale treindiensten, hierna te noemen de Regeling;

dat deze treindiensten bijdragen aan een systeem van vervoerkundige integratie;

dat hiermee de wenselijkheid van de treindiensten tussen de haltes Doetinchem - Winterswijk en Zutphen - Winterswijk is vastgesteld;

dat de Minister van Verkeer en Water-staat door middel van de Regeling experimenten regionale treindiensten een financiële bijdrage kan verstrekken aan een decentrale overheid voor de exploitatie van regionale treindiensten om concrete ervaring op te doen met regionaal vervoer per trein onder verantwoordelijkheid van decentrale overheden;

dat de treindiensten waarvoor Syntus een vergunning heeft aangevraagd, zijn genoemd in de bijlage bij de Regeling;

dat de provincie Gelderland hierdoor in aanmerking kan komen voor een rijksbijdrage omdat het geïntegreerde aanbod van openbaar vervoerdiensten een meerwaarde heeft ten opzichte van het huidige vervoeraanbod per trein;

dat in het nieuwe samenwerkingsverband Syntus de thans zittende vervoerder, NSR, een minderheidsbelang heeft;

dat Railned B.V. is nagegaan of de door Syntus voorgenomen treindiensten passen binnen de beschikbare railcapaciteit en dat Railned B.V. bij brief van 1 april 1999 heeft geoordeeld dat deze treindiensten inpasbaar zijn;

dat het financieel belang van het Rijk zich niet verzet tegen de door Syntus voorgenomen openbaar vervoervoorzieningen;

dat gezien het vorenstaande geen belemmeringen bestaan voor inwilliging van de in de aanhef bedoelde aanvraag van Syntus tot vergunningverlening;

dat de vergunning wordt verleend in afwachting van een nieuw marktordeningsbeleid voor het spoorvervoer, te verankeren in wetgeving, welke wetgeving gevolgen kan hebben voor de thans verleende vergunning;

Besluit:

aan Syntus, Postbus 17, 7000 AA te Doetinchem, met ingang van 30 mei 1999 voor onbepaalde tijd vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer, voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein op de trajecten tussen de vertrek- of eindhaltes:

a. Doetinchem - Winterswijk en

b. Zutphen - Winterswijk.

De vergunning geldt onder de beperkende voorwaarde dat zij van kracht is indien en voor zolang voor het vervoer op het desbetreffende traject een openbare dienstcontract als bedoeld in artikel 14 van verordening (EEG) nr. 1191/69, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1893/91, met een overheidsorgaan is gesloten.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan Syntus. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant, waarna het besluit gedurende vier weken voor iedere belanghebbende ter inzage ligt ten kantore van de Directeur-Generaal Personenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Plesmanweg 1-6 te Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.

Binnen zes weken na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst kunnen belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, ter attentie van de Directie Mobiliteitsmarkt, Postbus 20901, 2500 EX, Den Haag.

Naar boven