De Minister van Defensie maakt bekend dat hij bij besluit van 19 april 1999 onder nummer STAS/2559, gelet op art. 14, tweede lid onder b van de Luchtvaartwet ontheffing verleent van het bepaalde in art. 14, eerste lid van de Luchtvaartwet van het bepaalde in artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet voor het opstijgen en landen van onbemande luchtvaartuigen die worden gebruikt voor waarneming vanuit de lucht.
Het besluit is gewijzigd in vergelijking met het ontwerp-besluit dat recentelijk ter inzage heeft gelegen.
Toelichting
Op grond van artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet is het verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of een luchtvaartuig te doen opstijgen anders dan van een luchtvaartterrein, met een luchtvaartuig te landen of een luchtvaartuig te doen landen anders dan op een luchtvaartterrein en een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein in te richten voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen.
Op het Artillerie schietkamp wordt vanaf de tweede helft van 1999 geoefend met ’Remotely Piloted Vehicles’ (RPV) voor waarneming vanuit de lucht. Dit zijn kleine op afstand bestuurbare vliegtuigjes uitgerust met de nodige apparatuur om waarneming vanuit de lucht mogelijk te maken. De bestuurder van een RPV zal zijn gekwalificeerd als ’gezagvoerder’ zoals gebruikelijk is bij reguliere luchtvaartuigen. Vliegactiviteiten zullen zich slechts voordoen boven het terrein van het Artillerie schietkamp.
Aangezien het terrein van het Artillerie schietkamp geen luchtvaartterrein is in de zin van de Luchtvaartwet, betekent dit dat de RPV’s niet mogen landen en opstijgen van dit niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein, tenzij een ontheffing is verleend. Het ligt in de bedoeling om bij de herziening van de luchtvaartwetgeving de RPV als luchtvaartuig aan te merken. Als zodanig verandert er, materieel gezien, na de herziening van de luchtvaartwetgeving niets.
Teneinde vanaf het terrein van Artillerie schietkamp te ’t Harde te kunnen opereren met RPV’s wordt in het besluit ontheffing verleend van artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet.
Het besluit en overige relevante stukken liggen met ingang van de dagtekening van deze publicatie gedurende de bezwaartermijn ter inzage bij:
- het gemeentehuis van de gemeente Elburg;
- het gemeentehuis van de gemeente Oldebroek;
- het gemeentehuis van de gemeente Heerde;
- de Commandant Artillerie schietkamp of één van diens vertegenwoordigers, gehuisvest op de Legerplaats bij Oldebroek Eperweg 149 8084 HE ’t Harde, van werkdagen van 09.00 tot 17.00 uur. Uitsluitend door vooraf telefonisch een afspraak te maken met bureau veiligheid via telnr.: 0525-657215.
Bezwaar
Tegen genoemd besluit kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt, op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit door middel van publicatie bekend is gemaakt. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan:
De Minister van Defensie
p/a Bezwaarschriftencommissie Directie Juridische Zaken
postbus 20701
2500 ES Den Haag
Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.
Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de Sectie Juridische Zaken van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (tel. 070-3167692).