Aan: de Korpschefs Politieregio’s en de Bevelhebber der Koninklijke
marechaussee
I.a.a.: de procureurs-generaal
Code: TBV 1999/9
Juridische achtergrond: Vreemdelingenwet; Hfdstuk B1/1.2.3.5 en B1/5.2.1.5
Vc 94
Bijlage(n): model D84 (medische verklaring bij arbeidsongeschiktheid)
Geldig van/tot: 1 mei 1999 tot 1 mei 2001
1. Aanleiding
In de Vreemdelingencirculaire (Vc) is in hoofdstuk B1 opgenomen dat in
bepaalde gevallen bij overkomst van gezinsleden ontheffing van het middelenvereiste
mogelijk is indien degene bij wie verblijf wordt beoogd zowel blijvend als
volledig, dat wil zeggen tenminste 80%, arbeidsongeschikt is ongeacht
de aard van de uitkering.
Omdat er gevallen zijn waarin niet formeel kan worden bevestigd dat deze
mate van arbeidsongeschiktheid blijvend is, maar waarin evenmin kan worden
gezegd of herstel te verwachten is, dient het begrip ’blijvendheid’
bij volledige arbeidsongeschiktheid nader te worden gedefinieerd.
Dit TBV laat overigens onverlet dat mensen van wie wel concreet is vastgesteld
dat zij blijvend en volledig arbeidsongeschikt zijn, direct voor ontheffing
van het middelenvereiste in aanmerking komen.
2. De voorgestelde wijziging
De tekst van de circulaire zal alsvolgt worden aangepast:
De blijvendheid van volledige arbeidsongeschiktheid kan worden aangenomen
indien de keuringsarts heeft vastgesteld dat op het moment van de verblijfsaanvraag:
- sprake is van tenminste drie jaar volledige arbeidsongeschiktheid,
en
- (gedeeltelijk) herstel voor tenminste nog een jaar redelijkerwijs
uitgesloten is, en
- ingevolge de reden van arbeidsongeschiktheid niet al op voorhand
(gedeeltelijk) herstel na dit jaar te verwachten is.
De vreemdeling dient (door tussenkomst van de referent) zelf zorg
te dragen voor een schriftelijke verklaring van de keuringsarts waaruit dit
blijkt (model D84).
3. Toelichting
De achtergrond om te ontheffen van het middelenvereiste is duidelijk:
iemand die blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, zal buiten zijn schuld
nooit aan het middelenvereiste kunnen gaan voldoen.
Het uitgangspunt blijft dat voor ontheffing zicht op arbeidsgeschiktheid
van meer dan 20% moet ontbreken. De grens van 80% is reeds eerder
bepaald en geldt ook thans bij toepassing van de Wet arbeidsongeschiktheid
(WAO).
Bij toepassing van het Vreemdelingenbeleid blijft deze grens ook gelden
bij uitkeringen waarbij volledigheid van de arbeidsongeschikt eerst bij een
hoger percentage wordt aangenomen.
In het geval de keuringsarts heeft bepaald dat iemand op enig moment zal
worden herkeurd, zou dat er op kunnen duiden dat herstel niet uitgesloten
is. Het bepalen van een herkeuring hoeft hier echter niet op te duiden.
De voor de verschillende uitkeringen relevante wet en regelgeving vereist
niet dat de arts zich uitspreekt over de ’blijvendheid’ van de
arbeidsongeschiktheid.
De toepasselijke uitkering was (en is ook thans) nooit voor onbepaalde
duur bedoeld. De keuringsarts maakt een momentopname van de mate van abeids(on)geschiktheid.
De keuringsarts kan dus naar zijn verwachting worden gevraagd. Dit is ook
het uitgangspunt bij bijgevoegd model D84.
Het beoordelen van arbeidsongeschiktheid is formeel een medisch specialisme,
dat is voorbehouden aan een verzekeringsgeneeskundige (lees: de keuringsarts).
De bevoegdheid tot het geven van een medisch oordeel over de aard van
de arbeidsongeschiktheid ligt derhalve - met uitsluiting van andere artsen -
bij de keuringsarts die het recht op een uitkering mede beoordeelt.
In gevallen waarin niet formeel kan worden bevestigd dat iemand blijvend
volledig arbeidsongeschikt is, maar waarin evenmin kan worden gezegd of herstel
te verwachten is, moet worden voorkomen dat iemand buiten zijn eigen invloedssfeer
langdurig in onzekerheid wordt gelaten.
Uitgaande van het eerdergenoemd uitgangspunt is er voor gekozen voor wat
betreft de periode die iemand arbeidsongeschikt is geweest aansluiting te
zoeken bij de periode na afloop waarvan werkloosheid als langdurig kan worden
aangemerkt, en voor wat betreft de periode dat zicht op herstel moet ontbreken
is aansluiting gezocht bij de periode die voor de duurzaamheid van het inkomen
wordt gehanteerd.
De hiervoor gecursiveerde tekst en het bijgevoegde model D84 zullen bij
het eerstvolgend supplement van de Vreemdelingencirculaire worden opgenomen.