Nadere definiëring begrip ’blijvend volledig arbeidsongeschikt’

Vreemdelingencirculaire

26 mei 1999

Nr. 727057/98/IND

Directie Beleid

Aan: de Korpschefs Politieregio’s en de Bevelhebber der Koninklijke marechaussee

I.a.a.: de procureurs-generaal

Code: TBV 1999/9

Juridische achtergrond: Vreemdelingenwet; Hfdstuk B1/1.2.3.5 en B1/5.2.1.5 Vc 94

Bijlage(n): model D84 (medische verklaring bij arbeidsongeschiktheid)

Geldig van/tot: 1 mei 1999 tot 1 mei 2001

1. Aanleiding

In de Vreemdelingencirculaire (Vc) is in hoofdstuk B1 opgenomen dat in bepaalde gevallen bij overkomst van gezinsleden ontheffing van het middelenvereiste mogelijk is indien degene bij wie verblijf wordt beoogd zowel blijvend als volledig, dat wil zeggen tenminste 80%, arbeidsongeschikt is ongeacht de aard van de uitkering.

Omdat er gevallen zijn waarin niet formeel kan worden bevestigd dat deze mate van arbeidsongeschiktheid blijvend is, maar waarin evenmin kan worden gezegd of herstel te verwachten is, dient het begrip ’blijvendheid’ bij volledige arbeidsongeschiktheid nader te worden gedefinieerd.

Dit TBV laat overigens onverlet dat mensen van wie wel concreet is vastgesteld dat zij blijvend en volledig arbeidsongeschikt zijn, direct voor ontheffing van het middelenvereiste in aanmerking komen.

2. De voorgestelde wijziging

De tekst van de circulaire zal alsvolgt worden aangepast:

De blijvendheid van volledige arbeidsongeschiktheid kan worden aangenomen indien de keuringsarts heeft vastgesteld dat op het moment van de verblijfsaanvraag:

- sprake is van tenminste drie jaar volledige arbeidsongeschiktheid, en

- (gedeeltelijk) herstel voor tenminste nog een jaar redelijkerwijs uitgesloten is, en

- ingevolge de reden van arbeidsongeschiktheid niet al op voorhand (gedeeltelijk) herstel na dit jaar te verwachten is.

De vreemdeling dient (door tussenkomst van de referent) zelf zorg te dragen voor een schriftelijke verklaring van de keuringsarts waaruit dit blijkt (model D84).

3. Toelichting

De achtergrond om te ontheffen van het middelenvereiste is duidelijk: iemand die blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, zal buiten zijn schuld nooit aan het middelenvereiste kunnen gaan voldoen.

Het uitgangspunt blijft dat voor ontheffing zicht op arbeidsgeschiktheid van meer dan 20% moet ontbreken. De grens van 80% is reeds eerder bepaald en geldt ook thans bij toepassing van de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO).

Bij toepassing van het Vreemdelingenbeleid blijft deze grens ook gelden bij uitkeringen waarbij volledigheid van de arbeidsongeschikt eerst bij een hoger percentage wordt aangenomen.

In het geval de keuringsarts heeft bepaald dat iemand op enig moment zal worden herkeurd, zou dat er op kunnen duiden dat herstel niet uitgesloten is. Het bepalen van een herkeuring hoeft hier echter niet op te duiden.

De voor de verschillende uitkeringen relevante wet en regelgeving vereist niet dat de arts zich uitspreekt over de ’blijvendheid’ van de arbeidsongeschiktheid.

De toepasselijke uitkering was (en is ook thans) nooit voor onbepaalde duur bedoeld. De keuringsarts maakt een momentopname van de mate van abeids(on)geschiktheid. De keuringsarts kan dus naar zijn verwachting worden gevraagd. Dit is ook het uitgangspunt bij bijgevoegd model D84.

Het beoordelen van arbeidsongeschiktheid is formeel een medisch specialisme, dat is voorbehouden aan een verzekeringsgeneeskundige (lees: de keuringsarts).

De bevoegdheid tot het geven van een medisch oordeel over de aard van de arbeidsongeschiktheid ligt derhalve - met uitsluiting van andere artsen - bij de keuringsarts die het recht op een uitkering mede beoordeelt.

In gevallen waarin niet formeel kan worden bevestigd dat iemand blijvend volledig arbeidsongeschikt is, maar waarin evenmin kan worden gezegd of herstel te verwachten is, moet worden voorkomen dat iemand buiten zijn eigen invloedssfeer langdurig in onzekerheid wordt gelaten.

Uitgaande van het eerdergenoemd uitgangspunt is er voor gekozen voor wat betreft de periode die iemand arbeidsongeschikt is geweest aansluiting te zoeken bij de periode na afloop waarvan werkloosheid als langdurig kan worden aangemerkt, en voor wat betreft de periode dat zicht op herstel moet ontbreken is aansluiting gezocht bij de periode die voor de duurzaamheid van het inkomen wordt gehanteerd.

De hiervoor gecursiveerde tekst en het bijgevoegde model D84 zullen bij het eerstvolgend supplement van de Vreemdelingencirculaire worden opgenomen.

De Staatssecretaris van Justitie,namens de Staatssecretaris,
Het plv.Hoofd van de Immigratie en Naturalisatiedienst,
J.G. Bos.

Bijlage

stcrt-1999-104-p6-SC19098-1.gif
Naar boven