Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 1999, 102 pagina 8Besluiten van algemene strekking

Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens

«Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren»

1 juni 1999

Nr. TRCJC/1999/5760

Directie Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 98 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. vleeskuikenouderdier: hen of haan van de soort Gallus gallus die kennelijk gehouden wordt voor de productie van broedeieren die bestemd zijn voor de productie van vleeskuikens;

b. vleeskuiken: hen of haan van de soort Gallus gallus die kennelijk bestemd is voor de menselijke consumptie;

c. dioxine: polygechloreerde dibenzo-p-dioxinen en dibenzofuranen.

Artikel 2

Als schadelijke stof in de zin van artikel 98, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt dioxine aangewezen.

Artikel 3

Als ambtenaar, bedoeld in artikel 98, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wordt aangewezen de Kringdirecteur van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees.

Artikel 4

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens ten aanzien waarvan hij heeft vastgesteld dat vlees of vet dioxine bevat of heeft vastgesteld dat het vermoeden bestaat dat vlees of het vet daarvan dioxine bevat, aanwijzen.

Artikel 5

De ingevolge artikel 4 aangewezen vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens alsmede de eieren hiervan mogen bedrijven niet verlaten.

Artikel 6

De in artikel 3 bedoelde ambtenaar kan toestemming geven dat aangewezen vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens alsmede de eieren, een bedrijf verlaten.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van publicatie in de Staatscourant.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
G.H. Faber.

Toelichting

Naar aanleiding van diergezondheidsproblemen bij een Belgisch pluimveebedrijf, is vast komen te staan dat in België veevoeder in de handel is gekomen met een te hoog gehalte aan dioxine. Inmiddels is gebleken dat gronstoffen voor veevoeder, die met dioxine zijn vervuild, ook in Nederland terecht zijn gekomen, onder andere in voer voor hanen en hennen.

In deze regeling wordt in de eerste plaats dioxine als een schadelijke stof aangewezen. Dioxine en dioxine-achtige stoffen zijn alom aanwezig in het milieu als gevolg van menselijke activiteiten, die tot milieuvervuiling leiden. Vanwege de schadelijke persistente en bioaccumulerende eigenschappen van deze stoffen wordt deze aanwezigheid al geruime tijd erkend als een risico zowel voor de (volks)gezondheid als voor ecosystemen. Dioxine is een kankerverwekkende stof. Het beleid van de regering is er op gericht dioxine terug te dringen.

Aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is de mogelijkheid gegeven vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens aan te wijzen waarvan het vlees of het vet dioxine bevat. Ook als er een verdenking bestaat dat vlees van hanen of hennen dioxine bevat, is aanwijzing mogelijk. Als gevolg van een aanwijzing zullen hanen en hennen niet van een bedrijf mogen worden afgevoerd. Resultaat is dat in de hele keten bedrijven, waarvan bekend is dat met dioxine verontreinigd voer vervoederd is, vastgelegd kunnen worden. Dit biedt de mogelijkheid na te gaan of de verdenking terecht is, terwijl de verdachte dieren op het bedrijf blijven. Afhankelijk van de uitslag van het onderzoek, zal het bedrijf weer kunnen worden vrijgegeven.

Het kan onder omstandigheden wenselijk zijn toch toestemming te geven, lopende het onderzoek of als er sprake is van een verdenking, om aangewezen hanen en hennen van een bedrijf af te voeren. Dit kan bij voorbeeld zijn indien er welzijnsproblemen ontstaan door het feit dat dieren langer dan gebruikelijk op het bedrijf blijven. De RVV kan in deze situatie toestemming geven dieren van een bedrijf af te voeren. De RVV kan hieraan ingevolge artikel 98, vierde lid, nadere voorwaarden stellen.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber.