Bekendmaking aan de scheepvaart

Instellen maximum vaarsnelheid op de Waddenzee

31 maart 1998

Waddenzee West, 98/01

Rijkswaterstaat/Dir. Noord-Nederland

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 8 van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 13, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

Besluit:

Artikel 1

Onverminderd het bepaalde in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995, geldt op de gehele Waddenzee een maximum vaarsnelheid van 20 Km/uur (circa 11 Knopen) voor alle schepen.

Artikel 2

De in artikel 1 genoemde maximum vaarsnelheid geldt niet op de betonde vaargeulen van:

zee naar de havens van Den Helder, Oudeschild en Den Oever via respectievelijk het ’Marsdiep, de Texelstroom en Visjagersgaatje’;

Den Helder naar de havens van Kornwerderzand en Harlingen via de ’Texelstroom, Doove Balg en Boontjes’;

zee naar de havens van Harlingen via de ’Vliestroom en Blauwe Slenk’;

zee naar de haven van Lauwersoog via de ’Zoutkamperlaag’ en de veerbootroutes van en naar de Waddeneilanden.

Artikel 3

Dit besluit treedt inwerking met ingang van 1 mei 1998.

Dit Besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.


Leeuwarden, 31 maart 1998.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze,
De hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de Directie Noord-Nederland,
J.R. Hoogland.

Toelichting

De overweging om de maximum vaarsnelheid door deze bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken af te kondigen, berust op de onmogelijkheid hiertoe in de Waddenzee op doelmatige wijze verkeerstekens te plaatsen.

Het Besluit beoogt door aan te sluiten bij de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995, een éénduidig snelheidsregime op de gehele Waddenzee in te stellen voor alle schepen, ongeacht hun lengte.

De benoemde vaarroutes waar geen snelheidslimiet van toepassing is, zijn de ruime betonde vaarwateren en intensief bevaren veerroutes.

Over het in dit Besluit neergelegde vaarsnelheidsregime is overleg gevoerd en overeenstemming bereikt in het Coördinatiecollege Waddenzeegebied (CCW), waarin vertegenwoordigd de belanghebbende openbare lichamen.

De keuze van de routes past in het zoneringsstreven van activiteiten zoals bedoeld in de Nota Waddenzee (PKB) waarbij rekening is gehouden met zowel het verkeersveiligheidsaspect als de te beschermen natuurwaarden.

Mededelingen

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Noord-Nederland, Postbus 2301, 8901 JH Leeuwarden.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht en

d. de gronden van het bezwaar.

Indien het bezwaarschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen.

Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de president van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied, waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overlegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overlegd.

Indien het verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het verzoek noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde president een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierechten geheven. De griffier van de betrokken Arrondissementsrechtbank wijst de verzoeker na indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Naar boven