Vergunningen Wet personenvervoer

Lovers Rail Beheer N.V.

20 februari 1998

Nr. DGP/WJZ/V 820036

Directoraat-Generaal Personenvervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Overwegende dat de Wet van 13 november 1997 tot wijziging van de Wet personenvervoer (Stb. 559) met de invoering van artikel 16a in de Wet personenvervoer voorziet in een nieuwe grondslag voor de verlening van vergunning voor het verrichten van openbaar vervoer per trein;

dat de vergunning voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein voor Lovers Rail Beheer B.V. verleend bij besluit van 12 juli 1996 (nr. WJZ/V-623143), zoals gewijzigd bij besluit van 28 februari 1997 (nr. DGV/CPV/V-721609) en uitgebreid bij besluit van 30 juni 1997 (nr. DGP/MM/MO/721696 ) steunt op artikel 16 van de Wet personenvervoer, zoals deze bepaling luidde voor inwerkingtreding van de Wet van 13 november 1997 tot wijziging van de Wet personenvervoer;

dat artikel III van de Wet van 13 november 1997 tot wijziging van de Wet personenvervoer (Stb. 559) een overgangsregeling bevat voor interlokaal openbaar vervoer anders dan per trein;

dat voornoemde overgangsregeling niet voorziet in een overgangsregeling voor interlokaal openbaar vervoer per trein;

dat het ontbreken van een dergelijke overgangsregeling twijfel kan doen ontstaan over de geldigheid en het bereik van een vergunning voor interlokaal openbaar vervoer per trein;

dat het uit dien hoofde wenselijk is de vergunning voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein voor Lovers Rail Beheer B.V. verleend bij besluit van 12 juli 1996 (nr. WJZ/V-623143), zoals gewijzigd bij besluit van 28 februari 1997 (nr. DGV/CPV/V-721609) en uitgebreid bij besluit van 30 juni 1997 (nr. DGP/MM/MO/721696) op grondslag van artikel 16a van de Wet personenvervoer te wijzigen;

Besluit:

De vergunning voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein voor Lovers Rail Beheer B.V. verleend bij besluit van 12 juli 1996 (nr. WJZ/V-623143), zoals gewijzigd bij besluit van 28 februari 1997 (nr. DGV/CPV/V-721609) en uitgebreid bij besluit van 30 juni 1997 (nr. DGP/MM/MO/721696), wordt op grond van artikel 16a van de Wet personenvervoer gewijzigd in een vergunning voor onbepaalde tijd voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein tussen:

1. Amsterdam C.S. en IJmuiden vice versa;

2. Amsterdam C.S. en Haarlem vice versa;

3. Amsterdam C.S. en Leiden Centraal via Lisse-Keukenhof vice versa;

4. Utrecht C.S. en Hilversum vice versa;

5. Leiden Centraal Den Haag C.S. vice versa.

De vergunning geldt onder de beperkende voorwaarde dat zij niet van kracht is voor treindiensten op een traject waarvoor vergunning is verleend indien en zolang door een overheidsorgaan voor dezelfde of vergelijkbare treindiensten op het betreffende traject een contract met een andere vervoerder is of wordt gesloten.

De vergunning voor het verrichten van interlokaal openbaar vervoer per trein tussen Amsterdam C.S. en Leiden Centraal via Lisse geldt onder de beperkende voorwaarde dat zij alleen geldig is tijdens de openstellingsperiode van de Keukenhof.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan Lovers Rail Beheer B.V. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant, waarna dit besluit gedurende vier weken voor iedere belanghebbende ter inzage ligt ten kantore van de Directeur-Generaal Personenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Plesmanweg 1-6 te Den Haag. Dit besluit treedt in werking met ingang van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 december 1997.


Den Haag, 20 februari 1998.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Namens deze,
De Directeur Mobiliteitsmarkt,
P.A. Boot.

Bezwaarschriften

Binnen 6 weken na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst kunnen belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, t.a.v. Directoraat-Generaal Personenvervoer, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken.

Naar boven