Subsidieplafonds Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning
15 december 1998
nr.DCE/98/1368
Directie Coördinatie Emancipatiebeleid
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mr. A.E. Verstand-Bogaert
maakt bekend:
dat de subsidieplafonds zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 (Staatscourant 1997, nr. 249) voor het jaar 1999 worden vastgesteld op:
- 0,6 mln gulden voor het actuele thema ’Vijf jaar na Beijing’
- 0,6 mln gulden voor het actuele thema ’Wie zorgt in de 21e eeuw?’, en
- 0,484 mln gulden voor het actuele thema ’Emancipatie per levensfase: de jonge generatie in de 21e eeuw’.
Aanvragen voor subsidie voor het thema ’Vijf jaar na Beijing’ moeten vóór 1 april 1999 worden ingediend.
Aanvragen voor subsidie voor het thema ’Wie zorgt in de 21e eeuw?’ moeten vóór 1 juni 1999 worden ingediend.
Aanvragen voor subsidie voor het thema ’De jonge generatie in de 21e eeuw’ moeten vóór 1 september 1999 worden ingediend.
Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 voor het jaar 1999 wordt vastgesteld op 0,8 mln gulden.
Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Subsidieregeling Emancipatie-ondersteuning 1998 voor het jaar 1999 wordt vastgesteld op 9,2 mln gulden.
’s-Gravenhage, 15 december 1998. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
E.A. Verstand-Bogaert.
Toelichting
Inleiding
Volgens de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1999 is voor de toepassing van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 voor het kalenderjaar 1999 een bedrag beschikbaar ad 11,684 mln gulden. Daarvan is reeds 8,2 miljoen gulden gereserveerd voor organisaties die per boekjaar worden gesubsidieerd (artikel 2, onderdeel c), zodat voor toepassing van de subsidieregeling 1,684 mln gulden beschikbaar is voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, 0,8 mln gulden voor activiteiten zoals bedoeld in onderdeel b, en 1 mln gulden voor overige activiteiten zoals bedoeld in onderdeel c.
Actuele thema’s
Jaarlijks worden in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid actuele thema’s benoemd die vanuit de beleidsdoelstellingen van de coördinerende staatssecretaris van emancipatie ondersteuning behoeven. Doel hiervan is om in aansluiting op de beleidsvoering het maatschappelijk bereik van de thema’s te vergroten door niet-gouvernementele organisaties in staat te stellen rond de thema’s activiteiten te organiseren.
’Vijf jaar na Beijing’
Op de vierde VN Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Beijing (1995) stelden regeringen vast dat het niet zozeer schort aan een analyse van het emancipatie-vraagstuk noch aan een analyse van doelstellingen, maar dat het nu aankomt op uitvoering ervan. Sinds Beijing staat ook het Nederlands emancipatiebeleid in het teken van uitvoering en heeft daarmee een duidelijke wisselwerking met het internationale emancipatiebeleid. Nationale implementatie en internationale follow-up van beleid zijn nu bepalende factoren.
In 2000 zullen regeringen op de Speciale Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (SAVVN) de evaluatie van de uitvoering van het slotdocument van de VN Wereldvrouwen-conferentie - het zogeheten Platform for Action - bespreken. Het kabinet hecht eraan inzicht te krijgen in hoeverre in Nederland de uitvoering op de terreinen van het Platform for Action is gevorderd en waar verdere actie gewenst is. Maatschappelijke organisaties kunnen subsidie aanvragen voor initiatieven die leiden tot een inventarisatie van ’good practices’ en nog bestaande structurele belemmeringen bij de uitvoering van het Platform for Action. Hierbij gaat het om activiteiten die ingaan op maatschappelijke processen die leiden tot vooruitgang dan wel een belemmering vormen voor de uitvoering van emancipatiebeleid in het licht van het Platform for Action.
Wie zorgt in de 21 eeuw?
Emancipatie houdt niet in dat vrouwen automatisch net zoveel betaald gaan werken als mannen, maar dat arbeid en zorg gelijk worden verdeeld tussen mannen en vrouwen. Alleen een cultuurverandering, waardoor zorg ook voor mannen een vanzelfsprekendheid wordt, kan voorkomen dat er fricties ontstaan in de vorm van een dubbele belasting voor vrouwen, van tekorten op delen van de arbeidsmarkt of van een tekort aan zorg, het zogeheten ’zorgvacuüm’.
Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten/projecten die een bijdrage leveren aan het realiseren van herverdeling van zorg tussen mannen en vrouwen. Herverdeling van zorg tussen mannen en vrouwen betreft niet alleen een herverdeling qua tijdsbesteding, maar evenzeer van zorgverantwoordelijkheid en -zelfstandigheid. Zorg wordt nog te vaak gezien als een obstakel, bijv. voor de arbeidsparticipatie. Een tweede aspect bij het stimuleren van de cultuurverandering betreft dan ook de herwaardering van zorg.
’Emancipatie per levensfase: de jonge generatie in de 21e eeuw’
Het bevorderen van draagvlak voor emancipatie onder de jongere generaties vormt een be-langrijk aandachtspunt. Voor deze generaties is gelijkwaardigheid tussen de seksen weliswaar veelal vanzelfsprekend, maar in de praktijk lopen zij vaak nog tegen (institutionele) belemmeringen op. Voor de jongere generatie in de 21e eeuw zal het mogelijk moeten zijn om activiteiten in de persoonlijke levenssfeer, de sfeer van arbeid en inkomen en de politiek-sociale levenssfeer op een goede manier te combineren.
Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten/projecten die een bijdrage leveren aan het realiseren van maatschappelijke zelfstandigheid van jongeren (m/v) vanuit emancipatie-doelstellingen, waarbij specifieke aandacht uitgaat naar zmv-jongeren. Maatschappelijke zelfstandigheid, waarbij verantwoordelijkheid uitdrukkelijk is inbegrepen, betreft:
- zorgzelfstandigheid: het voor zichzelf en afhankelijke derden zorgen voor wat betreft verzorgende, huishoudelijke en administratieve werkzaamheden;
- financiële zelfstandigheid: het voorzien in het onderhoud van zichzelf en afhankelijke derden, primair via betaalde arbeid;
- sociale zelfstandigheid: het deelhebben aan activiteiten op het terrein van recreatie en sport, kunst en cultuur, vrijwilligerswerk, maatschappelijk en politiek bestuur.
De activiteiten/projecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd dienen niet alleen voor de jongere generaties te zijn, maar uitdrukkelijk ook in samenspraak met de doelgroep te zijn geformuleerd.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert.