Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999

10 december 1998

Nr. A&O/BS/98/40051

Directie Analyse en Onderzoek

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gelet op artikel 13, vijfde lid, van de Wet sociale werkvoorziening;

Besluit:

Artikel 1. Definities

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening;

b. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2. In deze regeling wordt onder de gemeente of het samenwerkingsverband tevens verstaan de gemeente die:

a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening heeft staan waarvoor door het Rijk over 1999 geen subsidie in het kader van de wet is verleend;

b. één of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer arbeidsovereenkomsten tot stand heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet, maar voor wie door het Rijk over 1999 geen subsidie in het kader van de wet is verleend.

Artikel 2. Structurele informatievoorziening

1. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend verstrekt aan de minister uiterlijk op 1 juli 2000 de in bijlage 1a bij deze regeling behorende jaaropgave. De jaaropgave is voorzien van een accountantsverklaring die is ingericht volgens het model dat als bijlage 1b bij deze regeling is opgenomen en is opgesteld met inachtneming van het in bijlage 1c bij deze regeling neergelegde protocol.

2. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend verstrekt aan de minister uiterlijk op 1 mei 2000 de voorlopige financiële informatie, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.

3. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend verstrekt aan de minister uiterlijk op 1 maart 2000 de voorlopige volume informatie, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling.

4. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend verstrekt aan de minister uiterlijk op 1 maart 2000 de jaarstatistiek Wet sociale werkvoorziening, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling.

5. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat voor de subsidievaststelling over 1999 ten minste de in bijlage 5 bij deze regeling bedoelde gegevens met betrekking tot het toezicht van de minister in de administratie zijn vastgelegd.

6. De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend en over 1999 de wachtlijst beheert, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, draagt er zorg voor dat in de gemeentelijke administratie informatie wordt vastgelegd over de opvang van personen buiten het kader van de wet, die op 31 december 1997 tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behoorden, zoals die wet luidde tot de datum van inwerkingtreding van de wet, en die na een herindicatie, bedoeld in artikel 11 van de wet, niet tot de doelgroep van de wet behoren. De informatie wordt ingericht overeenkomstig bijlage 6, welke ten minste eenmaal per kwartaal wordt geactualiseerd en ten minste gedurende 5 jaren wordt bewaard.

Artikel 3. Aanvullende informatievoorziening

De gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend verstrekt de minister desgevraagd aanvullende informatie of gegevens die verband houden met de uitvoering van de wet, binnen een daartoe door de minister vastgestelde termijn en op een door de minister aangewezen wijze.

Artikel 4. Verstrekken van gegevens of informatie aan derden

Op verzoek van de minister verstrekt de gemeente of het samenwerkingsverband aan wie over het subsidiejaar 1999 de subsidie is verleend gegevens of informatie, bedoeld in de artikelen 2 en 3, aan personen of instanties die in zijn opdracht informatie vragen of de gegevens bewerken.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Artikel 6. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen 1a, 1b, 2, 3, 4, en 6 in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen 1c en 5 worden met ingang van 1 mei 1999 ter inzage gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 10 december 1998.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,K.G. de Vries.

Toelichting

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet sociale werkvoorziening op 1 januari 1998 is de informatievoorziening door de gemeenten aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangepast. Mede gezien de overgangsperiode voor de bekostiging heeft deze de vorm gekregen van een eenmalige regeling voor het jaar 1998. Voor het jaar 1999 is om die reden een nieuwe Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999 vastgesteld.

De te verstrekken informatie is, inhoudelijk gezien, ongewijzigd gebleven. De aanpassingen beperken zich nagenoeg tot een actualisering van de jaartalvermeldingen. De toelichting die bij de regeling voor het jaar 1998 was gevoegd kan ook voor het jaar 1999 worden gebruikt.

Bij de informatie ten behoeve van de bekostiging in de jaaropgave (bijlage 1a) dient thans ook opgave te worden gedaan van een eventueel subsidie-overschot uit het jaar 1998. Dat kon in het eerste jaar van inwerkingtreding van de nieuwe Wsw nog niet aan de orde zijn. In de toelichting op de financiële opgaven zijn voorts verduidelijkingen aangebracht op grond van contacten met gemeenten.

Op een belangrijk aspect uit de toelichting bij de regeling voor het jaar 1998 wordt hier nog eens expliciet en met nadruk gewezen. Het betreft de beschrijving van gemeenten en samenwerkingsverbanden die de informatie zoals bedoeld in de regeling aan de minister verstrekken. In de toelichting bij de regeling voor 1998 zijn deze gemeenten en samenwerkingsverbanden als volgt beschreven:

De Regeling informatie sociale werkvoorziening 1998 stelt in de eerste plaats nadere regels voor de informatieverstrekking door de gemeenten respectievelijk het samenwerkingsverband dat in 1998 de subsidie in het kader van de nWsw heeft ontvangen. Hiermee sluit deze regeling aan op de overgangssituatie die in artikel 11 van het Besluit financieel verdeelmodel voor 1998 en 1999 is gemaakt ten behoeve van de subsidie-verstrekking. Met andere woorden: de informatie moet worden verstrekt door de instantie aan wie de subsidie over 1998 door het Rijk is verleend. Daarnaast is in artikel 1 geregeld dat ook anderen nog informatie aan de minister moeten leveren. Het gaat hierbij om gemeenten die personen op de wachtlijst hebben staan dan wel met personen een dienstbetrekking hebben of subsidie hebben verleend ten behoeve van het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst, zonder dat het Rijk hiervoor over 1998 een subsidie heeft verleend. Deze gelijkstelling is met name noodzakelijk om subsidieverlening vanaf het jaar 2000 aan de betreffende gemeenten mogelijk te maken. De gelijkstelling geldt voor de gehele regeling en alle daarbij behorende bijlagen.

Met de gemeente is, op grond van artikel 1, tweede lid, van de wet, gelijkgesteld het bestuur van een openbaar lichaam in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), wanneer dit bestuur de taken van de gemeente volledig overgedragen heeft gekregen.’

Ook bij de onderhavige regeling voor het jaar 1999 blijft gelden dat de informatie wordt verstrekt door de bovenbeschreven gemeenten en samenwerkingsverbanden, dus zowel met als zonder verleende Rijkssubsidie over het jaar 1999.

Het accountantsprotocol (bijlage 1c) en de beschrijving van de in de administratie op te nemen gegevens ten behoeve van het toezicht (bijlage 5) zullen vóór 1 mei 1999 worden bekendgemaakt door ter inzagelegging in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Aan de gemeenten zullen deze bijlagen te zijner tijd rechtstreeks worden toegezonden. De vaststelling van voornoemde bijlagen zal plaatsvinden nadat onder andere met de voor de gemeenten werkzame accountants de ervaringen met de huidige regeling zijn besproken.

Op korte termijn zal een structurele regeling voor de beleidsinformatie worden vastgesteld. Het gaat hierbij om de met ingang van het kalenderjaar 2000 te verstrekken gegevens op individueel niveau die in plaats komt van de huidige jaarstatistiek in tabelvorm.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K.G. de Vries.

Toelichting bij de jaarstatistiek

Algemeen

Aard van de jaarstatistiek

-De onderhavige jaarstatistiek is gericht op de beleidsinformatie. De gegevens ten behoeve van het financieel verdeelmodel worden verstrekt in het kader van de financiële verantwoording. De jaarstatistiek behoeft derhalve geen accountantsverklaring.

De uitvoeringsorganisatie die de gegevens verstrekt

- De personen waarover de gemeente of het samenwerkingsverband in de jaarstatistiek gegevens verstrekt, zijn dezelfde waarover de gemeente informatie verstrekt in het kader van de jaarverantwoording.

De tabellen met betrekking tot de wachtlijst (1 tot en met 6) worden verstrekt door de gemeente of het samenwerkingsverband dat gehouden is tot beslissing tot toelating tot de sociale werkvoorziening (’oude wachtlijst’) of deze beslissing daadwerkelijk heeft genomen (’nieuwe wachtlijst’). Dat is de woongemeente of het openbaar lichaam waaraan de gemeente zijn taken integraal heeft overgedragen.

De tabellen met betrekking tot het werknemersbestand (7 tot en met 16) worden verstrekt door het gemeente of samenwerkingsverband bij wie de betrokkene zijn dienstbetrekking heeft of dat ten behoeve van diens arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid werken een subsidie verstrekt aan een werkgever.

Voor zover het om de personen gaat die reeds voor 1 januari 1998 tot het werknemersbestand behoorden worden de gegevens verstrekt door de bestuurlijke eenheid die ten behoeve van deze personen rijkssubsidie ontvangt.

Voor zover het om de personen gaat die na 1 januari 1998 tot het werknemersbestand zijn toegetreden worden de gegevens verstrekt door de woongemeente of het openbaar lichaam waaraan de gemeente op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn taken integraal heeft overgedragen.

Wijziging in tabellen

- In verband met de geautomatiseerde gegevensverwerking is het niet toegestaan dat:

-regels of kolommen aan de tabellen worden toegevoegd;

-wijzigingen in opschriften van regels of kolommen worden aangebracht of toelichtingen worden toegevoegd, waardoor een andere betekenis wordt toegekend aan de inhoud van de gegevens.

Tijdstip en wijze van verstrekking

- De jaarstatistiek met betrekking tot het jaar 1999 wordt voor 1 maart 2000 aan het ministerie toegezonden.

Gebruikte begrippen

Oude wachtlijst, nieuwe aanmeldingen en nieuwe wachtlijst

- Oude wachtlijst: de personen omtrent wier aanvraag vóór 1 januari 1998 op grond van de oude WSW de formele beslissing was genomen dat zij tot de doelgroep behoren en die nog niet zijn geïndiceerd op grond van de nieuwe Wsw. Het gaat hierbij derhalve om de personen die al op 31 december 1997 op de wachtlijst stonden.

- Nieuwe aanmeldingen: de personen omtrent wier toelating tot de sociale werkvoorziening voor het eerst na 1 januari 1998 een formele beslissing wordt genomen en wel op grond van de nieuwe Wsw. Hiertoe behoren ook degenen die vóór 1 januari 1998 een aanvraag hadden ingediend waarop nog niet op grond van de oude WSW een beslissing was genomen.

- Nieuwe wachtlijst: de personen omtrent wier aanvraag volgens de procedures en de criteria van de nieuwe Wsw de formele beslissing is genomen dat zij tot de doelgroep behoren. Wat de instroom van personen uit de oude wachtlijst betreft, gaat het hierbij derhalve om degenen die een positieve beslissing hebben gekregen in het kader van de indicatie op grond van de nieuwe Wsw.

Doelgroep, onderzijde, bovenzijde

- Doelgroep: de personen ten aanzien van wie de beslissing is genomen dat deze in aanmerking dienen te komen voor arbeid onder aangepaste omstandigheden in het kader van de Wsw. Deze personen worden geplaatst op de wachtlijst.

- Onderzijde: de personen omtrent wie de beslissing is genomen dat deze - ook met vérstrekkende voorzieningen of maatregelen - niet in staat zijn regelmatige arbeid in Wsw-verband te verrichten.

- Bovenzijde: de personen omtrent wie de beslissing is genomen dat deze - al dan niet met te treffen voorzieningen of maatregelen - in staat zijn in een overigens normale werkomgeving arbeid te verrichten.

Handicapcodes en arbeidshandicap

- Afhankelijk van de groep waarop een tabel betrekking heeft, worden de volgende handicapcodes gebruikt:

-Nieuwe handicapcode indien de tabel uitsluitend betrekking heeft op personen die na 1 januari 1998 zijn geherindiceerd (’nieuwe wachtlijst’).

Deze handicapcode kent de volgende onderverdeling met verwijzing naar de categorieën die zijn onderscheiden in de ICIDH (International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps van de Wereldgezondheidsorganisatie). De onderverdeling komt overeen met de in de toelichting op bijlage II van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening opgenomen ’Hulptabel voor a priori indeling’.

stcrt-1998-244-p28-SC16853-1.gif

- Oude handicapcode als de tabel betrekking heeft op het werknemersbestand.

Voor degenen die op 31 december 1997 al tot het werknemersbestand behoorden (oude werknemersbestand) is dit de codering die laatstelijk op grond van het Besluit informatie sociale werkvoorziening 1997 is gehanteerd.

Voor degenen die vanaf 1 januari 1998 voor het eerst tot het werknemersbestand toetreden (nieuwe werknemersbestand) kan de nieuwe handicapcode op de volgende wijze worden herleid tot de oude handicapcode:

stcrt-1998-244-p28-SC16853-2.gif

De oude handicapcode 4 (personen met stoornissen die niet elders te classificeren waren) is niet van toepassing op nieuwe gevallen.

- Waar in een tabel gegevens over de arbeidshandicap worden opgenomen, geldt het onderscheid naar licht, matig en ernstig overeenkomstig de beslistabel ’Indeling in arbeidshandicapcategorie’ van bijlage II van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening (het onderscheid conform de indicatie-beschikking).

De arbeidshandicap ’matig’ is van toepassing op de ’oude populatie’ per 31 december 1997, behoudens het aantal visueel gehandicapten in de aangegeven blindenwerkplaatsen, voor wie de categorie ’ernstig’ geldt.

Werknemersbestand, dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten

- Werknemersbestand: de personen die onder aangepaste omstandigheden arbeid verrichten in het kader van de Wsw in de vorm van een dienstbetrekking of van begeleid werken.

- Dienstbetrekking: de situatie waarin de betrokkene een arbeidscontract heeft als bedoeld in artikel 2 Wsw met de gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten. Niet van belang is waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Ook externe plaatsingen (detacheringen) vallen onder het begrip dienstbetrekking.

- Arbeidsovereenkomst: de situatie als bedoeld in artikel 7 Wsw waarin de betrokkene een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever die hiervoor subsidie ontvangt van de gemeente en waarbij sprake is van begeleiding door een los van de gemeente staande professionele organisatie die voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.

Fte’s

- Voor de berekening van arbeidsplaatsen in fulltime equivalenten wordt uitgegaan van een werkweek van 36 uur. In alle gevallen waarin de betrokkene een dienstverband heeft voor een kortere werkweek, brengt dit een omrekening met zich mee tot een werkweek van 36 uur.

Ook voor degenen die vanaf 1 januari 1999 het werknemersbestand instromen (nieuwe dienstbetrekkingen en nieuwe arbeidsovereenkomsten) wordt de feitelijke omvang van de arbeidsovereenkomst opgegeven. Deze wordt voor de omrekening in fte’s niet herleid tot de gemiddelde werkweek van 32 uur die voor de Rijkssubsidie in aanmerking komt.

- De berekening van de fte’s vindt plaats zonder weging naar de mate van arbeidshandicap zoals gebeurt bij de vaststelling van de zogeheten standaardeenheden.

- Aantallen fte’s worden afgerond op één decimaal. Ook in het geval de afronding op nul (0) uitkomt, wordt het eerste cijfer achter de komma vermeld. Totalen die in fte’s worden uitgedrukt, worden berekend op grond van niet-afgeronde aantallen. Het opgegeven totaal kan daarmee afwijken van het totaal van de opgegeven subtotalen. Hierop vindt geen correctie plaats.

Toelichting op de tabellen

Tabellen 1 en 2

- Deze tabellen hebben betrekking op ontwikkelingen in het verslagjaar ten aanzien van personen die op 31 december 1998 op de oude wachtlijst stonden. Het gaat hierbij derhalve om de personen die in het eerste jaar van de nieuwe Wsw nog niet geïndiceerd zijn volgens de nieuwe criteria.

Tabel 1

- In deze tabel wordt de ontwikkeling van de oude wachtlijst aangegeven: de beginstand op de eerste dag van het jaar, de uitstroom als gevolg van de indicatie volgens de criteria van de nieuwe wet (opnieuw tot de doelgroep gerekend; uitstroom vanwege niet langer tot de doelgroep behorend), de uitstroom om overige redenen, en de eindstand van de personen die nog niet geïndiceerd zijn volgens de nWsw, op de laatste dag van het jaar.

- Daarnaast wordt het aantal aanvragen om advies vermeld dat de gemeente aan de indicatiecommissie heeft voorgelegd. Bepalend voor de vermelding is de dagtekening van de brief waarmee de gemeente het verzoek indient. Dit aantal heeft geen relatie met de beslissingen van de gemeente die in deze tabel worden vermeld.

- Onder beginstand wordt het aantal personen aangegeven dat op de eerste dag van het betreffende kalenderjaar op de ’oude wachtlijst’ stond. Dit aantal dient overeen te komen met de ’ eindstand’ die is opgegeven in tabel 1 van de jaarstatistiek 1998.

- Onder uitstroom wordt het aantal personen aangegeven dat in het betreffende kwartaal niet meer tot de oude wachtlijst wordt gerekend. Het gaat hierbij om de volgende twee groepen:

- de personen omtrent wie in het betreffende kwartaal een beslissing omtrent indicatie is genomen (doelgroep, onderzijde of bovenzijde); voor vermelding is de dag bepalend waarop op grond van de nieuwe Wsw de formele beslissing is genomen omtrent de toelating tot de sociale werkvoorziening;

- de personen die om andere redenen - zoals overdracht aan een andere gemeente, terugtrekking of overlijden - niet meer tot de wachtlijst worden gerekend; voor vermelding is de dag bepalend waarop de formele beslissing is genomen dat de betrokkene niet meer tot de wachtlijst wordt gerekend.

- Onder eindstand wordt het aantal personen vermeld dat op de laatste dag van het betreffende kalenderjaar tot de ’oude wachtlijst’ wordt gerekend. Dat wil zeggen de beginstand verminderd met de personen die in de vier onderscheiden kwartalen worden vermeld onder ’uitstroom’.

- Onder afwijking van advies wordt voor elk van de onderscheiden categorieën vermeld in hoeveel gevallen de gemeente een beslissing heeft genomen die afwijkt van het advies van de indicatiecommissie. Alleen de eventueel afwijkende beslissingen worden vermeld.

Voor vermelding in de tabel is de beslissing van de gemeente bepalend.

Voorbeeld

De gemeente heeft in het afgelopen jaar in totaal 50 beslissingen genomen in het kader van de herindicatie van de oude wachtlijst.

Ten aanzien van 30 personen heeft zij besloten dat zij tot de doelgroep behoren. In de kolom ’doelgroep’ vermeldt de gemeente in totaal het aantal van 30. Over 2 van hen had de indicatiecommissie geoordeeld dat zij tot de categorie ’onderzijde’ behoren en van 3 tot de categorie ’bovenzijde’. Bij ’afwijking van advies’ wordt het aantal van 5 vermeld.

Over de aanvraag van 10 personen heeft de gemeente besloten dat zij tot de categorie ’onderzijde’ behoren. Van hen had de indicatiecommissie er 2 tot de doelgroep gerekend. De gemeente vermeldt derhalve de aantallen van 10 respectievelijk 2.

Tenslotte heeft de gemeente over 10 personen de beslissing genomen dat zij tot de categorie ’bovenzijde’ moeten worden gerekend. In al deze gevallen had de indicatiecommissie hetzelfde advies gegeven. De gemeente vermeldt onder ’bovenzijde’ derhalve in totaal het aantal van 10 en geeft bij ’afwijking van advies’ 0 aan.

De gegevens over eventuele afwijkingen van het advies van de indicatiecommissie worden verstrekt over de jaartotalen en worden niet uitgesplitst naar de kwartalen.

- Van degenen omtrent wie de gemeente de beslissing heeft genomen dat deze niet tot de doelgroep moeten worden gerekend (onderzijde of bovenzijde), houdt de gemeente een registratie bij overeenkomstig bijlage 6 van deze regeling.

Tabel 2

- De in deze tabel te verstrekken gegevens hebben uitsluitend betrekking op de personen ten aanzien van wie in het kader van de herindicatie van de oude wachtlijst de beslissing is genomen dat deze tot de doelgroep moeten worden gerekend.

- Onder werkvorm vermeldt de gemeente het aantal personen ten aanzien van wie zij besloten heeft dat zij niet in aanmerking komen voor begeleid werken, maar wel voor een dienstbetrekking. Bij ’begeleid werken’ wordt vermeld in hoeveel gevallen de gemeente daartoe wél heeft besloten. Deze komen eveneens in aanmerking voor een dienstbetrekking.

- Onder scholing worden de aantallen personen vermeld ten aanzien van wie de gemeente heeft besloten dat zij al dan niet in aanmerking dienen te komen voor scholing.

- Beide gegevens - werkvorm en scholing - worden vermeld voor alle personen die tot de doelgroep worden gerekend. Het totale aantal onder ’werkvorm’ en ’scholing’ vermelde personen is komt in beide gevallen overeen met het in tabel 1 in onder ’doelgroep’ vermelde totaal.

- De gegevens worden onderscheiden naar de mate van arbeidshandicap die - eveneens volgens de beslissing van de gemeente - voor de betrokkene geldt.

- Bij de totalen wordt aangegeven of de beslissing van de gemeente ten aanzien van elk van deze drie elementen van de beslissing eventueel in afwijking van het advies van de indicatiecommissie is.

De vermelding van eventuele afwijkingen van het advies van de indicatiecommissie verloopt op vergelijkbare wijze als in tabel 1 met betrekking tot de beslissingen omtrent het behoren tot de doelgroep, onderzijde of onderzijde.

- Bij arbeidshandicap geeft de gemeente in de kolom ’totaal’ aan tot welke mate van arbeidshandicap de gemeente heeft besloten. In de kolom ’in afwijking van advies’ wordt vermeld in hoeveel gevallen de indicatiecommissie eventueel heeft geadviseerd dat voor de betrokkene een andere mate van arbeidshandicap geldt.

Voorbeeld

De gemeente heeft ten aanzien van 10 personen besloten dat zij worden ingedeeld in de categorie ’matig’. In de kolom ’totaal’ vermeldt de gemeente derhalve onder ’matig’ het aantal van 10. De indicatiecommissie had ten aanzien van 2 van hen geadviseerd tot indeling in ’licht’. In de kolom ’afwijking van advies’ wordt derhalve onder ’matig’ het aantal van 2.

- Bij werkvorm wordt aangegeven in hoeveel gevallen waarin de gemeente heeft besloten dat de betrokkene niet in aanmerking dient te komen, de indicatiecommissie had geadviseerd dat de betrokkene daarvoor wél in aanmerking dient te komen en andersom.

Voorbeeld

De gemeente heeft ten aanzien van 20 personen besloten dat zij niet in aanmerking komen voor begeleid werken. Onder ’dienstbetrekking’ is derhalve in de regel ’totaal’ het aantal van 20 vermeld. De indicatiecommissie had in 5 gevallen geadviseerd tot begeleid werken. Onder ’dienstbetrekking’ wordt derhalve op de regel ’afwijking van advies’ het aantal van 5 vermeld.

- Bij het aspect scholing wordt voor de onderscheiden groepen ’wel scholing’ en ’geen scholing’ op dezelfde wijze aangegeven of de indicatiecommissie eventueel tot een ander advies kwam.

Tabellen 3 en 4

- Deze tabellen hebben betrekking op nieuwe aanmeldingen. Dat wil zeggen de personen omtrent wier aanvraag om toelating tot de sociale werkvoorziening eerst na 1 januari 1998 een formele beslissing op grond van de nieuwe Wsw is genomen, ook als de aanvraag voor 1 januari 1998 was ingediend.

Ten aanzien van de beslissing indicatie; de kolommen ’doelgroep’, ’bovenzijde’ en ’onderzijde’, geldt het volgende:

Alleen beslissingen naar aanleiding van een aanvraag worden vermeld. Buiten beschouwing blijven beslissingen over personen:

- die reeds op de nieuwe wachtlijst waren opgenomen in het kader van de herindicatie;

- die tot het werknemersbestand behoren, bijvoorbeeld in verband met een verzoek om voor begeleid werken in aanmerking te komen (zie voor deze categorie tabel 16);

- die gebruik maken van de terugkeergarantie en na plaatsing op de wachtlijst bij voorrang worden geplaatst in het werknemersbestand (zie voor deze categorie tabel 6).

Tabel 3

- Evenals in tabel 1 wordt het aantal aanvragen om advies vermeld dat de gemeente aan de indicatiecommissie heeft voorgelegd. Het gaat hier om nieuwe aanmeldingen om toelating tot de Wsw en niet om de oude wachtlijst. Bepalend voor de vermelding is de dagtekening van de brief waarmee de gemeente het verzoek indient. Dit aantal heeft geen relatie met de beslissingen van de gemeente die in deze tabel worden vermeld.

- De criteria met betrekking tot de indicatie zijn dezelfde als die van tabel 1, zie de betreffende toelichting. Evenals in tabel 1 wordt per kwartaal aangegeven welke beslissingen door de gemeente zijn genomen omtrent de toelating tot de Wsw.

Omdat het hier om de indicatiebeslissing gaat van de nieuwe aanmeldingen, is er geen sprake van een begin- en eindstand en overige uitstroom van een wachtlijst.

Tabel 4

- Deze tabel is een nadere uitsplitsing van de kolom doelgroep van tabel 3. De te verstrekken gegevens hebben derhalve uitsluitend betrekking op de personen omtrent wie de gemeente de beslissing heeft genomen dat deze tot de doelgroep moeten worden gerekend.

Tabellen 5 en 6

- Deze tabellen hebben betrekking op alle personen die op de nieuwe wachtlijst staan. Dat wil zeggen:

- de personen van de oude wachtlijst ten aanzien van wie de gemeente in het kader van de indicatie heeft besloten dat zij tot de doelgroep behoren;

- de nieuwe aanmeldingen ten aanzien van wie de gemeente in het kader van de indicatie heeft besloten dat zij tot de doelgroep behoren;

- personen die in het kader van de terugkeergarantie op de wachtlijst worden geplaatst alvorens zij opnieuw tot het werknemersbestand worden toegelaten; en

- personen die door welke vorm van overdracht dan ook - verhuizing of overheveling van formele bevoegdheden - tot de wachtlijst van de gemeente zijn gaan behoren en zijn geïndiceerd op grond van de nieuwe Wsw.

Personen die voor 1-1-’98 zijn uitgestroomd met een terugkeergarantie en die vervolgens na 1-1-’98 van de terugkeergarantie gebruik maken, worden niet geherindiceerd en behouden derhalve hun ’oude handicapcode’. Dit is in de regel de categorie - matig’. Deze personen kunnen een oude handicapcode 3 of 4 hebben. Hiermee is in tabel 6 rekening gehouden; de overige handicapcodes zijn zowel voor oude als nieuwe gevallen gelijk.

Niet vermeld worden de personen die vanuit de Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers of de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid tot het werknemersbestand worden toegelaten. Deze worden immers niet op de wachtlijst geplaatst.

De in deze tabellen te vermelden personen komen niet overeen met de aantallen die in de tabellen 1 tot en met 4 zijn opgegeven als personen die op grond van de bepalingen van de nieuwe Wsw tot de doelgroep worden toegelaten. Degenen die door overdracht van een andere gemeente of door gebruikmaking van de terugkeergarantie op de wachtlijst worden geplaatst, worden blijven voor de tabellen 1 tot en met 4 immers buiten beschouwing.

- Onder beginstand wordt het aantal personen vermeld dat op de eerste dag van het kalenderjaar op de nieuwe wachtlijst stond.

- Onder instroom worden alle personen vermeld die gedurende het jaar tot de nieuwe wachtlijst worden gerekend.

- Onder uitstroom worden alle personen vermeld die gedurende het jaar niet meer tot de nieuwe wachtlijst worden gerekend.

De uitstroom heeft zowel betrekking op de personen die zijn vermeld onder de beginstand als op de personen die gedurende het jaar op de wachtlijst zijn ingestroomd.

- De uitstroom wordt onderverdeeld in de volgende categorieën:

- Uitstroom naar dienstbetrekkingen. Bepalend voor de vermelding is dat de dienstbetrekking met de gemeente in het betreffende jaar is ingegaan.

- Uitstroom naar arbeidsovereenkomsten in het kader van begeleid werken. Bepalend voor de vermelding is dat de arbeidsovereenkomst met de werkgever in het betreffende jaar is ingegaan.

‐ Overige uitstroom. Hierbij worden alle overige personen vermeld die van de wachtlijst zijn uitgestroomd, ongeacht de reden daarvan. Voorbeelden hiervan zijn:

verhuizing naar een andere gemeente;

terugtrekking;

overlijden; of

een beslissing dat de betrokkene niet langer tot de doelgroep behoort in het kader van de herindicatie van de personen die op de nieuwe wachtlijst zijn geplaatst.

- Onder eindstand wordt het aantal personen vermeld dat op de laatste dag van het kalenderjaar op de nieuwe wachtlijst staat.

- In tabel 5 worden deze gegevens uitgesplitst naar de arbeidshandicap en in tabel 6 naar de handicapcode. Hierbij wordt in principe de nieuwe handicapcode gehanteerd. Ten behoeve van de terugkeergarantiegevallen op basis van de oude Wet Sociale Werkvoorziening zijn de oude handicapcodes 3 en 4 opgenomen. Deze personen keren immers terug met hun bestaande ’oude’ handicapindeling.

Tabel 7

- De te vermelden gegevens hebben betrekking op het totale aantal personen dat gedurende het kalenderjaar in het werknemersbestand is ingestroomd. Bepalend voor de vermelding is de in de arbeidsovereenkomst met de gemeente genoemde datum waarop de dienstbetrekking ingaat en loon verschuldigd is dan wel de eerste datum waarover de werkgever van de gemeente subsidie ontvangt voor de plaatsing van de betrokkene.

De in deze tabel te vermelden personen behoeven niet overeen te komen met de personen die in de tabellen 5 en 6 zijn vermeld onder uitstroom naar dienstbetrekking of naar arbeidsovereenkomst. De personen die in tabel 7 onder ’overdracht’ en ’regeling begeleid werken’ zijn vermeld, stromen immers niet vanuit de wachtlijst het werknemersbestand in.

- De betrokkene wordt vermeld in de eerste van toepassing zijnde categorie. De volgende categorieën worden onderscheiden.

‐ Overdracht. Hieronder wordt elke vorm van overdracht van de betrokkene naar het werknemersbestand van de gemeente verstaan, onder meer door verhuizing van de betrokkene of door overdracht van formele bevoegdheden tussen uitvoeringsorganen. Bepalend is dat de betrokkene onmiddellijk voorafgaand reeds tot het werknemersbestand van de Wsw behoorde en niet op de wachtlijst stond.

- Regeling begeleid werken. Hier worden de personen vermeld die voorafgaand aan de plaatsing in de Wsw onder de werkingssfeer vielen van Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers of de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid. Ook deze personen stromen direct het werknemersbestand in, zonder voorafgaande plaatsing op de wachtlijst.

- Terugkeergarantie. Hierbij gaat het om de personen die vanuit de Wsw reguliere arbeid zijn gaan verrichten en opnieuw in aanmerking worden gebracht voor plaatsing in het werknemersbestand. Deze personen zijn eerst op de wachtlijst geplaatst.

- Onder WW, Ioaw en Ioaz worden ook andere privaat- of publiekrechtelijke uitkeringen in verband met werkloosheid aangegeven, zoals wachtgeld. Bijstandsuitkeringen blijven hier buiten beschouwing.

- Onder ZW, WAO worden ook andere privaat- of publiekrechtelijke uitkeringen in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid vermeld, zoals de vanaf 1 januari 1998 geldende Wajong (wettelijke arbeidsongeschiktheidsregelingen voor jongeren), de WAZ (voor zelfstandigen).

- Voorbeelden van andere inkomsten zijn bijstandsuitkeringen, studiefinanciering en alimentatie.

Tabellen 8a en 8b

- In deze tabellen worden alle werknemers vermeld die gedurende het jaar voor een of meer maanden een dienstbetrekking met de gemeente of een arbeidsovereenkomst met een werkgever hadden in het kader van begeleid werken.

- Voor de personen met een dienstbetrekking is bepalend voor de vermelding in enige maand dat de gemeente over de laatste dag van de maand een dienstbetrekking met de persoon had. Zogeheten ’slapers’ worden hierbij eveneens vermeld zolang deze een dienstbetrekking met de gemeente hebben. Slapers, ook al ontvangen die géén loon, hebben immers nog wel een dienstbetrekking met de gemeente. Zolang die dienstbetrekking niet verbroken is (de termijn die hiervoor geldt is ongeveer een jaar), wordt deze gesubsidieerd.

Voor de vermelding in enige maand van degenen met een arbeidsovereenkomst is doorslaggevend dat de gemeente over de laatste dag van de maand loonkostensubsidie is verschuldigd jegens de werkgever bij wie de betrokkene een arbeidsovereenkomst heeft.

Tabellen 9a, 9b, 10a en 10b

- Deze tabellen hebben, evenals 8a en 8b, betrekking op alle werknemers die een dienstbetrekking met de gemeente of een arbeidsovereenkomst met een werkgever hadden in het kader van begeleid werken. In deze tabellen worden echter alleen degenen vermeld die op de laatste dag van het kalenderjaar een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst hadden, inclusief de slapers, zie opmerking bij tabellen 8a en 8b. De hier te vermelden aantallen komen dus overeen met die bij ’maand 12’ in de tabellen 8a en 8b.

- Onder intern worden de personen met een dienstbetrekking vermeld die de werkzaamheden verrichten onder begeleiding van leidinggevend personeel dat in dienst is van de Wsw-uitvoeringsorganisatie, ongeacht de plaats waar de werkzaamheden worden verricht. Werknemers bijvoorbeeld die onder leiding van een voorman van de Wsw-organisatie op locatie groenwerkzaamheden verrichten, worden derhalve vermeld onder ’intern’.

Onder extern worden de personen met een dienstbetrekking vermeld die de werkzaamheden verrichten onder begeleiding van leidinggevend personeel dat niet in dienst is van de Wsw-uitvoeringsorganisatie. Werknemers die worden geplaatst bij een opdrachtgever die ook zorgdraagt voor de begeleiding van de werkzaamheden, worden derhalve onder ’extern’ opgegeven.

- Personen die direct instromen vanuit de bestaande regelingen voor begeleid werken (Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers en de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid) worden ingedeeld in de arbeidshandicap matig.

Tabellen 11 en 12

- In deze tabellen vindt een opgave plaats van de omvang van de dienstbetrekkingen op de laatste dag van het onderhavige jaar, uitgesplitst naar loonschaal en regelnummer.

Alleen degenen worden vermeld jegens wie de gemeente over de laatste dag van het jaar loon verschuldigd is. Degenen die behoren tot het ’slapende bestand’ worden hierin niet opgenomen. Het totaal aantal slapers wordt gevonden door de totalen van de tabellen 10b en 11 te salderen.

Bij deze tabellen blijven degenen buiten beschouwing met een arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid werken.

- De te vermelden aantallen worden uitgedrukt in fte’s.

- De indeling naar loonschalen en regelnummers vindt plaats overeenkomstig het Besluit rechtspositie en arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening, zoals dit op 31 december 1997 van toepassing was, en die worden overgenomen in de vanaf 1 januari 1998 geldende CAO waarbij de VNG als werkgeversorganisatie betrokken is.

- Het voor de indeling te hanteren maandloon is zonder toeslagen en andere vergoedingen.

- Degenen met een garantieloon worden, bij de schaal waarin zij volgens de functieclassificatie zijn ingedeeld, vermeld bij het regelnummer dat overeenkomt met het feitelijk verschuldigde loon.

- Werknemers met een werktijdverkorting op grond van medische redenen die korter duurt dan een aaneengesloten periode van 12 maanden, worden vermeld volgens de laatst vastgestelde indeling zonder rekening te houden met deze werktijdverkorting.

- Bepalend voor de vermelding in de tabellen voor personen jonger dan 23 jaar dan wel van 23 jaar of ouder is de leeftijd op de laatste dag van het jaar.

Tabel 13

- Evenals de tabellen 11 en 12 heeft deze tabel betrekking op de personen die op de laatste dag van het jaar een dienstbetrekking hebben bij de gemeente. Degenen met een arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid werken blijven buiten beschouwing.

- Vermeld wordt de eventueel ontvangen uitkeringen in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid dat de betrokkene over de laatste dag van het kalenderjaar ontvangt. Het moment waarop deze inkomsten feitelijk worden ontvangen is niet van belang.

- De toelichting op tabel 7 is van toepassing voor wat onder de ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verstaan.

Tabellen 14 en 15

- Bepalend voor de vermelding is dat de laatste dag waarop de dienstbetrekking met de gemeente of de subsidieverlening aan de werkgever in het kader van begeleid werken is beëindigd, in het betreffende kalenderjaar ligt.

De in deze tabellen te vermelden aantallen komen derhalve overeen met het aantal beëindigde arbeidsplaatsen dat ten grondslag ligt aan de berekening van het netto uitstroompercentage als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening.

Uitzondering hierop zijn degenen die direct aansluitend op de beëindiging van de Wsw-arbeidsplaats uitstromen naar reguliere arbeid. Deze blijven buiten beschouwing bij de berekening van het netto uitstroompercentage, maar worden wel in deze tabellen vermeld (eerste kolom).

- Vermeld wordt de situatie van de betrokkene direct aansluitend op de dienstbetrekking of het begeleid werken.

- De volgende categorieën worden onderscheiden:

‐ Doorstroom: het gaan verrichten van arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst onder normale omstandigheden zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening. Dit is de categorie die gebruikelijk als ’doorstroom’ wordt aangemerkt.

‐ WAO-uitkering: elke uitkering op grond van een publiek- of privaatrechtelijke arbeidsongeschiktheidsregeling verstaan, met inbegrip van uitkeringen op grond van de Wajong en de WAZ. Uitkeringen op grond van de Ziektewet of loondoorbetalingen tijdens ziekte blijven buiten beschouwing.

‐ Overdracht naar andere gemeente: Hieronder wordt elke vorm van overdracht van de betrokkene uit het werknemersbestand van de gemeente verstaan, onder meer door verhuizing van de betrokkene of door overdracht van formele bevoegdheden tussen uitvoeringsorganen. Bepalend is dat de betrokkene onmiddellijk voorafgaand reeds tot het werknemersbestand van de Wsw behoorde en niet op de wachtlijst stond. Dit gegeven is omgekeerd aan dat in tabel 7.

- Andere voorziening: daadwerkelijke plaatsing in of plaatsing op de wachtlijst voor een voorziening zoals dagopvang voor ouderen of een psychiatrische inrichting.

- Overige redenen: ontslag omdat de betrokkene niet meer tot de doelgroep wordt gerekend, overlijden, verhuizing, (formele) overdracht aan een andere Wsw-uitvoeringsorganisatie en elke andere niet hierboven genoemde situatie.

Tabel 16

In deze tabel wordt het aantal werknemers vermeld van de populatie ultimo 1997 waarvan het gemeentebestuur, na verzoek van betrokkene, heeft besloten dat deze voor begeleid werken in aanmerking komt ingevolge hoofdstuk 3 van de wet. Het gaat hierbij derhalve om de personen die behoren tot het ’oude’ werknemersbestand. Daarnaast wordt in deze tabel een opgave gevraagd van het aantal beslissingen dat afwijkt van het advies van de indicatiecommissie.

Bijlage 6

Registratie herindicatie oude wachtlijst

De in artikel 2, zesde lid, bedoelde gegevens die ten minste zijn opgenomen in de registratie met betrekking tot de personen die op 31 december 1997 tot de wachtlijst behoorden en over wie de gemeente na 1 januari 1998 de beslissing heeft genomen dat zij niet tot de doelgroep behoren, zijn:

1. Persoonsgegevens

‐ sofinummer

‐ naam, adres, woonplaats

‐ geboortedatum

2. Plaatsing op de wachtlijst en indicatie

a. De datum van de plaatsing op de wachtlijst op grond van de oude WSW.

b. De datum van de beslissing op grond van de nieuwe Wsw dat de betrokkene niet tot de doelgroep behoort.

c. De categorie waarin de betrokkene op grond van deze beslissing is ingedeeld:

- onderzijde;

- bovenzijde.

3. Inkomen

De bron waaruit de betrokkene zijn hoogste inkomen ontving ten tijde van het onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de herindicatie, ingedeeld in een van de volgende categorieën:

- werkloosheidsuitkering;

- arbeidsongeschiktheidsuitkering;

‐ bijstandsuitkering;

‐ inkomsten uit arbeid;

‐ andere inkomsten;

- geen inkomsten.

4. Toeleiding tot de arbeidsmarkt

a. WIW-verklaring

b. De instantie die verantwoordelijk is voor de toeleiding van de betrokkene (categorie ’bovenzijde’) tot de arbeidsmarkt, ingedeeld in een van de volgende categorieën (meerdere mogelijkheden):

- uitvoeringsinstelling werknemersverzekeringen;

- gemeentelijke sociale dienst;

- uitvoeringsorganisatie Wiw;

- uitvoeringsorgaan Wsw;

- Arbeidsvoorzieningsorganisatie;

- overig.

c. De voorzieningen die daadwerkelijk zijn toegepast om de arbeidsmarktmogelijkheden van de betrokkene te vergroten, ingedeeld in een van de volgende categorieën:

- opstellen bemiddelingsplan voor arbeidstoeleiding;

- onderzoek naar de arbeidsmarktmogelijkheden;

- scholing;

‐ sollicitatietraining;

- werkplekaanpassing;

- vervoersvoorzieningen;

- werkbegeleiding;

- loonkostensubsidie aan de werkgever;

- financiële incentive aan de betrokkene;

- andere voorziening.

d. De aard van de arbeid die de betrokkene is gaan verrichten, ingedeeld in een van de volgende categorieën:

‐ niet-gesubsidieerde arbeid;

- Wiw-dienstbetrekking;

- Wiw-werkervaringsplaats;

- andere arbeid.

e. De datum van de aanvaarding van de onder d. genoemde arbeid.

5. Plaatsing in een zorgvoorziening

Voor zover de betrokkene is ingedeeld in de categorie ’onderzijde’:

a. Daadwerkelijke plaatsing van de betrokkene in een zorgvoorziening ten tijde van het onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de herindicatie of opgenomen zijn op een wachtlijst voor een dergelijke plaatsing.

b. Voor zover a. niet van toepassing is, de datum van daadwerkelijke plaatsing in een zorgvoorziening of opname op een wachtlijst voor een dergelijke plaatsing.

Overige uitstroomredenen uit deze registratie

Hierbij worden alle redenen vermeld die verdere registratie niet langer noodzakelijk maken, waarbij in ieder geval een onderscheid gemaakt dient te worden naar de hieronder aangegeven redenen:

‐ verhuizing naar een andere gemeente;

‐ terugtrekking/zelf werk gevonden;

‐ overlijden.

‐ leeftijd van 65 jaar bereikt;

‐ overige redenen.

Toelichting

Algemeen

Doel en aard van de registratie

- Op grond van artikel 2, zesde lid, van deze regeling voeren de gemeenten een registratie van de personen die op 31 december 1997 op de wachtlijst stonden en die volgens de criteria van de nieuwe Wsw niet meer tot de doelgroep worden gerekend. Doel van de registratie is een landelijk beeld te kunnen vormen over de omvang en samenstelling van de betreffende groep en de realisatie van arbeidsplaatsen of opvang voor deze personen buiten het kader van de Wsw en van de daartoe ingezette instrumenten.

Organisatie die de registratie voert

- De registratie wordt gevoerd door de gemeente of het openbaar lichaam op grond van de Wgr dat in het kader van herindicatie van de oude wachtlijst de beslissing tot toelating tot de sociale werkvoorziening heeft genomen.

Duur van de registratie

- De registratie wordt in beginsel tot en met het jaar 2000 gevoerd. Indien daartoe aanleiding is, kan de verplichting tot registratie worden verlengd.

Bewaartermijn

- De in de registratie opgenomen informatie wordt tenminste gedurende 5 jaren bewaard.

Vormvereisten aan de registratie

- Aan de registratie worden geen andere eisen gesteld dan dat de vermelde gegevens met de daarbij aangegeven onderverdelingen daarin zijn opgenomen. Het staat de gemeenten geheel vrij om in de registratie ook alle andere gegevens en bescheiden op te nemen die zij nuttig achten in verband met de zorg voor de betreffende groep.

Periodiciteit van bijwerking van de registratie

- De registratie wordt eenmaal per kwartaal bijgewerkt naar de toestand op de eerste dag van het kwartaal.

Wijze van verstrekking van het afschrift

- De gemeenten verstrekken op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat ministerie of aan derden die in opdracht van het ministerie onderzoek verrichten, een afschrift van de registratie. Van de gemeenten wordt niet verlangd dat zij hierbij een selectie maken naar personen of kenmerken dan wel andere bewerkingen uitvoeren op de geregistreerde gegevens.

- De gegevensdrager van het afschrift staat de gemeente vrij, zolang deze met algemeen gangbare hulpmiddelen leesbaar is. Het is op zich geen bezwaar als op het afschrift ook andere gegevens zijn opgenomen dan die zijn voorgeschreven.

- De verstrekking van het afschrift vindt op zodanige wijze plaats dat op eenvoudige wijze herkenbaar is van welke gemeente de gegevens afkomstig zijn. Dat kan plaatsvinden door vermelding van de betreffende gemeentenaam op elk van de te verstrekken afschriften of door een bundeling van de afschriften.

Personenkring van de registratie

- De registratie heeft betrekking op de personen die op 31 december 1997 op de wachtlijst van de oude WSW stonden én omtrent wie op grond van de nieuwe Wsw in het kader van de herindicatie de beslissing is genomen dat deze niet tot de doelgroep moeten worden gerekend.

Dat wil zeggen dat:

- de betrokkene op grond van de oude WSW tot de doelgroep was gerekend en op 31 december 1997 nog niet was ingestroomd in het werknemersbestand; én

- de gemeente na 1 januari 1998, volgens de procedure en de criteria van de nieuwe Wsw, de beslissing heeft genomen dat deze niet dient te worden toegelaten tot de sociale werkvoorziening.

- De registratie heeft geen betrekking op degenen die eerst na 1 januari 1998 op de wachtlijst zijn geplaatst en omtrent wie in het kader van de reguliere herindicatie de beslissing is genomen dat zij niet tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening worden gerekend. Zij behoren immers niet tot de oude wachtlijst.

- De betrokkenen zijn overigens op grond van artikel 15, vierde lid, van de Wsw gehouden de gemeenten de nodige inlichtingen te verstrekken. Het voeren van de registratie is immers een wettelijke verplichting van de gemeente.

Reikwijdte van de te registreren gegevens

- De gevraagde gegevens worden in de registratie opgenomen van alle betrokken personen ongeacht de organisatie die verantwoordelijk is voor de toeleiding tot de arbeidsmarkt.

Als het uitvoeringsorgaan WAO in het betrokken geval verantwoordelijk is voor de reïntegratie van de betrokkene in het arbeidsproces, dient deze de gemeente de nodige gegevens te verstrekken opdat de gemeente in staat is de registratie te voeren.

Betrokken organen zijn op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wsw verplicht de gemeente de inlichtingen te verstrekken die de gemeente behoeft voor uitvoering van de Wsw. Dat heeft ook betrekking op de informatie die nodig is voor het voeren van de onderhavige registratie.

Periode waarover de gegevens worden vastgelegd

- De gevraagde gegevens worden vastgelegd vanaf het tijdstip van het besluit van de gemeente dat de betrokkene niet meer tot de doelgroep van de Wsw wordt gerekend tot het tijdstip waarop de betrokkene arbeid aanvaardt dan wel is geplaatst in een zorgvoorziening, ongeacht de duur van de arbeid of de duur van de plaatsing.

Als de betrokkene ten tijde van het onderzoek voor de indicatie arbeid verricht of reeds in een zorgvoorziening was geplaatst, behoeven alleen de op dat moment relevante gegevens te worden vastgelegd. Er vindt dan geen verdere registratie plaats.

Als personen, door overlijden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd e.d., niet langer beschikbaar zijn voor arbeid of een plaatsing vindt ook geen verdere registratie plaats. De gegevens dienen daarna wel beschikbaar te blijven voor het ministerie.

- De onder 4a en 5b vermelde gegevens omtrent de toegepaste voorzieningen worden cumulatief vastgelegd. Gegevens over eventueel verdere toegepaste voorzieningen worden toegevoegd aan de gegevens die al eerder in de registratie waren opgenomen.

Toelichting bij de vast te leggen gegevens

1. Persoonsgegevens

- Sofi-nummer: het sociaal-fiscaal nummer wordt altijd vermeld. Het sofinummer biedt de mogelijkheid tot statistische analyses die gebaseerd zijn op koppelingen met andere gegevensbestanden.

- Naam, adres, woonplaats: Deze gegevens kunnen noodzakelijk zijn voor nader onderzoek dat in opdracht van de minister door de door hem aangewezen personen en/of instanties wordt verricht.

2. Plaatsing op de wachtlijst en herindicatie

- Onder de gebruikte begrippen wordt verstaan:

‐ onderzijde: de personen omtrent wie de gemeente de beslissing heeft genomen dat deze ‐ ook met vérstrekkende voorzieningen of maatregelen ‐ niet in staat zijn regelmatige arbeid in WSW-verband te verrichten;

‐ bovenzijde: de personen omtrent wie de gemeente de beslissing heeft genomen dat deze ‐ al dan niet met te treffen voorzieningen of maatregelen ‐ in staat zijn in een overigens normale werkomgeving arbeid te verrichten.

3. Inkomen

- Onder de gebruikte begrippen wordt verstaan:

- werkloosheidsuitkering: uitkeringen op grond van de WW, Ioaw, Ioaz en andere privaat- of publiekrechtelijke uitkeringen in verband met werkloosheid, niet zijnde een bijstandsuitkering;

‐ arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitkeringen op grond van de ZW, WAO, de wettelijke arbeidsongeschiktheidsregelingen voor jongeren (Wajong) en zelfstandigen (WAZ) of andere privaat- of publiekrechtelijke uitkeringen in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid;

- inkomsten uit arbeid: inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking of uit bedrijf of zelfstandig beroep;

‐ andere inkomsten: studietoelagen op grond van de Wet op de studiefinanciering, alimentatie en alle andere inkomsten die strekken tot de voorziening in het levensonderhoud.

4. Toeleiding tot de arbeidsmarkt

- De in dit onderdeel opgenomen gegevens worden alleen geregistreerd voor degenen die om redenen van het behoren tot de bovenzijde niet tot de doelgroep worden gerekend (zie 2c).

- WIW-verklaring: Voor een dienstbetrekking of werkervaringsplaats komt alleen de langdurig werkloze in aanmerking voor wie een WIW-verklaring is verstrekt. Een dergelijke verklaring wordt verstrekt door Arbeidsvoorziening op basis van een kwalificerende intake van werklozen die zijn ingedeeld in fase 3 of 4.

- Bij de vermelding van de instantie is bepalend welke organisatie in het betrokken geval verantwoordelijk is voor de toeleiding tot de arbeidsmarkt.

- Vermeld worden de arbeidsmarktvoorzieningen die daadwerkelijk ten behoeve van de betrokkene zijn toegepast. Niet van belang is welke organisatie met de praktische toepassing daarvan is belast.

Scholing wordt vermeld op het moment dat de betrokkene feitelijk een opleiding is gaan volgen. Niet van belang is of deze ook - met resultaat - is beëindigd.

Vermelding van werkplekaanpassing, vervoersvoorzieningen, werkbegeleiding of loonkostensubsidie zal doorgaans samenvallen met het aanvaarden van de arbeid ten behoeve waarvan deze aanpassing heeft plaatsgevonden.

- Onder de gebruikte begrippen wordt verder verstaan:

‐ opstellen bemiddelingsplan voor arbeidstoeleiding: een inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of een andere organisatie met het oog op bemiddeling naar arbeid in dienstbetrekking;

‐ onderzoek naar de arbeidsmarktmogelijkheden: een onderzoek dat wordt verricht om een oordeel te vormen over de kansen van de betrokkene om arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen en over de wijze waarop deze kansen kunnen worden vergroot;

‐ scholing: elke opleiding, ongeacht de aard of duur daarvan, die erop gericht is de vaardigheden van de betrokkene te vergroten om arbeid te verrichten of in een arbeidsomgeving te functioneren;

‐ sollicitatietraining: Onder begeleiding van een consulent van het arbeidsbureau het trainen van het schrijven van sollicitatiebrieven en het voeren van sollicitatiegesprekken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan effectief en efficiënt zoekgedrag.

‐ werkplekaanpassing: elke specifiek met het oog op diens fysieke, mentale of geestelijke mogelijkheden aangebrachte wijziging of toevoeging aan een arbeidsplaats of arbeidsomgeving om de betrokkene in staat te stellen deze arbeid te verrichten;

- vervoersvoorzieningen: elke voorziening die is verstrekt met het oogmerk om de betrokkene in staat te stellen van diens woonadres de arbeidsplaats te kunnen bereiken;

- werkbegeleiding: elke meer dan gebruikelijke ondersteuning die op de arbeidsplaats aan de betrokkene wordt geboden om daar arbeid te verrichten;

- loonkostensubsidie aan de werkgever: elke ‐ eenmalige of blijvende ‐ financiële tegemoetkoming die aan de werkgever wordt verstrekt met het oogmerk om een arbeidsverhouding aan te gaan of voort te zetten met de betrokkene;

- financiële incentive aan de betrokkene: elk bedrag dat naast de gebruikelijke uitkering of arbeidsbeloning aan de betrokkene wordt verstrekt in verband met het aanvaarden of behouden van arbeid;

‐ andere voorziening: alle andere activiteiten of voorzieningen die tot doel hebben de betrokkene feitelijk werkzaam te laten zijn op een arbeidsplaats of diens kansen op het verkrijgen van arbeid te vergroten;

- arbeid in dienstbetrekking: alle arbeid die in het kader van een arbeidsovereenkomst wordt verricht ongeacht eventuele subsidies of andere tegemoetkomingen aan de werkgever voor het in dienst nemen of houden van de betrokkene, niet zijnde arbeid in het kader van de Wsw of Wiw.

5. Plaatsing in een zorgvoorziening

- De in dit onderdeel opgenomen gegevens worden alleen geregistreerd voor degenen die om redenen van het behoren tot de onderzijde niet tot de doelgroep worden gerekend (zie 2c).

- Onder een zorgvoorziening worden voorzieningen verstaan waarin de betrokkene voor ten minste een deel van de dag een volledige verzorging heeft, zoals een dagverblijf voor ouderen of een psychiatrische inrichting.

6. Overige uitstroom uit de wachtlijst

Hierbij worden alle overige personen vermeld die van de wachtlijst zijn uitgestroomd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar de aangegeven redenen.

Naar boven