Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1998, 193 pagina 13 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1998, 193 pagina 13 | Ontheffingen |
7 oktober 1998
nr. 98064212
E/EE/AE
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op de artikelen 15 van de Elektriciteitswet 1998 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Criteria voor verlening ontheffing
1. Op grond van artikel 15, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 kan een ontheffng worden verleend, indien de aanvraag betrekking heeft op een net waarop een beperkt aantal andere natuurlijke personen of rechtspersonen dan de rechtspersoon die de ontheffng aanvraagt zijn aangesloten en:
a. het net bestemd is om die rechtspersoon te voorzien van elektriciteit dan wel om het centrale bedrijfsproces van die rechtspersoon te ondersteunen, of
b. het net bestemd is om een aantal samenwerkende rechtspersonen te voorzien van elektriciteit en de samenwerking van deze rechtspersonen ten doel heeft een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding in hun vestigingen, of
c. ten aanzien van het net zijn kwaliteitseisen van toepassing die in betekenende mate afwijken van de voorwaarden die ingevolge de Elektriciteitswet 1998 aan netten van netbeheerders zullen worden gesteld, of
d. die rechtspersoon geen netbeheerder is en hij:
1°. een overeenkomst zal sluiten met de netbeheerder van het net waarop zijn net is aangesloten om te waarborgen dat de uitvoering van de taken van die netbeheerder niet wordt belemmerd, en
2°. degene die daarom verzoekt zal voorzien van een aansluiting op het desbetreffende net dan wel een aanbod zal doen om met gebruikmaking van het desbetreffende net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren met inachtneming van redelijke tarieven en voorwaarden alsmede van de voorschriften, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Artikel 2. Te verstrekken gegevens bij aanvraag
Degene die een ontheffing als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 aanvraagt, verstrekt aan de Minister van Economische Zaken de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. een verklaring dat de aanvrager zelf geen netbeheerder is in de zin van de Elektriciteitswet 1998;
c. een aanduiding van de geografische grenzen waarbinnen de aanvrager het transport van elektriciteit zal verzorgen;
d. een opgave van de netbeheerders op wier netten het net van de aanvrager is aangesloten;
e. een beschrijving van de gehanteerde spanningniveaus en de capaciteit van de verbindingen binnen het net van de aanvrager en van de verbindingen tussen dat net en andere netten;
f. een opgave van het eindverbruik van elektriciteit per jaar (in kWh) van de aanvrager;
g. een overzicht van alle afnemers die zijn aangesloten op het net van de aanvrager en die geen onderdeel uitmaken van de rechtspersoon van de aanvrager, waarbij wordt aangegeven:
1°. de naam van de afnemers die beschikken over een aansluiting op dat net die een beschikbaar gesteld elektrisch vermogen heeft van meer dan 2 MW per aansluiting, alsmede het aan hen beschikbaar gesteld vermogen en hun eindverbruik van elektriciteit per jaar;
2°. het aantal afnemers dat beschikt over een aansluiting op dat net met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3°80 A en een beschikbaar gesteld elektrisch vermogen van ten hoogste 2 MW per aansluiting, alsmede het totale aan hen beschikbaar gesteld vermogen en de totale hoeveelheid door hen verbruikte elektriciteit per jaar;
3°. het aantal afnemers dat beschikt over een aansluiting op dat net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80 A, alsmede het totale aan hen beschikbaar gesteld vermogen en de totale hoeveelheid door hen verbruikte elektriciteit per jaar;
h. een beschrijving van de productie-eenheden die op dat net aangesloten zijn.
Artikel 3. Motivering aanvraag ontheffng
De aanvrager verstrekt de Minister van Economische Zaken voorts andere gegevens dan die bedoeld in artikel 2 die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, waarbij hij, voor zover van toepassing, in ieder geval aandacht besteedt aan:
a. de relatie tussen het centrale bedrijfsproces van de aanvrager en de elektriciteitsvoorziening;
b. de bijzondere kenmerken van het net van de aanvrager, zoals het spanningsniveau, het gebruik van gelijkstroom of een grotere of geringere betrouwbaarheid van het net in vergelijking met andere netten;
c. de aanwezigheid van een optimale energie-infrastructuur waarvan het net van de aanvrager onderdeel uitmaakt.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1. Aanleiding voor de beleidsregel
Krachtens Koninklijk Besluit van 2 juli 1998 (Stb. 428) is op 1 augustus 1998 een aantal artikelen van de Elektriciteitswet 1998 in werking getreden. Op grond van die wet dienen eigenaren van elektriciteitsnetten voor het beheer van die netten een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan te wijzen. Netten met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een jaargebruik van ten hoogste 0,1 GWh zijn vrijgesteld van de verplichting een netbeheerder aan te wijzen. Bovendien kan de Minister van Economische Zaken ingevolge artikel 15 van de wet ontheffing verlenen van deze verplichting voor zover het betreft netten waarop een beperkt aantal afnemers is of zal worden aangesloten (zogenaamde particuliere netten).
Artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt thans dat een ontheffingsaanvraag zal worden getoetst aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels. Op verzoek van de Tweede Kamer zullen die regels evenwel bij wet worden vastgesteld, waartoe op korte termijn een wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Dit laat onverlet dat op grond van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998 thans reeds ontheffingen kunnen worden aangevraagd, mede gelet op het feit dat eigenaren van elektriciteitsnetten thans reeds verplicht zijn om een netbeheerder aan te wijzen binnen twaalf weken na 1 augustus 1998.
Deze beleidsregel vult daarom tijdelijk de bevoegdheid in van de Minister van Economische Zaken om een ontheffing te verlenen totdat het wetsvoorstel tot aanvulling van de Elektriciteitswet 1998 tot wet is verheven en in werking is getreden. De beleidsregel geeft informatie over de procedure en de criteria voor de beoordeling van de aanvragen om een ontheffing. De in artikel 1 vermelde criteria komen daarbij overeen met de criteria zoals die zijn opgenomen in het genoemde wetsvoorstel.
Deze beleidsregel informeert eigenaren van netten met een beperkt aantal afnemers over de verplichtingen die voortvloeien uit de Elektriciteitswet 1998. Daarbij wordt aangesloten bij de brief die is verzonden aan de bestaande openbare elektriciteitsbedrijven die eigenaar van elektriciteitsnetten zijn en die derhalve een netbeheerder dienen aan te stellen. Door middel van die brief en deze bekendmaking tezamen worden alle eigenaren van elektriciteitsnetten in kennis gesteld van de verplichting een onafhankelijke netbeheerder aan te stellen en de mogelijkheid een ontheffing van deze verplichting aan te vragen.
Een ontheffing van de plicht een netbeheerder aan te wijzen doet recht aan bijzondere situaties die zich kunnen voordoen op elektriciteitsnetten waarop een beperkt aantal afnemers is aangesloten. De voorschriften die worden verbonden aan een ontheffing, waarborgen dat vragers en aanbieders van elektriciteit die zijn aangesloten op een particulier elektriciteitsnet, zoveel mogelijk dezelfde keuzemogelijkheden hebben en dezelfde bescherming genieten als degenen die zijn aangesloten op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. Ook de bedrijfszekerheid en de veiligheid van het net kunnen in dat opzicht relevant zijn. De voorschriften worden per geval bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van het desbetreffende net.
In dit verband merk ik nog op dat geen ontheffing behoeft te worden aangevraagd door een eigenaar van elektriciteitsverbindingen waarop slechts de eigenaar zelf is aangesloten. Dergelijke ’netten’ worden voor de toepassing van de regels voor het netbeheer aangemerkt als installaties zolang slechts de eigenaar daarop is aangesloten. Krijgt ook een derde een aansluiting op die verbindingen, dan wordt het net wel als zodanig aangemerkt. Dan moet de eigenaar een ontheffing aanvragen op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet of anders een netbeheerder aanwijzen.
3. Overgang naar nieuwe regels voor verlenen van ontheffingen
Tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot aanvulling van de Elektriciteitswet 1998, genoemd in paragraaf 1 van deze toelichting, tot wet verheven wordt en in werking treedt, staat niet vast hoe de uiteindelijke regels voor het verlenen van een ontheffing luiden. In het wetsvoorstel is daarom een overgangsbepaling opgenomen die inhoudt dat ontheffingen die reeds zijn verleend, kunnen worden ingetrokken, indien zij op grond van de nieuwe wettelijke regeling niet verleend zouden zijn. Aangezien de in deze beleidsregel gestelde criteria overeenkomen met de in het wetsvoorstel gegeven criteria zal van een dergelijke intrekkingsmogelijkheid alleen sprake kunnen zijn als de regeling in het wetsvoorstel wordt gewijzigd.
4. Indienen ontheffngsaanvragen
De Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet (DTE) zal de Minister van Economische Zaken adviseren bij de beoordeling van de aanvragen om een ontheffing. Gelet daarop kunnen de aanvragen gezonden worden aan:
Directeur van de Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet,
Ministerie van Economische Zaken,
Postbus 20101,
2500 EC Den Haag.
Nadere informatie over de aanvraagprocedure is te verkrijgen bij mevr. ir. M. Stefanski (tel. 070-3798399).
De Minister van Economische Zaken,
Voor deze:
C.W.M. Dessens, directeur-generaal van Energie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1998-193-p13-SC15727.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.