Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Uitvoeringsinstituut WerknemersverzekeringenStaatscourant 1998, 193 pagina 12Besluiten van algemene strekking

Besluit vaststelling zelfstandigheid interimmanagers

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen legt het begrip zelfstandigheid, zoals bedoeld in het Besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655 (Aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd), voor (de branche van) interimmanagers uit zoals hieronder weergegeven.

Paragraaf 1 Definities

Artikel 1. Algemene definities

Lid 1. Interimmanager is degeen, die er zijn of haar beroep van maakt tegen vergoeding opdrachten van tijdelijke aard uit te voeren, die betrekking hebben op het oplossen van management en organisatievraagstukken in de ruimste zin des woords en het voeren van de dagelijkse leiding in organisaties, met de daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Lid 2. Een opdracht is een overeenkomst in de zin van artikel 7:400 e.v. BW, tussen een opdrachtgever en een interimmanager of tussen de opdrachtgever en een tussenkomstbureau tot het verrichten van werkzaamheden door een interimmanager.

Lid 3. Een opdrachtgever is de (rechts)persoon, die een interimmanager binnen zijn organisatie een opdracht laat uitvoeren.

Lid 4. Een starter is degeen, die voor het eerst als zelfstandig interimmanager gaat werken.

Lid 5. Iemand kan voor toetsing aan onderstaande criteria binnen een periode van drie jaar slechts eenmaal aangemerkt worden als starter.

Lid 6. Een tussenkomstbureau is een bureau welke als intermediair optreedt in de totstandkoming van een opdracht tussen opdrachtgever en interimmanager.

Lid 7. Als investeringen worden aangemerkt, investeringen in de hoedanigheid van zelfstandige. Hieronder worden limitatief verstaan directe uitgaven voor de aanschaf en/of vervanging, casu quo kosten van:

eigen briefpapier, visitekaartje, communicatiemateriaal (telefoon en/of fax), documentatie, lidmaatschap beroepsvereniging, verzekering beroeps/

bestuurders/bedrijfsaansprakelijkheid, opleiding en een werkstation (bijvoorbeeld een personal computer).

Paragraaf 2 Criteria

Artikel 2. Investeringen

Lid 1. Er is pas sprake van een relevante investering als deze jaarlijks minimaal 3 % van de eigen jaaromzet bedraagt.

Lid 2. Een starter dient in zijn eerste jaar minimaal een bedrag van f 10.000,- aan investeringen te besteden.

Lid 3. De som van de investering kan door een starter uitgesmeerd worden over de twee eerste jaren van het gaan werken als zelfstandige.

Lid 4. De minimale grenzen worden (bij wijziging) vastgesteld door het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 3. Bedrijfsruimte

Minimaal dient aanwezig te zijn een als zodanig ingerichte en toegeruste werkplek van waaruit de werkzaamheden in ieder geval (administratief) ondersteund kunnen worden.

Artikel 4. Beroeps/bestuurders/bedrijfs- aansprakelijkheid

Lid 1. Aan de functie van interimmanager is inherent, dat er sprake kan zijn van beroeps/bestuurders/bedrijfs- aansprakelijkheid.

Lid 2. De interimmanager dient deze beroeps/bestuurders/bedrijfs- aansprakelijkheid af te dekken.

Lid 3. Het afdekken zoals bedoeld in lid 2 kan geschieden via een (juridische) overeenkomst, rechtsvorm en/of een verzekering. Er dienen altijd algemene voorwaarden gehanteerd te worden door de interimmanager.

Artikel 5. Orderportefeuille/economische onafhankelijkheid

Lid 1. Er dient sprake te zijn van meerdere opdrachtgevers en opdrachten, gelijktijdig en of volgtijdelijk.

Lid 2. Voor een interimmanager geldt een minimale grens van vijf opdrachten verspreid over een periode van vijf jaar.

Lid 3. Er is pas sprake van een opdracht indien de omvang van de werkzaamheden, ten minste het fulltime equivalent van twintig mandagen beslaat.

Lid 4. Indien een opdracht langer dan anderhalf jaar duurt, dan is er geen sprake meer van zelfstandigheid voor die opdracht.

Lid 5. Indien door onvoorziene omstandigheden een opdracht langer dan anderhalf jaar duurt, wordt, mits schriftelijk overeengekomen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, de termijn van lid 4 op maximaal twee jaar gesteld worden.

Lid 6. Verlenging of voortzetting van een opdracht die zich binnen een maand voordoet, dient beschouwd te worden als een en dezelfde doorlopende opdracht.

Lid 7. Een starter dient twee opdrachten in het eerste jaar van zijn werkzaamheden te hebben.

Lid 8. Degene, die nog geen vijf jaar heeft gewerkt, dient, nadat eerst is voldaan aan het criterium voor een starter, in de vervolgjaren telkens naar rato van de algemene norm (vijf over vijf jaar) jaarlijks te voldoen.

Lid 9. Een part time werkende dient aan dezelfde grenzen ten aanzien van opdrachtgevers en opdrachten te voldoen als een full-time werkende.

Artikel 6. Tussenkomst

Lid 1. Als via een tussenkomstbureau wordt gewerkt en het voor betrokkene niet mogelijk/toegestaan is om buiten de via het tussenkomstbureau (te verkrijgen) verkregen opdrachten, andere opdrachten te verwerven is er geen sprake van zelfstandigheid.

Lid 2. Indien uitsluitend via een tussenkomstbureau wordt gewerkt, dan dient in een periode van vijf jaar minstens voor twee tussenkomstbureaus gewerkt te zijn.

Artikel 7. Inkomen/arbeidsvoorwaarden

Lid 1. Er kan geen sprake zijn van in het kader van de opdracht verkrijgen van rechten op vergoedingen voor vakantie, tijdens ziekte of een dertiende maand.

Lid 2. Er kan geen sprake zijn van een proeftijd.

Lid 3. Het inkomen om aangemerkt te worden als zelfstandige dient als fulltimer jaarlijks minimaal de (loon)grens voor de verzekering Ziekenfondswet te overschrijden.

Lid 4. Bij een parttimer geldt het gestelde onder lid 3 naar rato.

Artikel 8. Boekhouding/belasting

Lid 1. Voor het zijn van zelfstandige is het noodzakelijk, dat er sprake is van een voor de activiteiten als zelfstandige ingerichte aparte boekhouding.

Lid 2. De boekhouding dient uit te monden in een op te stellen Winst en Verlies Rekening casu quo jaarrekening.

Lid 3. Belastingtechnisch dient opgetreden te worden als zelfstandige, waarbij in elk geval hoort een aangifte als zelfstandig ondernemer (via de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting) en een registratie als ondernemer in het kader van de omzetbelasting.

Lid 4. Er dient sprake te zijn van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Paragraaf 3 Slotartikelen

Artikel 9. Ingangsdatum besluit

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1998.

Artikel 10. Citeertitel besluit

Het besluit kan aangehaald worden als besluit voor de vaststelling van de zelfstandigheid voor interimmanagers.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.


Amsterdam, 30 september 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

Bijlage

Toelichting

Besluit inhoudende criteria voor de vaststelling van de zelfstandigheid voor interimmanagers.

Het besluit somt criteria op waaraan getoetst dient te worden bij de beoordeling of er sprake is van zelfstandigheid voor de (branche van) interimmanagers. Als aan de criteria wordt voldaan is er sprake van zelfstandigheid.

Algemeen

In het kader van de toetsing van de verzekeringsplicht voor de sociale verzekeringswetten kan het van belang zijn om vast te stellen of er sprake is van zelfstandigheid. Uitgangspunt bij een toetsing is, dat deze plaats dient te vinden aan de hand van de feitelijke, individuele omstandigheden van het te beoordelen geval. In de praktijk is er grote behoefte aan een algemeen kader voor de beoordeling van zelfstandigheid waaraan voorafgaand aan het ontstaan van de te beoordelen arbeidsrelatie getoetst kan worden. Zowel de uitvoeringsinstellingen als de justitiabelen hebben deze behoefte. Verder is het zo, dat er per 1 september 1998 de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 1986, houdende de aanwijzing van werkgevers en uitzonderingen op de verzekeringsplicht werknemersverzekeringen is gewijzigd. Deze wijziging ziet op het niet langer als verzekeringsplichtig kunnen beschouwen van een zelfstandige, indien deze werkzaam is via tussenkomst.

Gegeven deze factoren is door het Lisv besloten om, in overleg met vertegenwoordigers van de uitvoeringsinstelling en de (branche van) interimmanagers, een algemeen kader voor de beoordeling van zelfstandigheid vast te stellen in de vorm van een besluit. Het hier geschetste kader ziet alleen op de beoordeling van het al of niet zijn van zelfstandige voor de (branche van) interimmanagers.

Streven is dat dit kader meer helderheid geeft bij de beoordeling van het al of niet aanwezig zijn van zelfstandigheid en van verzekeringsplicht voor de sociale verzekeringswetten. De opzet is, dat als er voldaan wordt aan alle in dit kader aangegeven voorwaarden er sprake zal zijn van zelfstandigheid (en geen premieplicht voor -noch recht op aanspraken op- de sociale verzekeringswetten). Het kader laat onverlet de mogelijkheid, dat er sprake is van een dienstbetrekking (gezag, arbeid, loon) en verzekeringsplicht op basis daarvan.

Het hier geschetste kader voor beoordeling van zelfstandigheid geeft aan, dat als niet aan dit kader wordt voldaan er geen sprake zal zijn van het zijn van zelfstandige. Verder zal dan sprake zijn van een verzekeringsplichtige relatie.

Gegeven de voorwaarden waaraan voldaan moet worden, valt niet te ontkomen aan toetsing achteraf. Dit brengt met zich mee, dat achteraf toch sprake kan blijken te zijn van verzekeringsplicht. In situaties, waarbij mogelijkerwijs getwijfeld kan worden over de zelfstandigheid, is het aan te bevelen een voorziening te doen (reservering door opdrachtgever) voor eventueel af te dragen (sociaal verzekeringsrechtelijke) premies.

In het kader van deze toetsing achteraf geldt het volgende ten aanzien van de verplichtingen in het kader van de Coördinatiewet. De werkgever heeft in dit kader de verplichting tot het doen van opgave van het loon conform gestelde regels. Deze regels zien bijvoorbeeld op een voorafgaande opgave. Indien niet, niet juist of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen, dan volgt een boete-oplegging of in ieder geval een registratie van het verzuim. Deze registratie is van belang indien er vervolgens nogmaals sprake is van een verzuim voor de vaststelling of er dan -en tot welke hoogte- een boete wordt opgelegd.

Gegeven de bijzondere problematiek in dit kader van de beoordeling van de zelfstandigheid, wordt onder de volgende voorwaarde niet overgegaan tot boete-oplegging en/of registratie van verzuim.

Er dient sprake te zijn van een achteraf niet blijken te voldoen aan de criteria voor zelfstandigheid ten gevolge van slechts achteraf vast te stellen gegevens. Er dient sprake te zijn van een terstond melden aan de uitvoeringsinstelling van een eventuele wijziging voor de loonopgave door de werkgever, als blijkt van het niet voldoen aan de criteria voor zelfstandigheid.

Voorgaande ziet met name op de situatie van de startende zelfstandige en het achteraf niet blijken te voldoen aan meerdere opdrachtgevers in het eerste jaar. Hiernaast op de situatie, dat onverwacht een opdracht langer dan anderhalf jaar duurt.

Het Lisv zal dit kader periodiek afstemmen met vertegenwoordigers uit de branche en de uitvoeringsinstelling(en) en zo nodig bijstellen.

Definities

Indien er sprake is van een tussenkomstbureau, dan is er geen sprake van een overeenkomst tot bemiddeling. Kenmerk van een bemiddelaar is dat hij na bemiddeling terugtreedt, dit gaat niet op voor een tussenkomstbureau. Hierbij kan het tussenkomstbureau, voor de duur van de opdracht, in een contractuele relatie staan tot de opdrachtgever met een verantwoordelijkheid aangaande de kwaliteit en de voortgang van de werkzaamheden.

Met een tussenkomstbureau wordt niet bedoeld een eventuele (personen)associatie (zoals een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire, besloten of naamloze vennootschap) van waaruit de interimmanager actief is.

In dit kader is iemand in principe slechts eenmaal aan te merken als startende zelfstandige. Verliest om een of andere reden de starter zijn hoedanigheid als zelfstandige, dan komt hij niet meer in aanmerking voor de hier vastgestelde criteria binnen een periode van drie jaar na het staken van zijn werkzaamheden als zelfstandige.

Investeringen in andere dan de hier opgesomde zaken worden niet als relevant aangemerkt. Een investering in een auto, (bedrijfs)pand en dergelijke zijn vanwege de moeilijke waardeerbaarheid en de mogelijke samenloop met privé-gebruik uitgezonderd. De investeringen dienen te bestaan uit directe uitgaven en dienen niet zijn gederfde omzet. Onder de uitgaven voor een fax wordt ook verstaan de vervanging van een faxrol en of benodigd papier. Onder een personal computer wordt mede verstaan randapparatuur (bijvoorbeeld printer, modem) en programmatuur voor zakelijk doel.

Investeringen

De aanpassing van de minimale grenzen vindt alleen plaats als dit noodzakelijk geacht wordt naar aanleiding van evaluatie.

Bedrijfsruimte

Er dient sprake te zijn van een eigen werklokatie, anders dan bij de opdrachtgever of tussenkomstbureau.

Beroeps/bestuurders/bedrijfs-aansprakelijkheid

Indien er sprake is van gemoedsbezwaren tegen verzekering, dan zal dit moeten blijken uit een dergelijke verklaring in het kader van de Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen. Is op grond hiervan niet voldaan aan dit criterium, dan is er geen belemmering voor het aannemen van zelfstandigheid.

Orderportefeuille/economische onafhankelijkheid

De zelfstandigheid van een interimmanager komt onder druk te staan als er sprake is van een te lange verbinding aan één opdrachtgever. Incidenteel kan zich dit echter voordoen. Indien dit zich voordoet, dan zou er sprake dienen te zijn van het onvoorziene doorlopen van een opdracht. Ook als dit zich voordoet, dient voldaan te worden aan een aantal van vijf opdrachten in vijf jaar.

In principe wordt uitgegaan van kalenderjaren. Bij een starter wordt als eerste jaar aangemerkt, de periode van een jaar na de start van de werkzaamheden.

Bij een starter blijkt het vaak voor te komen, dat na de werkzaamheden als werknemer, na uit diensttreding gestart wordt bij de voormalige werkgever. Indien dit aan de orde is, dan dient minimaal één opdracht in het eerste jaar niet bij de voormalige werkgever van de starter te zijn.

Bemiddeling/tussenkomst

Een te enge of exclusieve binding aan een bepaald tussenkomstbureau heeft een negatieve invloed op zelfstandigheid.

Amsterdam, 30 september 1998.

J.F. Buurmeijer, voorzitter.