Wijziging Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders
«Algemene wet bestuursrecht»
3 juli 1998
Nr. 705931/98/6
Directie Wetgeving
De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 5:19, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel I
Artikel 2 van de Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders1 komt te luiden:
Artikel 2
In afwijking van artikel 1 kan de vordering tot stilhouden ook worden gedaan op een van de in artikel 82 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 genoemde wijzen.
Artikel II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
‘s-Gravenhage, 3 juli 1998. De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager.
1 Stcrt. 1997, 247.
Toelichting
Ter uitvoering van artikel 5:19, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is in de Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders bepaald op welke wijze door toezichthouders een vordering tot stilhouden van een vervoermiddel moet worden gedaan. In de regeling is vastgelegd dat de toezichthouder bij gebruikmaking van een auto een stopteken moet geven door middel van een in of aan de auto aangebrachte transparant waarin de aanduiding ’stop’ in rode letters verlicht wordt. In de overige gevallen moet gebruik worden gemaakt van een rond stopbord en bij duisternis van een rood lichtsein.
Hoewel deze stoptekens overeenstemmen met voorheen algemeen gebruikelijke werkwijzen in de toezichtspraktijk, is gebleken dat met name in het kader van de wegenverkeerswetgeving en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften het geven van stoptekens soms op een enigszins andere wijze geschiedt, namelijk mondeling of door middel van gebaren, zoals weergegeven in artikel 82 van het RVV 1990, nader uitgewerkt in bijlage II van dat reglement.
Aangezien in de praktijk ook deze stoptekens voldoen, voorziet de onderhavige wijzigingsregeling erin dat de stoptekens die in het kader van het RVV 1990 gegeven mogen worden, ook voor de stilhoudingsvordering op grond van de Awb van toepassing kunnen zijn. Daarbij wordt aangetekend dat het stopteken dat in artikel 83 van het RVV 1990 is beschreven (gebruikmaking van een rode lamp dan wel een aan een politievoertuig aangebrachte transparant) reeds overeenstemt met de methoden die reeds thans in artikel 1 van de Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders zijn genoemd.
De hiervoor beschreven aanvulling van de Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders is opgenomen in artikel 2 van die regeling. Artikel 2 bevatte oorspronkelijk een overgangsbepaling die erin voorzag dat nog een half jaar na de inwerkingtreding andere vorderingen tot stilhouden konden worden gedaan. Deze overgangsbepaling is met ingang van 1 juli 1998 uitgewerkt.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager.