Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Sociaal Economische RaadStaatscourant 1998, 108 pagina 6Overig

Sociaal-Economische Raad

De algemeen secretaris van de Sociaal-Economische Raad geeft hierbij kennis van het voornemen van de raad in zijn vergadering van 21 augustus 1998 op grond van artikel 67, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie, laatstelijk gewijzigd bij de Wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 409), de volgende verordening vast te stellen:

Ontwerp-Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-I

Verordening van de Sociaal-Economische Raad van ...

houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij, konijnenhouderij en edelpelsdierenhouderij, de be- en verwerking van en de handel in pluimvee, pluimveevlees, pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild en tamme konijnen, alsmede bont (Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-I)

De Sociaal-Economische Raad;

Gelet op artikel 67, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gelet op artikel 5, derde lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie;

Gehoord de in de bijlage genoemde organisaties;

Besluit:

§ 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

b. de raad: de Sociaal-Economische Raad;

c. het productschap: het Productschap Pluimvee en Eieren.

Artikel 2

1. In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (ratites);

2. edelpelsdieren: nertsen, vossen en overige voor de bontproductie gehouden pelsdieren;

c. pluimveevlees: vlees afkomstig van pluimvee;

d. pluimveevleesproducten: producten afkomstig van pluimveevlees;

e. eieren: vogeleieren welke tot menselijk voedsel kunnen dienen;

f. eiproducten: producten afkomstig van eieren;

g. wild: alle gedode, voor menselijke consumptie geschikte soorten zoogdieren en vogels die in het vrije veld plegen te leven.

2. In deze verordening wordt onder handel niet begrepen de aanvoer-, transito- en driehoekshandel. De werkzaamheid van tussenpersonen wordt wel begrepen onder het begrip handel.

3. In deze verordening wordt onder pluimveehouderij mede verstaan: het pluimveefokbedrijf, het pluimveevermeerderingsbedrijf, het pluimveeopfokbedrijf en de kuikenbroederij.

§ 2 Het productschap

Artikel 3

1. Er is een Productschap Pluimvee en Eieren.

2. Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:

a. de pluimvee-, edelpelsdieren- of konijnenhouderij wordt uitgeoefend;

b. pluimvee, eieren, wild en tamme konijnen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

c. de handel wordt uitgeoefend in:

1o pluimvee, eieren, wild of tamme konijnen of in daaruit verkregen producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

2o broedeieren en eendagskuikens;

3o bont.

3. Als ondernemingen bedoeld in het tweede lid worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde producten.

4. Het productschap is gevestigd te Zeist.

Artikel 4

Het bestuur van het productschap bestaat uit 26 leden, waarvan 16 leden door organisaties van ondernemers en 10 leden door organisaties van werknemers worden benoemd:

stcrt-1998-108-p6-SC14209-1.gif

§ 3 Bevoegdheden

Artikel 5

1. Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:

a. de registratie van de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld;

b. het verstrekken van de voor vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens;

c. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen;

d. aangelegenheden verband houdend met de voortbrenging, de afzet, de verdeling en de aanwending van pluimvee, pluimveevlees, pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild, edelpelsdieren en tamme konijnen, waaronder mede begrepen:

1o de opslag en de be- en verwerking van deze producten;

2o de bevordering van de gezondheidstoestand, de zuiverheid en de kwaliteit van de pluimveestapel alsmede de kwaliteit van pluimveevlees, pluimveevleesproducten, vlees en vleesproducten van wild en tamme konijnen, eieren en eiproducten;

alsmede het verlenen van diensten ter zake van deze producten;

3o de bevordering van een hygiënische bedrijfsvoering;

e. aangelegenheden verband houdend met de mededinging;

f. het instellen van fondsen in het belang van de bedrijfsgenoten.

2. Als aangelegenheden bedoeld in het voorgaande lid onder d worden niet aangemerkt de in- en uitvoer.

3. Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.

4. Verordeningen betreffende onderwerpen als bedoeld in het eerste lid onder b en c houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordening te verstrekken gegevens.

Artikel 6

Bij een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening kan worden bepaald dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel 7

Overtredingen van een bij of krachtens een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening kunnen bij verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

Artikel 8

1. Op overtreding van een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening door personen bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.

2. Op overtreding van een verordening betreffende een der in artikel 5 genoemde onderwerpen, kan bij die verordening als tuchtrechtelijke maatregel een geldboete tot ten hoogste tienduizend gulden worden gesteld.

Artikel 9

1. De door het productschap krachtens artikel 126, eerste lid van de wet op te leggen heffingen kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur passend acht.

2. Het productschap kan heffingen opleggen voor een ander doel dan de dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap.

§ 4 Slotbepalingen

Artikel 10

De Instellingsverordening Produktschap voor Pluimvee en Eieren is ingetrokken1.

Artikel 11

Deze verordening wordt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie geplaatst.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze verordening wordt aangehaald als Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-I.

Den Haag,
voorzitter
algemeen secretaris

1 Ingesteld bij instellingsverordening van de raad op 16 december 1994 en in werking getreden op 21 maart 1995 (Staatscourant en Mededelingenblad Bedrijfsorganisate van 17 maart 1995).

Goedgekeurd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Economische Zaken op ...

Bijlage

- Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland

- Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders van de LTO

- Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren

- Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie

- Nederlandse Vereniging voor de Handel en Verwerking van Pluimvee, Wild en Tamme Konijnen

- Nederlandse Bond van Poeliers en Wildhandelaren

- Vereniging Centraal Bureau Levensmiddelenhandel

- Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren

- CNV BedrijvenBond

- Dienstenbond CNV

- FNV Bondgenoten1

1 De voorheen benoemingsgerechtigde organisaties FNV Dienstenbond en Foedingsbond FNV zijn per 1 februari 1998 onderdeel gaan uitmaken van FNV Bondgenoten.

Toelichting

De voor het Landbouwschap representatieve organisatie van ondernemers Land- en Tuinbouworganisaties Nederland (LTO Nederland) heeft de raad - in verband met het besluit tot opheffing van het Landbouwschap - verzocht te bevorderen dat taken en bevoegdheden liggend op het terrein van de pluimvee- en konijnenhouderij, overgaan naar het Productschap voor Pluimvee en Eieren. Tegelijkertijd heeft de raad van LTO Nederland het verzoek ontvangen de werkingssfeer van het productschap met de edelpelsdierenhouderij uit te breiden. De voorliggende instellingsverordening is op grond van deze verzoeken aangepast.

De konijnenhouderij valt van oudsher onder de werkingssfeer van het productschap. In verband met de overneming van taken en bevoegdheden op dit gebied is daarvan uitdrukkelijk melding gemaakt. Daarnaast is geëxpliceerd dat de bevoegdheid tot regelgeving van het productschap zich mede uitstrekt tot de bevordering van hygiënische bedrijfsvoering. De explicitering van deze bevoegdheid acht het productschapsbestuur van belang, gezien de ontwikkelingen in de sectoren van het productschap waar een goede hygiëne als voorwaarde voor de gezondheid, de zuiverheid en de kwaliteit aan betekenis wint. Op dit vlak vindt reeds een aantal verordeningen van het productschap toepassing; de meest recente verordening die van kracht is geworden, betreft de Verordening hygiënevoorschriften pluimvee-houderij 1997.

Om redenen van doorzichtigheid en toegankelijkheid van wetgeving is de instellingsverordening, in de huidige geldende spelling, opnieuw opgesteld. In artikel 10 is vastgelegd dat de oorspronkelijke Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren wordt ingetrokken. De toelichting is - voorzover nodig - beperkt tot de wijzigingen.

De voorliggende instellingsverordening heeft de instemming van de voor het productschap representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers in de zin van artikel 68, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Representativiteit

In verband met de uitbreiding van de werkingssfeer van het productschap tot de edelpelsdierenhouderij heeft de voor deze subsector representatieve ondernemersorganisatie, te weten de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE) de raad bericht dat de bij de NFE aangesloten ondernemingen ruim 90 procent van de omzet en de werkgelegenheid van de totale subsector vertegenwoordigen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 De officiële naam van het productschap is gewijzigd in Productschap Pluimvee en Eieren.

Artikel 2 De begripsbepalingen zijn uitgebreid met: ’b. edelpelsdieren: nertsen, vossen en overige voor de bontproductie gehouden pelsdieren.’

Artikel 3 In het eerste lid is de nieuwe naam van het productschap vermeld.

In het tweede lid is toegevoegd onder a: ’edelpelsdieren- of konijnenhouderij’ en onder c: ’3o bont’; de voorgaande opsommingen worden voorafgegaan door 1o en 2o.

Artikel 4 De indeling naar geledingen van het productschap wordt weergegeven.

Artikel 5 In het eerste lid is toegevoegd onder d: na ’wild’ ’edelpelsdieren’, alsmede na 2o de volgende zinsnede: ’3o de bevordering van een hygiënische bedrijfsvoering’.

Den Haag,

voorzitter

algemeen secretaris