Regeling modellen en standaarden inschrijvingsbewijzen ziekenfondsverzekering
De Ziekenfondsraad,
Gelet op de artikelen 21, derde lid, en 21a van het Inschrijvingsbesluit
ziekenfondsverzekering;
Heeft in zijn vergadering van 28 mei 1998 besloten:
Artikel 1
Indien een ziekenfonds een magneetstripkaart hanteert als inschrijvingsbewijs
als bedoeld in artikel 15 van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering
voldoet die magneetstripkaart aan de criteria zoals vermeld in de bijlage
bij deze regeling. Deze criteria zijn vastgesteld bij besluit van 17 december
1997, nr. ALV/CSIZ 067, van de algemene ledenvergadering van het Coördinatiepunt
Standaardisatie Informatievoorziening in de Zorgsector.
Artikel 2
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling modellen en standaarden
inschrijvingsbewijzen ziekenfondsverzekering. Zij treedt in werking met ingang
van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt
geplaatst.
Deze regeling zal met de daarbij behorende bijlage en de toelichting in
de Staatscourant worden geplaatst.
De Voorzitter van de Ziekenfondsraad,
L. de Graaf.
De
Algemeen Secretaris van de Ziekenfondsraad,
J.L.P.G. van Thiel.
Bijlage: Criteria voor een te autoriseren standaard op
het gebied van de magneet-stripkaart
1. Toepassingsgebied
In deze notitie zijn weergegeven de criteria, waar een standaard voor
een magneetstripkaart, die dienst doet als inschrijvingsbewijs van de ziekenfondsen,
aan moet voldoen. Dat betekent dat de kaart(standaard) minimaal de volgende
functies moet ondersteunen:
- Het identificeren van een verzekerde/patiënt,
- Het verstrekken van verzekeringsinformatie over de verzekerde aan
de zorgverlener.
Er is uitgegaan van persoonsgebonden kaarten.
Beveiligingseisen maken op dit moment geen onderdeel uit van de criteria,
noch op het punt van de kunstof drager (materialen, printtechnieken, inktsoorten,
holo-/kinegrammen, overlays), noch op het punt van de magneetstrip (high of
low coercivity).
2. Normatieve referenties
Alle in het kader van deze criteria relevante kaart normen staan beschreven
in dit hoofdstuk.
Algemene normen m.b.t. identificatiekaarten

Normen voor definities/schrijfwijze van persoons- en adresgegevens

Specifieke normen uit de zorgsector

Binnen CEN/TC 224/WG 12 is een logische gegevensstructuur voor administratieve,
identificatie en medisch inhoudelijke doeleinden voor de zorgsector (ENV 12018)
uitgewerkt voor de magneetstripkaart. Het stuk heeft als nr N/257. Zodra het
de status heeft van (pre)standaard gaat het onderdeel uitmaken van deze criteria.
In de hierna volgende specificaties is eveneens verwezen naar de praktijkrichtlijn
van het NNI ’Npr 7402 Open infrastructuur voor chipcard toepassingen’.
Dit is gedaan in gevallen dat de lay-out van de kaart nader wordt gespecificeerd
maar daar (nog) geen (inter)nationale normen voor zijn.
3. De criteria
3.1 Criteria m.b.t. de voorzijde van de kaart

Hierna wordt voor de diverse onderdelen van de kaart ingegaan op de eisen,
die daaraan worden gesteld.




3.2 Criteria m.b.t. de achterzijde van de kaart

3.2 Criteria m.b.t. de achterzijde van de kaart

3.3 De inhoud van de magneetstrip
De magneetstrip kent 3 sporen. Alleen spoor 1 en spoor 2 worden gebruikt.
Spoor 1 bevat de volgende gegevens:
- Technische gegevens (begin spoor, einde spoor, scheidingstekens,
controleveld)
- Uniek nr behorend bij de kaarthouder (branchecode, code land, sofinr)
- Gegevens verzekerde (Naam, voorletters, voorvoegsel, verzekerdenr,
geslacht)
- Verzekeringsinformatie (Verzekeringspakket)
Spoor 2 bevat de volgende gegevens:
- Technische gegevens (begin spoor, einde spoor, scheidingstekens,
controleveld)
- Uniek nr behorend bij de kaarthouder (branchecode, code land, sofinr)
- Gegevens verzekerde (geboortedatum)
- Verzekeringsinformatie (code zorgverzekeraar, verzekeringsbasis)
- Kaartgegevens (einddatum, volgnr kaart (per verzekerde))
Toelichting
In haar brief van 10 mei 1996 heeft de minister van VWS de Ziekenfondsraad
verzocht om op korte termijn een standaard vast te stellen voor magneetstripkaarten
die door ziekenfondsen worden gebruikt als inschrijvingsbewijs.
De Raad heeft vervolgens in het naar aanleiding van de brief van de minister
op 23 januari 1997 vastgestelde rapport Standaarden Zorgverzekeringskaart
(VERZ/3408/97) de bereidheid tot vaststelling van een dergelijke standaard
uitgesproken. Hij verzocht de minister om te willen bevorderen dat een bevoegdheid
voor de Raad tot het vaststellen van dergelijke standaarden zou worden gecreëerd.
Dat is gebeurd bij besluit van 28 januari 1998 (Stb. 94) tot wijziging van
het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering alsmede het Inschrijvingsbesluit
bijzondere ziektekostenverzekering 1992.
Inmiddels had de Raad op 16 april 1997 (SEA/15608/97) aan het Coördinatiepunt
Standaardisatie Informatievoorziening in de Zorgsector (CSIZ) opdracht gegeven
de noodzakelijke activiteiten ter hand te nemen om te kunnen komen tot autorisatie
van een standaard voor magneetstripkaarten. Het CSIZ heeft bij besluit van
17 december 1997 (document ALV/CSIZ 067) de door VEKTIS BV ontwikkelde standaard
voor magneetstripkaarten geautoriseerd.
De onderhavige regeling en de daarbij behorende bijlage strekken ertoe
de aldus geautoriseerde standaard voor magneetstripkaarten formeel vast te
stellen.
De regeling strekt er niet toe ziekenfondsen te verplichten tot het gebruik
van een magneetstripkaart als inschrijvingsbewijs. De strekking van de regeling
is om, áls een ziekenfonds een dergelijke kaart wil hanteren als inschrijvingsbewijs,
het gebruik van de in de standaard vastgelegde criteria verplicht te stellen
en daarmee een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke uniformering en onderlinge
uitwisselbaarheid van dergelijke kaarten en aan de interoperabiliteit van
deze kaarten met de door zorgverleners gebruikte systemen.