Aanpassing Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools

CBA nr. 1997/041

Het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening;

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools te wijzigen in verband met de wijzigingen van de Rijksbijdrageregeling banenpools (Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Stcrt. 1990, 169, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 december 1996, Stcrt. 1996, 248);

Gelet op artikel 81, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996;

Besluit:

Artikel I

De Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools wordt gewijzigd als volgt.

A. Artikel 4, eerste lid, onder b, wordt vervangen door:

b. de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, dan wel voor de duur van ten minste twee jaar, ingaande op het moment dat de banenpool de werkloze feitelijk aan een inlener ter beschikking stelt.

B. In artikel 4, eerste lid, onder e, wordt '38' vervangen door: 36.

C. Artikel 4, tweede lid, onder b, wordt vervangen door:

b. indien de deelnemer arbeid gaat verrichten anders dan ingevolge deze regeling, deze arbeidstijd allereerst in mindering wordt gebracht op zijn arbeidstijd ingevolge deze regeling, tenzij deze arbeid ook bijkomend zou worden verricht, indien de deelnemer geen arbeid in de banenpool zou verrichten.

D. Artikel 4, tweede lid, onder c, wordt vervangen door:

c. bij samenloop van arbeid in de banenpool met arbeid daarbuiten, de maximale termijn van de samenloop niet meer bedraagt dan ëën jaar, welke termijn telkenmale met maximaal ëën jaar mag worden verlengd, indien daarbij tevens wordt vastgesteld dat de indicatie voor een banenpool nog van toepassing is op de betrokken deelnemer.

E. In artikel 5, tweede lid wordt '38' vervangen door: 36.

F. Artikel 5, vijfde lid wordt vervangen door:

5. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing indien:

a. de deelnemer gebruik maakt van zijn recht op ouderschapsverlof op basis van artikel 7A:1638oo Burgerlijk Wetboek;

b. de deelnemer op grond van gedeeltelijke of gehele arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet niet aan een inlener beschikbaar kan worden gesteld overeenkomstig het aantal uren van zijn arbeidsovereenkomst.

G. Onder vernummering van het zesde lid tot het zevende lid wordt een nieuw zesde lid ingevoegd, luidende:

6. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt ten aanzien van de deelnemer bedoeld in het vijfde lid, vastgesteld naar evenredigheid van het aantal uren dat de deelnemer feitelijk arbeid verricht, met ingang van de dag waarop het ouderschapsverlof, dan wel de arbeidsongeschikheid op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ingaat.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing in de Staatscourant en werkt terug tot 1 januari 1997, behoudens voor zover een subsidieontvanger door de terugwerkende kracht in een nadeliger positie wordt geplaatst.

Aldus besloten in zijn vergadering van 20 februari 1997.
Zoetermeer, 20 februari 1997.
Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening,
namens het bestuur:
De voorzitter, H. Wierenga.

Toelichting

In de discussienota over de stroomlijning van de regelingen van gesubsidieerde arbeid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van augustus 1995 is het voornemen aangekondigd de Rijksbijdrageregeling banenpools te doen opgaan in de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW).

De Rijksbijdrageregeling hangt nauw samen met de Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools. Bij besluit van 16 december 1996 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Rijksbijdrageregeling banenpools op een aantal onderdelen gewijzigd. Gezien de wijziging van de Rijksbijdrageregeling is het wenselijk ook de Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools aan te passen.

Voor een nadere toelichting op voornoemde wijzigingen van de Subsidieregeling Arbeidsvoorziening banenpools wordt, gezien de nauwe samenhang met de Rijksbijdrageregeling, kortheidshalve volstaan met een verwijzing naar de toelichting behorende bij de wijziging van de Rijksbijdrage banenpools van 16 december 1996 (Stcrt. 1996, 248).

De belangrijkste wijzigingen betreffen:

Artikel 4, eerste lid, onder b

De mogelijkheid voor de banenpoolorganisatie wordt gecreëerd om met de banenpooler een arbeidsovereenkomst aan te gaan voor bepaalde tijd voor de duur van ten minste twee jaar;

Artikel 4, eerste lid, onder e en artikel 5, tweede lid

In verband met trend in de collectieve en non-profitsector tot aanpassing van de werkweek van 38 naar 36 uur wordt ook voor de berekening van de subsidie van het Regionaal Bestuur als maatstaf uitgegaan van een volledige werkweek van 36 uur;

Artikel 4, tweede lid, onder b

De mogelijkheden voor banenpooldeelnemers om incidenteel of voor een gering aantal uren buiten de voor de banenpooldeelnemers gebruikelijke arbeidstijd arbeid te verrichten, naast hun arbeid voor de banenpoolorganisatie, is vergroot. Ter illustratie kan worden gedacht aan het bezorgen van kranten door de banenpooler naast het werk voor de banenpoolorganisatie;

Artikel 4, tweede lid, onder c

Bij de wijziging van de Subsidieregeling van 21 december 1995 waren reeds de mogelijkheden verruimd voor de banenpooler, om onder bepaalde voorwaarden, gedurende maximaal ëën jaar naast de arbeid in de banenpool arbeid buiten de banenpool te verrichten. De huidige wijziging maakt het mogelijk de termijn van ëën jaar telkenmale te verlengen. Het is de opzet van de regeling dat periodiek voor alle banenpoolers wordt nagegaan of de afgegeven indicatie voor een banenpoolplaats nog steeds op hen van toepassing is. In het wijzigingsbesluit is vermeld dat, in ieder geval op het moment dat de vraag aan de orde is of de samenloop van arbeid in en buiten de banenpool met ëën jaar wordt verlengd, door het Regionaal Bestuur in samenspraak met de gemeente wordt vastgesteld dat de indicatie voor een banenpoolplaats nog steeds van toepassing is op de betrokken banenpooler;

Artikel 5, vijfde en zesde lid

In de regeling is toegevoegd dat in het geval de deelnemer op grond van gedeeltelijke of gehele arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet niet aan een inlener beschikbaar kan worden gesteld overeenkomstig het aantal uren van zijn arbeidsovereenkomst, de subsidie niet wordt beëindigd, doch wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aantal uren dat de deelnemer feitelijk arbeid verricht.

Zoetermeer, 20 februari 1997.

Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening,

namens het bestuur:

De voorzitter, H. Wierenga.

Naar boven