Metaal- en Elektrotechnische Industrie

Vervroegd Uittreden 1997

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE METAAL- EN ELEKTROTECHNISCHE INDUSTRIE INZAKE VERVROEGD UITTREDEN

AI Nr. 8732

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelezen het verzoek van de Stichting Centraal Secretariaat Metaal- en Elektrotechnische Industrie namens de FME, vereniging van ondernemingen in de metaal-, elektronika,- en elektrotechnische industrie en aanverwante sectoren als partij te ener zijde, mede namens de Industriebond FNV, de Industrie- en Voedingsbond CNV, de Unie BLHP, vakbond voor administratief, technisch en commercieel personeel en de VHP Metalektro als partijen te anderer zijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor de metaal- en elektrotechnische industrie inzake vervroegd uittreden, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Overwegende,

dat genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking is getreden;

dat van het verzoek tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan in de Nederlandse Staatscourant;

dat naar aanleiding van dit verzoek schriftelijk bezwaar is ingediend door Boekel de Nerée namens Woodward Governor Nederland B.V.;

het bezwaar richt zich, kort samengevat, tegen het volgende;

Het bezwaar is gebaseerd op de stelling dat de betreffende CAO moet worden aangemerkt als een overeenkomst tussen ondernemingen, althans als een besluit van een ondernemingsvereniging als bedoeld in artikel 85 EG en ertoe strekt althans ten gevolge heeft dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Daarnaast is, volgens bezwaarde, algemeen verbindendverklaring in strijd met artikel 59 EG dat een verbod bevat op het creëren en instandhouden van beperkingen op het vrij verrichten van diensten. Bezwaarde vindt dat, gelet op de artikelen 3 (g) en 5 van het EG-verdrag, op de Minister de verplichting rust geen maatregelen, zelfs niet van wettelijke- of bestuursrechtelijke aard te nemen of te handhaven die het nuttig effect van de mededingingsregelingen ongedaan kunnen maken. De Minister dient derhalve het avv-verzoek van CAO-partijen af te wijzen;

Overwegende dienaangaande,

Het bezwaar richt zich niet tegen de inhoud van de CAO, maar tegen het algemeen verbindendverklaren van de VUT-CAO als zodanig omdat dit in strijd zou zijn met Europese regelgeving met betrekking tot mededinging (in het bijzonder artikel 85 EG). Ondergetekende is van mening dat mededingingswetgeving niet van toepassing is op arbeidsvoorwaarden en derhalve ook niet op de onderhavige VUT-regeling. Daarbij kan ter toelichting het volgende worden opgemerkt;

De onderhavige VUT-regeling is een arbeidsvoorwaarde en geen pré-pensioneringsverzekering. De regeling wordt gefinancierd volgens het omslagsysteem, dat inhoudt dat alle werkgevers en werknemers vallend onder het avv-besluit bijdragen aan de financiering van de VUT-uitkering van de werknemers die op dat moment zijn uitgetreden. Bij de onderhavige regeling bouwen de werknemers geen VUT-rechten op voor hun eigen VUT, maar betalen voor hun collega's die van de VUT gebruik maken c.q. gebruik gemaakt hebben. Voorts hebben de betrokken werknemers, zodra zij voldoen aan de uittredingseisen, zelf de keuze of zij gebruik maken van hun rechten. Bij door verzekeraars aangeboden pré-pensioneringsverzekeringen is daarentegen veelal sprake van het opbouwen van rechten op basis van ingelegde premies. Kenmerk van een verzekering is dat bij het ontstaan van een onzeker voorval, indien voldaan wordt aan de polisvoorwaarden, te allen tijde een uitkering wordt betaald;

Uit het Gemeenschapsrecht mag worden afgeleid dat CAO en AVV rechtmatige middelen zijn om bepaalde sociale doeleinden te verwezenlijken. De CAO en de eventuele algemeen verbindendverklaring van bepalingen stuiten niet op europeesrechtelijke bezwaren. Deze instrumenten zijn te aanvaarden als onderdeel van het nationale arbeidsrecht. Wanneer de CAO buiten het arbeidsrechtelijke terrein treedt en bepaalde concurrentiebeperkende afspraken tussen ondernemingen bevat, zal de CAO wat deze verdergaande afspraken betreft getoetst moeten worden aan de artikelen 85 en 86 EG;

dat bovenvermeld bezwaar algemeen verbindendverklaring van de daarvoor in aanmerking komende bepalingen niet in de weg staat;

dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Gezien het advies van de Stichting van de Arbeid;

Besluit:

I. Verklaart algemeen verbindend tot en met 31 december 1997 de navolgende bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Metaal- en Elektrotechnische Industrie inzake Vervroegd Uittreden alsmede de daarbij behorende statuten en het reglement van de Stichting Vervroegd Uittreden in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie, zulks met inachtneming van hetgeen onder II, III, en IV is bepaald:

Artikel 1 Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • 1. „werknemer": degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7A:1637a van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten;

  • 2. „Werkgever": de natuurlijke of rechtspersoon voor wie een werknemer als bedoeld in lid 1 arbeid pleegt te verrichten;

  • 3. „SUM": de Stichting Uittreden Metaal- en Elektrotechnische Industrie, gevestigd te 's-Gravenhage;

  • 4. „Loonsom Coördinatiewet Sociale Verzekering": het totaal van het loon als omschreven in de artikelen 4 t/m 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, met dien verstande dat de in artikel VI.5 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie bedoelde AAW/WAO- en WW-uitkeringen die via de werkgever worden betaald, alsmede de in genoemd artikel bedoelde aanvullingen hiertoe niet worden gerekend.

Artikel 2 Werkingssfeer

  • 1. Deze overeenkomst is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van de werknemers in dienst van een werkgever in een onderneming in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

  • 2. De werkgever zie artikel 1.

  • 3. De werknemer zie artikel 1.

  • 4. Tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie worden, behoudens het hierna in punt 5 en 6 bepaalde, geacht te behoren ondernemingen waarin, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren in de regel gedurende tenminste 1200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers als bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze overeenkomst, doch met inachtneming van het gestelde onder 7 t/m 16 en 18, werkzaamheden worden verricht en waarin:

    • a. uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen wordt uitgeoefend, waaronder ondermeer wordt verstaan:

      • 1e. het aanleggen, assembleren, construeren, demonteren, draaien, emailleren, forceren, gieten, herstellen, lassen, monteren, onderhouden, persen, pletten, samenstellen, slopen, verscheuren en/of vermalen, smeden, smelten, trekken, vervaardigen, walsen van metaal (waaronder o.m. te verstaan: aluminium, blik, brons, koper, lood, messing, staal, tin, ijzer, zink en legeringen of composities hiervan) of metalen apparaten, drijfwerk, gereedschappen, machines, toestellen, voorwerpen en werktuigen (waaronder mede begrepen kracht- en arbeidswerktuigen, landbouwtractoren-machines en werktuigen), alles in de ruimste zin des woords, zoals appendages, automaten, automobielen, beelden, bliksemafleiders, blikwaren, bouten, brandkasten, bromfietsen, bruggen, buizen, capsules, draad, draadnagels, elektriciteitsmeters, elektroden, gaas, gasmeters, haarden, instrumenten (waaronder optische apparaten), jaloezieën, kachels, ketels (onder andere voor centrale verwarming), kinderwagens, klinknagels, kroonkurken, matrassen, matrijzen, meubels, moeren, motoren, motorrijwielen, muziekinstrumenten, ovens, radiatoren, ramen, reservoirs, rolhekken, rollend materieel, rolluiken, rijwielen, schepen, schroeven, schuifhekken, sierhekken, sluitingen, stempels, tanks, taximeters, tuben, uurwerken, watermeters, zonweringen;

      • 2e. het vervaardigen en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen en dergelijke die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken met uitzondering van het vervaardigen van radio-apparaten;

      • 3e. het staalblazen en/of zandstralen;

      • 4e. het verzinken en/of vertinnen, voor zover dit niet langs galvanotechnische weg geschiedt;

      • 5e. het reviseren van verbrandingsmotoren en onderdelen daarvan in de ruimste zin;

    • b. uitsluitend of in hoofdzaak het elektronisch scheepsinstallatiebedrijf wordt uitgeoefend;

    • c. uitsluitend of in hoofdzaak rechtstreeks voor derden gebruiks- en verbruikstoestellen voor sterk- en zwakstroominstallaties worden gewikkeld of hersteld (elektrotechnische wikkel- en reparateursbedrijf).

  • Onder „vervaardigen" dient te worden verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

  • 5. Ongeacht het aantal arbeidsuren gedurende welke in de regel per week door bij die ondernemingen in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht, worden, behoudens het bepaalde in punt 4, tevens geacht tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie te behoren ondernemingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak een of meer van de volgende bedrijven worden uitgeoefend:

    • a. het walsen van staal;

    • b. het ijzer- en staalgietersbedrijf;

    • c. het vervaardigen en/of herstellen van vliegtuigen;

    • d. het vervaardigen en/of herstellen van liften.

  • Onder „vervaardigen" dient eveneens te worden verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

  • 6. Niet onder de werkingssfeer van deze overeenkomst ressorteren ondernemingen, die weliswaar onder de omschrijving van punt 5 vallen, doch waarop met goedkeuring van de daartoe bevoegde instantie een (algemeen verbindend verklaarde) collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van arbeidsvoorwaarden in de metaalnijverheid van toepassing is.

  • 7. Een onderneming die in verband met het aantal arbeidsuren van haar werknemers wordt geacht te behoren tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie, wordt, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week in de onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk 3, 2 en 1 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, minder heeft bedragen dan onderscheidenlijk 1200, 800 of 400, na afloop van die periode, met inachtneming van het hierna in punt 8 bepaalde, geacht te behoren tot het metaal- bewerkingsbedrijf.

  • 8. De in punt 7 bedoelde onderneming wordt geacht te behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar aanvangende na afloop van de hiervoor in punt 7 genoemde perioden.

  • 9. Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in hoofdzaak behoort tot de in punt 4 genoemde takken van bedrijf waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die zijn ingeschreven bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Electrotechnische Industrie, doch waarbij op of voor genoemde datum gelet op dat criterium aansluiting bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid had moeten plaatsvinden, worden geacht te behoren tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

  • 10. In geval van rechtsopvolging van een onderneming als hiervoor in punt 7 en 9 bedoeld wordt voor de toepassing van het in punt 7 en 9 bepaalde aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting.

  • 11. Indien een onderneming als bedoeld in punt 9 in het kader van het bepaalde bij of krachtens de Organisatiewet Sociale Verzekering overgaat naar de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid wordt die onderneming met ingang van dezelfde datum geacht te behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf.

  • 12. Een onderneming, die in verband met het aantal arbeidsuren van haar werknemers wordt geacht te behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf, wordt, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week in de onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk 3, 2 en 1 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, ten minste heeft bedragen onderscheidenlijk 1200, 2000 of 3000, na afloop van die periode, met inachtneming van het hierna in punt 13 bepaalde, geacht te behoren tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

  • 13. De in punt 12 bedoelde onderneming wordt geacht te behoren tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar aanvangende na afloop van de hiervoor in punt 12 genoemde perioden.

  • 14. Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in hoofdzaak behoort tot de in punt 4 genoemde takken van bedrijf waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die zijn ingeschreven bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid, doch waarbij op voorgenoemde datum gelet op dat criterium aansluiting bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Electrotechnische Industrie had moeten plaatsvinden, worden geacht te behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf.

  • 15. In geval van rechtsopvolging van een onderneming als hiervoor in punt 12 en 14 bedoeld, wordt voor de toepassing van het in punt 12 en 14 bepaalde aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting.

  • 16. Indien een onderneming als bedoeld in punt 14 in het kader van het bepaalde bij of krachtens de Organisatiewet Sociale Verzekering overgaat naar de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Electrotechnische Industrie wordt die onderneming met ingang van dezelfde datum geacht te behoren tot de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

  • 17. De Commissie Werkingssfeer1 ziet toe op de toepassing van de met betrekking tot de indeling en de overgang van ondernemingen in punt 7 t/m 16 gestelde regelen.

  • 18. Deze overeenkomst is niet van toepassing op Holland Repair and Service B.V. te Amsterdam, Vemat B.V. te Hoofddorp en Vermeer Industrial Contracting B.V. te Hoofddorp alsmede op Lucent Technologies Network Systems Nederland B.V. te Hilversum en Lucent Technologies EMEA B.V. te Hilversum alsmede Belden Wire and Cable B.V. te Venlo, Philips Components B.V. te Doetinchem en de tot Fokker Aviation behorende werkmaatschappijen: Fokker Aircraft Services B.V. te Woensdrecht, Fokker Elmo B.V. te Woensdrecht, Fokker Special Products B.V. te Hoogeveen, Fokker Aerostructures B.V. te Papendrecht en Fokker Product Support B.V. te Amsterdam (na 1 januari 1997 gevestigd te Woensdrecht).

Artikel 3 Uitvoering

De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt volgens het bepaalde in het SUM-reglement dat aan deze overeenkomst is gehecht en geacht wordt daarvan deel uit te maken. De uitvoering is opgedragen aan de SUM, waarvan de statuten worden geacht deel uit te maken van deze overeenkomst. De statuten liggen ter inzage ten kantore van de SUM te Leidschendam.

Artikel 4 Heffing1

  • 1. De door de werkgever aan de SUM te betalen bijdrage bedraagt over de periode 2 december 19961 tot en met 31 december 1997 7,9% van de in die periode voor zijn onderneming geldende Loonsom Coördinatiewet Sociale Verzekering, vermeerderd met de niet tot deze loonsom behorende inkomsten uit hoofde van een (arbeids)overeenkomst met een onderneming van werknemers als bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze cao, die niet zijn verzekerd ingevolge de Sociale Verzekeringswetten, via een daartoe strekkende opgave.

  • Bij het ontbreken van een dergelijke opgave zal het bestuur in voorkomende gevallen bepalen welke inkomsten dienen te worden betrokken bij de vaststelling van de bijdrage.

  • 21. De heffing van de bijdrage zal in twee gelijke termijnen plaatsvinden. De eerste termijn vervalt op 15 februari, de tweede termijn vervalt op 15 augustus. De beide halfjaarlijkse bijdragen hebben een voorlopig karakter. Tegelijk met de heffing van de tweede termijn zal de definitieve afrekening over het vorige jaar plaatsvinden. De definitieve afrekening over het jaar 1996 resp. 1997 zal plaatsvinden in augustus 1997 resp. augustus 1998.

  • 3. Bij niet tijdige betaling van een of meer van de verschuldigde bijdragen is rente verschuldigd. Deze rente wordt in rekening gebracht vanaf de dag dat de verschuldigde bijdrage dient te zijn voldaan.

  • Hierbij geldt het op dat moment vastgestelde percentage wettelijke rente.

  • 4 De werkgever is gerechtigd in te houden als bijdrage in de kosten van de in het reglement beschreven regeling over de periode 2 december 19961 tot en met 31 december 1997 3,3% van het bruto inkomen van de werknemer.

Artikel 6 Loonsomopgave

  • 1. De werkgever is gehouden jaarlijks aan de SUM op te geven de in dat jaar voor zijn onderneming geldende Loonsom Coördinatiewet Sociale Verzekering, vermeerderd met de niet tot deze loonsom behorende inkomsten uit hoofde van een (arbeids)overeenkomst met een onderneming van werknemers als bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze cao., die niet zijn verzekerd ingevolge de Sociale Verzekeringswetten via een daartoe strekkende opgave welke opgave dient te geschieden binnen de termijn en op de wijze door het bestuur schriftelijk aan de werkgever kenbaar gemaakt. De opgave moet door een accountant zijn bekrachtigd.

  • 2. Ingeval de werkgever niet aan het gestelde in lid 1 voldoet zal het bestuur bij besluit bepalen welke loonsom aangehouden moet worden ter berekening van de bijdrage van de werkgever.

  • 3. De gegevens die de werkgever krachtens dit artikel verstrekt, dienen uitsluitend ter bepaling van de door de werkgever verschuldigde bijdrage.

Artikel 7 Premiereductieregeling

  • 1. De op grond van artikel 4 door de werkgever aan de SUM te betalen bijdragen kunnen op verzoek worden verminderd met het op grond van het bepaalde in lid 2 van dit artikel berekende bedrag van de tot jaarlijkse lasten herleide kosten van de financiële aanvullingsregeling op de wettelijke uitkeringen ter zake van werkloosheid aan werknemers van 60 jaar en ouder betrokken bij een regeling als bedoeld in artikel X.6 lid 5 en 6 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of artikel XIX lid 5 en 6 van de cao hoger personeel in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie of daarmee gelijk te stellen (in overleg met de v.v. getroffen) regeling voor 55-jarigen en ouderen. Deze vermindering bedraagt maximaal 80% van het saldo van de over het betrokken jaar verschuldigde bijdrage verminderd met de som van de bruto kosten van de SUM-uitkeringen welke in het betrokken jaar aan de vanuit de onderneming uitgetreden deelnemers aan de SUM-regeling worden gedaan.

  • 2. Onder de tot jaarlijkse lasten herleide kosten van de aanvullingsregeling wordt verstaan de som van de in enig jaar aan de onder lid 1 van dit artikel bedoelde werknemers van 60 jaar en ouder toe te rekenen aanvullingen op de wettelijke uitkeringen terzake van werkloosheid. Hierbij worden uitsluitend betrokken de aanvullingen op de wettelijke uitkeringen tot maximaal het niveau van de SUM-uitkering bij uittreden op de 60-jarige leeftijd op het moment van het einde van het dienstverband.

  • 3. De door de werkgever te verstrekken gegevens moeten worden bekrachtigd door een accountant.

  • 4. De in het eerste lid genoemde vermindering wordt niet verleend indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard.

Artikel 8 Aanspraken

  • 1. Aanspraak op de in het SUM-reglement beschreven regeling kan maken de werknemer die, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel, vóór 1 december 1997 voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 van het SUM-reglement.

  • 2. Geen aanspraak op deze regeling kan doen gelden c.q. verliest zijn aanspraak:

    • a. hij die op het moment van deelneming – afgezien van sancties – recht heeft op een volledige uitkering krachtens de AAW/WAO, de WW voor en na 1987 (uitgezonderd de voortgezette loonbetaling op grond van artikel 63 e.v. van de WW) of de WWV dan wel recht heeft op doorbetaling van zijn salaris tijdens arbeidsongeschiktheid of recht heeft op een ongekorte Ziektewet- uitkering;

    • b. hij die onder een afvloeiingsregeling valt met uitzondering van degene die voortgezette loonbetaling ontvangt krachtens artikel 63 e.v. van de WW; en eveneens met uitzondering van degene die betrokken is bij een regeling als bedoeld in artikel X.6 lid 5 en 6 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of artikel XIX lid 5 en 6 van de cao hoger personeel in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie of daarmee gelijk te stellen (in overleg met de v.v. getroffen) regeling, ingevolge welke hij zonder een uitkering krachtens de WW te genieten in de leeftijd van 57½ tot 60 jaar van voltijd in niet minder dan 50% deeltijd is gaan werken, en die overigens aan de voorwaarden voor deelneming voldoet. Met dien verstande dat in het laatste geval de hoogte van de uitkering is gebaseerd op een bruto grondslag afgeleid van het voltijdsalaris, mits in de periode van deeltijdwerken de bijdragen zijn betaald die verschuldigd zouden zijn geweest indien de betrokken werknemer in voltijd was blijven werken.

    • c. hij die overigens niet voldoet aan de in het reglement van de SUM opgenomen voorwaarden.

Artikel 9 Hoogte van de uitkering bij volledige deelneming

  • 1. De netto-uitkering ontstaat als volgt:

    • op de bruto grondslag (het laatstgenoten feitelijke inkomen, op jaarbasis, dat wordt betrokken bij de vaststelling van de pensioenaanspraken op levenslang ouderdoms- en levenslang weduwen- en wezenpensioen) wordt een berekening toegepast als ware de bruto grondslag het bruto loon waarvan voor de betreffende deelnemer het netto loon bij werken moet worden berekend volgens de in Nederland geldende (wettelijke) bepalingen;

    • van het aldus gevonden bedrag wordt 87,5%, het zogenaamde netto uitkeringspercentage, genomen.

    • Uitgaande van de netto uitkering wordt de bruto uitkering berekend.

    • Bij toetreding zal de bruto grondslag voor de berekening van de uitkering niet hoger zijn dan tweemaal de premiegrens welke in dat jaar wordt gehanteerd voor de Ziektewet, WAO en WW, waarbij structurele wijzigingen, als gevolg van overheidsmaatregelen, buiten beschouwing blijven.

    • Het bestuur van de SUM zal bij wijziging van het bruto beloningsniveau in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie de bruto grondslagen van de deelnemers dienovereenkomstig aanpassen en alsdan de uitkeringen van de deelnemers opnieuw vaststellen.

    • Het bestuur van de SUM is gerechtigd om de uitkeringen aan te passen aan wijzigingen in de uitkeringen Sociale Verzekeringen terzake van loonderving.

  • 2. Aan de werknemer, die direct voor het moment van deelnemen:

    • werkte in een regelmatige ploegendienst, zoals omschreven in de toelichting bij lid 5 en 6 van artikel IV.12 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie

  • dan wel

    • gedurende ten minste 1 jaar werkte in afwijkende werktijden, zoals bedoeld in artikel IV.16 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie

  • of

    • recht had op een toeslag op basis van het systeem arbeidsomstandigheden (SAO) zal door de SUM een aanvullende uitkering worden verleend.

De aanvullende uitkering op grond van de ploegentoeslag c.q. de toeslag voor afwijkende werktijden wordt gebaseerd op de gedurende de 12 maanden voorafgaande aan de deelneming uitbetaalde toeslagen, vermeerderd met de eventuele compensatie van die toeslagen in Ziektewet- en/of WAO-uitkeringen, tenzij deze toeslag reeds deel uitmaakte van zijn laatstgenoten feitelijke inkomen, dat is betrokken bij de vaststelling van de pensioenaanspraken op levenslang weduwen- en wezenpensioen.

De aanvullende uitkering op grond van de SAO-toeslag wordt eveneens gebaseerd op de gedurende de 12 maanden voorafgaande aan de deelneming uitbetaalde toeslagen, vermeerderd met de eventuele compensatie van die toeslagen in Ziektewet- en/of WAO-uitkeringen.

De toeslag als bedoeld in artikel X.10 lid 3 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie van f 302,– per jaar komt niet in aanmerking voor een aanvullende uitkering. Indien de toeslag als bedoeld in artikel X.10 lid 3 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie pensioengevend is, zal deze worden betrokken bij de berekening van de bruto uitkering, zoals in lid 1 van dit artikel is beschreven.

Voor de vaststelling van de aanvullende uitkering in verband met één of meerdere van bovenomschreven toeslagen gelden gedurende de volledige deelnemingsperiode de volgende percentages:

  • 45% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto SAO-toeslag,

  • 65% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto ploegentoeslag

  • 65% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto SAO- en ploegentoeslagen.

Artikel 10 Inhoudingen bij deelneming

  • 1. De SUM zal op de bruto uitkering inhouden:

    • de wettelijke loonheffing (loonbelasting + premies volksverzekering);

    • het werknemersaandeel in de premie ziekenfonds- c.q. ziektekostenverzekering;

    • het werknemersaandeel in de pensioenpremie.

  • 2. Partijen gaan er van uit dat zowel de bestaande pensioenvoorziening als de ziekenfonds- c.q. ziektekostenverzekering worden voortgezet.

  • Het werkgeversaandeel in de premies zoals omschreven in het reglement komt voor rekening van de SUM.

  • Voor de uitvoering wordt verwezen naar artikel 8 van het reglement.

Artikel 11 Hoogte van de uitkering bij deeltijd deelneming

  • 1. De werknemer die op grond van artikel 7 aanspraak kan maken op vervroegde uittreding, kan voorzover de werkgever daarmee instemt, onder de voorwaarden als vermeld in het reglement gedeeltelijk van deze aanspraak gebruik maken.

  • 2.

    • a. Bij gedeeltelijk vervroegde uittreding wordt de netto uitkering, zoals die conform artikel 8 bij volledige uittreding zou worden berekend, vastgesteld naar evenredigheid van de mate waarin zijn/haar aantal te werken uren op kalenderjaarbasis wordt verminderd, zulks volgens onderstaande staffel:

Mate van uittredingnetto uitkeringspercentage
80%80% van 87,5% = 70,00%
70%70% van 87,5% = 61,25%
60%60% van 87,5% = 52,50%
50%50% van 87,5% = 43,75%
40%40% van 87,5% = 35,00%
30%30% van 87,5% = 26,25%
20%20% van 87,5% = 17,50%
    • b. De mate van uittreding kan met instemming van de werkgever door de deelnemer worden gewijzigd waarbij sprake kan zijn van zowel het vergroten als verkleinen van de mate van uittreden. De SUM moet 3 maanden voor het tijdstip van wijziging daarvan schriftelijk in kennis worden gesteld. Een wijziging kan uitsluitend ingaan per de eerste van de maand.

    • De deelnemer die volledig gebruik maakt van zijn aanspraak op vervroegde uittreding komt niet meer in aanmerking voor deeltijd deelneming, tenzij het bestuur in bijzondere gevallen anders beslist.

  • 3. De werknemer als bedoeld in artikel 9 lid 2 die gebruik maakt van de deeltijd deelnemingsregeling ontvangt een aanvullende uitkering die wordt gebaseerd op een evenredig deel van de toeslagen als omschreven in artikel 8 lid 2.

  • 4. Zodra het dienstverband van de werknemer die gebruik maakt van de deeltijd deelnemingsregeling eindigt, wordt de gedeeltelijke deelneming van rechtswege omgezet in een volledige deelneming aan de SUM-regeling. Vanaf dat moment is artikel 9 van toepassing.

Artikel 12 Loonbetaling bij deeltijd deelneming

De werkgever draagt zorg voor inhoudingen op en uitbetaling van het loon dat door de werkgever is verschuldigd uit hoofde van het deeltijd dienstverband.

Artikel 13 Overzicht voorziening vrijgekomen functies

De werkgever bij wie in de loop van het kalenderjaar werknemers vervroegd zijn uitgetreden, zal aan de SUM, uiterlijk op 1 mei van het jaar daarop volgend, een overzicht verstrekken waaruit blijkt of en zo ja op welke wijze in de vrijgekomen functies is voorzien.

De SUM zal voor toezending van een formulier zorgdragen.

BIJLAGE I

STATUTEN

Artikel 1 Naam en Zetel

De stichting draagt de naam: „Stichting Uittreden Metaal- en Elektrotechnische Industrie", hierna te noemen „de SUM" en is gevestigd te 's-Gravenhage.

Artikel 2 Doel

Het doel van de SUM is om aan werknemers in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie die, op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie inzake vervroegd uittreden, van de mogelijkheid om vrijwillig vervroegd uit het arbeidsproces te treden gebruik maken (de deelnemers), de daarvoor bij reglement bepaalde uitkeringen te doen.

Artikel 3 Deelnemers

Deelnemers zijn de ex-werknemers in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie wier verzoek om aan de SUM-regeling(en) te mogen deelnemen door het bestuur van de SUM is ingewilligd en die zijn toegetreden tot de SUM-regeling(en).

Artikel 4 Financiële middelen

De financiële middelen van de stichting bestaan uit:

  • 1. de door de werknemers te storten bijdragen als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomsten inzake vervroegd uittreden;

  • 2. de door de werkgevers te storten bijdragen als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomsten inzake vervroegd uittreden;

  • 3. bijdragen van de overheid, indien en voorzover deze worden verleend;

  • 4. andere baten.

Artikel 5 Secretariaat en Administratie

  • 1. De stichting draagt alle secretariële werkzaamheden, waaronder het voorbereiden van werkplannen met bijbehorende begroting, de uitvoering van de bestuursbesluiten, de inning van de in artikel 4 bedoelde bijdragen, de financiële administratie en het beleggen van de financiële middelen op aan Stichting Centraal Secretariaat Metaal- en Elektrotechnische Industrie (Cesmetel), gevestigd te 's-Gravenhage, hierna te noemen: „Cesmetel" en sluit daartoe met die stichting één of meer overeenkomsten.

  • 2. De beschikbare gelden van het fonds van de stichting worden belegd met inachtneming van redelijke eisen van liquiditeit en rendement en van een zo juist mogelijke risicoverdeling, ondermeer door kortlopende depositorekeningen bij solide Nederlandse bankinstellingen.

Artikel 6 Uitkeringen

De uitkeringen aan de daarvoor in aanmerking komende uitgetreden werknemers geschieden op basis van de bepalingen van een door Stichting Raad van Overleg in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie, gevestigd te 's-Gravenhage, hierna te noemen „de ROM", vast te stellen reglement.

Artikel 7 Bestuur

  • 1. Het bestuur van de SUM bestaat uit acht leden.

  • 2. De leden van het bestuur worden benoemd door de ROM. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een bindende voordracht, op te maken voor elke te vervullen plaats. De navolgende verenigingen hebben elk het recht voor de benoeming van een of meer bestuursleden de voordracht op te maken, te weten:

    • drie leden door de Vereniging FME te Zoetermeer;

    • één lid door de Ondernemersorganisatie CWM te Rotterdam;

    • één lid door de Industriebond FNV te Amsterdam;

    • één lid door de Industrie- en Voedingsbond CNV te Nieuwegein;

    • één lid door de Vereniging Unie BLHP, Vakbond voor administratief, technisch en commercieel personeel te Houten; en

    • één lid door de Vakorganisatie van het Middelbaar en Hoger Personeel VHP Metalektro te Houten.

  • De betreffende vereniging zal de voordracht als bedoeld in dit lid opmaken binnen drie maanden nadat deze vereniging hiertoe schriftelijk door de ROM is uitgenodigd.

  • 3. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De ROM stelt een rooster van aftreden op.

  • Een aftredend bestuurslid is terstond herbenoembaar.

  • 4. De ROM kan een bestuurslid schorsen of ontslaan in overleg met de vereniging die overeenkomstig lid 2 bevoegd is een voordracht voor de betreffende bestuurszetel op te maken.

  • 5. Het bestuurslidmaatschap eindigt door:

    • a. overlijden;

    • b. het nemen van ontslag;

    • c. ondercuratelestelling of faillissement;

    • d. ontslag als bedoeld in lid 4.

Artikel 8 Bestuur

  • 1. Het bestuur wijst telkenjare uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter aan, met dien verstande dat indien het voorzitterschap wordt bekleed door één van de leden benoemd op voordracht van de Vereniging FME, het vice-voorzitterschap wordt bekleed door één van de leden benoemd op voordracht van één der werknemersorganisaties en zo telkenjare afwisselend.

  • 2. De door Cesmetel voor de uitvoering van de secretariële en administratieve werkzaamheden ter beschikking gestelde functionarissen maken geen deel uit van het bestuur van de stichting.

  • 3. Cesmetel kent één van de in lid 2 bedoelde functionarissen de titel secretaris van de stichting toe, die als zodanig toegang heeft tot bestuursvergaderingen en daarin een adviserende stem heeft.

  • 4. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De stichting kan voorts vertegenwoordigd worden door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, te weten één werkgeversbestuurslid en één werknemersbestuurslid. Het bestuur verleent aan Cesmetel volmacht om in het kader van de haar opgedragen taken de stichting te vertegenwoordigen.

Artikel 9 Vergaderingen

Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of tenminste de helft van de bestuursleden dit gewenst acht.

Artikel 10 Besluitvorming

  • 1. Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet ten minste twee bestuursleden aangewezen door de werkgeversorganisaties en twee bestuursleden aangewezen door de werknemersorganisaties, zoals vermeld in artikel 7, lid 2 aanwezig zijn.

  • 2. De leden van het Bestuur hebben in de vergadering van het bestuur ieder één stem, indien de aantallen van de ter vergadering aanwezige werkgeversleden en werknemersleden even groot zijn. Is dit niet het geval, dan brengt ieder van de werkgevers- respectievelijk werknemersleden van het bestuur evenveel stemmen uit als er leden van de andere groep aanwezig zijn.

  • 3. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in een volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen dan weer, dan wordt het betreffende voorstel voorgelegd aan – en beslist door – de ROM. De ROM stelt het bestuur zo spoedig mogelijk van die beslissing in kennis.

  • 4. Behoudens in de gevallen waarin uitdrukkelijk anders is vermeld, worden besluiten genomen met gewone meerderheid der geldige stemmen.

  • 5. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd.

Artikel 11 Financiën

  • 1. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Per het einde van het boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten.

  • Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt. Cesmetel legt deze stukken, voorzien van het verslag van de in lid 3 bedoelde accountant, aan het bestuur ter vaststelling over.

  • 3. De jaarstukken en de boekhouding worden onderzocht door een register-accountant; de raad van toezicht van Cesmetel verleent daartoe opdracht.

  • 4. Jaarlijks binnen één maand na vaststelling van de jaarstukken brengt het bestuur omtrent het gevoerde beleid verslag uit aan de ROM en legt binnen die termijn de jaarstukken voorzien van het verslag van de accountant aan de ROM ter goedkeuring over.

  • 5. Het bestuur draagt zorg, dat de jaarstukken, het verslag van de accountant en het verslag van het bestuur ter inzage worden gelegd:

    • a. ten kantore van de Stichting;

    • b. bij de bij de Stichting betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties;

    • c. op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.

  • 6. Het besluit tot verlenen van décharge wordt genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierde van het aantal geldige stemmen.

Artikel 12 Begroting en werkplan

  • 1. Het bestuur van de Stichting zal voor de betreffende CAO-periode een werkplan met bijbehorende begroting vaststellen. Het bestuur van de stichting gaat niet tot die vaststelling over voordat de ROM het plan en de begroting heeft goedgekeurd.

  • 2. Het goedgekeurde en vastgestelde werkplan en de bijbehorende begroting vormen de basis voor het door het bestuur voor de betreffende periode te voeren beleid.

  • Het bestuur kan alleen daarvan afwijken na verkregen goedkeuring van de ROM. Terzake van de uitvoering van het werkplan brengt het bestuur na afloop van ieder boekjaar verslag uit aan de ROM.

Artikel 13 Statutenwijziging

  • 1. Besluiten tot wijziging van de statuten kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen.

  • 2. Een besluit als in lid 1 bedoeld, kan slechts worden genomen in een vergadering, waarin tenminste drie/vierde van het aantal bestuursleden tegenwoordig is en behoeft de goedkeuring van de ROM.

  • 3. De statutenwijziging komt tot stand bij notariële akte.

Artikel 14 Opheffing

  • 1. Het besluit tot opheffing van de SUM kan slechts worden genomen met algemene stemmen en na verkregen goedkeuring van de ROM.

  • 2. Wanneer tot opheffing is besloten treedt het laatste bestuur als liquidateur op.

  • 3. Het besluit tot opheffing bepaalt tevens de bestemming van een eventueel batig saldo.

  • Een dergelijk saldo zal zoveel mogelijk worden aangewend binnen het doel van de Stichting.

Artikel 15

De bestuursvergaderingen kunnen worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De benodigde stukken zullen aan deze vertegenwoordiger worden toegezonden.

Artikel 16 Slotbepalingen

In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur in overleg met de ROM.

Artikel 17 Overgangsbepaling

Deze statuten zijn in werking getreden op één januari negentienhonderdachtentachtig en zijn gewijzigd op vijf oktober negentienhonderdtweeënnegentig.

BIJLAGE II

REGLEMENT BEHOREND BIJ DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST IN DE METAAL- EN ELEKTROTECHNISCHE INDUSTRIE INZAKE VERVROEGD UITTREDEN 1996/1997

Artikel 1 Begripsbepalingen

SUM-regeling: de tussen partijen bij de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie afgesloten aparte collectieve arbeidsovereenkomst in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie inzake vervroegd uittreden 1996/1997.

Metaal- en Elektrotechnische Industrie: de ondernemingen welke vallen resp. zullen vallen onder de omschrijving van de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst inzake vervroegd uittreden in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

Werkgever: de natuurlijke of rechtspersoon voor wie een werknemer als bedoeld in dit lid arbeid pleegt te verrichten.

Werknemer: degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7A:1637a van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten met een onderneming in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie.

Deelnemer: de ex-werknemer in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie wiens verzoek om aan de SUM-regeling te mogen deelnemen door het bestuur van de SUM is ingewilligd en is toegetreden tot de SUM-regeling.

Bruto grondslag voor de berekening van de netto uitkering: het laatstgenoten feitelijke inkomen, op jaarbasis, dat wordt betrokken bij de vaststelling van de pensioenaanspraken op levenslang ouderdoms-, partner- en wezenpensioen. De bruto grondslag zal echter niet hoger zijn dan het overeenkomstige inkomen op het tijdstip, dat 5 jaar gelegen is vóór het tijdstip van beëindiging van het dienstverband, vermeerderd met de algemene salarisverhogingen in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie, welke sinds bedoeld tijdstip hebben plaatsgevonden, tenzij het bestuur van de SUM anders beslist.

Mocht de werknemer in de periode van 5 jaar voorafgaand aan het tijdstip van uittreden geconfronteerd zijn met teruggang in salaris, bij gelijkblijvend percentage werken, dan zal de bruto grondslag worden bepaald aan de hand van het gewogen gemiddelde feitelijke inkomen over de laatste 5 jaar, waarbij de manier van weging is als volgt: het eerste jaar voor uittreden tot en met het vijfde jaar voor uittreden wordt het inkomen gewogen met gewichtsfactor 1 tot en met respectievelijk 5.

Bruto-uitkering: het bedrag van de uitkering vermeerderd met de voor de deelnemer geldende inhoudingen en loonbelasting.

Uitkering: de door de SUM aan de deelnemer te verstrekken netto uitkering.

Artikel 2 Voorwaarden voor de deelneming

  • 1. Om aan de SUM-regeling te kunnen deelnemen dient de betrokken werknemer op de dag voor hij gaat deelnemen te voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      • 60 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, danwel

    • b. de periode voorafgaande aan deelneming als werknemer in de in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of in de Metaalnijverheid werkzaam zijn geweest (maar direct voorafgaande aan deelneming in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie) gedurende:

      • de laatste 7 jaren, of

      • de laatste 6 jaren met daarbij echter een totaal dienstverband in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of Metaalnijverheid van 13 jaren, of

      • de laatste 5 jaren met daarbij echter een totaal dienstverband in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of Metaalnijverheid van 19 jaren,

    • behoudens beperkte onderbreking buiten zijn schuld tijdens deze periode, een en ander ter beoordeling van het bestuur van de SUM.

    • c. afgezien van sancties – geen recht hebben op een volledige uitkering krachtens de AAW/WAO, WW voor en na 1987 (uitgezonderd de voortgezette loonbetaling op grond van artikel 63 e.v. van de WW) of WWV dan wel op doorbetaling van zijn salaris tijdens de eerste weken van arbeidsongeschiktheid of op een ongekorte Ziektewet-uitkering;

    • d. niet onder een afvloeiingsregeling vallen met uitzondering van degene die betrokken is bij een regeling als bedoeld in artikel X.6 lid 5 en 6 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en/of artikel XIX lid 5 en 6 van de cao hoger personeel in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie of daarmee gelijk te stellen (in overleg met de v.v. getroffen) regeling, ingevolge welke hij zonder uitkering krachtens de WW te genieten in de leeftijd van 57½ tot 60 jaar van voltijd in niet minder dan 50% deeltijd is gaan werken, en die overigens aan de voorwaarden voor deelneming voldoet;

    • e. het dienstverband beëindigen (bij volledige deelneming) resp. wijzigen (bij gedeeltelijke deelneming) al naar gelang de mate waarin aan de SUM-regeling wordt deelgenomen;

    • f. zich hebben verbonden gedurende zijn deelnemerschap niet in loondienst te treden of anderszins betaalde arbeid te verrichten (bij volledige deelneming) resp. geen dienstverband aan te gaan met een andere werkgever of betaalde arbeid te verrichten anders dan bij de eigen werkgever (bij gedeeltelijke deelneming). In bijzondere gevallen ter beoordeling van het bestuur van de SUM, kan van het bovenstaande worden afgeweken in geval van volledige deelneming. Voor het overige zijn de artikelen 11 en 12 van toepassing;

    • g. zich bij gedeeltelijke deelneming hebben verbonden geen meeruren te werken boven het overeengekomen aantal te werken uren op kalenderjaarbasis dat correspondeert met de conform artikel 6 vastgestelde mate van deelneming. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het bestuur van de SUM, kan van het bovenstaande worden afgeweken.

    • Voor het overige zijn de artikelen 11 en 12 van toepassing;

    • h. hebben verklaard dat, wanneer hij voor een uitkering krachtens de Ziektewet of AAW/WAO in aanmerking komt, hij het betrokken uitvoeringsorgaan machtigt zijn uitkering krachtens deze wetten over te maken aan de SUM;

    • i. akkoord te gaan met wijzigingen in het niveau van de uitkering voortvloeiend uit de toepassing van artikel 4 leden 2 en 3.

  • 2. Wanneer een volledig arbeidsongeschikte werknemer recht heeft op loondoorbetaling in verband met ziekte of een uitkering krachtens de AAW/WAO en hij wordt volledig of gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard kan hij aan de regeling deelnemen op de eerste dag van de vierde maand, volgend op die waarin hij weer volledig of gedeeltelijk arbeidsgeschikt is.

  • 3. Het door de SUM vastgestelde aanvraagformulier, door werkgever en werknemer volledig en naar waarheid ingevuld en voorzien van de vereiste bijlagen, dient TENMINSTE DRIE MAANDEN VOOR DE GEVRAAGDE INGANGSDATUM in het bezit van de SUM te zijn.

Artikel 3 Inhoudingen

Door de SUM worden op de bruto uitkeringen ingehouden:

  • a. de verschuldigde loonheffing (loonbelasting + premies Volksverzekering);

  • b. het werknemersaandeel in de premie ziekenfonds- c.q. ziektekostenverzekering;

  • c. het werknemersaandeel in de pensioenpremie.

Artikel 4 Rechten van een deelnemer bij volledige deelneming

  • 1. De SUM willigt het verzoek tot deelneming in als naar het oordeel van de SUM aan alle voorwaarden is voldaan en geeft de deelnemer en zijn werkgever daarvan schriftelijk bericht met vermelding van de ingangsdatum. De deelneming begint op de eerste van een kalendermaand doch niet eerder dan 1 januari 1997.

  • 2.

    • a. De uitkering, waarin de vakantietoeslag is verwerkt, wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald.

    • b. De netto uitkering ontstaat als volgt:

      • op de bruto grondslag (het laatstgenoten feitelijke inkomen, op jaarbasis, dat wordt betrokken bij de vaststelling van de pensioenaanspraken op levenslang ouderdoms- en levenslang weduwen- en wezenpensioen) wordt een berekening toegepast als ware de bruto grondslag het bruto loon waarvan voor de betreffende deelnemer het netto loon bij werken moet worden berekend volgens de in Nederland geldende (wettelijke) bepalingen;

      • van het aldus gevonden bedrag wordt 87,5%, het zogenaamde netto uitkeringspercentage, genomen.

    • Uitgaande van de netto uitkering wordt de bruto uitkering berekend.

    • c. Bij toetreding zal de bruto grondslag voor de berekening van de uitkering niet hoger zijn dan tweemaal de premiegrens welke in dat jaar wordt gehanteerd voor de WAO en WW, waarbij structurele wijzigingen, als gevolg van overheidsmaatregelen, buiten beschouwing blijven.

    • d. Het bestuur van de SUM zal bij wijziging van het bruto beloningsniveau in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie de bruto grondslagen van de deelnemers opnieuw vaststellen.

    • Het bestuur van de SUM is gerechtigd om de uitkeringen aan de deelnemers aan te passen aan wijzigingen in de uitkeringen Sociale Verzekeringen terzake van loonderving.

    • e. De netto uitkering zal ten minste gelijk zijn aan de netto AOW-uitkering, als ware de deelnemer 65 jaar. Voor de gehuwde deelnemer geldt de netto AOW-uitkering voor gehuwden met maximale toeslag.

    • f. De deelnemer die recht heeft op een uitkering krachtens de AAW/WAO en het betrokken uitvoeringsorgaan van die Wetten heeft gemachtigd deze uitkering over te maken aan de SUM ontvangt van de SUM een uitkering als ware hij volledig arbeidsgeschikt.

  • 3. De aanvullende uitkering op grond van de ploegentoeslag c.q. de toeslag voor afwijkende werktijden als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de cao wordt gebaseerd op de gedurende de 12 maanden voorafgaande aan de deelneming uitbetaalde toeslagen, vermeerderd met de eventuele compensatie van die toeslagen in Ziektewet- en/of WAO-uitkeringen, tenzij deze toeslag reeds deel uitmaakte van zijn laatstgenoten feitelijke inkomen, dat is betrokken bij de vaststelling van de pensioenaanspraken op levenslang weduwen- en wezenpensioen.

  • De aanvullende uitkering op grond van de SAO-toeslag wordt eveneens gebaseerd op de gedurende de 12 maanden voorafgaande aan de deelneming uitbetaalde toeslagen, vermeerderd met de eventuele compensatie van die toeslagen in Ziektewet- en/of WAO-uitkeringen. De toeslag als bedoeld in artikel X.10 lid 3 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie van f 302,– per jaar komt niet in aanmerking voor een aanvullende uitkering. Indien de toeslag als bedoeld in artikel X.10 lid 3 van de cao in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie van f 302,– per jaar pensioengevend is, zal deze worden betrokken bij de berekening van de bruto uitkering, zoals in lid 2 van dit artikel is beschreven.

  • Voor de vaststelling van de aanvullende uitkering in verband met één of meerdere van bovenomschreven toeslagen gelden gedurende de volledige deelnemingsperiode de volgende percentages:

    • 45% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto SAO-toeslag;

    • 65% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto ploegentoeslag;

    • 65% van de in het afgelopen jaar feitelijk verdiende bruto SAO- en ploegentoeslagen.

Artikel 5 Verlengde aanspraak

De werknemer die voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 van dit reglement kan gedurende de looptijd van deze overeenkomst een aanvraag indienen voor deelneming op grond waarvan de SUM een aanspraak op deelneming vaststelt zonder dat van de aanspraak gebruik wordt gemaakt. Alsdan kan alsnog geheel of gedeeltelijk van de aanspraak gebruik worden gemaakt na het eindigen van deze overeenkomst. Terzake van het uittreden zijn de bepalingen van dit reglement alsnog onverkort van toepassing.

Artikel 6 Rechten van een deelnemer bij gedeeltelijke uittreding

  • 1. De werknemer die voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 kan voorzover de werkgever daarmee instemt, onder de voorwaarden van dit artikel gedeeltelijk van de aanspraak op vervroegde uittreding gebruik maken.

  • 2.

    • a. Bij gedeeltelijk vervroegde uittreding wordt de netto uitkering, zoals die conform artikel 4 bij volledige uittreding zou worden berekend, vastgesteld naar evenredigheid van de mate waarin zijn/haar aantal te werken uren op kalenderjaarbasis wordt verminderd, zulks volgens onderstaande staffel:

Mate van uittredingnetto uitkeringspercentage
80%80% van 87,5% = 70,00%
70%70% van 87,5% = 61,25%
60%60% van 87,5% = 52,50%
50%50% van 87,5% = 43,75%
40%40% van 87,5% = 35,00%
30%30% van 87,5% = 26,25%
20%20% van 87,5% = 17,50%
    • b. De mate van uittreding kan met instemming van de werkgever door de deelnemer worden gewijzigd waarbij sprake kan zijn van zowel het vergroten als verkleinen van de mate van uittreden. De SUM moet 3 maanden voor het tijdstip van wijziging daarvan schriftelijk in kennis worden gesteld. Een wijziging kan uitsluitend ingaan per de eerste van een maand.

    • De werknemer die volledig gebruik maakt van zijn aanspraak op vervroegde uittreding komt niet meer in aanmerking voor deeltijd deelneming.

  • 3. De werknemer als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de cao die gebruik maakt van de deeltijd deelnemingsregeling ontvangt een aanvullende uitkering die wordt gebaseerd op een evenredig deel van de toeslagen als omschreven in artikel 4 lid 3.

  • 4. Zodra het dienstverband van de werknemer die gebruik maakt van de deeltijd deelnemingsregeling eindigt, wordt de gedeeltelijke deelneming van rechtswege omgezet in een volledige deelneming aan de SUM-regeling. Vanaf dat moment is artikel 4 van toepassing.

Artikel 7 Loonbetaling bij deeltijd deelneming

De werkgever draagt zorg voor inhoudingen op en uitbetalingen van het loon dat door de werkgever is verschuldigd uit hoofde van het deeltijd dienstverband.

Artikel 8 Overige financiële verplichtingen van de SUM

De SUM neemt de volgende financiële verplichtingen voor haar rekening:

  • a. het werkgeversaandeel in de premie/bijdrage ziekenfonds c.q. ziektekostenverzekering tot een maximum van 50% van de totale premie/bijdrage;

  • b. het werkgeversaandeel in de bijdrage voor de pensioenvoorziening(en) tot een jaarlijks in guldens vast te stellen maximum bedrag. Dit bedrag wordt als volgt berekend:

  • er wordt een fictieve maximum pensioengrondslag vastgesteld. Deze is gelijk aan tweemaal de voor dat jaar vastgestelde premiegrens voor de WAO en WW minus de voor dat jaar door het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalindustrie gehanteerde franchise. Het maximum bedrag is gelijk aan 60% van de bovenvermelde fictieve maximum pensioengrondslag, vermenigvuldigd met een getal, gelijk aan het premiepercentage van het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalindustrie in het betreffende jaar, gedeeld door 100;

  • c. bij gedeeltelijke deelneming zullen de financiële verplichtingen van de SUM naar evenredigheid van het percentage van de deelneming aan de regeling worden voldaan;

  • d. bij gedeeltelijke deelneming wordt in overleg met de betrokken werkgever en deelnemer bepaald op welke wijze de premie-inhouding en -afdracht van de ziektekostenverzekering en de pensioenverzekeringen zal plaatsvinden alsmede de wijze waarop met een eventuele beschikking loonbelasting wordt rekening gehouden.

De SUM maakt de premies/bijdragen voor de ziektekostenverzekering en voor de pensioenvoorziening(en), desgewenst via de voormalige werkgever, over aan de verzekeraars.

Artikel 9 Tijdstip uitkering

  • a. De eerste uitkering geschiedt over de maand met ingang waarvan de deelneming is begonnen.

  • b. Het tijdstip van de uitkering ligt in de tweede helft van de maand waarover de uitkering plaatsvindt.

Artikel 10 Rechten bij samenloop met andere uitkeringen

  • a. Wanneer de deelnemer bij het begin van of tijdens deelnemerschap in aanmerking komt voor een gedeeltelijke uitkering AAW/WAO dan dient hij zulks te melden aan de SUM.

  • De deelnemer is verplicht elke wijziging in de uitkering AAW/WAO direct aan de SUM te melden.

  • In geval van een gedeeltelijke uitkering AAW/WAO vult de SUM deze uitkering aan conform het gestelde in artikel 4 lid 2 sub f echter onder aftrek van een eventueel door de deelnemer te ontvangen aanvullend invaliditeitspensioen uit hoofde van een pensioenregeling. Als door toedoen van of ten gevolge van nalatigheid in handelen van de deelnemer de gedeeltelijke uitkering AAW/WAO wegvalt of gekort wordt, heeft de SUM het recht dit bedrag in mindering te brengen op de SUM-uitkering.

  • Indien en zodra een deelnemer een aanvullend invaliditeitspensioen ontvangt krachtens een pensioenregeling dient hij dit aan de SUM te melden.

  • b. Wanneer een deelnemer tijdens de eerste maand van zijn deelnemerschap in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de Ziektewet dan dient hij zulks te melden aan de SUM.

  • De deelnemer is verplicht elke wijziging in de uitkering krachtens de Ziektewet direct aan de SUM te melden.

  • Zolang hij voor een uitkering krachtens de Ziektewet in aanmerking komt ontvangt hij geen uitkering van de SUM, maar de SUM zal dan de Ziektewet-uitkering overmaken onder inhouding van de premies zoals vermeld in artikel 3 sub b en c van dit reglement.

  • c. Wanneer een deelnemer bij het begin of tijdens zijn deelnemerschap in aanmerking komt voor een uitkering uit hoofde van een of meer collectieve pensioenregelingen, dan dient hij zulks te melden aan de SUM.

  • De deelnemer komt alsdan in beginsel niet in aanmerking voor een SUM-uitkering, tenzij het bestuur anders beslist.

Artikel 11 Korting op de uitkering bij nevenactiviteiten

  • 1. In bijzondere gevallen als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub f, dient een schriftelijk verzoek tot het mogen verwerven van inkomsten uit arbeid drie maanden van te voren aan het bestuur van de SUM te worden gericht. Hierbij dienen alle inlichtingen over die arbeid, alsmede over de uit die arbeid te verwerven inkomsten te worden verstrekt.

  • 2. Indien de te verwerven bruto inkomsten uit arbeid samen met de bruto SUM-uitkering meer bedragen dan 95% van het laatstgenoten bruto inkomen, verhoogd met de algemene salarisverhogingen in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie, zal in beginsel het meerdere op deze uitkering in mindering worden gebracht.

  • 3. Wijzigingen in de inkomsten uit arbeid dienen onmiddellijk aanhet bestuur van de SUM te worden gemeld. Het vermelde in lid 2 van dit artikel is ook hier van toepassing.

  • 4. Inkomsten uit arbeid welke reeds langere tijd voor de deelneming werd verricht blijven in beginsel buiten beschouwing. Wel dienen ook die inkomsten, alsmede wijzigingen daarin, aan het bestuur van de SUM te worden gemeld en wel tegelijk met de aanvraag tot deelneming resp. zodra een wijziging zich voordoet.

Artikel 12 Vervallen van aanspraken

Wanneer een deelnemer handelt in strijd met de toezeggingen in de voorwaarden opgenomen in artikel 2 lid 1 sub e, f, g, h en i, of in strijd met de verplichtingen genoemd in de leden 1, 3 en 4 van artikel 11, vervallen de rechten van die deelnemer alsmede de verplichtingen van de SUM jegens die deelnemer.

Artikel 13 Controle

De SUM zal periodiek controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden. De werkgever en de werknemer zijn verplicht alle gevraagde informatie te verstrekken.

Artikel 14 Beëindiging deelnemerschap

Het deelnemerschap eindigt:

  • op de eerste van de maand over welke de deelnemer een uitkering ontvangt uit hoofde van een pensioenregeling welke onderdeel uitmaakte van zijn/haar arbeidsvoorwaarden in de volgens artikel 2 lid 1 sub e van dit reglement beëindigde dienstbetrekking, doch uiterlijk op de eerste van de maand waarin de deelnemer de 65-jarige leeftijd bereikt;

  • door overlijden. In dit geval hebben de nagelaten betrekkingen van de deelnemer recht op een overlijdensuitkering. Deze uitkering, ten bedrage van de SUM-uitkering vanaf de dag na overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na die waarin het overlijden plaatsvond, wordt betaald in een bedrag ineens.

  • Deze uitkering komt ten laste van de SUM voorzover zij niet wordt gedaan door een uitvoeringsorgaan van de Ziektewet (resp. WAO).

Artikel 15 Onvoorziene gevallen

In onvoorziene gevallen beslist het bestuur van de SUM.

II. Indien en voor zover de onder I opgenomen bepalingen strijdig zijn met (mede) ter zake van de vaststelling van lonen en/of andere arbeidsvoorwaarden bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

III. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van publicatie in de Nederlandse Staatscourant.

IV. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 19 februari 1997

C. J. Meerhof.


XNoot
1

Noot van partijen: De Commissie Werkingssfeer is samengesteld door de Stichting Raad van Overleg in de Metaal- en Elektrotechnische Industrie en de Vakraad voor de Metaalnijverheid. Het secretariaat van de Commissie Werkingssfeer is gevestigd: Postbus 1850, 2280 DW Rijswijk-ZH, telefoon 070-3160591. In de commissie hebben tevens zitting de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Elektrotechnische Industrie, de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid, het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalindustrie en het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalnijverheid.

XNoot
1

Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.

XNoot
1

Ingeval deze overeenkomst na 31 december 1997 niet wordt voortgezet, zullen de aanspraken en rechten uit hoofde van deze overeenkomst geldend blijven en zullen de daarvoor benodigde premies worden vastgesteld en geheven met inachtneming c.q. analoge toepassing van de bepalingen van dit artikel.

XNoot
1

Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht en geen nawerking.

XNoot
1

Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.

Naar boven