17 december 1997.nr. AV
A&M/97/1925B
Directie Arbeidsverhoudingen
Besluit houdende regels voor de subsidiëring van beleidsonderbouwend wetenschappelijk onderzoek door de Federatie Nederlandse Vakbeweging, het Christelijk Nationaal Vakverbond en de Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger personeel
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet SZW-subsidies,
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
b. ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
c. Directeur Arbeidsverhoudingen: de Directeur Arbeidsverhoudingen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
d. vakcentrales: FNV, CNV en MHP
Artikel 2
1. De minister kan subsidie verstrekken voor beleidsonderbouwend wetenschappelijk onderzoek door vakcentrales op het terrein van het arbeidsbestel. De subsidie wordt slechts verstrekt voor onderzoek dat voldoet aan de volgende eisen:
a. het onderzoek ondersteunt het vakbondsbeleid;
b. het onderzoek voldoet aan eisen voor wetenschappelijk onderzoek, dit ter beoordeling van de minister;
c. het onderzoek vertoont geen overlap met reeds uitgevoerd onderzoek, met lopend onderzoek en met voorgenomen onderzoek.
2. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50% van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van 50% van de kosten zoals die voor het onderzoek en onderdelen van het onderzoek zijn geraamd in de door de minister goedgekeurde begroting.
Artikel 3
De minister verdeelt het beschikbare subsidieplafond over de vakcentrales aan de hand van de ledentallen van de afzonderlijke vakcentrales per 1 januari van het jaar van aanvraag. Indien de wens en behoefte ertoe bestaat kan de aldus vastgestelde verdeling worden gewijzigd op basis van overeenstemming tussen de betrokken vakcentrales blijkend uit een schriftelijk akkoord.
Artikel 4
1. De vakcentrales kunnen subsidie aanvragen.
2. De subsidieaanvraag wordt schriftelijk gericht aan de Directeur Arbeidsverhoudingen, die de subsidie namens de minister verstrekt.
Artikel 5
1. Vóór de aanvang van elk kalenderjaar dienen de vakcentrales onderzoeksplannen in bij het ministerie van het onderzoek waar in dat jaar subsidie voor gevraagd zal worden. Deze plannen bevatten een globale aanduiding van de inhoud van de onderzoeken, het belang daarvan voor het vakbondsbeleid en de afstemming op ander onderzoek.
2. Een subsidieaanvraag voor een afzonderlijk onderzoek wordt ingediend vóór de start van dat onderzoek.
Artikel 6
1. De subsidieontvanger gaat akkoord met de begeleiding door een contactambtenaar van het ministerie, indien deze wordt aangewezen.
2. Tenminste éénmaal per jaar vindt coördinerend overleg plaats tussen de vakcentrales en het ministerie over de in artikel 5 lid 1 bedoelde onderzoeksplannen en onderzoek dat wordt uitgevoerd. In dat overleg wordt aandacht besteed aan de inhoudelijke evaluatie, in het bijzonder wat betreft de gebleken beleidsrelevantie, van het in het kader van deze regeling gesubsidieerde onderzoek.
3. De onderzoeksresultaten worden openbaar gemaakt. Van de eindrapportage wordt een nader in de subsidieverleningsbeschikking te bepalen aantal exemplaren ter beschikking van het ministerie gesteld.
4. De vakcentrales verlenen hun medewerking aan de evaluatie van deze regeling indien de minister een dergelijke evaluatie nodig acht.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
NB: Op subsidieverstrekking krachtens deze regeling is de Algemene Regeling SZW-subsidies van toepassing; daarin worden o.a. regels gesteld met betrekking tot de aanvraag, de bevoorschotting, de aan de subsidie verbonden verplichtingen (o.a. inzake administratie en informatie) en de rekening en verantwoording ten behoeve van de subsidievaststelling.