Vergunningverlening voor interlokaal openbaar vervoer
Vancom Noord-Nederland B.V.
4 december 1997
Nr. UT97/6375 VIVS
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Beslissende op de aanvraag van Vancom Noord-Nederland B.V. te Driebergen, gedateerd 9 september 1997, kenmerk WGR/S116J/97136, voor een vergunning voor het verrichten van interlokaal vervoer;
Gezien de adviezen van Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland en de Provincie Flevoland;
Overwegende
dat op grond van artikel 16 van de Wet Personenvervoer een beslissing tot verlening van een vergunning voor het verrichten van openbaar vervoer wordt genomen op grond van de wenselijkheid van het interlokaal vervoer en het financiële belang van het Rijk;
dat bij een dergelijke beslissing mede een afweging dient te worden gemaakt als bedoeld in artikel 4 van de Wet;
dat er gelet op het door de B.V. Vancom Nederland uitgevoerde interlokale vervoer onder de naam ’WALIBI Flevo Express’ is sprake van een gewenste voorziening;
dat deze voorziening vanaf 1998 uitgevoerd gaat worden door de B.V. Vancom Noord-Nederland en dat hierdoor eveneens sprake is van een gewenste voorziening;
dat voorts gelet op de beschikbare middelen het financieel belang van het Rijk zich niet verzet tegen voortzetting door aanvrager van het voorheen door de B.V. Vancom Nederland verrichtte interlokale openbaar vervoer;
dat ook overigens van geen bezwaar is gebleken;
Overwegende voorts
dat wordt voldaan aan de terzake gestelde eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid;
dat mitsdien de aanvraag voor inwilliging in aanmerking komt;
Gelet op de Wet personenvervoer c.a.;
Besluit:
met ingang van 1 januari 1998 aan Vancom Noord-Nederland B.V. te Driebergen vergunning te verlenen voor het verrichten van interlokaal vervoer binnen de Nederlandse staatsgrenzen als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze,
de Hoofdingenieur-Directeur,
voor deze,
het Hoofd van de Afdeling Verkeer en Vervoer,
G. Timmerman.
Mededelingen
De beschikking wordt bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant en ligt na de dag van bekendmaking gedurende 4 weken ter inzage bij de navolgende Rijkswaterstaat Directies:
Utrecht, Zoomstede 15, 3431 HK Nieuwegein;
IJsselmeergebied, Zuiderwagenplein 2, 8200 AP Lelytad;
Oost-Nederland, Gildemeesterplein 1, 6800 ED Arnhem.
Degene die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen kan ingevolge artikel 65 van de Wet personenvervoer binnen een termijn van 30 dagen na openbaarmaking van deze beschikking beroep instellen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
In het beroepschrift dient te worden vermeld om welke redenen men zich niet met de bestreden beschikking kan verenigen en welke uitspraak van het College wordt verlangd. Tevens gelieve men een kopie van de bestreden beschikkingen bij te voegen op grond van artikel 35 Wet Administratieve Rechtspraak Bedrijfsorganisatie.
Indien men binnen de gegeven beroepstermijn niet mogelijk is nauwkeurig het beroep met redenen te omkleden of aan te geven welke uitspraak van het College wordt verlangd, dan kan men binnen de gestelde termijn ingediend beroepschrift de Voorzitter van het College vragen op dit punt uitstel te verlenen.