De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet voor wat betreft de artikelen 1, eerste lid en 2, op voorschrift 5.8, tweede en derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit brood- of banketbakkerijen milieubeheer, voorschrift 5.10, tweede en derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit slagerijen milieubeheer, voorschrift 6.7, tweede en derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit woon- of kantoorgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.7, tweede en derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit detailhandel milieubeheer, voorschrift 3.9, tweede en derde lid, en voorschrift 3.11, juncto 3.9, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer, en voorschrift 5.7, tweede en derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit horecabedrijven milieubeheer, en voor wat betreft artikel 1, tweede lid, op voorschrift 5.8, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit herstelinrichtingen motorvoertuigen milieubeheer, voorschrift 4.7, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, voorschrift 3.11, juncto 3.9, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer, voorschrift 12.1, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit tankstations milieubeheer en voorschrift 8.12, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer;
Besluit:
Artikel 1
1. Als voorschriften ten aanzien van de toepassing en afwijking van NEN 7087 met betrekking tot slibvangputten en vetafscheiders als bedoeld in:
- voorschrift 5.8, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit brood- of banketbakkerijen milieubeheer,
- voorschrift 5.10, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit slagerijen milieubeheer,
- voorschrift 6.7, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit woon- of kantoorgebouwen milieubeheer,
- voorschrift 1.7, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit detailhandel milieubeheer,
- voorschrift 3.9, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer,
- voorschrift 5.7, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit horecabedrijven milieubeheer, worden vastgesteld de voorschriften opgenomen in de door het College van Deskundigen Bodembeschermende Voorzieningen van KIWA NV vastgestelde Nationale Beoordelingsricht- lijnen BRL 5252 van 1 mei 1996 en BRL 5254 van 15 oktober 1996.
2. Als voorschriften ten aanzien van de toepassing en afwijking van NEN 7089 met betrekking tot slibvangputten en olie-afscheiders als bedoeld in:
- voorschrift 5.8, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit herstelinrichtingen motorvoertuigen milieubeheer,
- voorschrift 4.7, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer,
- voorschrift 3.11, juncto 3.9, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer,
- voorschrift 12.1, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit tankstations milieubeheer, en
- voorschrift 8.12, tweede lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer, worden vastgesteld de voorschriften opgenomen in de door het College van Deskundigen Bodembeschermende Voorzieningen van KIWA NV vastgestelde Nationale Beoordelingsrichtlijnen BRL 5251 van 15 november 1994 en BRL 5253 van 1 mei 1996.
Artikel 2
Als merkteken als bedoeld in:
- voorschrift 5.8, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit brood- of banketbakkerijen milieubeheer,
- voorschrift 5.10, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit slagerijen milieubeheer,
- voorschrift 6.7, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit woon- of kantoorgebouwen milieubeheer,
- voorschrift 1.7, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit detailhandel milieubeheer,
- voorschrift 3.9, derde lid, en voorschrift 3.11, juncto artikel 3.9, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer,
- voorschrift 5.7, derde lid, van bijlage I, onderdeel II, van het Besluit horecabedrijven milieubeheer, wordt vastgesteld het beeldmerk ’KOMO’, gedeponeerd onder registratienummer 402721 bij het Benelux Merkenbureau en onder registratienummer 381290 bij het Internationale Bureau voor de bescherming van het industriële eigendom.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Op 1 maart 1996 is in werking getreden het Besluit van 19 januari 1996, houdende het opnemen van voorschriften in enkele algemene maatregelen van bestuur gebaseerd op artikel 8.40 Wet milieubeheer met betrekking tot het brengen van bedrijfsafvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater (Stb. 45 en Stb. 47).
a. in het Besluit brood- of banketbakkerijen milieubeheer, het Besluit slagerijen milieubeheer, het Besluit woon- of kantoorgebouwen milieubeheer, het Besluit detailhandel milieubeheer, het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer, en het Besluit horecabedrijven milieubeheer zijn voorschriften opgenomen met als uitgangspunt dat het lozen van plantaardige of dierlijke oliën of vetten zoveel mogelijk moet worden voorkomen; het lozen van plantaardige of dierlijke oliën of vetten kan worden beperkt door het gebruik van een slibvangput en een vetafscheider;
b. in het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer, het Besluit tankstations milieubeheer, en het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer zijn voorschriften opgenomen met als uitgangspunt dat minerale oliën zoveel mogelijk moeten worden teruggehouden uit het bedrijfs- afvalwater, hetgeen onder voorwaarden kan worden bewerkstelligd door het gebruik van een slibvangput en een olie-afscheider.
In de hiervoorbedoelde voorschriften is bepaald dat slibvangputten en vetafscheiders dienen te voldoen aan de eisen, zoals die zijn neergelegd in NEN 7087, uitgave 1990, en de daarbij behorende bijlage met het daarop in 1992 uitgegeven correctieblad. Slibvangputten en olie-afscheiders dienen te voldoen aan de eisen, neergelegd in NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correc -tiebladen. Omdat bepaalde eisen van de hiervoorgenoemde NEN-normen in strijd zijn met andere wettelijke voorschriften dan wel niet concreet genoeg zijn om certificatie mogelijk te maken, is in de voorschriften tevens de moge- lijkheid geschapen om bij ministeriële regeling ten aanzien van de toepassing van deze NEN-normen voorschriften te geven, welke voorschriften ook een afwijking van deze normen kunnen inhouden. Een voorbeeld van zo’n NEN-voorschrift is het voorschrift voor asbestcement. Dat voorschrift is in strijd met het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet. Een andere reden om te kunnen afwijken van de genoemde NEN-normen is, dat rekening kan worden gehouden met nieuwe ontwikkelingen. In Europees verband wordt gewerkt aan de harmo- nisatie van normen voor slibvangputten en vet- of olie-afscheiders, waarbij voor de desbetreffende NEN-normen een standstill-termijn geldt. Dit betekent dat de NEN-normen gedurende die periode niet kunnen worden aangepast.
Voor slibvangputten en vetafscheiders worden in de onderhavige regeling de voorschriften in de Nationale Beoordelingsrichtlijnen BRL 5252 van 1 mei 1996 en BRL 5254 van 15 oktober 1996 vastgesteld als voorschriften ten aanzien van de toepassing en afwijking van NEN 7087. Voor slibvangputten en olie-afscheiders worden de voorschriften in de Nationale Beoordelingsrichtlijnen BRL 5251 van 15 november 1994 en BRL 5253 van 1 mei 1996 vastgesteld als voorschriften ten aanzien van de toepassing en afwijking van NEN 7089. De afwijking heeft betrekking op de materialen waarvan de vet- of olie-afscheiders worden gemaakt en de eventueel daarop aan te brengen beschermlaag. De voorschriften in de BRL’s komen voor wat betreft deze laatste punten in de plaats van of zijn aanvullend op de voorschriften in de NEN. Door het instrument van de zogeheten nationale beoordelingsrichtlijn wordt bewerkstelligd dat op nieuwe ontwikkelingen adequaat kan worden ingespeeld.
Teneinde op eenvoudige wijze te kunnen vaststellen en aantonen dat aan de eisen voor een slibvangput en vet- of olie-afscheider wordt voldaan, is in de voorschriften bepaald dat, wanneer voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling, deze geacht worden aan die eisen te voldoen. De voorzieningen moeten bovendien zijn voorzien van een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen merkteken. In dat geval is er sprake van een zogeheten erkende kwaliteitsverklaring.
Het gebruikmaken van een slibvangput en vet- of olie-afscheider, die beschikt over een erkende kwaliteitsverklaring, is niet verplicht gesteld. Dit betekent dat men ook op andere wijze kan aantonen dat aan de voor die voorzieningen gestelde eisen wordt voldaan. Duidelijk is dat de vorenbedoelde kwaliteitsverklaring zowel voor de fabrikant, de gebruiker als het bevoegd gezag het nodige voordeel oplevert. Aan deze kwaliteitsverklaring ligt binnen de systematiek van certificeren van de Raad voor Accreditatie een van de vorengenoemde nationale beoordelingsrichtlijnen ten grondslag, die in principe door elke certificeringsinstelling kan worden gehanteerd bij de afgifte van kwaliteitsverklaringen voor slibvangputten en vet- of olie-afscheiders.
In deze regeling wordt met betrekking tot slibvangputten en olie-afscheiders alleen een merkteken vastgesteld voor slibvangputten en olie-afscheiders die worden gebruikt in inrichtingen die onder het Besluit scholen en opleidingsinstituten milieubeheer vallen. In het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit tankstations milieubeheer, en het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer wordt in de betrokken voorschriften ten onrechte gesproken over vetafscheiders in plaats van olie-afscheiders, waardoor het bij ministeriële regeling aanwijzen van een merkteken voor olie-afscheiders voor deze inrichtingen thans niet mogelijk is. Deze fout zal op zo kort mogelijke termijn via een reparatiebesluit worden hersteld. Door middel van een wijziging van de onderhavige regeling zal vervolgens het in artikel 2 genoemde merkteken ook voor deze inrichtingen worden aangewezen.
Het ontwerp van de regeling is aan de Europese Commissie genotificeerd in het kader van richtlijn nr. 83/189/EEG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften. De reactie van de Europese Commissie was procedureel van aard en behoefde niet te leiden tot een inhoudelijke aanpassing van de regeling.