De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
maakt bekend:
dat naar aanleiding van het door de VWS-commissie bezwaarschriften Awb uitgebrachte advies, de besluiten van 11 oktober 1996, kenmerk GZB/VVB 964300 en kenmerk GZB/VVB 964301, waarbij wordt medegedeeld dat, op basis van artikel 13, eerste lid, van de Destructiewet, aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ten behoeve van Staatsbosbeheer ontheffing wordt verleend van de in artikel 12, eerste en tweede lid, van genoemde wet, bedoelde verplichtingen voor kadavers van runderen, paarden en andere hoefdieren die in het kader van ecologisch natuurbeheer zijn uitgezet in de natuurgebieden de Oostvaardersplassen en de Slikken van Flakkee en waarvan de weke delen nog aanwezig dan wel in afbraak zijn, zijn ingetrokken.
Daarbij hoort de volgende toelichting. Uit het advies van de commissie is gebleken dat het ministerie niet op de juiste gronden tot de bestreden besluiten heeft kunnen komen. Met de bijzondere omstandigheden zoals genoemd in artikel 13, eerste lid, van de Destructiewet, wordt gedoeld op gevallen, waarin het onmogelijk is om aan de destructieverplichting te kunnen voldoen. In dit geval heeft het ministerie, door zich te beroepen op het streven naar de vergroting van de biologische diversiteit in deze natuurgebieden, een ruimere toepassing aan artikel 13, eerste lid, van de Destructiewet gegeven, dan door het artikellid wordt beoogd. Bovendien heeft het ministerie aangegeven dat vanaf het moment dat de aanvraag om ontheffing is ingediend, de kadavers overeenkomstig de destructieplicht worden opgehaald en onschadelijk gemaakt. De stelling dat het niet mogelijk is kadavers op te halen treft derhalve geen doel. Voorts wordt met een andere wijze van onschadelijk maken in ieder geval een actief ingrijpen vereist. Afbraak door natuurlijke organismen betreft een passieve houding en voldoet derhalve niet aan de in de wet bedoelde wijze.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze,
de Directeur Gezondheidsbeleid,
S. van Hoogstraten.