Openstelling aanvraagmogelijkheid Subsidieregeling demonstratieprojecten markt- en concurrentiekracht

8 september 1997

Nr. J. 979242

Directie Juridische Zaken

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van de Subsidieregeling demonstratieprojecten markt en concurrentiekracht;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. subsidieregeling: Subsidieregeling demonstratieprojecten markt en concurrentiekracht;

b. risico-organen: organen als bedoeld in artikel 14, onder-delen h, i en j, van het Keuringsregulatief 1994;

c. boerenkaas: boerenkaas als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwkwali-teitsregeling kaasproducten;

Artikel 2

Aanvragen tot subsidieverlening voor projecten als bedoeld in artikel 2 van de subsidie-regeling kunnen worden ingediend in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van de subsidieregeling tot en met 31 december 1997.

Artikel 3

Het subsidieplafond voor de in artikel 2 bedoelde aanvraagperiode bedraagt 10 miljoen gulden.

Artikel 4

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op één of meer van de onderstaande thema’s:

a. toepassing van nieuwe marktgerichte productiemethoden of verwerkingstechnieken, waaronder de ontwikkeling van nieuwe producten of bijproducten en het openen van nieuwe markten;

b. diversificatie van bedrijfsactiviteiten, met name door toeristische en ambachtelijke activiteiten of de productie en verkoop op het bedrijf, voorzover het projecten betreft die gericht zijn op:

- functieverbreding op het landbouwbedrijf of

- geïntegreerd bosbeheer;

c. verbetering van logistieke systemen en informatietechnologie, voorzover het projecten betreft die gericht zijn op:

- arbeidsefficiëntie, verbetering van de arbeidsfilm, arbeidsplanning en -logistiek,

- de toepassing van informatietechnologie in de keten voor wat betreft identificatie en registratie (I&R) bij landbouwhuisdieren,

- vernieuwende logistieke processen/concepten in de keten of tussen schakels van de keten of

- de toepassing van vernieuwende informatietechnologie op het gebied van logistiek in ketenverband;

d. verbetering van arbeidsomstandigheden, voorzover gericht op de primaire sector;

e. verbetering van hygiëne, voorzover het gaat om projecten die gericht zijn op:

- de verwijdering en verwerking van risico-organen bij herkauwers,

- hygiënemaatregelen in de keten ter voorkoming van ziekten en plagen of

- de verbetering van de kwaliteit van productiesystemen bij producenten van boerenkaas en andere zuivelproducten die zonder warmtebehandeling aan de consument worden verkocht;

f. verbetering van de gezondheid of het welzijn van dieren, voorzover het projecten betreft die de integratie van diergezondheid en welzijn bevorderen;

g. verbetering van de kwaliteit van productieprocessen of -systemen, waaronder integrale borgingssystemen;

h. verbetering van de horizontale onderscheidenlijk verticale samenwerking in onderscheidenlijk tussen opeenvolgende schakels in de productieketen van landbouw- of bosbouwproducten;

i. beperking van de milieubelasting door bedrijven die zich richten op de be- of verwerking van of handel in producten van de land- of bosbouw, voorzover het projecten betreft die gericht zijn op:

- de toepassing van procesgeïntegreerde technologie of

- kringloopsluiting of het hergebruik van materialen.

Artikel 5

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend door

a. aanvragers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de subsidieregeling, voorzover een project is gericht op één of meer van de thema’s, bedoeld in artikel 4, onderdelen b, c, e, tweede en derde gedachtenstreepje, f, g, h en i;

b. aanvragers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de subsidieregeling, voorzover een project is gericht op het thema, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, met dien verstande dat voor zover de betrokken aanvrager voor hetzelfde project ook een aanvraag in zou kunnen dienen of heeft ingediend uit hoofde van de Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden, deze geen aanvraag tot subsidieverlening uit hoofde van de subsidieregeling kan indienen;

c. ondernemers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de subsidieregeling, of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de subsidieregeling, bestaande uit dergelijke ondernemers, voorzover een project is gericht op het thema, bedoeld in artikel 4, onderdeel d;

d. ondernemers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de subsidieregeling, voorzover een project is gericht op het thema, bedoeld in artikel 4, onderdeel e, eerste gedachtenstreepje.


’s-Gravenhage, 8 september 1997. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen.

Toelichting

Algemeen

Door middel van onderstaand besluit wordt de Subsidieregeling demonstratieprojecten markt en concurrentiekracht (verder: de Subsidieregeling) voor de eerste keer voor aanvragen opengesteld. Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van de Subsidieregeling tot en met 31 december 1997. Aanvraagformulieren zijn verkrijgbaar bij de regiokantoren van LASER, de uitvoerende dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Voor de onderhavige aanvraagperiode is een budget beschikbaar van in totaal 10 mln. gulden. Gevolg van het vaststellen van dit bedrag is dat subsidieaanvragen moeten worden geweigerd voorzover door verstrekking van de subsidie dit bedrag zou worden overschreden (vgl. artikel 3, tweede lid, van de Subsidieregeling).

Voor deze aanvraagperiode worden de aanvragen behandeld volgens de volgtijdelijke procedure, waarbij de aanvragen in volgorde van ontvangst worden behandeld op basis van een advies van de beoordelingscommissie. Aan de zogenaamde tenderprocedure, beschreven in artikel 12 van de Subsidieregeling wordt dus in deze aanvraagperiode géén toepassing gegeven.

Op basis van artikel 9, tweede en derde lid, van de Subsidieregeling kan de mogelijkheid tot het indienen van aanvragen worden ingeperkt tot bepaalde thema’s, categorieën aanvragers of subthema’s. Hieraan is in dit besluit voor de onderhavige aanvraagperiode als volgt uitvoering gegeven:

1. géén aanvragen kunnen worden ingediend voor het thema ’verbetering van diergezondheidszorg’, (artikel 5, eerste lid, onderdeel g, Subsidieregeling);

2. aanvragen voor de thema’s genoemd in artikel 4, onderdelen b, c, d, e, f en i, van het onderhavige besluit, kunnen slechts worden ingediend voorzover de projecten betrekking hebben op één of meer van de in die onderdelen genoemde subthema’s;

3. aanvragen voor het thema, genoemd in artikel 4, onderdeel a, van het onderhavige besluit kunnen worden ingediend door alle categorieën aanvragers, genoemd in artikel 4 van de Subsidieregeling. Bepaalde projecten gericht op dit thema kunnen evenwel evenzeer in aanmerking komen voor subsidiëring op basis van de Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden; voor zover de uitvoerder van zo’n project ook valt binnen de kring van potentiële aanvragers van die regeling, is subsidieverlening op basis van de Subsidieregeling uitgesloten;

4. aanvragen gericht op het thema, genoemd in artikel 4, onderdeel d, van het onderhavige besluit, kunnen slechts worden ingediend door ondernemers of samenwerkingsverbanden van ondernemers in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, van de Subsidieregeling. Met deze beperking wordt een overlapping met de Tijdelijke bijdrageregeling Arbo-projecten vermeden;

5. aanvragen gericht op het thema, genoemd in artikel 4, onderdeel e, eerste gedachtenstreepje, van het onderhavige besluit, kunnen uitsluitend worden ingediend door individuele ondernemers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J.J. van Aartsen.

Naar boven