Ontheffing verplichting voor luchtvervoersvergunning

Helicon B.V.

13 augustus 1997

DGRLD/JBZ/L 97.500511

Rijksluchtvaartdienst

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van Helicon B.V. dd. 1 augustus 1997;

Gelet op artikel 16d van de Luchtvaartwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan Helicon B.V. te Brummen wordt tot 1 juni 1998 ontheffing verleend van de verplichting tot het hebben van een luchtvervoersvergunning voor het vervoer van goederen en personen ten behoeve van het eigen bedrijf, met een luchtvaartuig voorzien van de kenmerken PH-NSW, PH-JVM, PH-THB en PH-KBS.

Artikel 2

De houder van deze ontheffing is verplicht verzekerd te zijn:

a. tegen de aansprakelijkheid tegenover de vervoerde passagiers en goederen ten belope van de bij of krachtens verdrag vastgestelde limieten en

b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het aardoppervlak.

Artikel 3

Deze beschikking is gebaseerd op de statuten van Helicon B.V. zoals deze zijn opgesteld dd. 13 juli 1993 te Apeldoorn. Wijziging van de statuten kan intrekking van de ontheffing tot gevolg hebben en dient dan ook onverwijld aan het DGRLD te worden gemeld.

Artikel 3

De houder van deze ontheffing dient er voor zorg te dragen dat de bestuurder van het luchtvaartuig dat voor het vervoer wordt gebruikt, in ieder geval beschikt over een vliegbewijs B3.

Artikel 4

Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en werkt terug tot 21 mei 1997.

Binnen 6 weken ingaand op de dag na de datum van bekendmaking van het bovenstaande besluit kunnen belanghebbenden daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Rijksluchtvaartdienst, Juridische en Bestuurlijke Zaken, Postbus 90771, 2509 LT Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze,
het hoofd Hoofdafdeling Vervoer van de Rijksluchtvaartdienst,
C. T. den Braven.

Naar boven