Ontheffing verplichting luchtvervoersvergunning

Alex de Zwart

25 juli 1997

DGRLD/JBZ/L 97.500478

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van A. W. de Zwart dd. 18 juli 1997;

Gelet op artikel 16d van de Luchtvaartwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan Alex de Zwart te Kamperland, wordt tot 9 september 1998 ontheffing verleend van de verplichting tot het hebben van een luchtvervoersvergunning voor het vervoer van goederen en personen ten behoeve van het eigen bedrijf alsmede voor de bedrijven in mede-eigendom (A. W. de Zwart Holding B.V., Intrec B.V., Maral B.V., Grabor GmbH, Sealand Terminal B.V., Transal B.V., Amag B.V., Maral Recycling GmbH, Zeeland Metaal Handel B.V. en Transal Aero Service B.V.), met luchtvaartuigen voorzien van de kenmerken PH-MRL en PH-MRM.

Artikel 2

De houder van deze ontheffing is verplicht verzekerd te zijn:

a. tegen de aansprakelijkheid tegenover de vervoerde passagiers en goederen ten belope van de bij verdrag vastgestelde limieten en

b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het aardoppervlak.

Artikel 3

Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking op 9 september 1997.

Binnen 6 weken ingaand op de dag na de datum van bekendmaking van het bovenstaande besluit kunnen belanghebbenden daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Rijksluchtvaartdienst, Juridische en Bestuurlijke Zaken, Postbus 90771, 2509 LT Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze,
het hoofd Hoofdafdeling Vervoer van de Rijksluchtvaartdienst,
C. T. den Braven.

Naar boven