Vergunningen opsporing baarmoederhalskanker

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft, gehoord het advies van de Gezondheidsraad van 21 januari 1997, op 30 mei 1997 een vergunning verleend als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op het bevolkingsonderzoek aan:

- het bestuur van de Stichting Kankerpreventie West-Nederland te Leiden,

- het bestuur van de Stichting Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Noord-Holland en Flevoland te Amstelveen,

- het bestuur van de Stichting Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Midden Nederland te Utrecht,

- het bestuur van de Stichting Baarmoederhalskankerpreventie Oost te Arnhem,

- het bestuur van de Stichting Bevolkingsonderzoek naar Baarmoederhals-kanker Noord-Brabant en Noord-Limburg te Breda en

- het bestuur van de Stichting Kankerpreventie en -screening Limburg te Maastricht.

De vergunningen hebben betrekking op het opsporen van baarmoederhalskanker bij vrouwen van 30-60 jaar in de betrokken werkgebieden. Zij gelden tot 1 juli 1998 en zijn verleend onder de beperking dat de stichtingen de periode tot de aangegeven datum gebruiken om, in overleg met de coördinatiecom-missie baarmoederhalskankeronderzoek van de Ziekenfondsraad en met de andere screeningsorganisaties die bevol-kingsonderzoek naar baarmoederhals-kanker verrichten, te komen tot een informatiesysteem dat betrouwbare gegevens oplevert over de uitkomsten van de screening.


De Directeur Gezondheidsbeleid,
S. van Hoogstraten.

Naar boven