Bekendmaking aan de scheepvaart

Besluit tot instellen waterscooterverbod voor bepaalde vaargebieden en tot instellen vaargebieden voor het snelvaren met waterscooters

15 april 1996

Nr. 3

Rijkswaterstaat directie Zeeland (NWS)

Vereiste van besluit

Op grond van artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet (verder genoemd SVW) en het bepaalde in de artikelen 2 en 13 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (verder genoemd BABS) kan het bevoegd gezag een verkeersbesluit nemen voor het plaatsen van een verkeersteken dat een verbod of gebod bevat zoals opgenomen in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement (verder genoemd BPR), respectievelijk een bekendmaking laten uitgaan met dezelfde strekking als een verkeersteken.

Op grond van artikel 2, eerste lid, onder a.1 van de SVW ben ik het bevoegd gezag.

Belangenafweging en motivering

Op bepaalde lokaties en delen van de vaarwegen vallende onder het beheersgebied van de Rijkswaterstaat in de directie Zeeland heeft het varen met waterscooters tot ongewenste situaties geleid of zal naar verwachting tot ongewenste situaties leiden.

Ter vermijding van die ongewenste situaties, gelet op de belangen, genoemd in artikel 3, leden 1 en 2, van de SVW, acht ik het noodzakelijk om een verkeersmaatregel te nemen teneinde waterscooters uit vorenbedoelde lokaties en vaarwegdelen te weren (de strekking van verkeersteken A.19), waarbij tevens andere lokaties worden aangewezen waar het snelvaren met waterscooters is toegestaan (de strekking van verkeersteken E.22).

Met uitzondering van de Oosterschelde zijn op diverse vaarwegen voor de waterscooter een of meer gebieden beschikbaar waar sneller dan 20 km per uur mag worden gevaren, zodat aldaar alternatieven voorhanden zijn.

In het kader van de Regeling Snelle Motorboten Rijkswateren 1995 heeft overleg met belanghebbenden plaatsgevonden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

I. Het varen met waterscooters te verbieden op de volgende lokaties en vaarwegdelen:

1. Van het Krammer-Volkerakgebied en de Schelde-Rijnverbinding:

De voor de doorgaande beroepsvaart bestemde en bebakende/betonde vaargeul (Hoofdtransportas).

2. Op het Grevelingenmeer:

De gebieden waar ingevolge de Regeling Snelle Motorboten Rijkswateren 1995 het waterskiën is toegestaan.

3. Van de Oosterschelde, het Keeten en het Krammer:

De voor de doorgaande beroepsvaart bestemde en betonde vaargeulen op de noord-zuidroute tussen de Krammersluizen en het Kanaal door Zuid-Beveland, met inbegrip van de Witte Tonnen Vlije, Brabantsche Vaarwater en Engelsche Vaarwater (Hoofdtransportas).

4. Van het Zoommeer tussen de Schelde-Rijnverbinding en de Bergschediepsluis:

a. Het gebied waar ingevolge de Regeling Snelle Motorboten Rijkswateren 1995 het waterskiën is toegestaan.

b. Het gebied ten zuiden van het waterskigebied en de Bergschediepsluis (De Speelmansplaten).

c. Het gebied zuid en zuidoost van het gebied waar het snelvaren met waterscooters is toegestaan.

5. Het Kanaal door Zuid-Beveland (Hoofdtransportas).

Het verbod zal alleen op of bij vorenvermelde lokaties met voornoemd verkeersteken A.19 van het BPR worden aangegeven voor zover dit doelmatig en goed uitvoerbaar is.

Het verbod voor waterscooters geldt tevens op plaatsen waar een verbod voor alle motorschepen is ingesteld (verkeersteken A.12), zoals het Bathse Spuikanaal en het zwemwater aan de Oosterscheldezijde van de Oesterdam tussen de oever van Tholen en de westvoorhaven van de Bergschediepsluis.

II. De plaatsen waar het is toegestaan om overdag met een waterscooter sneller dan 20 km per uur te varen (verkeersteken E.22 of de betekenis daarvan), zijn:

1) Op het Grevelingenmeer:

De meest westelijke strook (breedte ca. 100 m) van het huidige snelvaargebied nabij de Brouwersdam in het westelijk deel van het Grevelingenmeer.

2) Op het Volkerak:

Het huidige snelvaar-/waterskigebied buiten de hoofdvaargeul ZW van de vluchthaven Dintelmond.

3) Op het Zoommeer tussen de Bergsediepsluis en de Schelde-Rijnverbinding:

Het gebied in het Tholense Gat tussen de tonnen NH2, TG30, TG25, TG23 en het meest zuidelijk gelegen drijfbaken met spits topteken, met een corridor naar de botenhelling aan de oostrand van recreatieterrein ’De Speelmansplaten’ bij de Oesterdam.

4) Op het Veerse Meer:

De beide huidige snelvaar-/waterskigebieden in het oostelijk en westelijk gedeelte van het meer.

De gebieden en vaarwegdelen vermeld in I en II zijn weergegeven in de betreffende hydrografische kaarten (editie 1996), uitgegeven door de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine, en in de regionale brochure Regeling Snelle Motorboten Rijkswateren (editie 1996), een gezamenlijke uitgave van de directies Zuid-Holland en Zeeland van Rijkswaterstaat.

Buiten de snelvaargebieden en de verboden gebieden geldt een maximum vaarsnelheid van 20 km per uur (BPR artikel 6.02 lid 3).

Op de Westerschelde en in het kustgebied mogen waterscooters snelvaren buiten de voor de doorgaande beroepsvaart bestemde vaargeulen en buiten de watergedeelten waar doorgaans gezwommen of gebaden wordt, mits daardoor geen gevaar, hinder of overlast voor anderen ontstaat.

III. Dit besluit in werking te laten treden op de dag na publikatie in de Staatscourant.

Voor bezwaar- en beroepsmogelijkheden is de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) van toepassing (zie de Mededelingen bij deze bekendmaking).


Middelburg, 15 april 1996. De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze,
de Hoofdingenieur-directeur,
voor deze,
het hoofd van de afdeling Scheepvaart en Infrastructuur (NWS),
B. de Hoop.

Mededelingen

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Zeeland, Postbus 5014, 4330 KA Middelburg.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de President van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer van het besluit;

d. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd.

Voorlopige voorziening

Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde president een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. De griffier van de betrokken Arrondissementsrechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Naar boven