Regels over het ontwerpen, bouwen, aanpassen en onderhouden van openbare riolen

«Wet Milieubeheer»

27 februari 1996

Nr. MJZ 96010091

Centrale Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 10.16b van de Wet milieubeheer en artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 91/271/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG L 135);

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

openbaar riool: gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Artikel 2

Een openbaar riool is zodanig gebouwd en wordt zodanig onderhouden dat:

a. het betrokken openbaar riool zoveel als mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater,

b. lekkage zoveel als mogelijk wordt voorkomen, en

c. het aantal overstortingen zo beperkt is als uit een oogpunt van doelmatige verwijdering van afvalwater mogelijk.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1996.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.


’s-Gravenhage, 27 februari 1996. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
M. de Boer.

Toelichting

Met deze regeling wordt artikel 3, derde lid, juncto bijlage I.A van richtlijn nr. 91/271/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG L 135; hierna: de richtlijn) geïmplementeerd. De basis voor deze regeling is te vinden in artikel 10.16b van de Wet milieubeheer.

In de memorie van toelichting bij het voorstel van wet van 4 februari 1994, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (kamerstukken II, 23 603, nr. 3, pp. 8-9) is deze regeling reeds aangekondigd. Over de regeling is daar opgemerkt dat van artikel 10.16b van de Wet milieubeheer een passend gebruik zou worden gemaakt, waarbij - binnen de grenzen die het EG-recht laat - het regeringsbeleid voor riolering uitgangspunt zou zijn. Kortheidshalve verwijs ik hier naar deze toelichting. Aan die toelichting kan hier het volgende worden toegevoegd.

Ik stel me op het standpunt dat het regeringsbeleid voor riolering de richtlijn al feitelijk implementeert en dat artikel 2 van deze regeling de formele implementatie vormt. Voor de onderwerpen ontwerp en aanleg zijn inmiddels modules in de Leidraad Riolering opgenomen. Het beheer van riolering komt door alle modules van de Leidraad heen aan de orde.

Over de implementatie kan ik nog opmerken dat de eisen die in artikel 2 zijn gesteld aan het bouwen van het openbaar riool, automatisch met zich brengen dat die eisen ook gelden voor het ontwerpen en aanpassen daarvan.

Voor de formulering van artikel 2 is aangesloten bij het systeem van de Wet milieubeheer. Voor wat betreft artikel 2, onder a en b, heeft ’zoveel als mogelijk’ betrekking op technische en financiële beperkingen. Voor artikel 2, onder c, geldt dat er eigenlijk geen technische beperkingen zijn. Daarom is voor dat onderdeel de doelmatige verwijdering van afvalwater het afwegingskader. Doelmatige verwijdering omvat de continuïteit van de verwijdering, de effectiviteit en de efficiency van de verwijdering en de capaciteit en de spreiding van de verwijdering. Een en ander is in overeenstemming met de richtlijn volgens welke de beste beschikbare technieken moeten worden toegepast, die geen overmatig hoge kosten met zich brengen.

Daarmee is de richtlijn voor wat betreft artikel 3, derde lid, juncto bijlage I.A van de richtlijn geïmplementeerd.

De regeling zal voor de praktijk geen veranderingen met zich brengen.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

M. de Boer.

Naar boven