Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 1996, 244 pagina 9 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 1996, 244 pagina 9 | Overig |
Nadere voorschriften ter uitvoering van de Regeling betreffende de loodsdienst voor en op de Westerschelde en op het Kanaal van Terneuzen
De Permanente Commissarissen van Toezicht op de Scheldevaart, bedoeld in Artikel 67 van het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van Artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839, en van Hoofdstuk II, afdeling 1 en 2 van het Tractaat van 5 november 1842 betreffende het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht;
Gelet op Artikel 4 van de op 19 april 1966 gesloten Regeling betreffende de Loodsdienst voor en op de Westerschelde en op het Kanaal van Terneuzen;
Besluiten:
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. kruisposten:
1° Wandelaar: de geografische positie tussen de lichtboeien SW Akkaert en de A1;
2° Steenbank: de geografische positie, ongeveeer 1 mijl west van de Schouwenbank lichtboei;
tenzij door bijzondere omstandigheden van deze positie wordt afgeweken;
b. Vlissingen Rede: het gedeelte van de Westerschelde dat in het Scheepvaartregelement Westerschelde 1990 als redegebied Vlissingen is omschreven;
c. besteldienst: het onderdeel van de onderscheiden loodsdiensten dat belast is met het individueel toewijzen van een loods aan een bepaald schip;
d. haalschip: een schip dat een loods verlangt vanuit een haven, niet gelegen aan de Schelde of het Kanaal van Gent naar Terneuzen;
e. Scheldevaarder:
1° elk schip dat de Schelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen bevaart, voor zover het geen haven dan wel anker- of ligplaats op het Nederlandse gedeelte van die wateren als bestemming of vertrekpunt heeft
en
2° elk schip dat de Schelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen bevaart en een op het Nederlandse gedeelte van die wateren gelegen haven dan wel anker- of ligplaats aandoet:
a. voor het lichten onderscheidenlijk bijladen van een schip, zoals bepaald in artikel 38 bis van het Scheldereglement
of
b. zonder het doel aldaar een economische activiteit uit te voeren
met uitzondering van schepen die zowel hun vertrekpunt als hun bestemming op het Belgisch gedeelte van de Schelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen hebben en tijdens de vaart de Belgische/Nederlandse grens niet passeren;
f. economische activiteit: onder economische activiteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 2°, b, wordt begrepen iedere overeenkomst of feitelijke handeling betreffende schip, passagiers, lading of bemanning met een op geld waardeerbaar gevolg in het economisch verkeer;
met uitzondering van:
1. het aan- of afmonsteren van bemanning;
2. het in- of ontschepen van niet-betalende passagiers;
3. het in- of ontschepen van een loods op Vlissingen Rede voor of van een haven niet gelegen in het Scheldegebied;
4. het schuilen;
5. het wachten op orders;
en indien vervolgens de reis wordt voortgezet naar een Belgische haven of komende vanuit een Belgische haven naar zee:
6. het aan boord nemen van proviand en drinkwater;
7. het bunkeren;
8. het uitvoeren van een noodherstelling;
9. het aan boord nemen van machineonderdelen voor het betreffende schip voor zover er geen installatie- en reparatiewerkzaamheden met betrekking daartoe door derden plaatsvinden;
g. Scheldereglement: het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van Artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839, en van het Hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842 betreffende het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht.
Artikel 2 Verdeling loodsprestaties
1. De loodsprestaties ten behoeve van Scheldevaarders worden uitgevoerd volgens de volgende verdeelsleutel:
negenmaal de serie (3V-1N), gevolgd door éénmaal de serie (2V-2N), waarbij V staat voor een loods van de Vlaamse loodsdienst en N voor een loods van de Nederlandse loodsdienst.
2. In afwijking van het eerste lid, wordt in de volgende bijzondere gevallen afgeweken van de verdeelsleutel:
a. het loodsen van een Scheldevaarder, die van een Belgische haven dan wel een anker- of ligplaats aan het Belgische gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen, naar Antwerpen of bovenwaarts gelegen haven, dan wel omgekeerd, vaart, wordt door loodsen van de Vlaamse loodsdienst verricht met uitzondering van het traject Terneuzen-Antwerpen, welke door loodsen van de Nederlandse loodsdienst wordt verricht.
Met Terneuzen wordt bedoeld ’in de sluis’ of indien het schip niet onmiddellijk verder kan opvaren, ’in de buitenhaven van Terneuzen’;
b. het loodsen van een schip dat van een Belgische haven dan wel anker- of ligplaats aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen of aan de Schelde naar een Nederlandse haven aan de Schelde of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, eventueel via een ankerplaats dan wel omgekeerd, vaart, wordt uitsluitend door loodsen van de Nederlandse loodsdienst verricht, met uitzondering van het traject Vlissingen (Buitenhaven) naar Antwerpen of het Belgisch gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen, welk door loodsen van de Vlaamse loodsdienst wordt verricht;
c. het loodsen van een schip dat van Vlissingen Rede naar Zeebrugge of omgekeerd vaart, wordt uitsluitend door de loodsen van de Vlaamse loodsdienst verricht;
d. indien de gezagvoerder van een Scheldevaarder op eigen verzoek gebruik maakt van de diensten van meer dan één loods op hetzelfde traject, worden deze loodsen in de verdeelsleutel opgenomen. Zo mogelijk dienen deze loodsen tot dezelfde loodsdienst te behoren;
e. voor de Scheldevaarders die volgens de verdeelsleutel een loods kregen toegewezen, doch zonder loods zijn vertrokken, wordt de lopende verdeelsleutel bijgesteld;
f. loods- en overheidsvaartuigen en oorlogsschepen van beide landen worden in regel bediend door de loodsen van het eigen land, waarbij de verdeelsleutel niet wordt toegepast;
g. vreemde oorlogsschepen worden bij de officiële of semi-officiële bezoeken aan Antwerpen, Gent of Brussel door de Vlaamse loodsen bediend, waarbij de verdeelsleutel niet wordt toegepast. Bij routine- of operationele bezoeken krijgen deze schepen een loods toegewezen volgens de verdeelsleutel.
Voor toepassing van de regeling van dit onderdeel wordt verstaan onder:
- officiële of semi-officiële bezoeken: het verblijf van een vreemd oorlogsschip op het grondgebied van een staat, op uitnodiging van die staat, ter gelegenheid van een belangrijke nationale of internationale gebeurtenis en waarbij beide staten overeengekomen zijn om het bezoek een plechtig karakter te geven;
- routine- of operationele bezoeken: bezoeken in het kader van vlootoefeningen, daaronder begrepen deze die zijn ingegeven wegens bevoorrading, herstelling, bunkeren, in- en ontschepen van manschappen en materialen, zoek- en reddingsoperaties, waarbij de formaliteiten tot een minimum zijn beperkt.
3. Wijziging van het regime:
Wanneer gedurende de loodsreis de bestemming van een schip zodanig wordt gewijzigd dat het onder een ander regime valt, wordt:
a. de aangevangen loodsreis tot het eerstvolgende loodsstation onder het oorspronkelijk regime behouden;
b. de verdere loodsreis, vanaf dat loodsstation, tot de bestemming onder het nieuwe regime afgelegd.
4. Nederlandse loodsen worden aangewend voor schepen vallend onder de Nederlandse wetgeving.
5. Aan schepen zullen geen vaste lijnloodsen worden verstrekt.
Artikel 3 Toepassing van de verdeel-sleutel
1. De verdeelsleutel voorzien in artikel 2, eerste lid, wordt afzonderlijk toegepast voor:
a. de loodsprestaties op de volgende trajecten:
1° kruispost Wandelaar tot Vlissingen Rede;
2° kruispost Steenbank tot Vlissingen Rede;
3° Vlissingen Rede tot Antwerpen;
4° Vlissingen Rede tot Gent;
5° Gent tot Vlissingen Rede;
6° Antwerpen tot Vlissingen Rede;
7° Vlissingen Rede tot kruispost Wandelaar;
8° Vlissingen Rede tot kruispost Steenbank;
b. de loodsprestaties voor haalschepen;
c. de loodsprestaties voor Scheldevaarders welke door middel van een helikopter van één of meerdere loodsen wordt voorzien;
d. de loodsprestaties voorzien in artikel 11, derde lid, van deze regeling.
2. Voor de toepassing van de verdeelsleutel gelden de volgende bijzondere gevallen:
a. voor de trajecten voorzien in het eerste lid, onderdeel a, 1° en 2°, wordt de verdeelsleutel toegepast volgens de volgorde van de te beloodsen schepen op de betreffende kruisposten;
b. voor de trajecten voorzien in het eerste lid, onderdeel 3° en 4°, wordt de verdeelsleutel toegepast volgens het tijdstip van beloodsing op één der kruisposten, dan wel bij gestaakte loodsdienst het passeren van de ZW Akkaert of de Schouwenbank;
c. voor het traject voorzien in het eerste lid, onderdeel a, 5°, wordt de verdeelsleutel toegepast volgens het tijdstip van vertrek van het schip. Bij gelijktijdig vertrek van verschillende schepen geldt de ligplaats vanaf de Belgische/
Nederlandse grens in zuidelijke richting als volgorde en in hetzelfde dok de alfabetische volgorde van de scheepsnamen;
d. voor het traject voorzien in het eerste lid, onderdeel a, 6°, wordt de verdeelsleutel toegepast bij het vertrek van het schip. Bij gelijktijdig vertrek van verschillende schepen geldt de ligplaats in stroomopwaartse richting als volgorde en in dezelfde sluis de alfabetische volgorde van de scheepsnamen;
e. voor het traject voorzien in het eerste lid, ondereel a, 7°, wordt de verdeelsleutel toegepast volgens het tijdstip van passeren van de lichtboei 32 of het binnenvaren van de sluis te Terneuzen, dan wel volgens het tijdstip van beloodsing op de kruispost Steenbank;
f. voor het traject voorzien in het eerste lid, onderdeel a, 8°, wordt de verdeelsleutel toegepast volgens het tijdstip van het passeren van lichtboei 32 of het binnenvaren van de sluis te Terneuzen, dan wel volgens het tijdstip van beloodsing op de kruispost Wandelaar;
g. een gedurende de rivierloodsreis na het passeren van de lichtboei 32 of na binnenkomst in de sluis te Terneuzen gewijzigde keuze van het te bevaren zeegat, zal in de verdeelsleutel voor het zeetraject geen wijziging brengen;
h. voor schepen die tengevolge van een gewijzigde bestemmingshaven uit de betreffende verdeelsleutel vallen, wordt door de loodsdienstleidingen te Vlissingen in overeenstemming de belood-sing vastgesteld en zonodig in een volgende verdeelsleutel verwerkt.
3. Voor de loodsprestaties met betrekking tot Scheldevaarders die in een haven gelegen aan de Schelde of het Kanaal van Gent naar Terneuzen reeds een loods wensen aan boord te nemen voor het zeetraject, omdat wegens de constructie of uitrusting van het schip een loodswisseling op Vlissingen Rede te veel risico’s inhoudt, wordt de zee-
loods toegewezen, waarbij de verdeelsleutel wordt toegepast volgens het tijdstip van bestellen van de rivier- of kanaalloods.
4. Voor de loodsprestaties met betrekking tot de haalschepen voorzien in het eerste lid, onderdeel b, wordt de verdeelsleutel zowel voor het zee-, het rivier- als het kanaaltraject toegepast volgens het tijdstip van de aanvraag door de scheepsagent voor het bekomen van een of meer loodsen.
5. Voor de loodsprestaties met betrekking tot Scheldevaarders voorzien in het eerste lid, onderdeel c, wordt de verdeelsleutel zowel voor het zee-, het rivier- als het kanaaltraject toegepast volgens het tijdstip van de aanvraag van de helikopter.
6.a. Indien een inkomend schip een loods neemt voor een der zeegaten van de Westerschelde en nadien door een ander zeegat wenst binnen te komen, wordt de reis gedaan door de ingescheepte loods en geldt zij als prestatie voor de dienst waartoe die loods behoort;
b. Deze prestatie wordt opgenomen in het prestatieverdelingsregime van toepassing aan de kruispost waar de loods geleverd werd.
7.a. Indien een schip met bestemming zee ter rede van Vlissingen een loods neemt voor een der zeegaten en nadien de rede door een ander zeegat wenst te verlaten, wordt dat traject gedaan door de ingescheepte loods en geldt zij als prestatie voor de dienst waartoe die loods behoort;
b. Dit traject wordt opgenomen in het prestatieverdelingsregime dat geldt voor het zeegat waarvoor de loods oorspronkelijk werd geleverd.
8. Indien schepen zonder loods de Wielingen, Scheur, Oostgat of Deurloo binnenkomen, worden loodsprestaties voor het rivier- of kanaaltraject ingepast in de afzonderlijke toegepaste verdeelsleutel bij het passeren van de lichtboei W 6 of de lichtboei OG 13.
Artikel 4 Verdeling van de trajectprestaties
1. Voor de toepassing van artikel 1, Regeling Loodsdienst 1966 worden, m.b.t. schepen vallende onder de artikelen 39, 43, 45 en 46 van het Scheldereglement, de volgende loodsreizen als twee trajectprestaties aangerekend:
a. indien een schip met een loods naar zee is vertrokken en weer terugkeert van een positie dwars van de uiterton of daar buiten, de heen- en terugreis tezamen;
b. indien een van Antwerpen afvarend schip naar die haven terugkeert van een positie tussen Terneuzen en Vlissingen, de heen- en terugreis tezamen;
c. indien een schip van een Belgische haven aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen afvaart en weer naar die haven terugkeert, van een positie tussen Terneuzen en Vlissingen, de heen- en terugreis tezamen;
d. indien een schip afvarend van Antwerpen of van een Belgische haven aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen en van een positie tussen Terneuzen en Vlissingen of van de rede van Vlissingen zelf terugkeert naar Terneuzen (incl. Put van Terneuzen) en daarna weer naar Zee vertrekt, voor de afgelegde binnentrajecten.
2. Voor de toepassing van artikel 1, Regeling Loodsdienst 1966, worden de hierna vermelde loodsreizen als hele trajectprestaties gerekend.
a. de onder het Scheldereglement vallende schepen, welke Zeebrugge aandoen:
1. Wielingen - Rede Vlissingen of omgekeerd (Zeebrugge als bijlegger);
2. Oostgat - Rede Vlissingen of omgekeerd (Zeebrugge als bijlegger);
b. de onder de artikelen 39, 43, 45 en 46 van het Scheldereglement vallende schepen:
1. indien een van zee komend schip geen loods kan krijgen, doch in plaats daarvan door het loodsvaartuig wordt voorgestoomd;
2. indien een schip met loods naar zee is vertrokken en weer terugkeert van een positie binnen de uiterton, de heen en terugreis inbegrepen;
3. indien een van Antwerpen afvarend schip naar die haven terugkeert van een positie tussen Bath en Terneuzen, de heen en terugreis inbegrepen;
4. indien een schip afvaart van een Belgische haven aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen en weer naar die haven terugkeert van een positie tussen die haven en Terneuzen, de heen en terugreis inbegrepen.
3. Voor de toepassing van artikel 1 - Regeling Loodsdienst 1966, worden de hierna genoemde loodsreizen als halve trajectprestatie aangerekend:
a. de onder het Scheldereglement vallende schepen, die Zeebrugge aandoen:
1. Wielingen - Rede Zeebrugge (als bijlegger) of omgekeerd;
2. Rede Zeebrugge (als bijlegger) - Rede Vlissingen of omgekeerd;
3. Rede Vlissingen - Rede Zeebrugge (eindpunt reis);
b. de onder de artikelen 39, 43, 45 en 46 van het Scheldereglement vallende schepen:
1. indien een van zee komend schip eerst een loods krijgt als het zich binnen de uiterton bevindt;
2. Indien een uit Antwerpen afvarend schip naar die haven terugkeert van een positie tussen Antwerpen en Bath, de heen- en terugreis tezamen.
4. Voor de toepassing van artikel 1, Regeling Loodsdienst 1966, worden de hierna vermelde reizen als geen trajectprestatie aangerekend:
a. indien een schip niet van de diensten van een loods gebruik maakt;
b. de onder de artikelen 39, 43, 45 en 46 van het Scheldereglement vallende schepen:
1. indien een van zee komend schip geen loods kan krijgen, doch in plaats daarvan door een ander schip wordt voorgestoomd, voor het volgschip;
2. indien een van zee komend schip zeewaarts van de uiterton een loods heeft overgenomen en deze weer ontscheept zonder die uiterton voorbij te varen.
5. Indien een inkomend schip op het riviertraject of op het kanaaltraject terugkeert naar de rede van Vlissingen, of terugkeert en aansluitend naar Zee vertrekt worden de prestaties voor de heen- en terugreis op het binnentraject vastgesteld op de wijze als boven vermeld.
6. De loodsgelden geheven voor de prestaties als genoemd in artikel 2 tweede lid, onderdeel a en c komen in aanmerking voor de vaststelling van de opbrengst der loodsgelden waarvan sprake is in artikel 2, Regeling Loodsdienst 1966.
Artikel 5 Uitvoering der regels
1. De Voorschriften ter Uitvoering van de regels vastgelegd in de artikelen 2 en 3 van dit Uitvoeringsbesluit, worden in onderling overleg tussen de bevoegde diensthoofden te Vlissingen en te Antwerpen vastgelegd en door hen gemeenschappelijk bekendgemaakt.
2. Teneinde de vastgestelde percentages van de loodsprestaties als bedoeld in artikel 1 van de ’Regeling Loodsdienst 1966’ zo dicht mogelijk te bereiken en om de verdeling van de loodsprestaties, bedoeld in artikel 2, eerste lid, na toepassing van het eerste lid, zo dicht mogelijk te naderen, stellen beide loodsdiensten, in afwijking van artikel 2, eerste lid, in onderling overleg de benodigde aanpassingen in de verdeling van de loodsprestaties vast. Deze aanpassingen worden zo vlug mogelijk uitgevoerd.
Artikel 6 Wederzijdse bijstand
1. Indien een loodsdienst de aan haar volgens de verdeelsleutel toegewezen prestaties niet kan verrichten, worden deze voor zover mogelijk uitgevoerd door de andere loodsdienst. Daartoe verzoekt de in gebreke zijnde loodsdienst ’tijdig’ om bijstand aan de andere loodsdienst, op zodanige wijze dat het schip geen vertraging ondervindt. Indien deze loodsdienst aan het verzoek niet kan voldoen, blijft de vraag tot bijstand bestaan tot op het ogenblik dat de verzoekende loodsdienst laat weten dat hij opnieuw aan zijn verplichtingen kan voldoen. De op dat moment toegewezen loodsprestaties worden als bijstand uitgevoerd.
Onder ’tijdig’ wordt verstaan: voor de afvarende schepen nabij de boei 32 of bij het invaren van de sluis te Terneuzen, voor de opvarende schepen onmiddellijk na het bemannen of het voorbijvaren van loodskruispost.
2. Indien een schip aantoonbaar niet aan de regeling betreffende de tijdige melding van het verwachte tijdstip van aankomst op de kruispost kan voldoen, vindt de in het eerste lid bedoelde regeling voor bijstand op de kruisposten geen toepassing. Het schip wordt in dit geval ingepast in de lopende serie.
Artikel 7 Wederzijdse dienstverlening
De wederzijdse dienstverlening tussen de beide loodsdiensten en de dienstverlening aan derden worden contractueel geregeld.
Artikel 8 Administratieve bepalingen
1. Beide loodsadministraties te Antwerpen, Vlissingen en Terneuzen of Gent, maken dagelijks een lijst op van de aldaar onder het Scheldereglement vallende binnengekomen schepen. In deze lijsten worden de naam, diepgang, nationaliteit en uur van aankomst van het betrokken schip vermeld.
Voor de schepen bestemd voor de haven van Antwerpen, wordt als uur van aankomst genomen het tijdstip van het einde van de loodsreis, zoals dit op het loodscertificaat staat vermeld.
Voor de schepen bestemd voor het Belgisch gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen wordt als uur van aankomst genomen het tijdstip waarop de schepen de havenhoofden van Terneuzen passeren.
Afschriften van deze daglijsten worden wederkerig in de hierboven genoemde standplaatsen van de beide loodsadministraties toegezonden.
2. Door beide loodsadministraties te Vlissingen worden de loodscertificaten na afhandeling aan elkaar ter inzage aangeboden. De daglijsten van de schippers van de redeafhaaldienst worden in duplo opgemaakt en onder de beide loodsadministraties verdeeld.
Artikel 9 De loodsbesteldiensten
De werkwijzen van de loodsbestellingen voor de binnenkomende schepen en de schepen vertrekkende uit Belgische havens worden in onderling overleg tussen beide loodsdiensten geregeld en in nauwe samenwerking uitgevoerd.
Artikel 10 Bepalingen betreffende de loodskruisposten
1. Op de loodskruisposten worden, ter beoordeling van de dienstleiding te Vlissingen, een voldoende aantal bevoegde loodsen beschikbaar gehouden, volgens de hiervoor gestelde bepalingen van de eigen Vlaamse en Nederlandse Dienst- en Beurtregeling.
2. Het springen van de loodsen van de laagste bevoegdheidscategorie, gebeurt volgens de eigen Vlaamse of Nederlandse Dienst- en Beurtregeling.
3. Met een tender-bestelling moeten loodsen worden meegegeven van de bevoegdheidscategorie die overeenkomt met de afmetingen van de verwachte schepen.
4. De dienstleiding te Vlissingen, kan zo nodig, de tender uitsturen om boventallige loodsen af te halen.
5. Indien de loodsdienst buiten wordt gestaakt en het loodsvaartuig naar de rede komt, worden de loodsen ontscheept.
6. De verantwoordelijkheid voor het bemannen van de schepen met de juiste loods, voorzover die loodsen op de kruispost beschikbaar zijn, ligt bij de gezagvoerder van het loodsvaartuig op die kruispost.
7. Ten aanzien van loodsen aan boord van de loodsboten, die in verlof of in vrije dagen gaan, worden de hiervoor gestelde bepalingen van de eigen Vlaamse en Nederlandse Dienst- en Beurtregeling toegepast. Deze bepalingen moeten daartoe onderling worden uitgewisseld.
8. Een loods die in zijn vrije dagen of in verlof moet gaan, zal bij aankomst aan boord de gezagvoerder of stuurman van de wacht hiervan inlichten.
9. Indien door gebrek aan loodsen de noodzaak daartoe aanwezig is kan een loods gevraagd worden, volgens de eigen Vlaamse en Nederlandse Dienst- en Beurtregeling, om een schip te loodsen van één hogere klasse.
Artikel 11 Bepalingen betreffende Vlissingen Rede
1. Indien een schip, als gevolg van een scheepvaartbelemmering (mist, storm, beperking opvaart, etc.) op Vlissingen Rede ankert, wordt de loods die zich aan boord bevindt pas afgelost of afgehaald na dit ankeren. Als het schip hierna weer een loods nodig heeft of een loods verzoekt zal dit een loods zijn volgens de regels, gesteld door het volgende traject.
2. Indien een schip ter rede van Vlissingen om tijgebonden reden moet ankeren, zal de aan boord zijnde loods het schip ten anker brengen. In geval van twijfel wordt de loods van het volgend traject geraadpleegd en aan boord gezet na het ten anker komen om binnen een redelijke termijn op te varen.
3. Indien een Scheldevaarder die op Vlissingen Rede ten anker ligt, door de bevoegde autoriteit wordt verplicht gebruik te maken van een loods, is op deze prestatie de verdeelsleutel voorzien in artikel 2, eerste lid, van toepassing.
4. De plaatselijke dienstchefs stellen
in overeenstemming richtlijnen op, betreffende de samenwerking van de loodsdiensten op Vlissingen Rede, teneinde een vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart te waarborgen.
5. Teneinde tijdig over de noodzakelijke gegevens te beschikken omtrent het bemannen en/of afhalen van de loodsen op Vlissingen Rede, zijn bijzondere seinen vastgesteld.
Artikel 12 Bepalingen betreffende de loodsdienst op het traject Vlissingen-Antwerpen of Gent en omgekeerd
1. Indien een schip, bestemd voor de Nederlandse dienst, volgens de verdeelsleutel, afbesteld of aanmerkelijk verlaat wordt, terwijl de loods daarvoor reeds aanwezig of onderweg naar Antwerpen of Gent is, wordt in overleg, hiervoor zo snel mogelijk een ander schip toegewezen. In principe is dit het eerstvolgend vertrekkend schip waarvoor nog geen loods is aangeduid, met inachtname van de technische bevoegdheid van de betreffende loods.
2. De loods-chefloods VTS zorgt ervoor - zulks in overleg met de haven-coördinator - dat het loodswezen tijdig wordt ingelicht over bewegingen van uitvarende schepen. Indien hij vertragingen voorziet geeft hij zulks zo spoedig mogelijk door.
3. Het Nederlandse Hoofd standplaats kan kennis nemen van alle loodsbestellingen te Antwerpen.
4. Wanneer een schip op order van de sluismeester zijn ligplaats verlaat en zich naar de sluis begeeft wordt voor de loods een tweede verwittiging gegeven en wel op zodanig tijdstip dat de wachttijd van de loods bij de sluis tot een minimum beperkt blijft.
5. Loodsen moeten een half uur voor het door de sluismeester afgegeven tijdstip in het loodsengebouw aanwezig zijn. De loodsen worden daartoe zodanig gewaarschuwd dat zij 1 1/4 uur de tijd hebben zich naar de loodsenwacht te begeven.
Artikel 13 Facturering en inning van loodsgelden en loodsvergoedingen
1. De loodsgelden en loodsvergoedingen worden geïnd door of vanwege het land waarvan de betrokken loodsdienst de loodsprestaties heeft verricht. Beide loodsdiensten kunnen hiervan in door hen nader te bepalen gevallen in onderlinge overeenstemming afwijken, met dien verstande dat per loodsprestatie slechts één loodsdienst de inning kan verrichten.
2. Indien een Scheldevaarder het gehele traject kruisposten Wandelaar of Steenbank - Antwerpen of kruisposten Wandelaar of Steenbank - Belgische haven aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen, of omgekeerd, heeft afgelegd zonder gebruik te maken van de diensten van een loods, terwijl hij daartoe niettemin verplicht is en loodsgeld is verschuldigd, worden de loodsgelden en de eventuele loodsvergoedingen, onverminderd het bepaalde in de tweede volzin van het eerste lid, geïnd door of vanwege het Vlaamse Gewest.
3. Indien een Scheldevaarder slechts een gedeelte van een in het tweede lid genoemd traject heeft afgelegd zonder gebruik te maken van de diensten van een loods, terwijl hij daartoe niettemin verplicht is en loodsgeld is verschuldigd, worden het loodsgeld en de eventuele vergoedingen, onverminderd het bepaalde in de tweede volzin van het eerste lid, geïnd door of vanwege het land waarvan de betrokken loodsdienst de loodsprestaties op het beloodste deel heeft verzorgd.
4. Voor een schip als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van het Scheldereglement wordt het loodsgeld, onverminderd het bepaalde in de tweede volzin van het tweede lid geïnd door of vanwege Nederland.
5.a. De loodsgelden en loodsvergoedingen voor schepen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, worden geïnd door de natie welke de loodprestatie heeft geleverd. Deze gelden vallen niet onder de opbrengst als bedoeld in artikel 2 van de Regeling Loodsdienst 1966;
b. Voor de schepen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, waarbij loodsen van beide naties een prestatie hebben geleverd, worden de loodsgelden en loodsvergoedingen geïnd door de natie die de prestatie heeft geleverd;
c. Het loodsgeld wordt daarbij berekend als ware het schip het hele traject slechts door één loods bediend;
d. De verdeling van het loodsgeld tussen de twee naties geschiedt alsdan in de verhouding van de door de loodsen afgelegde afstand. Daartoe dient te worden gerekend met de volgende afstanden:
Vlissingen - Gent: 30 zeemijl
Vlissingen - Terneuzen: 12 zeemijl
Hansweert - Terneuzen: 12 zeemijl
Terneuzen - Zelzate: 9 zeemijl
Terneuzen - Rieme: 10 zeemijl
Terneuzen - Gent: 18 zeemijl;
e. De natie welke de loodsgelden en loodsvergoedingen heeft geïnd zorgt voor onmiddellijke overdracht van de bedragen welke de andere natie toekomen.
6. Ten behoeve van de facturering en de inning van de loodsgelden en de loodsvergoedingen geven beide landen en beide loodsdiensten elkaar daarvoor alle benodigde informatie en ondersteuning.
Artikel 14 Verrekening en betaling van de loodsgelden en loodsvergoedingen
1. Maandelijks doen beide loodsdiensten elkaar een overzicht toekomen van de geïnde loodsgelden en loodsvergoedingen.
Het model van dit overzicht wordt in overeenstemming tussen beide loodsdiensten vastgesteld. Een kopie van deze overzichten wordt toegezonden aan de desbetreffende dienst van het Nederlandse Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. De verrekening en betaling van het loodsgeld en de loodsvergoedingen tussen het Vlaams Gewest en de Nederlandse loodsdienst vindt plaats volgens de volgende regels:
a. de geïnde loodsgelden, volgens de maandelijkse overzichten van de beide loodsdiensten, worden getotaliseerd, met dien verstande dat de loodsgelden bedoeld in artikel 13 vijfde lid van dit uitvoeringsbesluit, afzonderlijk worden vermeld;
b. deze bedragen worden verdeeld volgens de in artikel 1 van de Regeling betreffende de Loodsdienst voor en op de Westerschelde en op het Kanaal naar Terneuzen vermelde verdeelsleutel;
c. het aldus aan elk van de desbetref-fende landen toekomende deel wordt verrekend met de reeds door het betreffende land aan loodsgeld geïnde bedrag;
d. een eventueel na deze verrekening resterend voordelig saldo wordt uiterlijk de laatste maand volgende op die waarop het overzicht betrekking heeft, door of vanwege het desbetreffend land betaald aan het andere land;
e. de loodsvergoedingen die ten behoeve van het andere land zijn geïnd, worden gelijktijdig verrekend met betaling van het saldo.
3. Alle betalingen geschieden in Belgische frank. De omrekenkoers tussen de Nederlandse gulden en Belgische frank wordt bepaald volgens artikel 36 van het Scheldereglement.
1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1997.
2. Op die datum vervallen de op 6 oktober 1983 vastgestelde nadere voorschriften ter uitvoering van de Regeling betreffende de loodsdienst voor en op de Westerschelde en het Kanaal naar Terneuzen.
3. Wijzigingen in deze Uitvoeringsbesluiten kunnen op elk tijdstip worden aangebracht, nadat daarover in het College van Permanente Commissarissen van Toezicht op de Scheldevaart overeenstemming is verkregen.
Aldus vastgesteld door de Permanente Commissarissen, belast met het gemeenschappelijk toezicht op het Loodswezen en op de betonning, zowel als het in stand houden der zeegaten van de Schelde beneden Antwerpen, tijdens de 583ste vergadering op 7 november 1996.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1996-244-p9-SC7708.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.