Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1996, 207 pagina 13 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1996, 207 pagina 13 | Overig |
Deel van blokdeel L1c (L1d); Elf Petroland B.V. c.s.
16 oktober 1996
nr. E/EOG/MW/96037061
De Minister van Economische Zaken,
Gelezen de aanvraag van 8 december 1994 van Elf Petroland B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, DSM Energie B.V., gevestigd te Heerlen, Oranje Nassau Energie B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, en Total Oil and Gas Nederland B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, om een winningsvergunning ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat voor aardolie en aardgas, alsmede andere daarmee tezamen in dezelfde afzetting voorkomende delfstoffen waarvan de samenhang met vorenbedoelde koolwaterstoffen hun gelijktijdige winning onvermijdelijk maakt, in een deel van blok L1, welk blok is aangegeven op de als bijlage I bij de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93) gevoegde kaart;
Overwegende, dat in verband met de uitvoering van richtlijn nr. 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de produktie van koolwaterstoffen (PbEG L 164) de Mijnwet continentaal plat is gewijzigd (Stb. 1996, nr. 199) en in de plaats van het koninklijk besluit van 6 februari 1976 (Stb. 102) het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stb. 212) en de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 zijn getreden;
Overwegende, dat aanvrager schriftelijk heeft verzocht, voor het geval bij de verlening van de gevraagde winningsvergunning gebruik wordt gemaakt van de in artikel 11, tweede lid, onder a, van de Mijnwet continentaal plat bedoelde bevoegdheid, krachtens artikel VII, tweede lid, van het koninklijk besluit van 6 februari 1976 (Stb. 102) af te wijken voor zover het betreft de aan de vergunning verbonden voorschriften, opgenomen in de artikelen 1, onder b, en 5 van artikel V van dit besluit;
Overwegende, dat bovengenoemd verzoek van aanvrager wordt opgevat als een verzoek om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996;
Overwegende, dat ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat juncto artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht kennis is gegeven van het ontwerp van het onderhavige besluit in de Staatscourant van 24 juli 1996, nr. 140;
Overwegende, dat ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat juncto artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerp van het onderhavige besluit alsmede de zakelijke inhoud van de daarop betrekking hebbende stukken gedurende vier weken na de datum van publikatie van bovenbedoelde kennisgeving voor belanghebbenden ter inzage heeft gelegen;
Overwegende, dat gedurende vier weken na bedoelde kennisgeving niemand op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn/haar zienswijze over het ontwerp besluit naar voren heeft gebracht;
Gehoord de Mijnraad (advies van 26 juli 1995, kenmerk MIJR/95051205);
Gelet op de artikelen 2, 7, 7a, eerste, derde en vierde lid, 8, 10, tweede en derde lid, en 11 van de Mijnwet continentaal plat, de artikelen 3.1, 3.29, 4.1 en 4.14 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 en de artikelen 3.1, eerste lid, en 5.1 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996.
Besluit:
1 Aan Elf Petroland B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, DSM Energie B.V., gevestigd te Heerlen, Oranje Nassau Energie B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, en Total Oil and Gas Nederland B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, wordt een winningsvergunning verleend voor koolwaterstoffen, alsmede van andere daarmee tezamen in dezelfde afzetting voorkomende delfstoffen, waarvan de samenhang met vorengenoemde bitumina hun gelijktijdige winning onvermijdelijk maakt;
2 De vergunning geldt voor dat deel van het op de kaart, die als bijlage I is gevoegd bij de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996, aangegeven blok L1 van het continentaal plat, dat wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en C-D, alsmede door de lengtecirkels tussen de puntenparen A-D en B-C.
De coördinaten van deze punten zijn:
A 53°53’42,000” N.B. en 4°00’00,000” O.L.
B 53°53’42,000” N.B. en 4°05’00,000” O.L.
C 53°53’00,000” N.B. en 4°05’00,000” O.L.
D 53°53’00,000” N.B. en 4°00’00,000” O.L.
3 De in het tweede lid genoemde coördinaten zijn geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
De vergunning wordt verleend met de beperkingen en voorschriften die zijn opgenomen in:
a de artikelen 2.6, 3.2 tot en met 3.28, 3.30, 3.31, 4.2 tot en met 4.5, 4.7 tot en met 4.9 en 4.14 tot en met 4.17 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996;
b de artikelen 4.3, 4.5 tot en met 4.8 en 5.2 tot en met 5.6 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996;
c De hiernavolgende artikelen 3, 4, 5 en 6.
De vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Energie Beheer Nederland B.V., gevestigd te Heerlen, wordt aangewezen als deelnemer in de vennootschap, die wordt opgericht in overeenstemming met het voorschrift dat aan deze vergunning is verbonden en dat vermeld staat in artikel 4.2, eerste lid, onder a, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996.
De in artikel 4.2, eerste lid, onder b, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 bedoelde overeenkomst en de in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 laatstbedoelde overeenkomst, dienen binnen één jaar na het van kracht worden van deze beschikking tot stand te zijn gekomen.
De vergunning geldt, tenzij zij eerder wordt ingetrokken of vervalt, gedurende 20 jaren, nadat zij van kracht is geworden.
De vergunninghouder is verplicht de verschuldigde bonus en het oppervlakterecht te voldoen door storting bij de N.V. Nederlandsche Bank ten gunste van ’s-Rijks schatkist onder vermelding van ’betaling bonus winningsvergunning ministerie van Economische Zaken, nr E/EOG/MW/96037061’, onderscheidenlijk ’betaling oppervlakterecht winningsvergunning ministerie van Economische Zaken, nr E/EOG/MW/96037061’.
Deze beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Daarin zal tevens worden gepubliceerd wanneer zij van kracht is geworden.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en andere Juridische Aangelegenheden, Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Elf Petroland B.V. c.s. (aan te duiden als Elf I) is momenteel houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 11 september 1970, nr. 370/5951/EMC (Stcrt. 179) verleende en bij beschikkingen van 21 oktober 1980, nr. 380//III/1554/EMK (Stcrt. 205) en van 22 mei 1986, nr. 386/III/681/EAM (Stcrt. 97) gewijzigde opsporingsvergunning voor aardolie en aardgas, in de in laatstgenoemde beschikking omschreven delen van blok L1 van het continentaal plat, aangeduid als de blokdelen L1a en L1b. Met gebruikmaking van deze opsporingsvergunning is in 1985 in blokdeel L1a een economisch winbaar koolwaterstoffenvoorkomen aangetoond. In verband met de aantoning van dit voorkomen, door Elf I aangeduid als L1a-A, is op 28 oktober 1985 door de toenmalige houder van de opsporingsvergunning voor de blokdelen L1a en L1b op grond van artikel 2, eerste lid, juncto artikel 13, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat een aanvraag om een winningsvergunning voor deze blokdelen ingediend.
Het in blokdeel L1a aangetoonde koolwaterstoffenvoorkomen L1a-A loopt naar de mening van de vergunninghouder van de blokdelen L1a en L1b over naar het ten noorden aan blokdeel L1a grenzende deel van blok L1 aangeduid als blokdeel L1c. In verband hiermee heeft Elf Petroland B.V. c.s. (aan te duiden als Elf II), medehouder van de opsporingsvergunning voor de blokdelen L1a en L1b, op 8 december 1994 op grond van artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat een spontane aanvraag om een winningsvergunning voor het betreffende deel van blokdeel L1c aangevraagd. De aanvraag heeft de instemming van de overige medevergunninghouders van Elf II in de blokdelen L1a en L1b.
De Rijks Geologische Dienst (RGD) is met betrekking tot de uitgestrektheid van het L1a-A koolwaterstoffenvoorkomen om advies gevraagd. Ook de RGD is van mening dat het L1a-A voorkomen gedeeltelijk in blokdeel L1a en gedeeltelijk in het door Elf II op 8 december 1994 aangevraagde deel van blokdeel L1c gelegen is. De RGD adviseert de winningsvergunning conform de door Elf II voorgestelde coördinaten toe te wijzen.
3 De aanvraag om een opsporingsvergunning voor blokdeel L1c
In het kader van de zogenaamde negende ronde is op 5 juli 1995 door Elf Petroland c.s. (aan te duiden als Elf III) een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het gehele blokdeel L1c ingediend.
4 Overwegingen met betrekking tot de aanvragen
De technische en financiële mogelijkheden van Elf II en Elf III noch de wijze waarop zij voornemens zijn de winning respectievelijk opsporing in de aangevraagde gebieden te verrichten leiden tot weigering van de gevraagde vergunningen. Het belang van Elf II (en de Nederlandse Staat) bij een voortvarende aanvang van de winning uit het aardgasvoorkomen L1a-A afwegend tegen het belang van Elf III bij toewijzing van een opsporingsvergunning voor het gehele aangevraagde gebied geeft echter aanleiding tot toewijzing van de door Elf II gevraagde winningsvergunning en afwijzing van de door Elf III gevraagde opsporingsvergunning voor het in winningsvergunning te verlenen gedeelte van blokdeel L1c.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1996-207-p13-SC7259.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.