Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 1996, 203 pagina 6 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 1996, 203 pagina 6 | Overig |
16 oktober 1996
nr. 964706
Het College van toezicht sociale verzekeringen,
Gelezen het verzoek van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming van 17 juli 1996;
Gelet op artikel 3 van de Regeling voorlegging besluiten uitvoeringsinstanties;
Besluit:
Goed te keuren het als bijlage bij dit besluit gevoegde besluit van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming van 17 juli 1996 inzake de incasso van boeten en onverschuldigde betalingen van werkgevers.
Besluit incasso boeten en onverschuldigde betalingen werkgevers
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming.
Gelet op artikel 38, vierde lid, in samenhang met artikel 45c, derde lid, van de Ziektewet en artikel 71a, vijfde lid, in samenhang met artikel 29c, derde lid, en artikel 62, zevende lid, in samenhang met artikel 57b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzeke-ring en artikel 48b van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de ZW: de Ziektewet;
b. de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. de AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
d. de boete: de boete, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van de ZW en artikel 71a, tweede en derde lid, van de WAO;
e. de loonkostensubsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 62 van de WAO;
f. voorziening: de voorziening bedoeld in artikel 57a van de AAW;
g. de vordering:
1o het bedrag dat als boete is opgelegd;
2o het bedrag van de loonkostensubsidie, dat wordt teruggevorderd op grond van artikel 62 vijfde en zesde lid, van de WAO;
3o het bedrag van de voorziening, dat wordt teruggevorderd op grond van artikel 48 van de AAW;
h. de wettelijke rente en de kosten van invordering: de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, bedoeld in artikel 45g, zevende lid, van de ZW, 29g, zevende lid, van de WAO en 20g, zevende lid, van de AAW;
i. de werkgever: degene aan wie de boete is opgelegd of degene van wie een bedrag wordt teruggevorderd.
II Termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald
De bedrijfsvereniging stelt de termijnen vast waarbinnen de vordering wordt betaald of verrekend met inachtneming van dit besluit.
1. De bedrijfsvereniging beslist dat de werkgever de vordering binnen zes weken voldoet.
2. In afwijking van het eerste lid kan de bedrijfsvereniging betaling binnen ten hoogste 12 maanden toestaan, indien de werkgever hierom binnen zes weken na afgifte van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk verzoekt en aantoont dat hij niet in staat is de vordering binnen zes weken te voldoen.
3. De bedrijfsvereniging kan de vastgestelde termijnen herzien wegens gewijzigde omstandigheden met inachtneming van dit besluit.
Indien de werkgever op enig tijdstip niet volgens de vastgestelde termijnen betaalt,
1. wordt het bedrag van de vordering voorzover niet afgelost opeisbaar;
2. verrekent de bedrijfsvereniging de vordering voorzover niet afgelost, eventueel vermeerderd met de wettelijke rente en de kosten van invordering, waar mogelijk met de door de bedrijfsvereniging aan de werkgever verschuldigde bedragen.
1. De wettelijke rente en de kosten van invordering zijn verschuldigd vanaf het tijdstip dat de termijn is verstreken waarbinnen de vordering voorzover niet afgelost moest worden betaald.
2. De op de invordering betrekking hebbende kosten bedragen:
a. 15% van de vordering voorzover niet afgelost, doch ten minste f 100,- en ten hoogste f 1500,- alsmede
b. de kosten van berekening en gerechtelijke tenuitvoerlegging, zoals vastgesteld bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken.
In geval de toepassing van dit besluit leidt tot een kennelijke hardheid is de bedrijfsvereniging bevoegd van het gestelde in dit besluit af te wijken.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 25 april 1996 tot wijziging van de sociale zekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid; Stb. 1996, 248) in werking treedt. Indien dit besluit na inwerkingtreding van genoemde wet wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, treedt dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit incasso boeten en onverschuldigde betalingen werkgevers.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 17 juli 1996.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
Het Tica stelt met dit besluit nadere tegels over de termijnen waarbinnen opgelegde boeten, terug te vorderen loonkostensubsidie en vergoedingen voor werkplekaanpassing door werkgevers moeten worden betaald en de berekening van rente en kosten, als niet binnen de gestelde termijnen wordt betaald.
Op grond van de Ziektewet (ZW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) wordt aan de werkgever een boete opgelegd indien bij zijn verplichtingen voor zijn zieke werknemers met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft niet of niet behoorlijk nakomt. De bedrijfsvereniging legt een boete op van f 1000,- als de werkgever zijn plicht tot tijdige hersteldmelding niet of niet behoorlijk is nagekomen (artikel 38, derde en vierde lid, ZW).
Bij het, zonder deugdelijke grond, niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting een in overleg met de werknemer adequaat reïntegratieplan over te leggen uiterlijk de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken van zijn werknemer dertien weken heeft geduurd, legt de bedrijfsvereniging een boete op van f 1000,- (artikel 71a, eerste en tweede lid, WAO). Voorts dient de werkgever op grond van artikel 71a, derde lid, van de WAO mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan op straffe van een boete van f 10.000,- tenzij hij daarvoor een deugdelijke grond heeft.
De te beboeten verplichtingen zijn ingevoerd met de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Een boete kan worden opgelegd vanaf de inwerkingtreding van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid.
Naast de invordering van de boete geldt dit besluit ook voor de terugvordering van de ten onrechte aan de werkgever verstrekte loonkostensubsidie (artikel 62 van de WAO) en de onverschuldigd betaalde voorziening aan werkgevers van de kosten voor aanpassing van de werkplek van zijn gehandicapte werknemers (artikel 57a jo 48 van de AAW).
Artikel 3 Als hoofdregel geldt dat een vordering wordt voldaan binnen 6 weken na de datum van het besluit tot oplegging. In het algemeen zijn werkgevers in tegenstelling tot werknemers in staat een grote vordering ineens te betalen. Voor de kleine werkgever, bijvoorbeeld een eenmansbedrijf, zal deze stelling niet altijd opgaan. Daarom geeft het tweede lid de bedrijfsvereniging de bevoegdheid van deze hoofdregel af te wijken en betaling over een langere periode toe te staan.
Voorwaarde daarbij is dat de werkgever hierom zelf binnen 6 weken schriftelijk verzoekt en aannemelijk maakt aan de bedrijfsvereniging dat betaling ineens niet mogelijk is. Het voorstel dient met redenen te zijn omkleed om de bedrijfsvereniging de mogelijkheid te beiden te beoordelen of aannemelijk is dat de werkgever inderdaad niet in staat is om binnen 6 weken te betalen en of verwacht kan worden dat de werkgever de regeling zal nakomen. Daarbij is het uitgangspunt betaling binnen maximaal 12 maanden. Als betaling bijvoorbeeld binnen 3 maanden mogelijk is, moet de werkgever binnen 3 maanden betalen.
In het derde lid wordt bepaald dat de bedrijfsvereniging de vastgestelde termijnen kan herzien wegens gewijzigde omstandigheden. Dit kan zich voordoen bij een verbetering of verslechtering van de financiële omstandigheden van de werkgever. Bij de vaststelling van de nieuwe termijnen is de bedrijfsvereniging gebonden de in eerste lid genoemde maximale termijn van 12 maanden. In incidentele gevallen is het mogelijk om een langere termijn dan 12 maanden toe te staan. In die situaties kan een beroep gedaan worden op de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 6.
Artikel 4 In alle gevallen geldt dat de vordering voorzover niet afgelost opeisbaar wordt als de werkgever niet binnen de gestelde termijnen betaalt. De bedrijfsvereniging neemt deze voorwaarde op in het besluit waarin de termijnen van betaling worden vastgesteld.
Als de werkgever zich niet aan de vastgestelde termijnen houdt, zal de bedrijfsvereniging de beschikking ten uitvoer leggen conform het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Als de vordering opeisbaar is geworden is de bedrijfsvereniging niet meer gebonden aan de eerder vastgestelde termijnen, maar verrekent de openstaande vordering met de nog aan de werkgever te verrichten betalingen, zoals teveel betaalde premies en te ontvangen subsidies. Is verrekening niet mogelijk dan kan de bedrijfsvereniging beslag leggen op het vermogen van de werkgever.
Verrekening is niet aan de orde als de werkgever de vordering binnen de gestelde termijn(en) betaalt.
Artikel 5 Dit artikel regelt vanaf welk tijdstip rente verschuldigd is en hoeveel de kosten van invordering bedragen. Het zevende lid van de artikelen 45g van de ZW, 29g van de WAO en 20g van de AAW bepaalt dat de vordering bij gebreke van tijdige betaling wordt verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten. In dit artikel is nader geregeld wanneer er sprake is van in gebreke zijn met de tijdige betaling en welke kosten behoren tot de kosten van invordering.
De werkgever is in gebreke met tijdige betaling indien hij niet betaalt binnen de door de bedrijfsvereniging gestelde termijnen. Vanaf dat moment is de werkgever wettelijke rente en kosten verschuldigd.
De kosten van invordering kunnen worden onderscheiden in de kosten voor werkzaamheden verricht door de bedrijfsvereniging en kosten die de bedrijfsvereniging moet maken voor de berekening van de beschikking en de executie door de deurwaarder. De kosten voor de werkzaamheden van de bedrijfsvereniging worden gesteld op 15% van de vordering, met een minimum van f 100,- en een maximum van f 1500,-. Bij deze kosten moet worden gedacht aan extra administratiekosten, kosten voor extra onderzoek naar inkomen en vermogen en de werkzaamheden voor het leggen van vereenvoudigd derdenbeslag. Als de vordering niet kan worden geïnd zal de bedrijfsvereniging een deurwaarder moeten inschakelen voor de berekening en het leggen van beslag. Het Deurwaardersreglement, gebaseerd op artikelen 53 tot en met 55 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken, regelt welke bedragen aan de deurwaarder zijn verschuldigd voor deze ambtshandelingen. Deze bedragen komen eveneens voor rekening van de werkgever.
Artikel 6 Dit artikel bevat een hardheidsclausule. Deze kan bijvoorbeeld uitkomst bieden als het in incidentele gevallen noodzakelijk blijkt, gelet op de slechte financiële situatie waarin de werkgever verkeert, een afbetalingsregeling welke langer loopt dan 12 maanden te treffen.
Amsterdam, 17 juli 1996.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1996-203-p6-SC7223.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.