Ontheffing van het bepaalde in het Besluit provisie kredietbemiddeling

29 augustus 1996

nr. ES/DM/FM-96051848.b76

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelezen de aanvraag van Comfort Financieringen Nederland B.V. van 14 maart 1995, nader gemotiveerd bij brief van 30 juli 1996, om een ontheffing van het bepaalde in het Besluit provisie kredietbemiddeling;

Overwegende dat Comfort Financieringen Nederland B.V. de volgende vormen van kredietverlening kent:

- de Budget Card, een met bij Comfort Card aangesloten leveranciers verbonden klantenkaart die recht geeft op een doorlopend geld- of goederenkrediet,

- de Option Card, een met bij Comfort Card aangesloten leveranciers verbonden klantenkaart die recht geeft op een geld- of goederenkrediet en die daarnaast ook een betaalfunctie heeft,

- de Persoonlijke lening, een niet-doorlopend geldkrediet,

- het Vaste termijn krediet, een niet-doorlopend goederenkrediet,

- het 0%-krediet, een niet-doorlopend goederenkrediet, waarbij de kredietnemer geen rente verschuldigd is over de kredietsom, mits hij wel aan zijn be-talingsverplichtingen jegens de kredietgever voldoet,

- het Nu halen, later betalen krediet, een doorlopend goederenkrediet, waarbij de kredietnemer gedurende een bepaalde periode geen aflossingen en rente verschuldigd is over de kredietsom;

dat de Budget Card en de Option Card bij meerdere bij Comfort Card aangesloten leveranciers kunnen worden gebruikt,

dat derhalve bij betaling van provisie op basis van het uitstaande saldo van de kredietovereenkomst ten behoeve van de controle op de juistheid van de aan hem betaalde provisie kennisname door een leverancier van verkopen door andere leveranciers aan de kredietnemer noodzakelijk zou zijn,

dat op deze wijze de privacy van de kredietnemer in gevaar kan komen,

dat het door Comfort Financieringen Nederland B.V. in geval van de Budget Card en de Option Card gehanteerde systeem inhoudt dat aan aangesloten leveranciers provisie wordt betaald op basis van de verkopen door die leveranciers,

dat de provisie bestaat uit een percentage van de koopprijs van de goederen, zaken of diensten die met de Budget Card of de Option Card bij de aangesloten leveranciers worden gekocht, in plaats van een percentage van het uitstaande saldo van de kredietovereenkomst,

dat de aangesloten leveranciers op deze wijze direct in hun administratie kunnen nagaan of zij de juiste provisie ontvangen,

dat de gevraagde ontheffing wat de Budget Card en de Option Card betreft gerechtvaardigd voorkomt,

dat wat de overige kredietvormen betreft niet is aangetoond dat het systeem van provisiebetaling op de wijze als is voorgeschreven in het Besluit provisie kredietbemiddeling bezwaren ontmoet;

Besluit:

1. Aan Comfort Financieringen Nederland B.V. wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, en de artikelen 6 en 7 van het Besluit provisie kredietbemiddeling ten behoeve van kredietverlening door middel van klantenkaarten zoals die thans onder de benamingen Budget Card en Option Card worden uitgegeven, in dier voege dat aan aangesloten leveranciers in plaats van een bepaald percentage van het uitstaande saldo van de kredietovereenkomst een bepaald percentage van het bedrag van de aankopen die met de klantenkaart bij de desbetref-

fende leveranciers worden gedaan als provisie wordt toegekend.

2. Aan de ontheffing zijn het volgende voorschrift en de volgende verplichting verbonden:

a. Comfort Financieringen Nederland B.V. houdt een administratie bij die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze kan worden afgelezen welke aankopen met de Budget Card of de Option Card bij de aangesloten leveranciers zijn gedaan, en

b. Comfort Financieringen Nederland B.V. betaalt de provisie aan de aangesloten leveranciers op grond van de onder a. bedoelde administratie.

3. De ontheffing wordt verleend voor de duur van vijf jaren.

4. Aan Comfort Financieringen Nederland B.V. wordt geen ontheffing verleend van het bepaalde in het Besluit provisie kredietbemiddeling ten behoeve van andere vormen van kredietbemiddeling dan onder I bedoeld.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
voor deze:
A. J. L. van Bohemen,
hoofd van de hoofdafdeling Financieel Marktbeleid.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dat besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Economische Zaken, Directie Wetgeving en andere Juridische Aangelegenheden, Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van dit besluit vermelde datum.

Naar boven