Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Openbaar Ministerie (OM) | Staatscourant 1996, 137 pagina 13 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Openbaar Ministerie (OM) | Staatscourant 1996, 137 pagina 13 | Overig |
1 mei 1996
College van procureurs-generaal
Op 1 januari 1995 zijn de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart in werking getreden. Deze wetgeving beoogt een wettelijke regeling te geven met betrekking tot de rusttijden voor bemanningsleden, de samenstelling van de bemanning en de vaartijden van schepen op Nederlandse binnenwateren.
Door het Centraal Overleg Verkeersveiligheid te Water (COVW) is inmiddels in het kader van deze wetgeving een afzonderlijke richtlijn opgesteld voor de opsporing. Daarnaast bestond de behoefte aan een richtlijn voor het transactie- en strafvorderingsbeleid. Deze richtlijn, die hierin voorziet, wordt opgenomen in de Richtlijn inzake misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, waarin zijn opgenomen de bijlagen van deze wet en het Transactiebesluit 1994.
Bij het opstellen van deze richtlijn is het uitgangspunt gehanteerd, zoveel mogelijk overtredingen onder de werking van het Transactiebesluit 1994 te brengen. Hierna wordt in het kort ingegaan op de wijze van handhaven, de feitomschrijvingen en de daarbij behorende tarifering. De feitomschrijvingen en de daarbij behorende tarieven, zoals deze in de tekstenbundel en het feitenboekje worden opgenomen, zijn als bijlage bij deze richtlijn gevoegd.
Het in artikel 25 van het besluit voorgeschreven vaartijdenboek is het uitgangspunt bij iedere controle voor wat betreft deze wetgeving. In dit boek wordt vooraf o.a. de exploitatiewijze en de samenstelling van de bemanning geregistreerd. Daarnaast wordt per reis de vaar- en rusttijden bijgehouden.
De relevante gegevens van iedere controle worden per schip in het Scheepvaart Controle Systeem (SCS) opgenomen. In dit systeem zijn uitsluitend de gegevens vermeld die betrekking hebben op de beroepsvaart. Ook het aanbieden van politietransacties kan in dit systeem worden opgenomen. Indien aan de hand van de informatie uit dit systeem blijkt, dat in het verleden meerdere soortgelijke overtredingen hebben plaatsgevonden, kan van een politietransactie worden afgezien en wordt er een proces-verbaal opgemaakt.
3. Feitomschrijvingen en Tarifering
De controle van deze wetgeving is voor een groot deel afhankelijk van een goede registratie. Door bepaalde gegevens niet te registreren of door bepaalde documenten niet aan boord van het schip aanwezig te hebben, wordt deze controle omzeild, dan wel bemoeilijkt. De feitomschrijvingen hebben daarom vrijwel allemaal betrekking op de aanwezigheid van bepaalde documenten, de registratie van de exploitatiewijze, de bemanningsleden en de vaar- en rusttijden. De hoogte van de tarifering voor deze feiten is voornamelijk gebaseerd op het economische voordeel dat wordt behaald bij het niet voldoen aan de in het kader van deze wetgeving voorgeschreven bepalingen. Daarnaast is het belang van de verkeersveiligheid op het water en het belang van een sociale regeling voor de Nederlandse binnenvaart in de tarifering verdisconteerd.
De feiten kunnen in drie afzonderlijke groepen worden verdeeld, namelijk
bepalingen die betrekking hebben op:
1 - de aanwezigheid, het invullen en het bewaren van het vaartijdenboek;
2 - de bemanningssterkte, de bekwaamheid en de medewerking bij een controle;
3 - vaar- en rusttijden
3.1 De aanwezigheid, het invullen en het bewaren van het vaartijdenboek
Het vaartijdenboek is een primair controlemiddel, wanneer dit niet aanwezig is kan bijvoorbeeld niet worden vastgesteld of de gehele bemanning de verplichte rust heeft genoten bij een wisseling van de exploitatiewijze. Het financieel voordeel dat bij deze feiten behaald kan worden is groot vandaar dat de tarifering voor deze feiten loopt van f 250,- tot en met f 1.500,-
Tegen inlevering van het oude vaartijdenboek wordt door de Rijksverkeers-inspectie (RVI) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat te Rotterdam een nieuw vaartijdenboek verstrekt, het oude boek wordt ongeldig gemaakt. Dit oude, ongeldige vaartijdenboek moet gedurende een periode van zes maanden aan boord van het schip worden bewaard. De gegevens, die in het ongeldige vaartijdenboek staan vermeld, zijn van groot belang voor de bedrijfsonderzoeken die door de RVI worden verricht. Deze bedrijfsonderzoeken beslaan een groter tijdvak. Deze onderzoeken worden bemoeilijkt wanneer het ongeldige vaartijdenboek niet gedurende de voorgeschreven periode aan boord is.
Wanneer bij een bedrijfsonderzoek het ongeldige vaartijdenboek niet aan boord is, wordt voor deze overtreding door het openbaar ministerie een OM-transactie van f 2.000,- (tariefgroep 160) aangeboden, een politietransactie is dan niet mogelijk.
Wanneer de politie bij een controle wordt geconfronteerd met een nieuw vaartijdenboek zonder een ongeldig vaartijdenboek, waardoor de voorafgaande periode van 48 uur niet kan worden gecontroleerd, kan een politietransactie worden aangeboden van
f 250,- (tariefgroep 25).
3.2 De bemanningssterkte, de bekwaamheid en de medewerking bij een controle
De bemanningssterkte wordt voornamelijk bepaald door de exploitatiewijze, die in het vaartijdenboek voor die reis is weergegeven. Deze bemanning moet aan bepaalde bekwaamheidseisen voldoen. Voor deze feiten geldt één tarief, namelijk f 550,-. Door de bekwaamheid gelijk te schakelen aan de sterkte wordt voorkomen dat opstappers als ’nep’bemanningsleden aan boord worden meegenomen.
Het is niet altijd gemakkelijk om vast te stellen of er sprake is van een overschrijding van de vaartijd of dat er sprake is een te korte rusttijd.
Om deze reden is gekozen voor één uurtarief van f 130,- voor de overtredingen van zowel de vaar- als de rusttijden. Het maakt daarbij niet uit welke exploitatiewijze van toepassing is.
De toezichthoudende- en de opsporingsambtenaren zijn op grond van artikel 14, eerste lid, van de wet bevoegd een schip naar een nabij gelegen plaats te brengen of te doen brengen en te beletten dat een schip wegvaart, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak de arbeidsbescherming of de veiligheid van de vaart noodzakelijk is. Indien de ernst van de overtreding aanleiding geeft de vaart van het schip te beëindigen, dient geen politietransactie te worden aangeboden, doch proces-verbaal te worden opgemaakt. Het stilleggen van schepen vindt plaats in overleg met het lokale openbaar ministerie.
Bijlage 1Feitomschrijvingen Tekstenbundel
Categorie-indeling B:
1 - Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen;
2 - Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 - Bromfietsers en bestuurders van invalidenvoertuigen met motor;
4 - Fietsers en bestuurders van invalidenvoertuigen zonder motor;
5 - Voetgangers;
6 - Overige weggebruikers;
7 - Schippers;
8 - Een ieder.
Nummers W 400 - W 485: Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (WVBB), het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (BVBB), Besluit Rijnvaartpolitiereglement 1995 (BRPR 1995) en Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 (ROSR)




Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1996-137-p13-SC6554.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.