Wijziging regeling aanwijzing opleidingen paraveterinairen

28 juni 1996

Nr J. 963256

Directie Juridische Zaken

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 6, onderdeel a, 7 en 9, eerste lid, onderdeel a, en van het Besluit paraveterinairen (Stb. 1991, 526);

Besluit:

Artikel I

Na artikel 1 van de Regeling aanwijzing opleidingen paraveterinairen1 worden drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Als opleiding bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit paraveterinairen2 wordt aangewezen:

a. de door het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld daartoe verzorgde

- vierjarige dagopleiding tot kaderfunctionaris veterinaire ondersteuning;

- vierjarige dagopleiding tot kaderfunctionaris dierenzorg;

- opleiding tot gespecialiseerd beroepsbeoefenaar dierenzorg;

- cursus dierenartsassistent, en

- opleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar dierenzorg, mits voorzien van de certificaten Bedrijfsvoeren dierenzorg en Beheren veterinaire ondersteuning;

b. de aan de Leidse Onderwijs Instelling Leiderdorp daartoe verzorgde opleiding tot dierenartsassistent.

Artikel 1b

1. Als opleiding bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van het Besluit paraveterinairen wordt aangewezen: de door de vakgroep bedrijfsdiergeneeskunde en voortplanting, Faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht daartoe verzorgde opleiding tot embryotransplanteur/overzetter.

2. De embryotransplanteur/overzetter zet de embryo’s uitsluitend over en voert de epiduraalanesthesie uitsluitend uit op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts.

Artikel 1c

1. De volgende opleidingen worden verzorgd tot de datum waarop de huidig ingeschreven leerlingen hun opleiding hebben afgerond: de opleiding dierverzorging aan:

a. de Christelijke Scholengemeenschap Groen van Prinsterer, Lagere Agrarische School te Barneveld;

b. het Agrarisch Opleidingscentrum Alkmaar, Lagere Agrarische School te Alkmaar;

c. het Agrarisch Opleidingscentrum Holland College de Lier, locatie Maasland, en

d. de opleiding tot dierenartsassistent verzorgd door Essay-opleidingen (voorheen Opleidingsinstituut voor paramedische beroepen, voorheen Instituut Leni Mooldijk) te Rotterdam.

2. De onderwijsinstellingen genoemd in het eerste lid geven de personalia van de huidig ingeschreven leerlingen vóór 1 augustus 1996 door aan de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees.

3. Ten aanzien van de huidig ingeschreven leerlingen worden de opleidingen genoemd in het eerste lid tot de datum waarop zij hun opleiding genoemd in het eerste lid tot de datum waarop zij hun opleiding hebben afgerond erkend als opleiding bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit paraveterinairen.

Artikel II

De Regeling aanwijzing opleidingen overgangsregeling paraveterinairen wordt ingetrokken.

Artikel III

Deze regeling treedt op 1 augustus 1996 in werking.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.


’s-Gravenhage, 28 juni 1996. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
De secretaris-generaal,
T. H. J. Joustra.

1 Stcrt. 1996, 21.

2 Stcrt. 1991, 244; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 januari 1996 (Stcrt. 21).

Toelichting

Onderhavige wijziging van de Regeling aanwijzing opleiding paraveterinairen strekt ertoe twee opleidingen tot dierenartsassistent wel en vier opleidingen niet definitief aan te wijzen als erkende opleiding tot dierenartsassistent in de zin van het Besluit paraveterinairen. Verder wordt de opleiding tot embryotransplanteur/overzetter definitief aangewezen als erkende opleiding in de zin van het Besluit paraveterinairen.

Het Besluit paraveterinairen wijst de dierenartsassistent aan als een beroepsgroep die, naast dierenartsen, gerechtigd is bepaalde diergeneeskundige handelingen te verrichten. Om toegelaten te worden als dierenartsassistent is vereist dat men een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkende opleiding heeft gevolgd. Op grond van artikel 13 van het Besluit paraveterinairen zijn zes opleidingen in de Regeling aanwijzing opleidingen overgangsregeling paraveterinairen als voorlopige opleiding aangewezen.

Ten behoeve van een definitieve aanwijzing is een visitatiecommissie ingesteld die tot taak heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te adviseren. Met betrekking tot het AOC Groenhorst College te Ede, locatie Barneveld en het LOI vindt er op basis van het advies definitieve aanwijzing, onder gelijktijdige intrekking van de voorlopige aanwijzing hierbij plaats (Artikel I, onder artikel 1a).

Met betrekking tot het Groen van Prinsterercollege, locatie Barneveld, AOC Alkmaar, AOC Holland College de Lier, locatie Maasland en het Opleidingsinstituut voor paramedische beroepen (voorheen Instituut Leni Mooldijk) wordt de voorlopige aanwijzing ingetrokken, met dien verstande dat er een overgangsregeling wordt getroffen voor degenen die reeds een opleiding aan een van de genoemde instellingen zijn gestart (Artikel I, onder artikel 1c). Zij worden in de gelegenheid gesteld de opleiding af te ronden en hun diploma wordt erkend. De Regeling aanwijzing opleidingen overgangsregeling paraveterinairen wordt in verband hiermee ingetrokken.

Op basis van de Regeling aanmelding toelating paraveterinairen moet een dierenartsassistent die als zodanig wil gaan werken een verzoek tot toelating indienen bij de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Krachtens artikel 13, derde lid, van het Besluit paraveterinairen kan een verzoek tot toelating op grond van een tijdelijk erkende opleiding slechts worden gedaan tot het moment dat die opleiding definitief is erkend.

Onderhavige regeling treedt op 1 augustus 1996 in werking, zodat de cursisten die onlangs hun diploma hebben behaald aan één van de twee opleidingen die definitief aangewezen worden, tot 1 augustus 1996 de tijd hebben om zich bij de RVV in te schrijven.

Om te voorkomen dat de onderwijsinstellingen die niet worden erkend de opleiding blijven verzorgen en de toekomstige cursisten door de RVV worden toegelaten, moeten zij een lijst met gegevens van de huidige cursisten doorgeven aan de RVV. Cursisten met een diploma van een van deze onderwijsinstellingen die niet op de lijst staan zullen niet worden erkend.

Het Besluit paraveterinairen wijst de embryotransplanteur/overzetter aan als een beroepsgroep die, naast dierenartsen, gerechtigd is embryo’s te transplanteren. Om toegelaten te worden als embryotransplanteur/overzetter is vereist dat men een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkende opleiding heeft gevolgd. De Faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht heeft een verzoek tot erkenning van de door haar verzorgde opleiding ingediend. Op basis van het advies van de visitatie-commissie wordt deze opleiding aangewezen. (Artikel I, onder artikel 1b, eerste lid). Op grond van artikel 7 van het Besluit paraveterinairen is in de onderhavige regeling het voorschrift opgenomen dat de embryotransplanteur/overzetter uitsluitend embryo’s overzet en de epiduraalanesthesie uitvoert op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

voor deze:

De secretaris-generaal,

T. H. J. Joustra.

Naar boven