Subsidieregeling voor de Centra voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening in Drenthe

Het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening;

Overwegende, dat het wenselijk is een regeling vast te stellen tot subsidiëring van gemeente Emmen, de Stichting CBB te Assen en andere rechtspersonen het gebied van RBA Drenthe, die een Centrum voor de Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening in stand houden;

dat het wenselijk is de per 1 januari 1995 ingetrokken landelijke Subsidieregeling voor de Centra voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening (regeling van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, nr. 1991/019) voort te zetten in de regio Drenthe;

Gelet op artikel 99, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet;

Besluit:

Artikel 1 Definities

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. CBB: een Centrum voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening;

b. Regionaal Bestuur: het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening in Drenthe;

c. subsidie ontvanger: rechtspersoon die in het kader van deze regeling subsidie ontvangt;

d. cursist: een natuurlijk persoon, die tot deelname aan de cursussen van het CBB is toegelaten;

e. cursist met een bijzondere achter-standspositie: degenen die behoren tot een etnische minderheidsgroep:

1. ingezetenen van Turkse, Marokkaanse, Spaanse, Italiaanse, Joegoslavische, Portugese, Kaapverdische, Griekse en Tunesische afkomst;

2. ingezetenen van Surinaamse afkomst;

3. ingezetenen van Antilliaanse of Arubaanse afkomst;

4. ingezetenen die behoren tot de Molukse bevolkingsgroep;

5. ingezetenen van Chinese afkomst;

6. vluchtelingen, in Nederland toegelaten op grond van artikel 11 van de Vreemdelingenwet ( Stb. 1965, 40);

7. zigeuners;

8. woonwagenbewoners.

f. effectief scholingsuur: periode van 60 minuten, waarin een cursist feitelijk deelneemt aan een door het CBB in het gebouw van het CBB gegeven cursus of opleiding;

g. effectieve scholingsplaats: eenheid van 1000 effectieve scholingsuren, verdeeld over tenminste 200 dagen in een jaar.

2. Met een effectief scholingsuur wordt gelijkgesteld een periode van 10 uren, waarin de cursist tijdens de door het CBB gegeven cursus of opleiding praktijkervaring opdoet in een door het CBB aangewezen bedrijf of instelling.

Artikel 2 Algemene bepaling subsidieverstrekking

Het Regionaal Bestuur kan aan een rechtspersoon voor de instandhouding van een CBB een subsidie verstrekken onder de voorwaarden en bepalingen van deze regeling.

Artikel 3 Doel en doelgroep CBB

1. Het CBB heeft uitsluitend tot doel de achterstand op te heffen, waarin personen als gevolg van sociale en/of culturele factoren verkeren, voor wat hun kansen betreft op arbeidsinpassing dan wel op toelating tot een voor die inpassing noodzakelijke opleiding.

2. Tot de in het eerste lid bedoelde personen worden gerekend Nederlandse en niet-Nederlandse werkzoekenden, wier in aanleg aanwezige mogelijkheden tot ontplooiing in de arbeid of door opleiding worden belemmerd door één of meer van de volgende factoren:

– onvoldoende vaardigheid in het gebruik en het verstaan van de Nederlandse taal;

– minder dan algemeen aanwezige bekendheid met maatschappelijke verhoudingen en arbeidsverhoudingen binnen Nederland;

– een tekort aan de voor een beginnend beroepsbeoefenaar noodzakelijke kennis en basisvaardigheden;

– een onvoldoende besef van eigen vermogen tot persoonlijkheidsontplooiing in de arbeid als middel van bestaan en een tekortschietend zicht op daartoe in beroep en bedrijf binnen Nederland aanwezige mogelijkheden.

3. Tot de in het eerste lid bedoelde personen worden niet gerekend degenen, wier belemmering in de arbeidsinpassing voortspruit uit een vakbekwaamheidstekort, dat door toepassing van in het onderwijsveld of op het terrein van arbeidsvoorziening beschikbare andere instrumenten kan worden opgeheven, dan wel uit ontwikkelingsstoornissen, die niet door het volgen van een cursus op het CBB kunnen worden verholpen.

Artikel 4 Doel scholing CBB

Het cursusaanbod van het CBB is erop gericht het voor arbeidsinpassing of toelating tot een bestaande opleiding bij de cursist aanwezige tekort aan kennis, bekwaamheid en maatschappelijke weerbaarheid op doelmatige wijze op te heffen. Het omvat daartoe in een onderlinge evenwichtige verhouding: algemene vorming, oriëntatie op beroep, bedrijf en maatschappij, beroepsoefening en persoonlijkheidsvorming.

Artikel 5 Toelating tot CBB

1. Tot deelname aan de cursussen aan het CBB worden uitsluitend toegelaten de personen, als bedoeld in artikel 3, die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt en die, voor zover zij niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, rechtmatig in Nederland verblijven.

2. Over de toelating wordt door de rechtspersoon of een door haar aangewezen vertegenwoordiger beslist op voordracht van het Regionaal Bestuur, in welks regio de cursist staat ingeschreven of woonachtig is, indien hij niet staat ingeschreven. Ingeval de voordracht niet van het Regionaal Bestuur afkomstig is, wordt het Regionaal Bestuur alvorens te beslissen gehoord. De beslissing wordt in afschrift aan het Regionaal Bestuur gezonden.

Artikel 6 Subsidiemaatstaf

1. De subsidie wordt verleend voor het volgende:

a. Huisvestingskosten per CBB op basis van huur c.q. afschrijvingslasten;

b. Personeelskosten per CBB op basis van toegestane formatie en maximum inschaling in BBRA 1984;

c. Opleidingskosten per effectieve scholingsplaats;

d. Een toeslag per effectieve scholingsplaats van een cursist met een bijzondere achterstandspositie.

2. Het Regionaal Bestuur stelt het maximum subsidiebedrag (per CBB) jaarlijks vast in de regionale begroting en het beleidsplan, waarbij zijn aangegeven het maximum aan huisvestingskosten, het maximum aan personeelskosten, het maximum aantal effectieve scholingsplaatsen en de toeslag per effectieve scholingsplaats van een cursist met een bijzondere achterstandspositie.

3. Geen subsidie wordt verleend voor die effectieve scholingsplaatsen onderscheidenlijk scholingsuren, waarvoor uit andere hoofde een vergoeding wordt ontvangen.

Artikel 7 Aanvraag

1. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de rechtspersoon een aanvraag indienen vóór 1 oktober, voorafgaand aan het kalenderjaar, waarop de aanvraag betrekking heeft. In afwijking van het voorgaande dient voor het kalenderjaar 1995 de aanvraag te worden ingediend vóór 1 maart 1995. Uitstel van de termijn van indiening van de aanvraag wordt slechts verleend voor maximaal drie maanden, indien de gemeente dit voor 1 oktober van het betreffende jaar, onderscheidenlijk vóór 1 maart 1995, verzoekt.

2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van een omschrijving van de voor het betreffende jaar voorgenomen aard en totale omvang van activiteiten, van een opgave van het aantal voor dat jaar geplande effectieve scholingsplaatsen, alsmede een opgave van de begrote baten en lasten.

Artikel 8 Subsidieverlening

Het bedrag bij de subsidieverlening wordt bepaald door de optelsom van de begrote huisvestingskosten, de personeelskosten en de kosten per effectieve scholingsplaats vermenigvuldigd met het aantal geplande effectieve scholingsplaatsen tot het maximum genoemd in artikel 6, tweede lid.

Artikel 9 Voorschotten

Op verzoek van de subsidie ontvanger kan eenmaal per kwartaal een voorschot van ten hoogste 20% van de verleende subsidie worden verleend tot ten hoogste 80% van de verleende subsidie in een kalenderjaar.

Artikel 10 Voorschriften

1. De subsidie ontvanger rapporteert desgevraagd per door het Regionaal Bestuur vast te stellen periode over de uitvoering en de voortgang van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.

2. De subsidie ontvanger doet aan het Regionaal Bestuur onverwijld mededeling over alle feiten en omstandigheden, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op het voortbestaan van het recht op subsidie.

3. Indien uit de rapportage blijkt dat de voortgang van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet geschiedt overeenkomstig de bij de subsidieverlening goedgekeurde gegevens omtrent de gesubsidieerde activiteiten en aannemelijk is dat het bij de subsidieverlening vermelde bedrag niet zal worden gerealiseerd, kan het Regionaal Bestuur de subsidieverlening verlagen en, indien van toepassing, de periode waarvoor subsidie is verleend, verkorten.

4. De subsidie ontvanger draagt zorg, dat elke cursist bij toelating in het bezit wordt gesteld van een door haar voor het CBB vastgesteld reglement.

5. Aan de cursist wordt bij het verlaten van het CBB een schriftelijke verklaring meegegeven, waarin tenminste staat vermeld, gedurende welke periode en aan welke cursussen hij heeft deelgenomen.

Artikel 11 Declaratie

1. De declaratie dient uiterlijk op 1 juli van het jaar, volgend op het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, te zijn ingediend. Zij gaat vergezeld van:

a. een omschrijving van de voor het betreffende kalenderjaar gerealiseerde aard en totale omvang van activiteiten,

b. een opgave van het aantal voor dat jaar gerealiseerde effectieve scholingsplaatsen,

c. een verslag van baten en lasten over het betreffende kalenderjaar conform de indeling van artikel 6, eerste lid, en d. een verklaring van getrouwheid van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat de opgave van het aantal gerealiseerde effectieve scholingsplaatsen, het aantal gerealiseerde effectieve scholingsplaatsen van een cursist met een bijzondere achterstandspositie, in overeenstemming is met de werkelijkheid, alsmede dat de genoemde baten en lasten werkelijk zijn gemaakt, een en ander overeenkomstig het door het Regionaal Bestuur vastgestelde protocol.

2. Uitstel van de termijn van indiening van de declaratie wordt slechts verleend voor maximaal drie maanden, indien de gemeente dit voor 1 juli van het betreffende jaar bij het Regionaal Bestuur verzoekt.

Artikel 12 Subsidievaststelling

1. De subsidie wordt op basis van de door de subsidie ontvanger ingediende declaratie vastgesteld. Het bedrag bij de subsidievaststelling wordt bepaald door de optelsom van de huisvestingskosten, de personeelskosten, de kosten per effectieve scholingsplaats vermenigvuldigd met het aantal gerealiseerde effectieve scholingsplaatsen alsmede de toeslag per gerealiseerde effectieve scholingsplaats van een cursist met een bijzondere achterstandspositie.

2. Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan het bedrag, dat blijkens de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 11, eerste lid, controleerbaar en in overeenstemming met de voorschriften van deze regeling is.

3. Na de definitieve vaststelling van het subsidiebedrag is de subsidie ontvanger verplicht het in een subsidiejaar teveel ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen, tenzij het Regionaal Bestuur tot verrekening op een andere wijze besluit.

Artikel 13 Activa

Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken voor de verkrijging waarvan uit hoofde van deze regeling, de Voorlopige Subsidieregeling voor de Centra voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening of de Subsidieregeling voor de Centra voor Beroepsoriëntatie en beroepsoefening een vergoeding uit

’s Rijks kas dan wel uit middelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is ontvangen, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of vervreemd, dan wel indien de subsidie wordt beëindigd, kan het Regionaal Bestuur bepalen, dat hetzij de subsidie ontvanger terzake aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie een bedrag verschuldigd is ter hoogte van het onttrokken of vervreemde bedrag, hetzij de eigendom van die gebouwen, terreinen en roerende zaken binnen vier maanden aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie overgedragen wordt.

Artikel 14 Beslissingsbevoegdheid

Beschikkingen op grond van deze regeling worden genomen door het Regionaal Bestuur of door een door het Regionaal Bestuur daartoe aangewezen functionaris.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als Subsidieregeling voor de Centra voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening Drenthe.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en ter inzage gelegd bij alle vestigingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in de regio Drenthe en bij het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening.


Aldus besloten in zijn vergadering van 2 februari 1995.
Assen, 2 februari 1995.
Het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening Drenthe,
namens het bestuur,
H. Weidgraaf, voorzitter.

Toelichting

In de loop van 1994 zijn activiteiten ontplooid om de verantwoordelijkheid voor de subsidiëring van de Centra voor de Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening (CBB) te verschuiven van het Centraal Bestuur (CBA) naar de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening (RBA’s). Het CBA heeft de landelijke CBB-regeling per 1 januari 1995 ingetrokken (Stcrt. 1994, 243) en per deze datum aan elke regio een budget toegekend ten behoeve van een voorziening voor een of meer CBB’s.

In deze regio is besloten om de subsidiëring van de CBB’s op grond van een speciale regeling voort te zetten. De regionale CBB-regeling is inhoudelijk gebaseerd op de ingetrokken landelijke regeling, maar heeft in de systematiek en vorm veranderingen ondergaan:

– de systematiek van subsidiëring is vereenvoudigd, nu kan worden uitgegaan van één budget voor deze regio, onderverdeeld in huisvestingskosten, personeelskosten en scholingsgebonden kosten;

– de regeling is aangepast aan de Algemene wet bestuursrecht;

– bepalingen over controle en financiële verantwoording zijn aangepast aan de uniformering, die de afgelopen jaren binnen Arbeidsvoorziening is ingevoerd.

Voor de wenselijkheid van subsidiëring van CBB’s in het algemeen en voor de betekenis van de inhoud van de diverse bepalingen wordt verwezen naar de toelichting op de ingetrokken landelijke CBB-regeling (Stcrt. 1991, 17).

In verband met de overgang van een landelijk vastgesteld budget naar een regionaal budget wordt erop gewezen, dat in de landelijke CBB-regeling en de toelichting daarop is opgenomen dat wachtgeldreserveringen- en verplichtingen voor rekening en risico zijn van het CBB.

Assen, 2 februari 1995.

Het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening Drenthe,

namens het bestuur,

H. Weidgraaf, voorzitter.

Naar boven