Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1995, 247 pagina 24 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 1995, 247 pagina 24 | Besluiten van algemene strekking |
«Vestigingsbesluit bedrijven»
14 december 1995
nr. 95087594 WJA/W
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 19 van het Vestigingsbesluit bedrijven;
Besluit:
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Economische Zaken;
b. wet: Vestigingswet Bedrijven 1954.
2. Waar in deze regeling als voorwaarde is gesteld dat een diploma of getuigschrift is mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister, geldt die voorwaarde alleen voor diploma’s en getuigschriften die vóór 1 januari 1996 zijn afgegeven.
Artikel 2 Elektrotechnisch installatiebedrijf
1. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het elektrotechnisch installatiebedrijf moet blijken, worden aangewezen:
a. het diploma Vaktechniek voor het Elektrotechnisch installatiebedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat; en
b. de diploma’s Elektrotechnisch Instal-lateur en Middelbaar installatietechnicus sterkstroomtechniek, afgegeven door de Vereniging (tot bevordering van) Elektrotechnisch Vakonderwijs
(in Nederland), mits mede ondertekend door een gecommitteerde van
de minister.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het elektrotechnisch installatiebedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de diploma’s, afgegeven ingevolge de Wet op het leerlingwezen of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs door de Vereniging (tot bevordering van) Elektrotechnisch Vakonderwijs (in Nederland), betreffende:
a. Technicus sterkstroominstallaties of Technicus elektrische bedrijfsinstal-laties;
b. Eerste monteur sterkstroominstal-laties, Eerste monteur elektrische bedrijfsinstallaties, Eerste monteur elektrische panelen, Eerste monteur laagspanningsinstallaties, Eerste monteur elektrische besturingsinstallaties, of Eerste monteur in de praktijk van de sterkstroomtechniek; en
c. Assistent technicus sterkstroominstallaties of Assistent technicus bedrijfsinstallaties.
3. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het elektrotechnisch installatiebedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s, afgegeven ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs:
a. het diploma middelbaar technisch onderwijs, afdeling elektrotechniek, studierichting Elektrische Installatie-techniek, mits uit een op het diploma gestelde verklaring, die mede is ondertekend door een gecommitteerde van de minister, blijkt dat is voldaan aan de eisen van vakbekwaamheid voor het elektrotechnisch installateursbedrijf; en
b. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de Elektrotechnische School te Amsterdam.
4. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het elektrotechnisch installatiebedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s, afgegeven ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek:
a. het diploma van de lerarenopleiding hoger beroepsonderwijs, van de afdeling elektrotechniek, afgegeven door het Nederlands Genootschap tot Opleiding van Leraren voor het Beroepsonderwijs;
b. het diploma hoger technisch onderwijs, van de afdeling elektrotechniek of elektrotechnische bedrijfstechniek;
c. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van het afsluitend examen in de studierichting elektrotechniek; en
d. het diploma of getuigschrift van het doctoraal examen voor Elektrotech-nisch ingenieur, afgegeven door een Nederlandse technische hogeschool of -universiteit.
5. Als bewijsstukken van vaktechniek voor het elektrotechnisch installatiebedrijf worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, waaruit blijkt, dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid voor het elektrotechnisch installateursbedrijf heeft afgelegd, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het elektrotechnisch installateursbedrijf; en
c. een verklaring van vaktechniek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het elektrotechnisch instal-latiebedrijf.
1. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het slagersbedrijf moet blijken, worden aangewezen:
a. het diploma Vaktechniek voor het slagersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigings-wet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het ’Vakdiploma (Paarden)Slagers-bedrijf’, afgegeven door of namens de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.), mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het diploma Vakbekwaamheid en Handelskennis (ondernemersdiploma slagersbedrijf), afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.), mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister; en
d. het einddiploma van de Eerste Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het slagersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen
de volgende diploma’s, afgegeven ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs:
a. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, van de Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister; en
b. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, van de middelbare dagopleiding voor de vleessector te Utrecht, mits uit een op het diploma vermelde verklaring, die mede is ondertekend door een gecommitteerde van de minister, blijkt dat is voldaan aan de eisen van vakbekwaamheid voor het slagersbedrijf.
3. Als bewijsstukken van vaktechniek voor het slagersbedrijf worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, waaruit blijkt, dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid voor het (paarden)-slagersbedrijf heeft afgelegd, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid,
van de wet, voor het (paarden)slagersbedrijf; en
c. een verklaring van vaktechniek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het slagersbedrijf.
1. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden aangewezen:
a. het diploma Vaktechniek voor het bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigings-wet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het diploma ’Vakbekwaamheid voor het banketbakkersbedrijf’, afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbak-kersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het ’ondernemersdiploma voor het banketbakkersbedrijf’ van de Vereniging tot Bevordering van Opleiding in het Banketbakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
d. het diploma ’Vakbekwaamheid Broodbakkersbedrijf’ afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
e. het diploma ’vakbekwaamheid voor het brood-banketbakkersbedrijf’, afgegeven door of namens de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf en de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf tezamen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister; en
f. het einddiploma voor het brood- en banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de gestelde eisen van vaktechniek voor het bakkersbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs afgegeven diploma’s middelbaar technisch onderwijs van de afdeling bakkerij of de afdeling brood- en/of banketbakken van de Vakschool van de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen of van de Middelbare Vakschool ’Wageningen’.
3. Als bewijsstukken van vaktechniek voor het bakkersbedrijf worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, waaruit blijkt, dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf heeft afgelegd, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het brood- of banketbakkersbedrijf; en
c. een verklaring van vaktechniek als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, voor het bakkersbedrijf.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bewijsstukken van vaktechniek Vestigingsbesluit bedrijven.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Als bewijsstuk ter verkrijging van een vestigingsvergunning zijn in deze regeling diverse diploma’s en getuigschriften aangewezen. Zij zijn voor het grootste deel reeds in het verleden afgegeven en vormen een selectie uit de bewijsstukken van vakbekwaamheid die waren aangewezen in het kader van de tot 1 januari 1996 geldende vestigingsbesluiten. Ingevolge het Vestigingsbesluit bedrijven zijn de eisen van vaktechniek voor de in deze regeling genoemde bedrijven aanmerkelijk lager gesteld ten opzichte van de desbetreffende vestigingsbesluiten die tot 1 januari 1996 golden. Daarom voldoen vrijwel alle diploma’s die aan de tot die datum geldende eisen van vakbekwaamheid voldeden thans ook aan de nieuwe eisen van vaktechniek. Daarnaast zijn diploma’s toegevoegd aan de opsomming van aangewezen bewijsstukken die nu wel maar voorheen niet voldeden aan de eisen.
Met ingang van 1996 zal ik geen gecommitteerden meer benoemen om toezicht uit te oefenen op vestigingsexamens (zie in dat verband ook artikel 1, tweede lid). De examens van cursorische opleidingen zullen voortaan worden afgenomen onder toezicht van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), die daartoe ook gecommitteerden aanwijst. De Stichting, die onder mijn toezicht staat, dient jaarlijks verslag aan mij uit te brengen. De overige examens die voldoen aan de vestigingseisen, worden via het regulier onderwijs afgenomen en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Met het oog op een overzichtelijke weergave van alle aangewezen diploma’s zijn de als bewijsstuk aangewezen bescheiden per artikel gerubriceerd naar bedrijfsuitoefening. Binnen die artikelen is een nadere verdeling aangebracht tussen diploma’s van cursorische opleidingen en van het regulier beroepsonderwijs. Tenslotte zijn telkens aangewezen verklaringen van met gunstig gevolg afgelegde vakbekwaamheidsproeven en verklaringen van vakbekwaamheid op grond van opgedane ervaring als beheerder.
De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1995-247-p24-SC4639.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.