18 oktober 1995
Nr. BW95/U1761
Directoraat-generaal Openbaar Bestuur
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Gelezen de brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 6 september 1995 aan de Minister van Binnenlandse Zaken;
Gelet op artikel 6 van de subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996 (Stcrt. 1993, 34), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 19 augustus 1994, nr. BW94/U1365 (Stcrt. 1994, 163);
Besluit:
1. dat de maximum subsidie die verstrekt wordt aan het instituut van het Algemeen Ouderen Verbond, dat subsidie ontvangt op grond van de Subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996, gebaseerd wordt op een basisbedrag en een bedrag gerelateerd aan 2 zetels, in die zin dat de maximum subsidie niet hoger is dan 2/6 gedeelte van de maximum subsidie zoals die zou worden toegekend aan een instituut van een politieke partij die met 6 zetels in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd. Deze bepaling gaat in op de eerste dag van de vijfde maand volgende op die waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het eerst na de wijziging in het zeteltal bijeen is gekomen;
2. dat, indien de fractie Nijpels-Hezemans overeenkomstig artikel 1 van de Subsidieregeling Algemene Vorming en Scholing Politiek Kader in Midden- en Oost-Europa 1993-1996 een rechtspersoon aanwijst, aan die rechtspersoon subsidie wordt verleend, in die zin dat de maximum subsidie niet hoger is dan 3/6 gedeelte van de maximum subsidie zoals die zou worden toegekend aan een instituut van een politieke partij die met 6 zetels in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd.
Na aanwijzing van een rechtspersoon gaat de subsidie in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de aanwijzing plaatsvond.
Het besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.