Wijziging Warenwetregeling zuivelbereiding

19 mei 1995

nr. DGVgz/VVP/L 951269

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op Richtlijn nr 94/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 december 1994 houdende wijziging van Richtlijn 92/46/EEG tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PbEG L 368);

op Beschikking nr 95/165/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1995 tot vaststelling van de uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die produkten op basis van melk bereiden (PbEG L 108);

alsmede op artikel 4, tweede lid, onder c, van het Warenwetbesluit Zuivel;

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 27 april 1995 met nummer 14881/(21)5;

Besluit:

Artikel I

De Warenwetregeling Zuivelbereiding1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

3. In afwijking van het tweede lid kan de regionaal inspecteur voor de gezondheidsbescherming een daar bedoelde inrichting erkennen die niet voldoet aan het tweede lid, onder a, met inachtneming van Beschikking nr 95/165/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1995 tot vaststelling van de uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die produkten op basis van melk bereiden (PbEG L 108). .

B

In artikel 4, eerste lid, aanhef, wordt ’een in artikel 3 bedoelde inrichting’ vervangen door: een melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting.

C

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de bestaande tekst wordt geplaatst: 1. .

2. Het volgende tweede lid wordt toegevoegd:

2. Het eerste lid is niet van toepassing op produkten op basis van melk die door de producent zijn verwerkt met rauwe melk van officieel tuberculosevrije en officieel brucellosevrije of brucellosevrije dieren, en door de producent rechtstreeks worden afgeleverd aan particulieren. .

D

De aanhef van artikel 10, tweede lid, komt te luiden:

2. Vloeibare of gegeleerde produkten op basis van melk, die een UHT- of sterilisatiebehandeling hebben ondergaan, en die bestemd zijn voor bewaring bij kamertemperatuur, voldoen na een incubatie gedurende 15 dagen bij 30°C aan de volgende normen:.

E

Artikel 11, derde en vierde lid, komen te luiden:

3. Wat betreft kaas op basis van rauwe en gethermiseerde melk en zachte kaas, geeft iedere overschrijding van de M-norm aanleiding tot onderzoek van deze waren op de eventuele aanwezigheid van:

a. enterotoxinoge stammen van Staphylococcus aureus of van vermoedelijk pathogene stammen van Escherichia coli; en

b. indien nodig, toxinen van Staphylococcus;

volgens methoden die zijn vastgesteld krachtens artikel 31 van Richtlijn 92/46/EEG.

4. Een partij waarin de in het derde lid bedoelde stammen of enterotoxine van Staphylococcus wordt aangetoond, wordt door de bereider uit de markt genomen.

De bereider stelt de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte, informeert die autoriteit over de maatregelen die zijn getroffen om de in het geding zijnde partijen uit de markt te nemen en deelt hem de correcties mede die in het produktie-bewakingssysteem zijn aangebracht. .

F

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de bestaande tekst wordt geplaatst: 1. .

2. Het volgende tweede lid wordt ingevoegd:

2. Het eerste lid, onder a, en onder b, 1°, is niet van toepassing op de in artikel 9, tweede lid, bedoelde produkten op basis van melk. .

G

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. In afwijking van het eerste lid mag:

a. een in deze regeling bedoelde waar, afkomstig van een niet op de voet van artikel 3 erkende inrichting, niet zijnde een produkt op basis van melk zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid;

b. gepasteuriseerde melk die tijdens het vervoer van de inrichting naar de detailhandel is gehouden op een temperatuur boven 6°AC tot ten hoogste 7°C;

tot 1 januari 1998 binnen de Europese Unie uitsluitend in Nederland verhandeld worden; zij mogen niet zijn voorzien van het in artikel 13, eerste lid, onder b, 1°, bedoelde herkenningsmerk. .

2. Een derde lid wordt toegevoegd, luidende:

3. Een wijziging van Beschikking nr 95/165/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1995 tot vaststelling van de uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die produkten op basis van melk bereiden (PbEG L 108) treedt voor de toepassing van artikel 3, derde lid, in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsbeschikking van toepassing is. .

H

Bijlage I, onder A, punt 3, komt te luiden:

3. Werkplaatsen, werktuigen en materieel mogen uitsluitend worden gebruikt voor de vervaardiging van produkten waarvoor de erkenning is verleend. Zij mogen evenwel, als de bevoegde autoriteit daarvoor toestemming heeft verleend, gelijktijdig of op andere tijdstippen worden gebruikt voor de vervaardiging van:

a. andere voor menselijke consumptie geschikte levensmiddelen; of

b. andere produkten op basis van melk van levensmiddelenkwaliteit die een andere bestemming hebben dan menselijke consumptie;

voor zover daardoor geen verontreiniging plaatsvindt van de produkten waarvoor de erkenning werd

verleend. .

I

Bijlage II, punt 3 en punt 4, komen te luiden:

3. Het materieel, de recipiënten en de installaties die bij de produktie in contact komen met produkten op basis van melk of bederfelijke grondstoffen, worden gereinigd en zo nodig ontsmet met een regelmaat en volgens een methode die in overeenstemming zijn met de controles en handelingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

4. De werk-lokalen worden gereinigd met een regelmaat en volgens een methode die in overeenstemming zijn met de controles en handelingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid. .

J

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

1. In punt 1, tweede volzin, wordt na de woorden ’rauwe melk’ ingevoegd: van koeien.

2. Punt 2, onder a, 1°, komt te luiden:

1° rauwe melk, afkomstig van koeien, die niet binnen 36 uur na ontvangst is behandeld, onmiddellijk vóór de warmtebehandeling een kiemgetal bij 30°C van niet meer dan 300 000 per ml heeft; .

3. In punt 6 wordt ’artikel 15, onder e’ vervangen door: artikel 13, eerste lid, onder e. Vervolgens wordt de volgende zin toegevoegd:

Onder dezelfde omstandigheden mag de gepasteuriseerde melk worden bereid uit rauwe melk die slechts een eerste thermisatie heeft ondergaan. .

K

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

1. Punt 1 komt te luiden:

1. De exploitant of de beheerder van de melkverwerkingsinrichting neemt de nodige maatregelen teneinde ervoor te zorgen dat de rauwe melk wordt behandeld of, indien het gaat om produkten ’met rauwe melk’, wordt gebruikt:

a. zo spoedig mogelijk na ontvangst, indien de melk niet wordt gekoeld;

b. binnen 36 uur na ontvangst, indien de melk wordt bewaard op een temperatuur van ten hoogste 6°C;

c. binnen 48 uur na ontvangst, indien de melk wordt bewaard op een temperatuur van 4°C of minder; of

d. binnen 72 uur, indien het melk betreft van buffelkoeien, schapen of geiten.

De bevoegde autoriteit kan wegens technologische redenen die verband houden met de bereiding van sommige produkten op basis van melk, een overschrijding toestaan van de in dit lid bedoelde termijnen of temperaturen. .

2. In punt 2 wordt ’artikel 4’ vervangen door: artikel 2.

3. Punt 3, onder a, 1°, komt te luiden:

1° is verkregen uit rauwe melk die, voor zover het koemelk betreft die niet binnen 36 uur na ontvangst in de inrichting wordt behandeld, vóór thermisatie een kiemgetal bij 30°C heeft van ten hoogste 300 000 per ml; .

L

Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ’artikel 13, onder b’ vervangen door: artikel 13, eerste lid, onder b.

2. Punt 1, laatste volzin, komt te luiden:

Wanneer kleine produkten evenwel afzonderlijk van een onmiddellijke verpakking en vervolgens samen van een eindverpakking worden voorzien, of wanneer deze kleine porties in een afzonderlijke onmiddellijke verpakking aan de eindverbruiker worden verkocht, hoeft het herkenningsmerk alleen op de eindverpakking te worden aangebracht. .

3. Punt 3 komt te luiden:

3. In afwijking van 2 is het toegestaan dat, wat betreft verpakkingen en gestandaardiseerde tapmaatflessen zoals bedoeld in artikel 24, vierde en vijfde lid, van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen, het herkenningsmerk slechts de letters NL en het erkenningsnummer van de inrichting omvat.

4. De punten 4 en 5 worden vernummerd tot 5 en 6, waarna een nieuw punt 4 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:

4. Het herkenningsmerk omvat in een ovale omranding de volgende aanduidingen:

a. in het bovenste gedeelte de hoofdletters NL, gevolgd door het desbetreffende erkenningsnummer van de inrichting, en in het onderste gedeelte de afkorting EEG;

b. in het bovenste gedeelte in hoofdletters NEDERLAND of HOLLAND, in het midden het desbetreffende erkenningsnummer van de inrichting, en in het onderste gedeelte de afkorting EEG; of

c. in het bovenste gedeelte de hoofdletters NL, in het midden een verwijzing naar de plaats waar het desbetreffende erkenningsnummer van de inrichting is vermeld, en in het onderste gedeelte de afkorting EEG. .

5. In het nieuwe punt 5 vervalt de laatste volzin.

6. Het volgende punt 7 wordt toegevoegd:

7. In afwijking van de voorschriften in de voorgaande punten inzake het aanbrengen van het herkenningsmerk op eindverpakkingen en onmiddellijke verpakkingen, is het tot 1 januari 1996 toegestaan de gegevens van het herkenningsmerk slechts te vermelden op het begeleidende handelsdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder e. .

M

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ’artikel 13, onder c’ vervangen door: artikel 13, eerste lid, onder c.

2. Aan punt 3 wordt de volgende zin toegevoegd:

Voor een beperkte produktie kan de bevoegde autoriteit evenwel een niet-automatische sluiting toestaan, onder de voorwaarde dat de garanties die op hygiënisch gebied geboden worden, ten minste gelijkwaardig zijn. .

3. Punt 4 en 5 komen te luiden:

4. De onmiddellijke verpakking en de eindverpakking worden niet opnieuw voor de in deze regeling bedoelde waren gebruikt, met uitzondering van bepaalde verpakkingsmiddelen die na reiniging en doeltreffende ontsmetting opnieuw kunnen worden gebruikt.

Het afsluiten vindt plaats in de inrichting waar de laatste warmtebehandeling van de consumptiemelk of de vloeibare produkten op basis van melk wordt verricht, onmiddellijk na het vullen, door middel van een afsluiting die de melk beschermt tegen aantasting van haar kenmerken door schadelijke invloeden van buitenaf. Het sluitingssysteem is zo ontworpen dat, na opening, het bewijs van opening duidelijk aanwezig en gemakkelijk controleerbaar blijft.

5. De exploitant of de beheerder van de inrichting vermeldt voor controle-doeleinden, afgezien van de andere in deze regeling voorgeschreven vermeldingen, ook de volgende gegevens zichtbaar en leesbaar op de onmiddellijke verpakking van warmtebehandelde melk en vloeibare produkten op basis van melk:

a. de aard van de warmtebehandeling die de melk heeft ondergaan;

b. een al dan niet gecodeerde vermelding aan de hand waarvan de datum van de laatste warmtebehandeling kan worden vastgesteld; en

c. voor gepasteuriseerde melk, de temperatuur waarbij de waar opgeslagen dient te worden. .

N

Bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ’13, onder d’ vervangen door: artikel 13, eerste lid, onder d.

2. Aan punt 6, wordt de volgende zin toegevoegd:

Wat betreft de temperatuur tijdens de aflevering aan de detailhandel, kan de bevoegde autoriteit een tolerantie van + 2°C toestaan ten opzichte van de hiervoor genoemde temperatuur van 6°C. .

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 juni 1995, met uitzondering van artikel I, onder A en artikel I, onder G, punt 3, die in werking treden met ingang van 1 januari 1996.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Erica Terpstra.

1.6r1 Stcrt. 1994, 243.

Toelichting

Richtlijn nr 92/46/EEG tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PbEG L 268) is in Nederland ten uitvoer gelegd in de Landbouwkwaliteits-regeling rauwe melk en zuivelbereiding, in de Warenwetregeling Zuivelbereiding, en in de Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding, van het Produktschap voor Zuivel.

Onlangs heeft de Europese Unie enkele wijzigingen aangebracht in Richtlijn 92/46/EEG, die voor 1 juli 1995 moeten worden doorgevoerd in de Nederlandse regelgeving. Die wijzigingen zijn opgenomen in Richtlijn nr 94/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 december 1994 houdende wijziging van Richtlijn 92/46/EEG tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PbEG L 368).

Voorts is onlangs vastgesteld Beschikking nr 95/165/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1995 tot vaststelling van de uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die produkten op basis van melk bereiden (PbEG L 108).

Deze regeling voert Richtlijn 94/71/EG en Beschikking 95/165/EG door in de Warenwetregeling Zuivelbereiding. Voorts herstelt deze regeling enkele onjuistheden bij de implementatie van Richtlijn 92/46/EEG.

Artikel I, onder A, strekt tot uitvoering van Beschikking 95/165/EG.

De tenuitvoerlegging van Richtlijn 94/71/EG betreft enerzijds een aantal technische aanpassingen in verband met in de praktijk gebleken onvolkomenheden van de oorspronkelijke tekst van Richtlijn 92/46/EEG, en anderzijds enkele versoepelingen van voorschriften die onnodig restrictief geformuleerd waren. Verder wordt voorzien in een overgangsregime tot 1 januari 1996 inzake het vermelden van het herkenningsmerk op verpakkingen, zodat ’oude’ verpakkingen nog kunnen worden opgebruikt. Tot die datum kan desgewenst volstaan worden met het opnemen van de gegevens van het herkenningsmerk in de handelsdocumenten die de waar vergezellen.

Na publikatie van Richtlijn 94/71/EG heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen verklaard dat artikel I, punt 4, en artikel I, punt 19, van Richtlijn 94/71/EG niet correct in het Publicatieblad zijn verschenen. In tegenstelling tot de gepubliceerde tekst beoogt punt 4, aldus de Commissie, in bijlage A, hoofdstuk IV, onderdeel C, van Richtlijn 92/46/EEG uitsluitend een fasering in de tijd aan te brengen in de daar genoemde kiemgetal-eisen, en is het de bedoeling dat punt 4 de bestaande eis inzake S. aureus onverlet verlaat. Bij de implementatie van artikel I, punt 4, is deze mondelinge uitleg van de Commissie gevolgd. Derhalve wordt artikel 2 van de Warenwetregeling Zuivelbereiding niet gewijzigd.

Punt 19, eerste streepje, is volgens de Commissie ten onrechte opgenomen in Richtlijn 94/71/EG. Aan die bepaling is bij deze wijzigingsregeling dan ook geen uitvoering gegeven.

Het herstellen van onjuistheden bij de implementatie van Richtlijn 92/46/EEG, vindt plaats bij artikel I, onder C, onder F, onder J, punt 3, eerste alinea, en onder K, punt 2. Deze onjuistheden hebben betrekking op een tweetal onderwerpen.

In de eerste plaats worden foutieve verwijzingen hersteld in bijlage III, punt 6, en in bijlage IV, punt 2, van de Warenwetregeling Zuivelbereiding.

In de tweede plaats worden artikel 9, artikel 13 en artikel 18 zodanig aangepast, dat alsnog voor bepaalde produkten op basis van melk uitvoering wordt gegeven aan artikel 1, tweede lid, van Richtlijn 92/46/EEG. Dat artikel-lid bepaalt namelijk dat Richtlijn 92/46/EEG de nationale voorschriften onverlet laat betreffende de rechtstreekse verkoop aan de consument door de producent, van produkten op basis van melk die op zijn bedrijf zijn verwerkt met rauwe melk van officieel tuberculosevrije en officieel brucellose-vrije of brucellosevrije dieren, voor zover het bedrijf voldoet aan de minimale gezondheidsvoorschriften die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld. Door de nu gekozen formulering van artikel 9, tweede lid, artikel 13, tweede lid, en van artikel 18, tweede lid, wordt bereikt dat op bovengenoemde produkten op basis van melk alle desbetreffende voorschriften van de Warenwetregeling Zuivelbereiding van toepassing zijn, met uitzondering van de eisen dat deze produkten in een erkende melkverwerkingsinrichting zijn toebereid en dat op die produkten een herkenningsmerk wordt aangebracht.

In artikel 18, tweede lid, en in bijlagen V, VI en VII van de Warenwet-regeling Zuivelbereiding wordt bij artikel I, onder G, punt 1, onder L, punt 1, onder M, punt 1, en onder N, punt 1, de verwijzing naar artikel 13 veranderd in een verwijzing naar artikel 13, eerste lid.

In nevenstaande concordantietabel wordt aangegeven op welke wijze Richtlijn 94/71/EG geïmplementeerd wordt. In die tabel wordt bedoeld met ’LKW’: de Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding, en met ’PZ’: de Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Terpstra.

Naar boven