Besluit van 20 april 2026, houdende verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten met het oog op de automatische uitwisseling van gegevens en inlichtingen ten aanzien van inkomsten uit transacties met cryptoactiva (Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 16 september 2025, nr. 2025-0000432915;

Gelet op artikel 10oa van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 februari 2026, nr. W06.25.00270/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 16 april 2026, nr. 2026-0000020276;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Reikwijdte

Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 10oa van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Artikel 2. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

actieve entiteit:

een entiteit als bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 10, van Richtlijn 2011/16/EU;

bestaande gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is:
  • 1°. een gebruiker als bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • 2°. een gebruiker die op 31 december 2025 een gebruiker is als bedoeld in deel IV, onderdeel D, onder 6, van het CARF die ingezetene is als bedoeld in deel IV, paragraaf D, onder 8, van het CARF van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen tussen Nederland en dat niet-Unierechtsgebied;

bestaande gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijk persoon is:
  • 1°. een gebruiker als bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • 2°. een gebruiker die op 31 december 2025 een gebruiker is als bedoeld in deel IV, onderdeel D, onder 4, van het CARF die ingezetene is als bedoeld in deel IV, paragraaf D, onder 8, van het CARF van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen tussen Nederland en dat niet-Unierechtsgebied;

due diligence-procedure voor klanten:
  • 1°. de procedure, bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • 2°. de procedure, bedoeld in deel IV, onderdeel F, onder 2, van het CARF;

uitgesloten persoon:
  • 1°. een persoon als bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • 2°. een persoon als bedoeld in deel IV, onderdeel E, onder 1, van het CARF die ingezetene is als bedoeld in deel IV, paragraaf D, onder 8, van het CARF van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen tussen Nederland en dat niet-Unierechtsgebied;

wet:

de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Artikel 3. Eigen verklaring

  • 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder een eigen verklaring verstaan een uiterlijk op de datum van ontvangst door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten gedagtekende en ondertekende of anderszins bevestigde verklaring van een gebruiker van cryptoactiva of van een uiteindelijk belanghebbende die ten minste de volgende inlichtingen ten aanzien van die gebruiker van cryptoactiva of uiteindelijk belanghebbende bevat:

    • a. indien hij wordt verstrekt door een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijk persoon is of door een uiteindelijk belanghebbende:

      • 1°. de voornaam en achternaam;

      • 2°. het woonadres;

      • 3°. de fiscale woonstaat of woonstaten;

      • 4°. het fiscale identificatienummer voor elke staat; en

      • 5°. de geboortedatum;

    • b. indien hij wordt verstrekt door een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is:

      • 1°. de officiële naam;

      • 2°. het adres;

      • 3°. de fiscale woonstaat of woonstaten;

      • 4°. het fiscale identificatienummer voor elke staat;

      • 5°. ingeval de gebruiker van cryptoactiva geen actieve entiteit is en geen uitgesloten persoon is, de inlichtingen, bedoeld in onderdeel a, met betrekking tot elke uiteindelijk belanghebbende van die gebruiker van cryptoactiva, alsmede de rol of rollen op grond waarvan zij een uiteindelijk belanghebbende zijn van de gebruiker van cryptoactiva; en

      • 6°. ingeval de gebruiker van cryptoactiva een actieve entiteit of een uitgesloten persoon is, inlichtingen over de criteria op grond waarvan de gebruiker van cryptoactiva een actieve entiteit, onderscheidenlijk uitgesloten persoon, is.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, onder 4°, en b, onder 4°, bevat een eigen verklaring niet het fiscaal identificatienummer voor een staat indien de gebruiker van cryptoactiva of de uiteindelijk belanghebbende ingezetene is van een niet-Unierechtsgebied waarmee Nederland een van kracht zijnde adequate overeenkomst heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen tussen Nederland en die staat en die staat geen fiscaal identificatienummer uitgeeft of het nationale recht van de betreffende staat het verzamelen van het fiscaal identificatienummer niet voorschrijft.

  • 3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 5°, bevat een eigen verklaring niet:

    • a. de inlichtingen, bedoeld in onderdeel a, met betrekking tot een uiteindelijk belanghebbende indien die uiteindelijk belanghebbende een eigen verklaring heeft verstrekt;

    • b. de rol of rollen op grond waarvan een persoon een uiteindelijk belanghebbende is indien dit met betrekking tot die uiteindelijk belanghebbende is vastgesteld op basis van de due dilligence-procedures voor klanten.

HOOFDSTUK 2. VERZAMEL- EN VERIFICATIEVEREISTEN

Artikel 4. Verzamelen en verifiëren van inlichtingen

  • 1. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkrijgt een eigen verklaring van een gebruiker van cryptoactiva:

    • a. bij het aangaan van een relatie met die gebruiker van cryptoactiva; of

    • b. indien het een bestaande gebruiker van cryptoactiva betreft uiterlijk op 1 januari 2027.

  • 2. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten bevestigt de redelijkheid van de eigen verklaring op basis van door hem verkregen inlichtingen, met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van due diligence-procedures voor klanten.

  • 3. Indien een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op enig moment op basis van een verandering van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat een eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is, verkrijgt hij van de gebruiker van cryptoactiva of van de uiteindelijk belanghebbende een geldige eigen verklaring of een redelijke uitleg en, waar nodig, documentatie ter staving van de geldigheid van de laatst verkregen eigen verklaring.

Artikel 5. Bepalen van te rapporteren gebruikers

  • 1. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten stelt de fiscale woonstaat of fiscale woonstaten van een gebruiker van cryptoactiva vast op basis van de eigen verklaring van die gebruiker.

  • 2. Indien een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is verklaart dat hij geen fiscale woonplaats heeft, baseert de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich op de plaats waar de feitelijke leiding zich bevindt of op het adres van het hoofdkantoor om de woonplaats te bepalen.

  • 3. Indien op basis van de toepassing van het eerste en tweede lid blijkt dat de gebruiker van cryptoactiva ingezetene is van een EU-lidstaat of van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens tussen Nederland en die staat, behandelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die gebruiker als een te rapporteren gebruiker.

  • 4. In afwijking van het derde lid behandelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een gebruiker van cryptoactiva niet als te rapporteren gebruiker indien hij op basis van de eigen verklaring of op basis van inlichtingen waarover hij beschikt of die openbaar beschikbaar zijn redelijkerwijs kan vaststellen dat die gebruiker een uitgesloten persoon is.

  • 5. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten behandelt een gebruiker van cryptoactiva als een te rapporteren gebruiker vanaf de datum waarop hij de gebruiker van cryptoactiva als zodanig heeft geïdentificeerd.

Artikel 6. Bepalen van uiteindelijk belanghebbenden die te rapporteren persoon zijn

  • 1. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten bepaalt of een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft. Voor het vaststellen van de uiteindelijk belanghebbenden kan een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich baseren op:

    • a. de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is;

    • b. de inlichtingen die zijn verzameld en worden bijgehouden in het kader van de due diligence-procedures voor klanten of in het kader van in wezen soortgelijke procedures indien hij niet wettelijk verplicht is due diligence-procedures voor klanten toe te passen.

  • 2. Indien een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft, stelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de fiscale woonstaat of fiscale woonstaten vast van elke uiteindelijk belanghebbende op grond van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is of op grond van de eigen verklaring van de uiteindelijk belanghebbende.

  • 3. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten behandelt een uiteindelijk belanghebbende als een te rapporteren persoon vanaf de datum waarop hij de uiteindelijk belanghebbende als zodanig heeft geïdentificeerd.

  • 4. Dit artikel vindt geen toepassing met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten:

    • a. op basis van de eigen verklaring van die gebruiker of op basis van inlichtingen waarover hij beschikt of die openbaar beschikbaar zijn redelijkerwijs kan vaststellen dat die gebruiker een uitgesloten persoon is; of

    • b. op basis van een eigen verklaring van die gebruiker van cryptoactiva vaststelt dat die gebruiker een actieve entiteit is.

Artikel 7. Overgangsperiode

  • 1. Voor de toepassing van de artikelen 5 en 6 kan een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, in de situatie, bedoeld in artikel 4, derde lid, gedurende 90 dagen, tot uiterlijk de dag waarop de in het laatstgenoemde artikel bedoelde geldige eigen verklaring of redelijke uitleg wordt verkregen, uitgaan van de fiscale woonstaat of fiscale woonstaten van de gebruiker van cryptoactiva of de uiteindelijk belanghebbende zoals die is onderscheidenlijk zijn vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring.

  • 2. Indien een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten binnen de termijn van 90 dagen geen geldige eigen verklaring of redelijke uitleg heeft verkregen, merkt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de gebruiker van cryptoactiva of de uiteindelijk belanghebbende tot het moment waarop alsnog een dergelijke eigen verklaring of redelijke uitleg wordt verkregen aan als fiscaal inwoner van de staat of staten vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring, alsmede van de staat of de staten waarin de gebruiker van cryptoactiva of uiteindelijk belanghebbende als gevolg van de wijziging van omstandigheden fiscaal woonachtig zou kunnen zijn.

Artikel 8. Financiële instellingen

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die voor de toepassing van Richtlijn 2011/16/EU ook een financiële instelling is, kan zich voor de toepassing van hoofdstuk 2 beroepen op de op grond van de artikelen 5 en 7 van het Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard voltooide due diligence-procedures en op een eigen verklaring die reeds voor andere fiscale doeleinden is verzameld, mits die eigen verklaring voldoet aan de vereisten van artikel 3.

Artikel 9. Voltooiing van verzamel- en verificatievereisten door derden

Indien een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een beroep doet op een derde partij om de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 2 te vervullen, blijft de verantwoordelijkheid voor die verplichtingen berusten bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

HOOFDSTUK 3. DOELTREFFENDE UITVOERING

Artikel 10. Verstrekking van inlichtingen door de gebruiker van cryptoactiva

Indien een gebruiker van cryptoactiva de inlichtingen, bedoeld in hoofdstuk 2, niet verstrekt na twee aanmaningen van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten volgend op het initiële verzoek van die rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, maar niet voordat 60 dagen sinds het initiële verzoek zijn verstreken, verhindert de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten dat de gebruiker van cryptoactiva te rapporteren transacties verricht.

Artikel 11. Vastlegging

  • 1. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten legt in zijn administratie vast welke stappen zijn gezet en, indien van toepassing, welke inlichtingen zijn gebruikt bij de uitvoering van de verplichtingen tot rapporteren, verzamelen en verifiëren die voortvloeien uit de wet en dit besluit.

  • 2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt bewaard gedurende de termijn, bedoeld in artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, volgend op het einde van de rapportageperiode waarin de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verplicht is op grond van artikel 10ob, vierde tot en met elfde lid, van de wet inlichtingen te rapporteren.

Artikel 12. Wijze van rapporteren

De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten rapporteert de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 10ob en 10od van de wet, op een door Onze Minister voorgeschreven wijze.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten.

’s-Gravenhage, 20 april 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg

Uitgegeven de drieëntwintigste april 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Dit Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten (hierna: het besluit) maakt onderdeel uit van de regelgeving waarmee Richtlijn (EU) 2023/22261 van 17 oktober 2023 van de Raad van de Europese Unie (EU) wordt geïmplementeerd. Met deze richtlijn wordt – onder meer – het instrumentarium voor samenwerking op belastinggebied op het terrein van de markt voor cryptoactiva uitgebreid. Het doel hiervan is, kort samengevat, meer transparantie te creëren inzake transacties met cryptoactiva en de inkomsten die via deze activiteiten worden vergaard. Dit zal leiden tot een eerlijkere belastingheffing en tot een vermindering van de nalevingslasten voor zowel belastingdiensten als belastingbetalers. Gelet op het inherente grensoverschrijdende karakter van cryptoactiva is een sterke internationale administratieve samenwerking vereist en is het van wezenlijk belang dat belastingautoriteiten van lidstaten van de EU (lidstaten) op automatische basis volledige en relevante informatie met elkaar uitwisselen ten aanzien van zogenoemde te rapporteren transacties met cryptoactiva. Met die informatie krijgen de belastingautoriteiten van lidstaten de beschikking over inlichtingen die behulpzaam zijn bij het correct vaststellen van de verschuldigde belastingen van hun fiscaal ingezetenen.2

Met Richtlijn (EU) 2023/2226 is het Crypto-Asset Reporting Framework (CARF) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor de EU overgenomen. Aangezien belastingautoriteiten wereldwijd worden geconfronteerd met uitdagingen in verband met de heffing van belasting over inkomsten die met transacties met cryptoactiva worden behaald is ook internationale samenwerking met landen buiten de EU essentieel. Daartoe heeft de OESO in 2022 het CARF goedgekeurd en dit op 10 oktober 2022 gepubliceerd.3 Op basis van het CARF kan naast de uitwisseling van informatie met lidstaten (op basis van Richtlijn (EU) 2023/2226) ook informatie over gebruikers van cryptoactiva en door hen verrichte transacties met cryptoactiva worden uitgewisseld met niet-Unierechtsgebieden die met Nederland zijn overeengekomen om deze informatie op wederkerige basis uit te wisselen. Deze uitwisseling vindt plaats op basis van het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (WABB-verdrag) en door ondertekening van een uitwisselingsraamwerk, de «Multilateral Competent Authority Agreement on Automatic Exchange of Information pursuant to the Crypto-Asset Reporting Framework» (de CARF MCAA).4 Nederland heeft op 26 november 2024 de CARF MCAA getekend.

Om de betreffende informatie met de lidstaten en de andere staten waarmee Nederland uitwisseling is overeengekomen te kunnen uitwisselen, regelen Richtlijn (EU) 2023/2226 en het CARF dat bepaalde aanbieders van cryptoactivadiensten bepaalde informatie over gebruikers van cryptoactiva en over bepaalde transacties die deze gebruikers verrichten dienen te verzamelen en te verifiëren en vervolgens te rapporteren aan de belastingautoriteiten. De richtlijn en het CARF zijn met de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva geïmplementeerd in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB).

De WIB regelt welke aanbieders van cryptoactivadiensten de plicht hebben om in Nederland de hiervoor bedoelde informatie over gebruikers van cryptoactiva aan de Minister van Financiën te rapporteren. In de WIB is ook een grondslag opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur te regelen dat aanbieders van cryptoactivadiensten die in Nederland moeten rapporteren verplicht zijn om – teneinde die informatie aan de Minister van Financiën te kunnen rapporteren – bij de gebruikers van hun diensten bepaalde informatie te verzamelen en te verifiëren. Met het onderhavige besluit wordt daaraan uitvoering gegeven.

Met de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva is in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geregeld dat de rapportageplicht voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten ook ziet op geheel binnenlandse transacties. Dit teneinde de doeltreffendheid van de rapportagevoorschriften, de goede werking van de interne markt, een gelijk speelveld en het non-discriminatiebeginsel te waarborgen.5 Ten behoeve van deze rapportageplicht geldt met dit besluit voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten ook voor geheel binnenlandse transacties de verzamel- en verificatieplicht conform de systematiek van Richtlijn (EU) 2023/2226. Rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten hoeven geen onderscheid te maken tussen de verplichtingen die gelden inzake het verzamelen en verifiëren van inlichtingen en gegevens over ingezetenen van uitsluitend Nederland en ingezetenen van (ook) een andere staat of staten.

Zoals ook in de memorie van toelichting bij de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva is vermeld is in overweging 9 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226 aangegeven dat, teneinde te garanderen dat deze richtlijn in de hele Unie op samenhangende wijze wordt toegepast, de lidstaten bij de toepassing ervan ter illustratie of interpretatie gebruikmaken van het commentaar op de CARF MCAA en het CARF.6 De verplichtingen die zijn vastgelegd in dit besluit sluiten één-op-één aan bij de verplichtingen zoals opgenomen in Richtlijn (EU) 2023/2226 en zijn conform het CARF. Er worden geen aanvullende vereisten gesteld.7

Dit besluit treedt net als de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Dit betekent dat rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten over 2026 gegevens en inlichtingen met betrekking tot hun gebruikers van cryptoactiva moeten verzamelen en verifiëren die vervolgens voor het eerst in 2027 uiterlijk op 31 januari aan de Minister van Financiën8 moeten worden gerapporteerd.

2. Verzamelen en verifiëren van gegevens en inlichtingen

In de WIB is geregeld welke rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten in Nederland aan de Minister van Financiën moeten rapporteren. Met dit besluit wordt geregeld aan welke verzamel- en verificatievereisten die rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten moeten voldoen om hun rapportageplicht in Nederland te kunnen nakomen.

Om te bepalen of met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva in Nederland gerapporteerd moet worden dient een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten – kort weergegeven – gegevens en inlichtingen van de gebruikers van zijn cryptoactivadiensten te verzamelen en te verifiëren. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten dient bij het aangaan van een relatie met een gebruiker van cryptoactiva van die gebruiker een eigen verklaring te verkrijgen. Indien een gebruiker van cryptoactivadiensten op 31 december 2025 al een relatie heeft met een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten – en daarmee een «bestaande gebruiker van cryptoactiva» is – dient een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten uiterlijk op 1 januari 2027 een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva te verkrijgen. De rapporterende aanbieder van cryptoactiva dient de gegevens uit de eigen verklaring te verifiëren en zo de redelijkheid van de eigen verklaring te bevestigen. Dat doet hij op grond van door hem verkregen inlichtingen, met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van due diligence-procedures voor klanten. Dat zijn procedures die de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten uit hoofde van andere wettelijke verplichtingen dan Richtlijn (EU) 2023/2226 of het CARF moet volgen. Op basis van de eigen verklaring, waarvan de redelijkheid is bevestigd, bepaalt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de fiscale woonstaat of woonstaten van de gebruiker van cryptoactivadiensten.

Als de fiscale woonstaat of woonstaten van de gebruiker van cryptoactiva een EU-lidstaat of een staat waarmee Nederland wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige informatie is overeengekomen is, dient een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijk persoon is te worden behandeld als een te rapporteren gebruiker. Een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is wordt in dat geval eveneens behandeld als een te rapporteren gebruiker, tenzij het een «uitgesloten persoon» betreft. Uitgesloten personen zijn bepaalde in de richtlijn en het CARF gedefinieerde entiteiten, namelijk:

  • a. een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen;

  • b. een entiteit die een gelieerde entiteit is van een in punt a omschreven entiteit;

  • c. een overheidsinstantie;

  • d. een internationale organisatie;

  • e. een centrale bank, of

  • f. een financiële instelling anders dan een beleggingsentiteit in de zin van Richtlijn 2011/16/EU.

Met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, en die geen uitgesloten persoon is, stelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten daarnaast vast of deze gebruiker een actieve entiteit is. Indien het geen actieve entiteit is, stelt de rapporterende aanbieder van cryptoactiva vast of deze entiteit één of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft. Uiteindelijk belanghebbenden zijn natuurlijke personen die zeggenschap over de entiteit uitvoeren. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten stelt vervolgens de fiscale woonstaat of woonstaten van de uiteindelijk belanghebbende vast. Daarvoor baseert hij zich op een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is of van de uiteindelijk belanghebbende. Daarnaast kan hij zich ook baseren op inlichtingen die zijn verzameld en worden bijgehouden in het kader van de due diligence-procedures voor klanten of indien hij daartoe niet wettelijk verplicht is op inlichtingen die zijn verzameld en worden bijgehouden in het kader van in wezen soortgelijke procedures.

Indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op enig moment weet of redenen heeft om te weten dat de oorspronkelijke eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is, dient hij een geldige eigen verklaring of een redelijke uitleg en, waar nodig, documentatie ter staving van de geldigheid van de (oorspronkelijke) eigen verklaring te verkrijgen. Een voorbeeld van een situatie waarin een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten weet of redenen heeft om te weten dat een eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is, is de situatie waarin hij ermee bekend is dat de omstandigheden met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva of een uiteindelijk belanghebbende zijn gewijzigd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als door die persoon een adreswijziging is doorgegeven.

Indien er sprake is van een verandering in omstandigheden op basis waarvan de rapporterende aanbieder weet of redenen heeft om te weten dat een eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is kan hij in afwachting van een nieuwe eigen verklaring of een redelijke uitleg nog 90 dagen uitgaan van de fiscale woonstaat of fiscale woonstaten die staat onderscheidenlijk staan vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring. De termijn van 90 dagen vangt aan op de dag waarop de rapporterende aanbieder van cryptoactiva weet of redenen heeft om te weten dat de eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is. Als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadienten in die termijn van 90 dagen geen geldige eigen verklaring of redelijke uitleg verkrijgt, wordt uitgegaan van de fiscale woonstaat of woonstaten uit de laatst verkregen eigen verklaring én van de fiscale woonstaat of woonstaten waar de gebruiker van cryptoactiva of uiteindelijk belanghebbende als gevolg van de wijziging van omstandigheden fiscaal woonachtig zou kunnen zijn.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan het naleven van de due diligence-verplichtingen aan een derde uitbesteden. Dit besluit regelt dat in dat geval de verantwoordelijkheid voor de naleving op de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten blijft rusten.

3. Doeltreffende uitvoering

Dit besluit voorziet tevens in een aantal voorschriften ten behoeve van de doeltreffende uitvoering van Richtlijn (EU) 2023/2226 en het CARF.

Ter zake van de due diligence-procedure is geregeld dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet verhinderen dat een gebruiker van cryptoactiva te rapporteren transacties verricht, indien die gebruiker van cryptoactiva de inlichtingen die in het kader van de due diligence-procedure van hem worden gevraagd niet verstrekt. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan hiertoe pas overgaan na twee aanmaningen volgend op het initiële verzoek van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, maar niet voordat er 60 dagen zijn verstreken. Met inachtneming van deze 60 dagen-regel kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten dit proces zelf inrichten. Hij kan zelf de termijn bepalen voor het verkrijgen van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva en wanneer hij overgaat tot het sturen van een aanmaning. Indien een aanbieder van cryptoactiva naar aanleiding van een wijziging van omstandigheden gevraagde inlichtingen niet verstrekt houdt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten rekening met de in de vorige paragraaf genoemde termijn van 90 dagen. Voor de te rapporteren transacties die door de betreffende gebruiker van cryptoactiva zijn verricht in de periode voordat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten na twee aanmaningen nieuwe transacties verhindert kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten als nog geen 90 dagen zijn verstreken uitgaan van de laatst geldende eigen verklaring. Na die 90 dagen zal de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten te rapporteren transacties moeten rapporteren aan zowel de staat of staten uit de laatst geldende eigen verklaring als aan de staat of staten waar de gebruiker van cryptoactiva als gevolg van de wijziging van omstandigheden fiscaal woonachtig zou kunnen zijn.

Met betrekking tot de verzamel- en verificatievereisten en de rapportageplicht is geregeld dat rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten verplicht zijn in hun administratie vast te leggen welke stappen zij hebben gezet en welke eventuele inlichtingen zijn gebruikt voor de uitvoering van de verplichtingen tot rapporteren, verzamelen en verifiëren die voortvloeien uit de wet en dit besluit.

4. Sancties

Dit besluit geeft uitvoering aan de WIB. In dit besluit worden derhalve geen boetebepalingen geïntroduceerd, maar het niet of niet volledig nakomen van een verplichting uit dit besluit zorgt ervoor dat de sancties die volgen uit de WIB opgelegd kunnen worden aan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten. Ter zake van de verplichtingen over binnenlandse transacties geldt het sanctieregime van de AWR.

5. Gegevensbescherming

5.1 Recht op respect voor het privéleven en AVG

De gegevens en inlichtingen die rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten ingevolge het onderhavige besluit dienen te verzamelen en verifiëren bevatten ook persoonsgegevens. Onder persoonsgegeven wordt verstaan elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.9 Zoals in de toelichting bij de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva is uiteengezet10 vloeit iedere vorm van gegevensverwerking in het onderhavige wetsvoorstel rechtstreeks voort uit Richtlijn (EU) 2023/2226 en dat – relevant voor de bepalingen die verzamel- en verificatieverplichtingen ten behoeve van gegevensuitwisseling op grond van het CARF regelen – met die richtlijn in feite het CARF voor de EU wordt overgenomen. Het onderhavige besluit introduceert geen extra verplichtingen of voorwaarden ten opzichte van de richtlijn en het daarmee overgenomen CARF.

Het voorstel dat ten grondslag heeft gelegen aan Richtlijn (EU) 2023/2226 is onderworpen aan een zogenoemd «impact assessment» door de Europese Commissie (EC), waarin is geconcludeerd dat het voorstel wat betreft de impact op fundamentele rechten geheel in lijn is met Europese verdragen.11 Daarnaast is ook de Europese Toezichthouder (de European Data Protection Supervisor (EDPS)) voor gegevensbescherming geraadpleegd.12 Die heeft een zestal aanbevelingen gedaan ten behoeve van de volledige naleving van het juridisch kader dat ziet op gegevensbescherming, waarvan er drie zijn overgenomen. De overige aanbevelingen zijn gemotiveerd niet opgevolgd.13

Het recht op respect voor het privéleven wordt beschermd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) en artikel 10 van de Grondwet. Daarop kunnen bij wet beperkingen worden gesteld indien dat noodzakelijk is voor doelen van algemeen belang, zoals het economisch welzijn van het land. Gelet daarop is de inbreuk op het recht op het privéleven met het onderhavig besluit dat is gebaseerd op een grondslag in de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva gerechtvaardigd. Het doel van Richtlijn (EU) 2023/2226 en de gegevensuitwisseling ingevolgde het CARF is, kort samengevat, meer (gestroomlijnde) transparantie inzake de digitale transacties met cryptoactiva en de inkomsten die via deze transacties worden vergaard.14 Dit zal leiden tot een eerlijkere belastingheffing en tot een vermindering van de nalevingslasten voor zowel belastingdiensten als belastingbetalers. Om dit doel te kunnen realiseren, is het van wezenlijk belang dat de belastingautoriteiten van de lidstaten op automatische basis volledige en relevante informatie met elkaar uitwisselen ten aanzien van zogenoemde relevante transacties met cryptoactiva die via rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten worden verricht. Met die informatie komen de lidstaten en de staten die ingevolge het CARF uitwisselen te beschikken over inlichtingen die gebruikt kunnen worden om de verschuldigde belastingen correct vast te stellen. Vanwege het internationale karakter van digitale cryptoactivadiensten is het voor de EU essentieel dat een uniforme rapportageverplichting wordt ingevoerd die overal in de interne markt geldt.15 Verschillende nationale regelingen zorgen immers voor aanzienlijke administratieve- en nalevingskosten voor aanbieders van cryptoactivadiensten. Met Richtlijn (EU) 2023/2226 wordt een uniforme rapportageverplichting ingevoerd waarbij rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten ertoe worden verplicht gegevens en inlichtingen met betrekking tot transacties met cryptoactiva in slechts één enkele lidstaat te rapporteren.16 Het – bij hun klanten – verzamelen en verifiëren van de te rapporteren gegevens en inlichtingen door de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten is een noodzakelijk onderdeel van de Richtlijn en het CARF. Het verzamelen en verifiëren van gegevens en inlichtingen gaat niet verder dan nodig is om de doelstelling van de Richtlijn en het CARF te bereiken. De inbreuk op het privéleven is daarmee proportioneel omdat deze niet onevenredig is in verhouding tot het met de verwerking van de persoonsgegevens te dienen doel. Hiernaast is de inbreuk op het privéleven ook subsidiair omdat het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een voor de betrokkenen minder nadelige wijze kan worden bereikt. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zal zich bij het verzamelen en verifiëren van de gegevens en inlichtingen in het kader van de due diligence-procedure moeten houden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

5.2 Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op 26 juni 2025 advies uitgebracht over een concept van het onderhavige besluit. De AP heeft vermeld geen opmerkingen te hebben op het concept.

6. Rechtsbescherming

De vraag of een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verplicht is tot het verzamelen en verifiëren van gegevens en inlichtingen ten aanzien een bepaalde gebruiker of bepaalde gebruikers van cryptoactiva kan aan de orde worden gesteld in een procedure tegen een bestuurlijke boete. Ingeval de belanghebbende een pleitbaar standpunt heeft dan wordt de boetebeschikking vernietigd. Daarnaast kan gelet op algemene beginselen van behoorlijk bestuur een informatieverzoek waarin de hoedanigheid van rapportageplichtige – en daarmee dus de due diligence-plicht – ter discussie staat, onder omstandigheden met een besluit worden gelijkgesteld, waarna de weg van bezwaar en beroep open staat. In zoverre staat de gang naar de bestuursrechter open.

Tegen het onderhavige besluit dat verplichtingen aan rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten oplegt staat geen bezwaar of beroep open, omdat dit besluit een algemeen verbindend voorschrift is.

Indien in verband met de due diligence-plicht van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een onderzoek wordt ingesteld dan is de rapporterende aanbieder of belastingplichtige verplicht om mee te werken. Bezwaar en beroep hiertegen is evenmin mogelijk.

Indien een gebruiker van cryptoactiva zich niet kan verenigen met de uitvoering door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten jegens hem dan staan daartegen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. In de relatie tussen aanbieder en gebruiker is immers geen sprake van een besluit in bestuursrechtelijke zin. De gebruiker zal dit langs civielrechtelijke weg moeten aanvechten.

Gelet op het voorgaande genieten belanghebbenden naar het oordeel van het kabinet voldoende rechtsbescherming. Voor een verdergaande rechtsbescherming ziet het kabinet geen reden.

7. Administratieve lasten, doenvermogen, uitvoeringskosten en budgettaire effecten

7.1 Administratieve lasten

In de toelichting bij de Wet implementatie gegevensuitwisseling cryptoactiva is ingegaan op de administratieve lasten die de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 in het geheel (dus zowel de rapportageverplichtingen die zijn opgenomen in de wet als de verzamel- en verificatievereisten die zijn opgenomen in dit besluit), tot gevolg heeft.17 Hierbij is onder andere aangegeven dat de Europese Commissie verwacht dat de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 kosten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten met zich brengt ter grootte van tussen de € 233,1 en € 284 miljoen eenmalig en tussen de € 20,3 en € 24,9 miljoen structureel.18 Voor Nederland is dat, uitgaande van 168 aanbieders van cryptoactivadiensten in de EU en van 15 aanvragen voor een vergunning op grond van de MiCA-verordening die bij de AFM zijn ingediend incidentele administratieve lasten van tussen de € 20,8 miljoen en de € 25,4 miljoen, en structurele administratieve lasten tussen de € 1,8 miljoen en de € 2,2 miljoen.

Naast de groep vergunninghouders kunnen ook exploitanten van cryptoactiva van buiten de EU cryptoactivadiensten aanbieden. Er is geen onderbouwde schatting te maken van hoeveel dat er zullen zijn. De Commissie voegt aan de hiervoor weergegeven schatting toe dat bij deze berekening is uitgegaan van bepaalde aannames en dat de feitelijke hoogte van de administratieve last voor een individuele rapportageplichtige aanbieder afhangt van het aantal gebruikers van de dienst van de betreffende aanbieder en welke transacties die gebruikers in een rapportageperiode verrichten.

Ten behoeve van de due diligenceverplichtingen op grond van het CARF zal op de website van de Belastingdienst met een bepaalde regelmaat een lijst met tot stand gekomen uitwisselingsrelaties met niet-Unierechtsgebieden worden gepubliceerd om de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten te informeren over welke fiscaal ingezetenen van niet-Unierechtsgebieden gegevens en inlichtingen moeten worden verzameld.

Zoals de toelichting bij de wet aangeeft dient verder te worden aangetekend dat de administratieve lasten worden beperkt door digitale toepassingsmogelijkheden en het gebruik van gegevens en inlichtingen die al uit hoofde van de due diligence-procedure voor klanten zijn verzameld.

Ten behoeve van de digitale aanlevering van gegevens en inlichtingen door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten aan de Belastingdienst heeft de OESO een xml-format ter beschikking gesteld. Dit betreft een «system to system» systeem dat aansluit op de systemen van CRS. Van rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten – die beroepsmatig digitale cryptoactivadiensten aanbieden – wordt verwacht dat zij van dit systeem gebruik kunnen maken. De due diligence-procedure voor klanten is een procedure die ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2015/849 in nationale wetgeving van de lidstaten is geïmplementeerd. In Nederland is een dergelijk voorgeschreven «cliëntenonderzoek» opgenomen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Financiële instellingen zijn ingevolge deze wet verplicht om in bepaalde gevallen hun cliënten te identificeren en de identificatie te verifiëren. Daarnaast moeten zij transacties monitoren. Aanbieders van cryptoactivadiensten in de zin van Verordening (EU) 2023/1114 zijn poortwachters uit hoofde van de Wwft en moeten voldoen aan de verplichten die volgen uit de Wwft. Daarnaast vallen cryptoactivadiensten onder de reikwijdte van afdeling 5 van de Sanctiewet 1977. Dit betekent dat zij maatregelen moeten treffen op het gebied van de administratieve organisatie en interne controle ter naleving van de sanctieregelgeving en hiervoor ook onderzoek moeten doen naar cliënten. Wanneer deze dienstverleners ook clientinformatie verkrijgen uit het verlenen van andere financiële diensten (bijvoorbeeld in het geval de cryptoactivadienstverlener ook een beleggingsinstelling is), kunnen zij ook die informatie die voorhanden is gebruiken voor de due diligence-verplichtingen uit hoofde van dit besluit.

Dit besluit schrijft voor dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in zijn administratie vastlegt welke stappen zijn gezet en welke inlichtingen zijn gebruikt bij de uitvoering van de verplichtingen tot rapporteren, verzamelen en verifiëren die voortvloeien uit de wet en dit besluit. De stappen bij verzamelen en verifiëren waar dit besluit op ziet kunnen per gebruiker van cryptoactiva verschillen. Als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten bijvoorbeeld een eigen verklaring van een natuurlijke persoon krijgt die aan alle eisen voldoet en hij de gegevens daarin ook heel makkelijk kan verifiëren, omdat die gegevens overeenkomen met de gegevens uit een andere due diligence-procedure dan zal hij in zijn registratie die gegevens alleen maar hoeven «te koppelen» met een verklarende aantekening. Als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten daarna nooit meer redenen zal hebben om te weten dat de gegevens niet meer kloppen, dan blijft dat daarbij. Als dat laatste echter wel gebeurt zal de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een nieuwe eigen verklaring of een redelijke uitleg moeten vragen en dan zal hij die stap ook moeten registreren. Evenals bijvoorbeeld eventuele aanmaningen om die nieuwe eigen verklaring te verkrijgen. En bij een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is zullen, als is vastgesteld dat hij een te rapporteren gebruiker is, altijd nog de stappen doorlopen moeten worden die zien op het identificeren van eventuele uiteindelijk belanghebbenden. De registratie per stap kan worden aangemerkt als het archiveren en opslaan van documenten.19 De inschatting is dat de tijd die met de registratie per stap is gemoeid kan variëren van eenvoudig (bijvoorbeeld het opslaan van een eigen verklaring met de aantekening dat de redelijkheid daarvan is bevestigd) tot matig (bijvoorbeeld het vastleggen dat een redelijke uitleg voor een wijziging van omstandigheden is verkregen met het archiveren van ondersteunende stukken). Uitgaande van een gemiddeld intern uurtarief van € 4720 betekent dat een registratie per stap € 1,57 (2 minuten) tot € 3,92 (5 minuten) kost.

Wat betreft de administratieve lasten voor gebruikers van cryptoactiva is in de toelichting op de wet aangegeven dat de last om gegevens en inlichtingen aan aanbieders van cryptoactivadiensten te verstrekken beperkt zal zijn, omdat het gegevens en inlichtingen betreft die direct voorhanden zijn, deze vaak éénmalig aan een aanbieder hoeven te worden verstrekt, aanbieders de betreffende gegevens ook met andere verplichte due diligence-procedures al kunnen hebben verkregen en vanwege de mogelijkheid om de gegevens en inlichtingen elektronisch te verstrekken.

7.2 Adviescollege toetsing regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft dit besluit getoetst aan zijn toetsingskader en op 14 maart 2025 op de punten «werkbaarheid» en «gevolgen voor de regeldruk» van advies gediend. Zijn dictum ten aanzien van dit besluit luidt om het besluit vast te stellen nadat met de adviespunten rekening is gehouden.

Op het punt «werkbaarheid» heeft de ATR geadviseerd in de toelichting op uitputtende wijze te verduidelijken welke informatie een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet registreren om aan de registratieverplichtingen te voldoen. Een dergelijke uitputtende opsomming is evenwel niet mogelijk. Zoals beschreven in paragraaf 7.1 kunnen de stappen die een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten dient te registreren namelijk per gebruiker van cryptoactiva verschillen. Het besluit is op dit punt daarom niet aangepast.

In verband hiermee adviseert de ATR op het punt «gevolgen regeldruk» ook om conform de rijksbrede methodiek een inschatting te geven van de regeldrukkosten die voortvloeien uit de registratieverplichtingen. Nu geen uitputtende opsomming is te geven is in paragraaf 7.1 van dit besluit uiteengezet wat per stap de geschatte regeldrukkosten zijn.

Verder adviseert de ATR ter zake van de «werkbaarheid» om aan te geven op welke wijze een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten weet ten aanzien van welke gebruikers van cryptoactiva uit niet-Unierechtsgebieden hij de verplichting heeft om in zijn administratie vast te leggen welke stappen zijn gezet en welke inlichtingen zijn gebruikt bij de uitvoering van de verplichtingen tot rapporteren, verzamelen en verifiëren en om in de toelichting te verhelderen op welke wijze een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten digitaal aan de Belastingdienst moet rapporteren en om daarbij rekening te houden met de praktische werkbaarheid voor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten. Op deze punten is paragraaf 7.1 van dit besluit aangepast.

Op het punt «gevolgen regeldruk» adviseert de ATR ten slotte om in de toelichting aan te geven via welke samenloop van nader te specificeren wettelijke procedures de rapportagelasten ten gevolge van dit besluit kunnen worden beperkt nu de toelichting spreekt van andere wettelijke due diligence-procedurs, maar dat niet wordt aangegeven op welk hergebruik en welke reeds bestaande procedures wordt gedoeld. Op dit punt is paragraaf 7.1 van dit besluit eveneens aangepast.

7.3 Doenvermogen

Zoals in paragraaf 7.1 is verwoord kan een gebruiker van cryptoactiva de aan aanbieders van cryptoactivadiensten te verstrekken gegevens en inlichtingen vrij eenvoudig produceren en zal de verstrekking in de regel elektronisch geschieden. Dat maakt dat het beroep op het doenvermogen van gebruikers in geval zij gebruik maken van cryptoactivadiensten die rapporterende aanbieders aanbieden gering is. Het doenvermogen van een entiteit mag in de regel hoger worden ingeschat vanwege de beroepsmatige aard van haar activiteiten. Dit laatste geldt ook voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten.

7.4 Uitvoeringskosten

De uitvoeringstoets21 die ten aanzien van de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva heeft plaatsgevonden, zag op de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 in het geheel (dus zowel de rapportageverplichtingen als de verzamel- en verificatievereisten). Om wetstechnische redenen is bij de implementatie gekozen om de verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten niet in de wet maar in onderhavig besluit op te nemen. De verzamel- en verificatievereisten die in dit besluit zijn opgenomen, volgen één-op-één uit Richtlijn (EU) 2023/2226 en zijn in de memorie van toelichting bij de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva toegelicht.22 Het toezicht op de naleving van de verzamel- en verificatievereisten is volgens de uitvoeringstoets met een zeer beperkte extra inspanning uitvoerbaar voor de Belastingdienst.

7.5 Budgettaire effecten

Het onderhavige besluit heeft geen budgettaire gevolgen.23

Transponeringstabel

Richtlijn (EU) 2023/2226, bijlage III

Bepaling in gewijzigde Richtlijn 2011/16/EU, bijlage VI

Bepaling in dit besluit of toelichting waarom geen implementatie nodig is

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte

Artikel 8 bis quinquies, eerste lid

Artikel 8 bis quinquies, eerste lid

De bepalingen van dit besluit geven uitvoering aan bijlage VI, deel III en deel V, onderdelen A en B onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

Geen

 

Deel I

Deel I

Artikelen 1, 3, 4, 5, 6, 8, en 9

Geen

 

Deel III, eerste alinea

Deel III, eerste alinea

Artikel 5, vijfde lid

Geen

 

Deel III, onderdeel A, onder 1

Deel III, onderdeel A, onder 1

Artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 5, eerste lid

Geen

 

Deel III, onderdeel A, onder 2

Deel III, onderdeel A, onder 2

Artikel 4, derde lid

Geen

 

Deel III, onderdeel B, onder 1

Deel III, onderdeel B, onder 1

Artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 5, eerste en tweede lid

Geen

 

Deel III, onderdeel B, onder 2

Deel III, onderdeel B, onder 2

Artikel 6, eerste, tweede en vierde lid

Geen

 

Deel III, onderdeel B, onder 3

Deel III, onderdeel B, onder 3

Artikel 4, derde lid

Geen

 

Deel III, onderdeel C

Deel III, onderdeel C

Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, en derde lid

Geen

 

Deel III, onderdeel D, onder 1

Deel III, onderdeel D, onder 1

Artikel 8

Geen

 

Deel III, onderdeel D, onder 2

Deel III, onderdeel D, onder 2

Artikel 9

Geen

 

Deel V, onderdeel A

Deel V, onderdeel A

Artikel 10

Geen

 

Deel V, onderdeel B, onder 1

Deel V, onderdeel A, onder 1

Artikel 11

Geen

 

II Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Reikwijdte

Artikel 1 van dit besluit bepaalt dat met dit besluit uitvoering wordt gegeven aan artikel 10oa WIB. Artikel 10oa WIB bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de verzamel- en verificatievereisten die worden gesteld aan rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in de artikelen 10ob en 10od WIB, met het oog op het door die aanbieders rapporteren van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10ob en 10od WIB. Daarmee is dit besluit enkel van belang voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten die in Nederland moeten rapporteren.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Artikel 2 van dit besluit bevat definities van de in dit besluit gebruikte begrippen die niet in de WIB zijn gedefinieerd. In de begripsbepalingen wordt verwezen naar de overeenkomstige begripsbepalingen in Richtlijn 2011/16/EU en het CARF. Hieronder worden de definities nader toegelicht.

Onder «actieve entiteit» wordt verstaan een entiteit die voldoet aan een van de volgende criteria:

  • a. minder dan 50% van de bruto-inkomsten van de entiteit in het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode bestaat uit passieve inkomsten en minder dan 50% van de activa van de entiteit gedurende het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode bestaat uit activa die passieve inkomsten genereren of die worden aangehouden voor het genereren van passieve inkomsten;

  • b. een substantieel deel van de activiteiten van de entiteit bestaat uit het (geheel of gedeeltelijk) aanhouden van de geplaatste aandelen van, of het verschaffen van financiering en diensten aan, een of meer dochterondernemingen die betrokken zijn bij handels- of bedrijfsactiviteiten anders dan die van een financiële instelling, met dien verstande dat een entiteit niet in aanmerking komt voor deze status indien de entiteit fungeert (of zich presenteert) als een beleggingsfonds, zoals een private equity-fonds, durfkapitaalfonds, een overnamefonds dat met schulden wordt gefinancierd of een beleggingsvehikel met het doel ondernemingen te verwerven of te financieren en bij wijze van belegging daarin vervolgens belangen aan te houden als vermogensbestanddelen;

  • c. de entiteit oefent nog geen bedrijfsactiviteiten uit en heeft dat ook in het verleden niet gedaan, maar investeert vermogen in activa teneinde bedrijfsactiviteiten uit te oefenen anders dan die van een financiële instelling, op voorwaarde dat de entiteit 24 maanden na de datum van haar oprichting niet in aanmerking komt voor deze uitzondering;

  • d. de entiteit was gedurende de voorgaande vijf jaar geen financiële instelling en is bezig met de liquidatie van haar activa of met een reorganisatie teneinde de activiteiten voort te zetten of te hervatten, niet zijnde die van een financiële instelling;

  • e. de entiteit is voornamelijk betrokken bij financierings- en hedgingtransacties met of voor gelieerde entiteiten die geen financiële instellingen zijn en verschaft geen financiering of hedgingdiensten aan een entiteit die geen gelieerde entiteit is, mits de groep van dergelijke gelieerde entiteiten voornamelijk betrokken is bij bedrijfsactiviteiten anders dan die van een financiële instelling; of

  • f. de entiteit voldoet aan alle volgende vereisten:

    • i. zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is en wordt aldaar uitsluitend geëxploiteerd voor religieuze, charitatieve, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve of educatieve doeleinden, of zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is en wordt aldaar geëxploiteerd als een professionele organisatie, bedrijfsvereniging, kamer van koophandel, arbeidsorganisatie, land- of tuinbouworganisatie, burgerorganisatie of als een organisatie uitsluitend ter bevordering van het sociale welzijn;

    • ii. zij is in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is vrijgesteld van belasting naar het inkomen;

    • iii. zij heeft geen aandeelhouders of leden die als eigenaar of rechthebbende aanspraak kunnen maken op haar inkomsten of activa;

    • iv. de toepasselijke wetgeving van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of haar oprichtingsakten staan niet toe dat inkomsten of activa van de entiteit worden verdeeld onder of aangewend ten behoeve van een particulier of een niet-charitatieve entiteit anders dan in het kader van de charitatieve activiteiten van de entiteit of ter betaling van een redelijke vergoeding voor verleende diensten of als betaling die een reële marktwaarde vertegenwoordigt voor activa die de entiteit heeft verworven; en

    • v. de toepasselijke wetgeving van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of haar oprichtingsakten vereisen dat bij liquidatie of opheffing van de entiteit al haar activa worden overgedragen aan een overheidsinstantie of een andere non-profitorganisatie of vervallen aan de overheid van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of een staatkundig onderdeel daarvan.24

Over het algemeen wordt onder «passief inkomen» verstaan het deel van het bruto-inkomen dat bestaat uit:

  • a) dividenden;

  • b) rente;

  • c) inkomsten die overeenkomen met rente of dividenden;

  • d) huur en royalty's, anders dan huur en royalty's uit actieve bedrijfsactiviteiten, die ten minste gedeeltelijk worden uitgevoerd door werknemers van de entiteit;

  • e) lijfrentes;

  • f) inkomsten uit te rapporteren cryptoactiva;

  • g) het overschot van winst ten opzichte van verliezen uit de verkoop of het wisselen van te rapporteren cryptoactiva, of financiële activa;

  • h) het overschot van winst ten opzichte van verliezen uit transacties (met inbegrip van futures, forwards, options en soortgelijke transacties) met een te rapporteren cryptoactivum of financiële activa;

  • i) het verschil tussen wisselkoerswinsten en wisselkoersverliezen;

  • j) netto-inkomsten uit swaps; of

  • k) ontvangen bedragen uit kapitaalverzekeringen.

In het geval een entiteit die regelmatig optreedt als handelaar in te rapporteren cryptoactiva of financiële activa inkomsten geniet uit een transactie die is aangegaan in het kader van de normale bedrijfsactiviteiten als handelaar, dan worden die inkomsten – niettegenstaande het voorgaande – niet aangemerkt als passief inkomen. Verder kunnen inkomsten uit activa die worden gebruikt door een verzekeringsbedrijf om zijn kapitaal te beleggen als actieve inkomsten worden aangemerkt.

Onder «een substantieel deel» in de definitie van «actieve entiteit» wordt verstaan 80 procent of meer. Indien het aanhouden van de geplaatste aandelen of de financieringsactiviteiten voor de groep dochterondernemingen evenwel minder is dan 80 procent van de activiteiten van de entiteit, maar de entiteit op een andere manier ook actieve inkomsten ontvangt (dat wil zeggen inkomsten die geen passieve inkomsten zijn), kan zij worden aangemerkt als actieve entiteit als het aanhouden van de geplaatste aandelen of de financieringsactiviteiten en deze overige (niet passieve) activiteiten gezamenlijk 80 procent of meer bedragen. Om te bepalen of met de overige activiteiten van de entiteit de entiteit kwalificeert als actieve entiteit, moet worden getoetst of die overige activiteiten zijn aan te merken als activiteiten die actieve inkomsten genereren zoals bedoeld in het hiervoor vermelde criterium a van de definitie van «actieve entiteit». Als bijvoorbeeld 60 procent van de activiteiten van een holdingmaatschappij bestaat uit het aanhouden van geplaatste aandelen van of het verschaffen van financiering en diensten aan één of meer dochterondernemingen en de holding daarnaast ook voor 40 procent functioneert als distributiecentrum voor de goederen die worden geproduceerd door de groep waartoe zij behoort en de inkomsten uit haar activiteiten als distributiecentrum «actief» zijn conform a uit de definitie van «actieve entiteit», dan is zij een actieve entiteit.

Van het bepaalde onder f, onderdeel iv, in de definitie van «actieve entiteit» is ook sprake als de inkomsten of activa van de entiteit worden verdeeld onder of aangewend ten behoeve van een particulier of een niet-charitatieve entiteit ter betaling van een redelijke vergoeding voor het gebruik van activa.25

Onder «bestaande gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is» in de zin van Richtlijn 2011/16/EU wordt verstaan een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is die op 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft.26 Ingevolge het CARF wordt hieronder verstaan een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is en op 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft27 en die ingezetene is als bedoeld in deel IV, paragraaf D, onder 8, van het CARF van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen tussen Nederland en die staat.

Onder «bestaande gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is» in de zin van Richtlijn 2011/16/EU wordt verstaan een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, die op 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft.28 Ingevolge het CARF wordt hieronder verstaan een bestaande gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijk persoon is en op 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft29 en die ingezetene is als bedoeld in deel IV, paragraaf D, onder 8, van het CARF van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen tussen Nederland en die staat.

De voorgaande twee definities omvatten de betreffende begrippen uit zowel Richtlijn (EU) 2023/2226 als uit het CARF. De reden hiervoor is dat de definities in de richtlijn en het CARF niet gelijkluidend zijn. Met de voorgaande twee definities wordt bereikt dat zowel bestaande gebruikers in de zin van de richtlijn als bestaande gebruikers in de zin van het CARF onder de werking van dit besluit vallen.

Onder «due diligence-procedures voor klanten» in de zin van Richtlijn 2011/16/EU wordt verstaan due diligence-procedures voor klanten van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 of soortgelijke vereisten waaraan een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is onderworpen.30 Het CARF verstaat hieronder due diligence-procedures voor klanten van een rapporterende aanbieder van crytoactivadiensten conform anti-witwas- of vergelijkbare verplichtingen die die rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft. Een voorbeeld van een dergelijke verplichting is het «know your customer»-voorschrift. Deze procedures omvatten het identificeren en verifiëren van de identiteit van de cliënt (met inbegrip van de uiteindelijke begunstigden van de cliënt), het inzicht hebben in de aard en het doel van de transacties en voortdurende monitoring.31

Een «uitgesloten persoon» is blijkens bijlage VI, deel IV, onderdeel E, van Richtlijn 2011/16/EU:

  • a. een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen;

  • b. een entiteit die een gelieerde entiteit is van een in punt a omschreven entiteit;

  • c. een overheidsinstantie;

  • d. een internationale organisatie;

  • e. een centrale bank, of

  • f. een financiële instelling anders dan een beleggingsentiteit in de zin van Richtlijn 2011/16/EU.32

Een entiteit is een «gelieerde entiteit» van een andere entiteit indien een van de entiteiten de andere beheerst, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50% van het aantal stemmen en het vermogen in een entiteit.33

Onder «overheidsinstantie» wordt verstaan de regering van een rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een rechtsgebied (met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een volledig tot een rechtsgebied of een of meer van de voorgaande overheidsinstanties behorend(e) instantie of agentschap. Deze categorie bestaat uit de integrale delen, entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, en de staatkundige onderdelen van een rechtsgebied.

Een «integraal deel» van een rechtsgebied is elke persoon, organisatie, agentschap, bureau, fonds, instantie of een ander lichaam, ongeacht de benaming, die of dat een bestuursautoriteit van een rechtsgebied vormt. De netto-inkomsten van de bestuursautoriteit moeten worden gecrediteerd naar de eigen rekening of naar andere rekeningen van het rechtsgebied, zonder dat er een deel ten goede komt van een particulier. Een integraal deel omvat niet een natuurlijke persoon die een staatshoofd, ambtenaar of bestuurder is, handelend als privépersoon of op persoonlijke titel.

Een «entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend» is een entiteit die formeel apart staat van het rechtsgebied, of die anderszins een afzonderlijke juridische entiteit vormt, op voorwaarde dat:

  • i. de entiteit volledig behoort tot en volledig onder de zeggenschap staat van een of meer overheidsinstanties, rechtstreeks of via een of meer entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend;

  • ii. de netto-inkomsten van de entiteit worden gecrediteerd naar de eigen rekening of de rekeningen van een of meer overheidsinstanties, zonder dat een deel ervan ten goede komt aan een particulier; en

  • iii. de activa van de entiteit bij ontbinding toekomen aan een of meer overheidsinstanties.

Inkomsten komen niet ten goede van particulieren als deze personen de beoogde begunstigden zijn van een overheidsprogramma en de programma-activiteiten voor het grote publiek worden uitgevoerd met betrekking tot het gemeenschappelijke welzijn of betrekking hebben op de administratie van een onderdeel van de overheid. Niettegenstaande het voorgaande worden inkomsten evenwel geacht ten goede te komen van particulieren als de inkomsten voortkomen uit het gebruik van een overheidsinstantie voor het voeren van een commercieel bedrijf, zoals een commercieel bankbedrijf, dat financiële diensten verleent aan particulieren.34

Onder «internationale organisatie» wordt verstaan iedere internationale organisatie of een agentschap of instantie daarvan dat, respectievelijk die, daar volledig toe behoort. Tot deze categorie behoort iedere intergouvernementele organisatie (en ook een supranationale organisatie):

  • a. die voornamelijk bestaat uit regeringen;

  • b. die daadwerkelijk een hoofdzetelovereenkomst of soortgelijke overeenkomst heeft met het rechtsgebied; en

  • c. waarvan de inkomsten niet ten goede komen van particulieren.35

Een «centrale bank» is een instelling die bij wet of bij goedkeuring van de overheid de belangrijkste autoriteit is, naast de regering van het rechtsgebied zelf, die middelen uitgeeft die bedoeld zijn om te circuleren als geld. Een dergelijke instelling kan ook een instantie omvatten die los staat van de regering van het rechtsgebied en al dan niet geheel of gedeeltelijk tot het rechtsgebied behoort.36

Tenslotte wordt in artikel 2 van het besluit verduidelijkt dat in dit besluit onder «wet» wordt verstaan de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Artikel 3 Eigen verklaring

In artikel 4 van dit besluit is voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten die in Nederland een rapportageplicht hebben de verplichting opgenomen om bij de gebruikers van hun cryptoactivadiensten een eigen verklaring op te vragen. Aan de hand van de eigen verklaring dient de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op grond van artikel 5 van dit besluit vast te stellen of een gebruiker een te rapporteren gebruiker is. Is er sprake van een te rapporteren gebruiker, dan rust op de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten ten aanzien van die gebruiker op grond van artikel 10ob, vierde lid, WIB de plicht om over die gebruiker aan de Minister van Financiën te rapporteren.

In artikel 3 van dit besluit wordt bepaald welke gegevens en inlichtingen in de «eigen verklaring» moeten worden opgenomen. Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit regelt aan welke eisen een eigen verklaring van een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is en van een uiteindelijk belanghebbende (die per definitie ook een natuurlijke persoon is) moet voldoen. In artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluit is dat geregeld voor een eigen verklaring van een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is.

In de eigen verklaring wordt informatie verschaft omtrent de gebruiker van cryptoactiva. Dit zijn voor zowel natuurlijke personen (inclusief uiteindelijk belanghebbenden) als voor entiteiten de naam, het adres, de fiscale woonstaat of -staten en het fiscale identificatienummer voor elke staat. Wat de op te geven fiscale woonstaten betreft gaat het om alle fiscale woonstaten, dus niet alleen om fiscale woonstaten die zich hebben gecommitteerd aan de CARF MCAA. De eigen verklaring dient immers ook om te kunnen verifiëren of een gebruiker fiscaal woonachtig is in een staat die zich niet aan de CARF MCAA heeft gecommitteerd. In de eigen verklaring van een natuurlijk persoon of uiteindelijk belanghebbende dient daarnaast de geboortedatum te zijn opgenomen.

Een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, is in bepaalde gevallen ook gehouden in de eigen verklaring informatie te verschaffen over de uiteindelijk belanghebbende(n) van de entiteit. Dit is het geval als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft vastgesteld dat de entiteit geen uitgesloten persoon is en ook geen actieve entiteit is. In dat geval moet de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten van de entiteit de gegevens verkrijgen die ook van een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is moeten worden verkregen. Daarnaast moet de entiteit in haar eigen verklaring ook de rol of rollen vermelden op grond waarvan elke te rapporteren gebruiker een uiteindelijk belanghebbende van de entiteit is.

De eigen verklaring kan op elke manier en in elke vorm worden verstrekt. Als de eigen verklaring elektronisch wordt verstrekt, moet het elektronische systeem ervoor zorgen dat de ontvangen informatie gelijk is aan de verzonden informatie en moet het alle gevallen van gebruikerstoegang documenteren die leiden tot de indiening, verlenging of wijziging van een eigen verklaring. Bovendien moet bij het ontwerp en de werking van het elektronische systeem, met inbegrip van de toegangsprocedures, worden gewaarborgd dat de persoon die toegang heeft tot het systeem en de eigen verklaring verstrekt, de persoon is die in de eigen verklaring wordt genoemd en het systeem moet ook in staat zijn om op verzoek van de indiener een papieren exemplaar van een elektronisch verstrekte eigen verklaring te verstrekken.

Een eigen verklaring kan worden ondertekend of anderszins worden bevestigd door elke persoon die krachtens het nationale recht bevoegd is om namens de gebruiker van cryptoactiva of de uiteindelijk belanghebbende te ondertekenen.

Artikel 3, tweede lid, van het besluit regelt dat, in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het besluit, de eigen verklaring in voorkomende gevallen niet het fiscaal nummer van een staat hoeft te bevatten. Dat is het geval als de gebruiker of uiteindelijk gerechtigde ingezetene is van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens en inlichtingen en die staat waarvan de persoon ingezetene is geen fiscaal identificatienummer uitgeeft of het nationale recht van de betreffende staat het verzamelen van het fiscaal identificatienummer niet voorschrijft.

Artikel 3, derde lid, van het besluit behelst twee uitzonderingen op de eisen die in artikel 3, eerste lid, van het besluit worden gesteld aan een eigen verklaring van een gebruiker van cryptoactiva. De eigen verklaring van die gebruiker hoeft geen inlichtingen over een uiteindelijk belanghebbende te bevatten als deze zelf een eigen verklaring heeft verstrekt. Een eigen verklaring van een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is hoeft daarnaast niet de rol of rollen op grond waarvan een persoon een uiteindelijk belanghebbende is te bevatten indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die al heeft vastgesteld op grond van de due diligence-procedures voor klanten.

Artikel 4 Verzamelen en verifiëren van inlichtingen

Artikel 4, eerste lid, van het besluit bepaalt dat rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten bij het aangaan van een relatie met een gebruiker van cryptoactiva een eigen verklaring moeten verkrijgen.37 Dat is anders voor bestaande gebruikers van cryptoactiva. Gelet op de definities hiervan in artikel 2 van het besluit zijn dit gebruikers van cryptoactiva die op 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactiva hebben. Ten aanzien van deze gebruikers dient de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten uiterlijk op 1 januari 2027 een eigen verklaring te verkrijgen.

Artikel 4, tweede lid, van het besluit bepaalt dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de redelijkheid van de eigen verklaring vaststelt op basis van de door hem verkregen inlichtingen met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van de due diligence-procedure voor klanten (verificatie). Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten wordt geacht de «redelijkheid» van een eigen verklaring te hebben vastgesteld als hij tijdens het aangaan van een relatie met een gebruiker van cryptoactiva en na beoordeling van de informatie die is verkregen bij het aangaan van de relatie (met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van de due diligence-procedure voor klanten) niet weet of geen reden heeft om te weten dat de eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is. Van rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten wordt niet verwacht dat zij een onafhankelijke juridische analyse van de relevante belastingwetgeving (laten) uitvoeren om de redelijkheid van de eigen verklaring te bevestigen.

De beoordeling van de eigen verklaring op redelijkheid kan aan de hand van de volgende voorbeelden worden geïllustreerd.

Voorbeeld 1

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkrijgt bij het aangaan van de relatie een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is. Het woonadres komt niet overeen met dat in de documentatie die is verzameld op grond van de due diligence-procedure voor klanten. Vanwege de tegenstrijdige informatie is de eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar en voldoet deze daarom niet aan de redelijkheidstoets.

Voorbeeld 2

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkrijgt bij het aangaan van de relatie een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is. Het woonadres in de eigen verklaring bevindt zich niet in de staat waarvan de gebruiker van cryptoactiva verklaart fiscaal ingezetene te zijn. Vanwege de tegenstrijdige informatie voldoet deze eigen verklaring niet aan de redelijkheidstoets.

Voorbeeld 3

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkrijgt bij het aangaan van de relatie een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is. Het adres van de entiteit komt niet overeen met dat in de documentatie die is verzameld op grond van de due diligence-procedure voor klanten. Vanwege de tegenstrijdige informatie is de eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar en voldoet deze daarom niet aan de redelijkheidstoets.

Voorbeeld 4

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkrijgt bij het aangaan van de relatie een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is. De documentatie die is verzameld op grond van de due diligence-procedure voor klanten geeft alleen de plaats van oprichting van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is aan. In de eigen verklaring vermeldt de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is inwoner te zijn van een staat die niet overeenkomt met de staat van oprichting. De gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is legt aan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten uit dat haar fiscale woonplaats volgens de toepasselijke belastingwetgeving wordt bepaald aan de hand van de plaats van werkelijke leiding en dat de staat waar haar effectieve beheer zich bevindt niet overeenkomt met de staat waarin zij is opgericht. Omdat er een redelijke verklaring is voor de tegenstrijdige informatie is de eigen verklaring niet onjuist of onbetrouwbaar en doorstaat zij daarom de redelijkheidstoets.38

Niet-significante fouten in een eigen verklaring

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten mag een eigen verklaring als geldig beschouwen als deze een niet-significante fout bevat of als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten over voldoende documentatie beschikt die de informatie aanvult die door de fout in de eigen verklaring ontbreekt. In dat geval moet de documentatie waarop wordt vertrouwd om de niet-significante fout te herstellen, doorslaggevend zijn. Een door een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is verstrekte eigen verklaring met een afkorting van de staat van verblijf kan bijvoorbeeld als geldig worden beschouwd als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een kopie van een door de overheid uitgegeven identiteitsbewijs van deze gebruiker heeft uit een staat waarmee de afkorting redelijkerwijs overeenkomt. Aan de andere kant kan een afkorting die redelijkerwijs niet overeenkomt met de staat van verblijf die op een identiteitsbewijs van de betreffende persoon staat niet worden aangemerkt als een niet-significante fout. Het niet vermelden in de eigen verklaring van een staat van verblijf is evenmin een niet-significante fout. Bij informatie in een eigen verklaring die andere informatie in de eigen verklaring of in de bestanden van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten tegenspreekt is geen sprake van een niet-significante fout.39

Artikel 4, derde lid, van het besluit ziet op de situatie dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op enig moment weet of redenen heeft om te weten dat de omstandigheden met betrekking tot een gebruiker of van een uiteindelijk belanghebbende zijn gewijzigd als gevolg waarvan de eigen verklaring niet (meer) juist is of onbetrouwbaar is. In dat geval kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten niet langer op de inhoud van de eigen verklaring afgaan, maar zal hij een nieuwe eigen verklaring van de gebruiker of van de uiteindelijk belanghebbende moeten verkrijgen of een redelijke uitleg, zo nodig gestaafd met documentatie, waaruit blijkt dat de oorspronkelijk verkregen eigen verklaring nog juist is (en waarvan hij een kopie of een aantekening bewaart).

Dit artikel is zowel van toepassing op het moment dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op grond van artikel 4, tweede lid, van het besluit de redelijkheid van een eigen verklaring moet bevestigen als op enig moment daarna wanneer hij op basis van een verandering van omstandigheden weet of redenen heeft om te weten dat een eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is.

Reden om te weten dat een eigen verklaring niet (meer) juist of betrouwbaar is

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft reden om te weten dat een eigen verklaring onbetrouwbaar of onjuist is indien een zorgvuldig handelend persoon, met de kennis die de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft van de relevante feiten of de inhoud van de eigen verklaring of andere documentatie, de inhoud van de eigen verklaring redelijkerwijs in twijfel zou trekken. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft ook reden om te weten dat een eigen verklaring onbetrouwbaar of onjuist is als de informatie daarin niet overeenkomt met informatie waarover de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten al beschikt.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft daarnaast reden om te weten dat een door een persoon verstrekte eigen verklaring onbetrouwbaar of onjuist is indien de in de eigen verklaring door de gebruiker verstrekte informatie onvolledig is of niet de informatie bevat waarom is gevraagd. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een beroep doet op een dienstverlener om een eigen verklaring te beoordelen en de juistheid daarvan bij te houden, wordt geacht de feiten te kennen die bij de dienstverlener bekend zijn.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten mag evenmin afgaan op door een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is verstrekte informatie als op grond van die informatie zijn identiteit redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Als bijvoorbeeld informatie in persoon wordt verstrekt, maar de foto of handtekening uit deze informatie niet overeenkomt met het uiterlijk of de handtekening van deze persoon, dan is de verstrekte informatie niet betrouwbaar.

Redelijke uitleg

Zoals hiervoor vermeld zal een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die op basis van een verandering van omstandigheden weet of redenen heeft te weten dat een eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is een geldige eigen verklaring moeten verkrijgen of een redelijke uitleg die de redelijkheid van de eigen verklaring ondersteunt.

Van een «redelijke uitleg» is bijvoorbeeld sprake als een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is uitlegt dat hij een diplomaat is uit een bepaalde staat en dat hij daarom in de staat die in de eigen verklaring staat vermeld fiscaal ingezetene is en daarbij een kopie van zijn paspoort overlegt en dat daarom de fiscale woonstaat in de eigen verklaring niet overeenkomt met het woonadres waarover de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op grond van de due diligence-procedure voor klanten beschikt.40

Artikel 5 Bepalen van te rapporteren gebruikers

Artikel 5, eerste lid, van het besluit regelt dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op basis van de eigen verklaring de fiscale woonplaats of woonplaatsen van de gebruiker van cryptoactiva vaststelt. Het fiscaal ingezetenschap van een gebruiker van cryptoactiva moet worden vastgesteld op grond van de nationale wetgeving van de lidstaten en betreffende niet-Unierechtsgebieden.41 Het kan gaan om verschillende vormen van gebondenheid aan een EU-lidstaat of niet-Unierechtsgebied die in nationale belastingwetgeving de basis vormt voor een onbeperkte belastingplicht. Nationale wetgeving kan bijvoorbeeld bepalen dat een natuurlijke persoon voor de belastingwetgeving wordt geacht ingezetene te zijn (bijvoorbeeld diplomaten of andere personen in overheidsdienst).

Over het algemeen is een gebruiker van cryptoactiva slechts fiscaal ingezetene van één staat. Voor een entiteit zal dat in het algemeen de staat zijn waar haar bestuur is gevestigd of waar zij is opgericht, maar een gebruiker van cryptoactiva kan ook fiscaal ingezetene zijn van twee of meer staten. In dat geval moeten alle fiscale woonstaten in de eigen verklaring worden vermeld.

Artikel 5, tweede lid, van het besluit regelt dat in het geval de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is verklaart dat hij geen fiscale woonplaats heeft, de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de woonstaat bepaalt op de staat waarvan hij vaststelt dat zich daarin de feitelijke leiding bevindt of het adres van het hoofdkantoor.

Voorbeelden van gevallen waarin een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is geen fiscale woonplaats heeft zijn onder meer entiteiten die als fiscaal transparant worden behandeld en entiteiten die ingezetene zijn van een rechtsgebied zonder vennootschapsbelastingstelsel.42

Artikel 5, derde lid, van het besluit bepaalt dat als uit de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva blijkt dat de gebruiker ingezetene is van een EU-lidstaat of van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst met Nederland heeft die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige gegevens tussen Nederland en die staat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten hem als een te rapporteren gebruiker dient aan te merken.

In artikel 5, vierde lid, van het besluit is een uitzondering opgenomen op artikel 5, derde lid, van het besluit. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten merkt een gebruiker van cryptoactiva niet aan als een te rapporteren gebruiker van cryptoactiva indien hij redelijkerwijs vaststelt dat deze gebruiker een uitgesloten persoon is. Een te rapporteren aanbieder van cryptoactivadiensten kan vaststellen dat een gebruiker van cryptoactiva een uitgesloten persoon is op basis van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva of op grond van informatie die hij al heeft of die openbaar beschikbaar is.

Onder informatie die «openbaar beschikbaar» is wordt ook begrepen informatie die is gepubliceerd door een bevoegd overheidsorgaan (bijvoorbeeld een overheid of een agentschap daarvan, of een gemeente) van een staat, zoals informatie die is gepubliceerd door een belastingdienst, informatie in een openbaar toegankelijk register dat wordt bijgehouden of geautoriseerd door een bevoegd overheidsorgaan van een staat, of informatie die op een gevestigde effectenmarkt openbaar wordt gemaakt. In dit verband wordt van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verwacht dat hij het type informatie waarvan hij gebruik heeft gemaakt en de datum waarop hij die informatie heeft beoordeeld documenteert.43

Artikel 6 Bepalen van uiteindelijk belanghebbenden die te rapporteren persoon zijn

Op grond van artikel 6 van het besluit dient de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten te bepalen of een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is uiteindelijk belanghebbenden heeft die te rapporteren persoon zijn.

Artikel 6, eerste lid, van het besluit bepaalt dat voor het vaststellen of er uiteindelijk belanghebbenden zijn de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich kan baseren op de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva en op informatie waarover de rapporterende aanbieder al beschikt als gevolg van door hem uitgevoerde due diligence-procedures voor klanten of soortgelijke procedures. Die procedures moeten in overeenstemming zijn met de FATF-aanbevelingen van 2012 (zoals bijgewerkt in juni 2019) met betrekking tot aanbieders van virtuele activadiensten. Indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten niet wettelijk verplicht is om dergelijke due diligence-procedures voor klanten toe te passen moet hij in wezen vergelijkbare procedures toepassen om de uiteindelijk belanghebbenden te bepalen.44

Nadat uiteindelijk belanghebbenden zijn geïdentificeerd stelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op grond van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva of op grond van een eigen verklaring van de uiteindelijk belanghebbenden hun fiscale woonstaat of fiscale woonstaten vast. Dit is geregeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit.

Artikel 6, vierde lid, van het besluit stelt artikel 6 van het besluit buiten toepassing als een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten ten aanzien van een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is redelijkerwijs kan vaststellen dat deze een uitgesloten persoon is of dat die gebruiker een actieve entiteit is. De vaststelling of sprake is van een uitgesloten persoon gebeurt op basis van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva of op basis van inlichtingen waarover de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten beschikt of die openbaar beschikbaar zijn. De vaststelling of een gebruiker een actieve entiteit is gebeurt op basis van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva.

Artikel 7 Overgangsperiode

Een eigen verklaring wordt ongeldig op de datum dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten weet of redenen heeft om te weten dat de omstandigheden die van invloed zijn op de juistheid van de eigen verklaring zijn gewijzigd. Artikel 7, eerste lid, van het besluit regelt dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor het bepalen van te rapporteren gebruikers en het bepalen van uiteindelijk belanghebbenden die te rapporteren persoon zijn nog 90 kalenderdagen vanaf die datum uit kan gaan van de fiscale woonstaat of fiscale woonstaten zoals die is onderscheidenlijk zijn vermeld op de laatst verkregen eigen verklaring. Dat kan hij gedurende die 90 dagen doen tot uiterlijk de dag waarop hij een geldige eigen verklaring of een redelijke uitleg verkrijgt. Artikel 7, tweede lid, van het besluit bepaalt dat indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten gedurende die periode van 90 dagen geen bevestiging van de geldigheid van de oorspronkelijke eigen verklaring of een geldige eigen verklaring verkrijgt, hij de cryptoactivagebruiker of de uiteindelijk belanghebbende behandelt als zowel ingezetene van de staat of staten waarvan hij beweerde ingezetene te zijn conform de oorspronkelijke eigen verklaring als ingezetene van de staat of staten waarvan de gebruiker ingezetene kan zijn als gevolg van de verandering in omstandigheden.

Artikel 8 Financiële instellingen

Op grond van artikel 8 van het besluit kan een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die voor de toepassing van richtlijn 2011/16/EU ook een financiële instelling is zich voor de toepassing van hoofdstuk 2 van dit besluit beroepen op voltooide due diligence-procedures en op een eigen verklaring die al voor andere fiscale doeleinden is verzameld, mits die eigen verklaring voldoet aan de vereisten van artikel 2, aanhef en onder b, van het besluit.

Met dit artikel wordt beoogd te zorgen voor een consistente toepassing van de onderzoeksprocedures van klanten wanneer een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten ook een rapporterende financiële instelling is in de zin van de Common Reporting Standard. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die ook een financiële instelling is kan zich baseren op de due diligence-procedures die hij heeft voltooid op grond van de artikelen 5 en 7 van het Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan zich ook baseren op een eigen verklaring die is verkregen voor andere belastingdoeleinden, zoals voor binnenlandse rapportagedoeleinden of in het kader van de FATCA, op voorwaarde dat een dergelijke eigen verklaring voldoet aan de vereisten van dit besluit. Voor de onderwerpen die niet worden bestreken door de due diligence-procedures conform de Common Reporting Standard of de eigen verklaring met het oog op andere belastingdoeleinden, moet de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten uitvoering geven aan de voorschriften van dit besluit.45

Artikel 9 Voltooiing van verzamel- en verificatievereisten door derden

In artikel 9 van dit besluit is bepaalt dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor de voltooiing van de verzamel- en verificatievereisten, bedoeld in de hoofdstuk 2 van dit besluit, een beroep kan doen op een derde als dienstverrichter, maar dat de verantwoordelijkheid ter zake in dat geval bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten blijft rusten.46

Zo is sprake van dienstverrichting door een derde als de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten:

  • een derde of een vertegenwoordiger de verzamel- en verificatievereisten laat verrichten;

  • gebruik maakt van documentatie die is verzameld door een bedrijf dat hij heeft overgenomen;

  • zich baseert op de documentatie van andere rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten die betrokken zijn bij dezelfde transactie.

Als een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een beroep doet op een dienstverrichter om aan de due diligence-verplichtingen te voldoen mag hij gebruikmaken van de eigen verklaring en andere documentatie die door de dienstverrichter zijn verzameld.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan ook gebruik maken van een eigen verklaring en andere documentatie die zijn verzameld door iemand die hem vertegenwoordigt. De vertegenwoordiger mag de documentatie bewaren in een registratiesysteem dat hij eventueel ook als vertegenwoordiger van één of meerdere andere rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten gebruikt, op voorwaarde dat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die hij vertegenwoordigt gemakkelijk toegang heeft tot de gegevens en de documentatie die in het registratiesysteem worden bewaard (waaronder begrepen de mogelijkheid tot het verkrijgen van kopieën van de documentatie). De vertegenwoordiger zal de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor wie hij optreedt ook in staat moeten stellen om eenvoudig via een elektronisch systeem of op andere wijze gegevens aan hem te verstrekken als die informatie relevant is met betrekking tot de betrouwbaarheid van de documentatie. Met betrekking tot dit laatste moet de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten vastleggen hoe en wanneer hij de gegevens heeft doorgegeven en moet hij kunnen aantonen dat de door hem doorgegeven gegevens zijn verwerkt en dat passende zorgvuldigheid is betracht met betrekking tot de geldigheid van de documentatie. De vertegenwoordiger moet beschikken over een systeem waarmee hij ervoor kan zorgen dat alle informatie die hij ontvangt over feiten die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de documentatie of met betrekking tot de gebruiker van cryptoactiva wordt verstrekt aan alle rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten waarvoor hij de documentatie bewaart.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die het bedrijf van een andere rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten overneemt die alle in hoofdstuk 2 van dit besluit voorgeschreven due diligence-vereisten heeft uitgevoerd mag vertrouwen op hetgeen door zijn voorganger over gebruikers van cryptoactiva is vastgesteld tot het moment dat hij weet of redenen heeft om te weten dat die informatie onjuist of onbetrouwbaar is.

Met het gebruikmaken van een derde kan worden voorkomen dat due diligence-vereisten meermaals worden uitgevoerd door verschillende rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten met betrekking tot dezelfde te rapporteren transactie. Dit is met name relevant in het geval een bepaalde rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten betere toegang heeft tot informatie om de due diligence-procedures uit te voeren dan de andere. Het is namelijk mogelijk dat niet alle diensten die verband houden met een te rapporteren transactie door één rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten worden verricht.

Een makelaar in te rapporteren transacties met cryptoactiva kan bijvoorbeeld een opdracht van een cliënt krijgen om een te rapporteren transactie in cryptoactiva uit te voeren. De makelaar kan de opdracht van de klant doorgeven aan een handelsplatform, dat de transactie namens de klant uitvoert. In dit geval is de makelaar voor zover hij namens de klant belangen in te rapporteren cryptoactiva koopt of verkoopt een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten. Het handelsplatform is ook een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor zover hij de daadwerkelijke wisseltransactie uitvoert. In dit geval is er dus meer dan één rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten betrokken bij het uitvoeren van dezelfde te rapporteren transactie met betrekking tot dezelfde gebruiker van cryptoactiva.

Artikel 9 van het besluit ziet ook op de situatie dat meerdere rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten die diensten verlenen die dezelfde te rapporteren transactie betreffen één rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten aanwijzen om aan alle due diligence-vereisten te voldoen. Die aangewezen rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan op zijn beurt een beroep doen op een of meer derde partijen om aan de due diligence-vereisten van hoofdstuk 2 te voldoen. Om ervoor te zorgen dat in dat geval alle rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten zich kunnen beroepen op de uitgevoerde due diligenceverplichtingen door de derde dienstverlener(s) moeten de nodige contractuele afspraken worden gemaakt. Onderdeel van de contractuele afspraken moet zijn dat de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten de informatie die nodig is om aan de due diligence-verplichtingen te voldoen ter beschikking stellen aan de derde partij(en) die die verplichtingen moet(en) uitvoeren. De contractuele verplichtingen moeten er ook voor zorgen dat de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten alle verzamelde en geverifieerde informatie van de derde partij(en) kan krijgen om aan te kunnen tonen dat aan de due diligence-vereisten is voldaan, bijvoorbeeld in het kader van een audit.

In alle gevallen waarin een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een beroep doet op een derde of op een andere rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten om de due diligence-procedure van hoofdstuk 2 te voltooien blijft hij er zelf voor verantwoordelijk dat dit (juist) gebeurt.47

Artikel 10 Verstrekking van inlichtingen door de gebruiker van cryptoactiva

In artikel 10 van dit besluit is bepaald dat als een te rapporteren gebruiker van cryptoactiva de vereiste gegevens en inlichtingen niet verstrekt na twee aanmaningen volgend op het initiële verzoek van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, die rapporterende aanbieder moet verhinderen dat die te rapporteren gebruiker opnieuw te rapporteren transacties verricht.48 Hierdoor moet worden voorkomen dat de desbetreffende verkoper doorgaat met het uitvoeren van transacties met cryptoactiva via de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zonder aan hem gegevens en inlichtingen te verstrekken. Artikel 4 van het besluit schrijft voor dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten bij het aangaan van een relatie met een gebruiker van cryptoactiva – en voor bestaande gebruikers van cryptoactiva uiterlijk op 1 januari 2027 – een eigen verklaring opvraagt. Vanaf dat moment heeft de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten ingevolge artikel 10 van dit besluit een verplichting om als de gebruiker van cryptoactiva nalaat deze eigen verklaring te verstrekken over te gaan tot aanmaningen en indien de gebruiker van cryptoactiva daaraan geen gevolg geeft tot het verhinderen dat hij nieuwe te rapporteren transacties verricht. Het staat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten vrij om dit proces in te richten zoals hij dat wenst. De rapporterende aanbieder kan bijvoorbeeld bepalen wat de termijn is voor het verkrijgen van de eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva en wanneer een eventuele aanmaning wordt verstuurd. Uiteraard dient de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten er wel voor te zorgen dat hij aan de verzamel- en verificatievereisten heeft voldaan voorafgaand aan de deadline van 31 januari van de rapportageperiode, die is vastgelegd in artikel 10ob, twaalfde lid, WIB. Artikel 10 van het besluit geeft waarborgen voor de gebruikers van cryptoactiva, zodat een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten met een beroep op de wet niet zonder meer een gebruiker van cryptoactiva kan verhinderen te rapporteren transacties te verrichten. De eerste waarborg is dat minimaal 60 dagen moeten zijn verstreken tussen het moment waarop de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor het eerst verzoekt om informatie en het niet langer toestaan dat een gebruiker van cryptoactiva die in verzuim is te rapporteren transacties kan verrichten. De tweede waarborg is dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten minimaal twee aanmaningen moet versturen na het eerste verzoek om de informatie en voordat het de gebruiker van cryptoactiva niet langer mogelijk wordt gemaakt om te rapporteren transacties te verrichten.

Artikel 11 Vastlegging

Op grond van artikel 11, eerste lid, van het besluit moet een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in zijn administratie vastleggen welke stappen zijn gezet en welke inlichtingen zijn gebruikt bij de uitvoering van de verzamel- en verificatieplicht en de rapportageplicht die voortvloeien uit de wet en het besluit.49 Uit de administratie zal – onder meer – alle informatie (waaronder de eigen verklaring) moeten blijken op grond waarvan een gebruiker van cryptoactiva als te rapporteren gebruiker van cryptoactiva is geïdentificeerd, hoe de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten omgaat met de afwijkingsbepaling van de artikelen 5, vierde lid, en 6, vierde lid, van het besluit, welke documentatie de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft gebruikt om het ingezetenschap van gebruikers van cryptoactiva en te rapporteren uiteindelijk belanghebbende(n) te bepalen, aan welke (interne) informatie is getoetst in het verificatieproces evenals alle externe wallet-adressen (of andere gelijkwaardige identificatoren) die verband houden met overdrachten van te rapporteren cryptoactiva die gerapporteerd moeten worden.50

Artikel 11, tweede lid, van het besluit verplicht de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten om zijn administratie conform artikel 52, vierde lid, AWR, gedurende zeven jaar na afloop van de rapportageperiode te bewaren. Deze termijn zorgt er enerzijds voor dat de Belastingdienst op een later moment nog een controle kan uitvoeren en waarborgt anderzijds dat de gegevens van te rapporteren gebruikers van cryptoactiva niet onnodig lang bij een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten worden bewaard.

Deze bewaarplicht is ook van toepassing in gevallen waarin de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten wordt geliquideerd of anderszins zijn bedrijf beëindigt.

Artikel 12 Wijze van rapporteren

In artikel 12 van het besluit is bepaald dat rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten de gegevens en inlichtingen rapporteren op een door de Minister van Financiën voorgeschreven wijze. Op de website van de Belastingdienst51 zal nader worden aangegeven op welke wijze de digitale indiening dient plaats te vinden en met behulp van welke berichtenspecificaties.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.52

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226).

X Noot
2

Zie overweging 11 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
3

OECD (2023), International Standards for Automatic Exchange of Information in Tax Matters: Crypto-Asset Reporting Framework and 2023 update to the Common Reporting Standard, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/896d79d1-en.

X Noot
4

De CARF MCAA is ook opgenomen in het OECD (2023), International Standards for Automatic Exchange of Information in Tax Matters: Crypto-Asset Reporting Framework and 2023 update to the Common Reporting Standard, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/896d79d1-en.

X Noot
5

Zie overweging 13 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
6

Zie Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
7

Zie bijlage VI, delen III en V van Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
8

Feitelijk zal aan de Belastingdienst moeten worden gerapporteerd.

X Noot
9

Zie artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119.

X Noot
10

Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
11

Te raadplegen via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=COM%3A2022%3A0707%3AFIN.

Het relevante citaat luidt: «Deze voorgestelde richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Meer bepaald wordt de reeks gegevenselementen die aan de belastingdiensten moeten worden doorgegeven, zo bepaald dat alleen de gegevens worden opgenomen die minimaal noodzakelijk zijn voor de opsporing van ontoereikende rapportage of het ontbreken van rapportage, overeenkomstig de verplichtingen van de algemene verordening gegevensbescherming en met name het beginsel van minimale gegevensverwerking.»

X Noot
12

Opinion 9/2023 on the Proposal for a Council Directive amending Directive 2011/16/EU on administrative cooperation in the field of taxation van de EDPS is te raadplegen op de site van de EDPS: https://www.edps.europa.eu/data-protection/our-work/publications/opinions/2023-04-03-edps-opinion-council-directive-amending-directive-201116eu-administrative-cooperation-field-taxation

X Noot
13

Zie paragraaf 3.1 van de toelichting op de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva, Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
14

Zie overwegingen 1, 2 en 11 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen, PB 2023 L 2023/2226, 24.10.2023.

X Noot
15

Zie overweging 13 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
16

Zie overweging 12 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
17

Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
18

Zie p. 36 van het Impact assessment (kenmerk SWD(2022) 401 final), dat online is te vinden op: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15829-2022-ADD-2/en/pdf

X Noot
19

Tijdsbestedingstabel bedrijven in paragraaf 4.D van het Handboek Meting Regeldrukkosten 2022.

X Noot
20

Lijst met standaardtarieven voor intern personeel bij bedrijven in paragraaf 4.C van het Handboek Meting Regeldrukkosten 2022.

X Noot
21

Zie bijlage bij Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
22

Zie artikelsgewijze toelichting op 10oa WIB, Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
23

Zie Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
24

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 10, Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
25

Zie de toelichting op deel IV, onderdeel D van het CARF.

X Noot
26

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
27

Zie deel IV, onderdeel D, onder 6, van het CARF.

X Noot
28

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
29

Zie deel IV, onderdeel D, onder 4, van het CARF.

X Noot
30

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
31

Zie deel IV, onderdeel F, onder 2, van het CARF en de toelichting daarop.

X Noot
32

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
33

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
34

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
35

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
36

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel A, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
37

Het aangaan van een relatie kan ook een eenmalige transactie betreffen.

X Noot
38

Zie de toelichting op deel III, onderdelen A en B, van het CARF.

X Noot
39

Zie de toelichting op deel III, onderdeel A, van het CARF.

X Noot
40

Zie de toelichting op deel III, onderdeel A, van het CARF.

X Noot
41

Omdat de beoordeling van fiscaal ingezetenschap enkel geschiedt op basis van het nationale recht van een lidstaat is niet relevant of een belastingverdrag een persoon die op grond van het nationale recht inwoner is van een lidstaat voor de toepassing van dat verdrag aanmerkt als een inwoner van een andere staat.

X Noot
42

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
43

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
44

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
45

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
46

Zie bijlage VI, deel III, onderdeel D, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
47

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
48

Zie bijlage VI, deel V, onderdeel A, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
49

Zie bijlage VI, deel V, onderdeel B, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
50

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
51

Dit wordt vermeld op de website «Ondersteuning Digitaal Berichtenverkeer» (ODB).

X Noot
52

Zie artikel V van de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva.


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226).

X Noot
2

Zie overweging 11 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
3

OECD (2023), International Standards for Automatic Exchange of Information in Tax Matters: Crypto-Asset Reporting Framework and 2023 update to the Common Reporting Standard, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/896d79d1-en.

X Noot
4

De CARF MCAA is ook opgenomen in het OECD (2023), International Standards for Automatic Exchange of Information in Tax Matters: Crypto-Asset Reporting Framework and 2023 update to the Common Reporting Standard, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/896d79d1-en.

X Noot
5

Zie overweging 13 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
6

Zie Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
7

Zie bijlage VI, delen III en V van Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
8

Feitelijk zal aan de Belastingdienst moeten worden gerapporteerd.

X Noot
9

Zie artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119.

X Noot
10

Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
11

Te raadplegen via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=COM%3A2022%3A0707%3AFIN.

Het relevante citaat luidt: «Deze voorgestelde richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Meer bepaald wordt de reeks gegevenselementen die aan de belastingdiensten moeten worden doorgegeven, zo bepaald dat alleen de gegevens worden opgenomen die minimaal noodzakelijk zijn voor de opsporing van ontoereikende rapportage of het ontbreken van rapportage, overeenkomstig de verplichtingen van de algemene verordening gegevensbescherming en met name het beginsel van minimale gegevensverwerking.»

X Noot
12

Opinion 9/2023 on the Proposal for a Council Directive amending Directive 2011/16/EU on administrative cooperation in the field of taxation van de EDPS is te raadplegen op de site van de EDPS: https://www.edps.europa.eu/data-protection/our-work/publications/opinions/2023-04-03-edps-opinion-council-directive-amending-directive-201116eu-administrative-cooperation-field-taxation

X Noot
13

Zie paragraaf 3.1 van de toelichting op de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva, Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
14

Zie overwegingen 1, 2 en 11 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen, PB 2023 L 2023/2226, 24.10.2023.

X Noot
15

Zie overweging 13 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
16

Zie overweging 12 van de preambule bij Richtlijn (EU) 2023/2226.

X Noot
17

Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
18

Zie p. 36 van het Impact assessment (kenmerk SWD(2022) 401 final), dat online is te vinden op: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15829-2022-ADD-2/en/pdf

X Noot
19

Tijdsbestedingstabel bedrijven in paragraaf 4.D van het Handboek Meting Regeldrukkosten 2022.

X Noot
20

Lijst met standaardtarieven voor intern personeel bij bedrijven in paragraaf 4.C van het Handboek Meting Regeldrukkosten 2022.

X Noot
21

Zie bijlage bij Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
22

Zie artikelsgewijze toelichting op 10oa WIB, Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
23

Zie Kamerstukken II, 2024/2025 36 782, nr. 3.

X Noot
24

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 10, Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
25

Zie de toelichting op deel IV, onderdeel D van het CARF.

X Noot
26

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
27

Zie deel IV, onderdeel D, onder 6, van het CARF.

X Noot
28

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel D, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
29

Zie deel IV, onderdeel D, onder 4, van het CARF.

X Noot
30

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
31

Zie deel IV, onderdeel F, onder 2, van het CARF en de toelichting daarop.

X Noot
32

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
33

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
34

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
35

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel E, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
36

Zie bijlage VI, deel IV, onderdeel A, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
37

Het aangaan van een relatie kan ook een eenmalige transactie betreffen.

X Noot
38

Zie de toelichting op deel III, onderdelen A en B, van het CARF.

X Noot
39

Zie de toelichting op deel III, onderdeel A, van het CARF.

X Noot
40

Zie de toelichting op deel III, onderdeel A, van het CARF.

X Noot
41

Omdat de beoordeling van fiscaal ingezetenschap enkel geschiedt op basis van het nationale recht van een lidstaat is niet relevant of een belastingverdrag een persoon die op grond van het nationale recht inwoner is van een lidstaat voor de toepassing van dat verdrag aanmerkt als een inwoner van een andere staat.

X Noot
42

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
43

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
44

Zie de toelichting op deel III, onderdeel B, van het CARF.

X Noot
45

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
46

Zie bijlage VI, deel III, onderdeel D, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
47

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
48

Zie bijlage VI, deel V, onderdeel A, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
49

Zie bijlage VI, deel V, onderdeel B, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU.

X Noot
50

Zie de toelichting op deel III, onderdeel D, van het CARF.

X Noot
51

Dit wordt vermeld op de website «Ondersteuning Digitaal Berichtenverkeer» (ODB).

X Noot
52

Zie artikel V van de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva.

Naar boven