Besluit van 16 april 2026, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 april 2026, kenmerk 4367933-1095998-WJZ;

Gelet op artikel VII van de Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 april 2026

Willem-Alexander

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans

Uitgegeven de tweeëntwintigste april 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel VII van de Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving bepaalt dat deze wet (of artikelen of onderdelen daarvan) in werking treedt (of treden) op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip. Het onderhavige koninklijk besluit voorziet hierin en bepaalt dat deze wet in werking treedt met ingang van 1 juli 2026.

De Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving wijzigt de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal, de Wet op de orgaandonatie en enkele andere wetten om deze beter aan te laten sluiten op de lichaamsmateriaaldonatiepraktijk.

Bij vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding is rekening gehouden met het beleid inzake vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat degenen tot wie deze wet zich richt de tijd krijgen om zich op de wijzigingen voor te bereiden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans

Naar boven