Besluit van 8 april 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten (Stb. 2025, 156) en het Besluit van 11 maart 2026 tot wijziging van het Besluit servicekosten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 26 maart 2026, kenmerk nr. 2026-0000134609;

Gelet op artikel VII van de Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten (Stb. 2025, 156) en artikel III van het Besluit van 11 maart 2026 tot wijziging van het Besluit servicekosten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten (Stb. 2025, 156) en het Besluit van 11 maart 2026 tot wijziging van het Besluit servicekosten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten treden in werking op 1 januari 2027.

Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 april 2026

Willem-Alexander

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

Uitgegeven de zeventiende april 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Met dit besluit wordt vastgesteld dat de Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten (Stb. 2025, 156) en het Besluit van 11 maart 2026 tot wijziging van het Besluit servicekosten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten op 1 januari 2027 in werking treden. Voor deze datum is gekozen omdat hiermee wordt voorkomen dat de nieuwe bepalingen rond servicekosten voor woonruimten gedurende een lopend kalenderjaar worden geïntroduceerd. Dit is noodzakelijk omdat op grond van artikel 7:259 BW verhuurders een overzicht van de servicekosten van het afgelopen kalenderjaar aan huurders dienen te verstrekken. Tevens wordt met de datum van 1 januari 2027 aangesloten bij de vaste verandermomenten en worden huurders en verhuurders geruime tijd in staat gesteld om de nieuwe bepalingen rond servicekosten tot zich te nemen en zich hierop voor te bereiden.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

Naar boven