Besluit van 31 maart 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 21 januari 2026, houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de herziening van de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken (herziening regeling meerdaadse samenloop in strafzaken) (Stb. 2026, 20) [KetenID WGK03577]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 23 maart 2026, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 7281397;

Gelet op artikel IV van de Wet van 21 januari 2026, houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de herziening van de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken (herziening regeling meerdaadse samenloop in strafzaken) (Stb. 2026, 20);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 21 januari 2026, houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de herziening van de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken (herziening regeling meerdaadse samenloop in strafzaken) (Stb. 2026, 20) treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 31 maart 2026

Willem-Alexander

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Uitgegeven de zestiende april 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven