Besluit van 19 maart 2026, houdende wijziging van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 inzake de certificering van hop en hopproducten en het aanwijzen van een bevoegde autoriteit voor die certificering

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 december 2025, nr. WJZ / 102926192;

Gelet op de artikelen 2, 7 en 8 van de Landbouwkwaliteitswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 februari 2026, nr. W11.25.00382/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 maart 2026, nr. WJZ / 104230460;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het begrip «verordening (EU) 2023/2419» worden de volgende begrippen ingevoegd, luidende:

uitvoeringsverordening hop en hopproducten:

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/601 van de Commissie van 14 december 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de certificering van hop en hopproducten en daarmee samenhangende controles;

gedelegeerde verordening hop en hopproducten:

Gedelegeerde verordening (EU) 2024/602 van de Commissie van 14 december 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen in de hopsector, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie;

2. Na het begrip «bananen» worden de volgende begrippen ingevoegd, luidende:

hop:

hopbellen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten;

hopproducten:

hopproducten als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten;

B

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5

Hop en hopproducten worden slechts in de handel gebracht of uitgevoerd indien voldaan is aan artikel 77, eerste, tweede en vierde lid, van verordening (EU) 1308/2013, en aan de bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften uit de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de uitvoeringsverordening hop en hopproducten.

C

In artikel 10, eerste lid, wordt «de artikelen 2, 4 en 6» vervangen door «de artikelen 2, 4, 5 en 6».

D

Aan artikel 14 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De Stichting KCB is een controle-instelling, als bedoeld in de artikelen 1 en 8, van de Landbouwkwaliteitswet en de bevoegde certificeringsinstantie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, en belast met:

    • a. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5 en de bij of krachtens dit besluit gestelde regels ten aanzien van hop en hopproducten;

    • b. de bij ministeriële regeling aan te wijzen taken die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de uitvoeringsverordening hop en hopproducten.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 maart 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg

Uitgegeven de zevende april 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Onderhavige algemene maatregel van bestuur strekt tot aanwijzing van een bevoegde autoriteit voor de certificering van hop en hopproducten zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de uitvoeringsverordening (EU) 2024/601 (hierna: uitvoeringsverordening hop en hopproducten).1 Hop en hopproducten worden in Nederland door telers verbouwd en vervaardigd voor zowel hobbymatig gebruik alsook voor commerciële handel voor met name bierbrouwerijen. De productie van hop in Nederland is nu nog beperkt, maar de sector is groeiende door onder andere veranderende klimaatomstandigheden, geschikte rassen en de vraag naar Nederlandse hopproducten vanuit de lokale markt. Daarmee neemt de belangstelling voor het in de handel brengen van hop en hopproducten door telers toe.

In de Europese Unie is voor het in de handel brengen van hop en hopproducten een kwaliteitsbeleid van toepassing gebaseerd op de artikelen 75 en 77 van verordening (EU) 1308/20132, de uitvoeringsverordening hop en hopproducten en de gedelegeerde verordening (EU) 2024/602 (hierna: de gedelegeerde verordening hop en hopproducten).3 Daartoe is onder meer een certificeringsprocedure van toepassing die ervoor moet zorgen dat voldaan wordt aan de minimumeisen voor het in de handel brengen van hop en hopproducten, om de kwaliteit van de hop- en hopproducten te bewaken en de handel in gecertificeerde hop te faciliteren. Dit vergroot het marktbereik voor Nederlandse hoptelers binnen de EU. In de bijlage bij deze toelichting is een transponeringstabel opgenomen.

Deze algemene maatregel van bestuur draagt uitoefening van openbaar gezag op aan de stichting Kwaliteits-Controle-Bureau (hierna: KCB) als privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan. Daarom wordt de algemene maatregel van bestuur medeondertekend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met artikel 6, onder a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2. Doel en inhoud van het besluit

Met dit besluit wordt door de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het KCB als de bevoegde autoriteit (genaamd: certificeringsinstantie) in Nederland aangewezen die verantwoordelijk is voor het toezicht, de certificering van hop en hopproducten en de afgifte van de bijbehorende certificaten. Dit is passend voor de wettelijke taken ten aanzien van kwaliteit van de in de handel te brengen hop en hopproducten. Het KCB is reeds belast met wettelijke taken om de kwaliteit en de plantgezondheid van diverse plantaardige landbouwproducten te waarborgen, zoals de handelsnormen op het terrein van groenten- en fruit. De wijze waarop controle-instellingen zoals KCB hun werkzaamheden uitvoeren, wordt daar waar mogelijk in overleg met het bedrijfsleven bepaald. Uitgangspunt onder de Landbouwkwaliteitswet is namelijk dat het bedrijfsleven zoveel mogelijk betrokken dient te worden bij de keuring van de producten.4 Het beleggen van de genoemde nieuwe wettelijke taken bij het KCB sluit daarnaast goed aan bij de huidige governance-(samenwerkings-)relatie tussen de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en KCB. Dit betreft zowel de samenwerking tussen beleid en uitvoering als meer organisatorische vraagstukken.

De aangewezen certificeringsinstantie moet in staat zijn om hop te kunnen bemonsteren en te controleren op de minimumeisen die van toepassing zijn volgens Europese regelgeving, zoals een maximum vochtgehalte en het maximum gehalte aan stengels en bladeren. Daarnaast verricht de certificeringsinstantie administratieve- en registratietaken, zoals de jaarlijkse meldingen aan de Europese Commissie van certificeringscentra (zie hieronder) en productiegebieden en het opstellen van procedurehandleidingen. Ook de behandeling van bezwaar -en beroepsprocedures tegen haar besluiten behoren in beginsel tot de taken van de certificeringsinstantie. Artikel 10, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten voorziet tevens in de mogelijkheid dat de certificeringsinstantie private certificeringscentra erkent. Een certificeringscentrum wordt in dat geval door de certificeringsinstantie gemachtigd om hop en hopproducten zelfstandig te certificeren. De certificeringsinstantie houdt toezicht op die certificeringscentra waarbij de certificeringsinstantie voldoende toegerust moet zijn om te kunnen beoordelen of de voorzieningen van de certificeringscentra adequaat zijn. Een erkenning van certificeringscentra wordt op dit moment niet voorzien, gezien de beperkte omvang van de hopsector in Nederland. De mogelijkheid is desondanks wel in de regeling opgenomen, mocht dit opportuun zijn in de toekomst.

Om onnodige administratieve lasten te voorkomen zijn uitzonderingen van toepassing op de certificeringsvereisten. Zo geldt er een uitzondering voor brouwerijen die hun eigen hop telen, of op contractbasis door een derde laten telen, voor kleine hoeveelheden hopproducten in kleine verpakkingseenheden voor de particuliere markt en een aantal geïsomeriseerde hopproducten die sterk bewerkt zijn en stabiel van aard zijn, zodat ze uit het oogpunt van kwaliteitsborging niet langer behoeven te worden gecertificeerd.

3. Handhaving

Het KCB is aangewezen als toezichthouder op de handelsnormen hop en hopproducten. Op grond van artikel 90bis, derde lid, van verordening (EU) 1308/2013 moeten lidstaten ervoor zorgen dat er controles plaatsvinden op basis van een risicoanalyse om na te gaan of de hop voldoet aan de voorschriften, en zo nodig administratieve sancties toepassen. De naleving van de bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet gestelde regels is gewaarborgd via zowel tuchtrechtelijke als strafrechtelijke handhaving. In beginsel worden overtredingen afgedaan via het tuchtrecht. Tussen het KCB en het Openbaar Ministerie zijn afspraken gemaakt wanneer overtredingen worden doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie (artikel 18, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet).

Tuchtrecht

Artikel 13 van de Landbouwkwaliteitswet voorziet in een bevoegdheid voor KCB om voor overtredingen van bij of krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 gestelde regels tuchtrechtelijke maatregelen op te leggen. Die maatregelen bestaan uit: een berisping, een geldboete, het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle of openbaarmaking van de uitspraak. Een tuchtrechtelijke maatregel van geldboete bedraagt op grond van artikel 13b van de Landbouwkwaliteitswet ten minste € 3,– en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van de waarde van de goederen waarmee de overtreding is begaan of die door middel van de overtreding zijn verkregen, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie (artikel 13, tweede lid, Landbouwkwaliteitswet).

De kaders waaraan KCB is gehouden bij het toepassen van het tuchtrecht zijn uitgewerkt in de artikelen 13 tot en met 13y van de Landbouwkwaliteitswet, het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet en het Reglement op de Tuchtrechtspraak.

Strafrecht

De strafbaarstelling van een overtreding is geregeld in de Wet op de economische delicten. In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten zijn overtredingen gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet als economisch delict aangemerkt. Op grond van artikel, 2, vierde lid, van de Wet op de economische delicten, worden deze overtredingen in strafrechtelijke zin als overtredingen gekwalificeerd in plaats van misdrijven. Dat betekent dat deze overtredingen in strafrechtelijke zin als «lichtere vergrijpen» worden aangemerkt. De overtredingen kunnen worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie (artikel 6, eerste lid, onder 5°, van de Wet op de economische delicten). Afhankelijk van de waarde van de goederen waarmee het economisch delict is begaan of die door middel van het economisch delict zijn verkregen, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie (artikel 6, eerste lid, laatste volzin, van de Wet op de economische delicten). Verder kunnen op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wet op de economische delicten bijkomende straffen worden opgelegd, zoals het stillegging van de onderneming van de veroordeelde en de verbeurdverklaring van voorwerpen.

4. Artikelsgewijze toelichting

Onderdeel A

Dit onderdeel voegt de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de definities van hop en hopproducten toe aan de definitielijst van artikel 1. Hop wordt in de gedelegeerde verordening gedefinieerd als: de katjes van de (vrouwelijke) hopplant (Humulus lupulus); deze katjes zijn groen-geel en eivormig, hebben een steel en meten in de lengte over het algemeen 2 tot 5 cm. Een hopproduct wordt in de gedelegeerde verordening gedefinieerd als: een product dat is afgeleid van hopbellen die een ingrijpender transformatie hebben ondergaan, zoals hoppoeder, -korrels of -extracten.

Onderdeel B

Dit artikel bevat de basis voor de uitvoering van de EU-verordeningen inzake handelsnormen voor hop en hopproducten. In het nieuwe artikel 5 wordt bepaald waaraan moet worden voldaan voor het in de handel brengen van hop en hopproducten. Er wordt verwezen naar artikel 77, eerste en vierde lid, van verordening (EU) 1308/2013. Hop en hopproducten mogen op basis van dit artikel alleen in de handel worden gebracht met een certificaat dat waarborgt dat de hop en hopproducten voldoen aan de Europese kwaliteitseisen. Vervolgens wordt verwezen naar de gedelegeerde- en uitvoeringsverordening hop en hopproducten waarin nadere regels zijn gesteld over de certificering, controles en kwaliteitseisen. De regels zien onder meer op de minimumeisen waar de hop aan moet voldoen, de procedures en methodes om die minimumeisen vast te stellen en voorschriften om de traceerbaarheid te waarborgen. In de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 worden die regels nader gespecificeerd. Door die bepalingen in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 op te nemen hoeft het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 niet te worden aangepast als de bepalingen in de gedelegeerde- of uitvoeringsverordening wijzigen.

Verder moet voor het in de handel brengen van hop en hopproducten worden voldaan aan regels die nodig zijn voor een goede uitvoering van de gedelegeerde- en uitvoeringsverordening hop en hopproducten. Die regels worden, op basis van het hiertoe aangepaste artikel 10 van het besluit, verder uitgewerkt in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007.

Onderdeel C

In dit onderdeel wordt geregeld dat voor hop en hopproducten er nadere regels met betrekking tot gedetailleerde uitvoeringsbepalingen, voor zover die voor een goede uitvoering van de Europese regelgeving noodzakelijk zijn, in een ministeriële regeling kunnen worden vastgelegd. De reikwijdte van die nadere regels is reeds vastgelegd in artikel 10 van het besluit. Het gaat, op grond van het tweede lid, onder meer om regels die betrekking hebben op erkenning of certificering, de wijze van goedkeuring van producten en handelingen omtrent bewijsstukken en merken.

Onderdeel D

In dit onderdeel wordt middels toevoeging van een lid aan artikel 14, het KCB aangewezen als bevoegde certificeringsinstantie voor hop en hopproducten in de zin van artikel 10, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten. Daarnaast wordt expliciet gemaakt dat het KCB ook voor de toezicht op de handelsnormen hop en hopproducten een controle-instelling is in de zin van de artikelen 1 en 8 van de Landbouwkwaliteitswet. Voorschriften en bevoegdheden uit de Landbouwkwaliteitswet die zien op controle-instellingen zijn dus ook toepassing op het KCB in de hoedanigheid van certificeringsinstantie voor de handelsnormen hop en hopproducten.

Het KCB wordt belast met het toezicht op de naleving van de Europese handelsnormen voor hop en hopproducten en de nadere regels die hierover gesteld kunnen worden. Verder wordt het KCB belast met een aantal taken die nodig zijn voor de goede uitvoering van de gedelegeerde- en uitvoeringsverordening hop en hopproducten. Deze taken worden verder uitgewerkt in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. Die delegatie is gepast omdat de taken in de te implementeren bindende EU-rechtshandeling uitvoerig en gedetailleerd van aard zijn. Die taken omvatten onder meer het uitvoeren van controles in overeenstemming met de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, het afgeven van de certificaten, het verzamelen en opslaan van informatie of het ondernemen van actie in het geval van mogelijke frauduleuze of bedrieglijke praktijken.

5. Regeldruk

Voor het faciliteren van de commerciële handel van hopproducten in de EU, hebben naar verwachting een kleine groep telers in Nederland belangstelling.

De aanwijzing van de certificeringsinstantie in dit besluit betreft een implementatie van de Europese verordening en behoeft derhalve niet te worden getoetst door het Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: ATR). Bij de uitwerking van de regelgeving ter vaststelling van het hopcertificeringsproces in Nederland is een Bedrijfseffectentoets uitgevoerd. Het voornemen is de hoogte van de tarieven voor controles en certificering beperkt te houden, zodat deze niet tot een onaanvaardbaar niveau stijgen en de financiële draagkracht van een bedrijf aantoonbaar te boven gaan. Het controlesysteem wordt binnen de juridische kaders proportioneel en risicogericht ingericht, zodat een bedrijf zelf invloed kan uitoefenen op de hoogte van het totaalbedrag van de tarieven. Daarbij moet worden gedacht aan het combineren van controles en certificering in de verschillende fases bij oogst en verwerking die verschillende variëteiten hop doorlopen, waarmee de teler de controlekosten kan drukken.

Naar verwachting zijn er ongeveer 10 hoptelers die interesse hebben in het laten certificeren van hop. Deze telers doen elk jaar een oogstaangifte en een controle aangifte bij het KCB (ingeschat totaal circa 1 uur à € 50,–). Controle en monstername bij de oogst (op locatie, een aantal keer per jaar, afhankelijk van de aantallen variëteiten die de hopteler wil laten certificeren) zal naar verwachting ongeveer € 220,– kosten (rekening houdend met een gedeeltelijke doorbelasting van de daadwerkelijke kosten). Voornoemd bedrag is inclusief laboratoriumkosten en de eraan gekoppelde verzegeling en afgifte van het certificaat. Voor controle bij de verwerkers van hop (naar verwachting ongeveer 3 bedrijven in Nederland) geldt een uitgebreider toezicht. De verwerking vindt veelal plaats direct aansluitend op de oogst, waardoor controles kunnen worgen gecombineerd. De controle op aanvullende verwerking zal circa € 375,– kosten (uitgaande van 2 variëteiten hop die worden verwerkt per dag). Hierbij is eveneens rekening gehouden met de gedeeltelijke doorbelasting van de daadwerkelijke kosten en het risicogerichte toezicht en controle door het KCB.

Een beperkt aantal brouwerijen met eigen (contract)teelt (schatting is maximaal 5) zijn vrijgesteld van de certificeringsplicht maar dienen een oogstaangifte te doen bij het KCB, wat naar verwachting maximaal 1 uur (à € 50,–) per jaar kost.

De totale regeldrukkosten voor de gehele sector bedraagt naar daarmee naar inschatting € 10.725,–.

Adviescollege toetsing regeldruk

Het besluit is ter advisering voorgelegd aan het ATR. De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.

6. Uitvoering en consultatie

Voor de aanwijzing van de certificeringinstantie is overleg gevoerd met de beoogde instantie, KCB en overeenstemming bereikt. Voorafgaand is daartoe praktijkinformatie opgehaald over de uitvoeringspraktijk van de certificeringsprocedures in onze buurlanden België en Duitsland. Met deze uitvoeringspraktijk kan worden gekomen tot een passende, en proportionele certificeringsprocedure voor Nederland, waarin bij de uitvoering van de certificering proportioneel en risicogericht te werk wordt gegaan, net als in de buurlanden. De aard van de taken en werkzaamheden voor een Nederlands certificerende instantie zijn in kaart gebracht, de benodigde administratie/registratie, werkprocessen en mogelijke kosten daarmee samen hangen. Dit is in afspraken tussen LVVN en KCB vastgelegd.

Voor de uitvoering van de certificeringsprocedure is tevens overleg gevoerd met telers en vertegenwoordigers uit de Nederlands hopsector. Daartoe zijn tweemaal bijeenkomsten georganiseerd met telers/verwerkers die potentieel interesse hebben in de certificering van hop en hopproducten en is een studiebezoek gebracht aan een Nederlandse hopteler en -verwerker om inzichten vanuit de praktijk op te doen.

Er is van internetconsultatie afgezien omdat er gesprekken plaatsgevonden hebben met de sector en internetconsultatie optioneel is bij implementatie van EU-regelgeving. Internetconsultatie zou hier niet in betekende mate kunnen leiden tot aanpassing van het besluit.

7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

BIJLAGE

Transponeringstabel behorende bij Verordening 1308/2013, Verordening 2024/601 en Verordening 2024/602

Bepaling EU-regelgeving

Bepaling in implementatie regelgeving of bestaande regelgeving

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de invulling van de beleidsruimte

Verordening 1308/2013

Artikel 77, eerste lid (certificering hop)

Artikel 5 Landbouwkwaliteitsbesluit 2007

   

Artikel 77, tweede lid (certificering hop)

Artikel 5 Landbouwkwaliteitsbesluit 2007

   

Artikel 77, derde lid (certificering hop)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 77, vierde lid (certificering hop)

Artikel 5 Landbouwkwaliteitsbesluit 2007

   

Artikel 77, vijfde lid (certificering hop)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Bepaling EU-regelgeving

Bepaling in implementatie regelgeving of bestaande regelgeving

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de invulling van de beleidsruimte

Verordening 2024/601

Artikel 1 (verwijzing definities)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 2, eerste lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 2, tweede lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 2, derde lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 2, vierde lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 2, vijfde lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 2, zesde lid (certificeringsprocedure)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 2, zevende lid (certificeringsprocedure)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 3, eerste lid (markering en verzegeling)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 3, tweede lid (markering en verzegeling)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 3, derde lid (markering en verzegeling)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, eerste lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, tweede lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, derde lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, vierde lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, vijfde lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 4, zesde lid (certificaat)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 5, eerste lid (gemeenschappelijke certificeringseisen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 5, tweede lid (gemeenschappelijke certificeringseisen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 5, derde lid (gemeenschappelijke certificeringseisen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, eerste lid (niet-bereide hop)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, tweede lid (niet-bereide hop)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, derde lid (niet-bereide hop)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 7, eerste lid (niet-bereide hop)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 7, tweede lid (niet-bereide hop)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 7, derde lid (niet-bereide hop)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 8, eerste lid (waarborgen tijdens productie)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling

   

Artikel 8, tweede lid (waarborgen tijdens productie)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 8, derde lid (waarborgen tijdens productie)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 9, eerste lid (informatie en registratie)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 9, tweede lid (informatie en registratie)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 9, derde lid (informatie en registratie)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 10, eerste lid (certificeringsinstantie)

Artikel 14, derde lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007

   

Artikel 10, tweede lid (certificeringsinstantie)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 11, eerste lid (certificeringscentra)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 11, tweede lid (certificeringscentra)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 12, eerste lid (intrekking erkenning)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 12, tweede lid (intrekking erkenning)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 13 (meldingen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 14, eerste lid (meldingen aan Commissie)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 14, tweede lid (meldingen aan Commissie)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 14, derde lid (meldingen aan Commissie)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 15 (publicatie lijsten)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 16 (inwerkingtreding)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Bijlage I (hoort bij artikel 3)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Bijlage II (hoort bij artikel 4)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Bijlage III (hoort bij artikel 4)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Bijlage IV (hoort bij artikel 7)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Bepaling EU-regelgeving

Bepaling in implementatie regelgeving of bestaande regelgeving

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de invulling van de beleidsruimte

Verordening 2024/602

Artikel 1 (onderwerp)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 2 (toepassingsgebied)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 3 (definities)

Artikel 1 Landbouwkwaliteitsbesluit 2007

   

Artikel 4 (in de handel brengen)

Artikel 5 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 en een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 5 (vrijstellingen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, eerste lid (brouwerijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, tweede lid (brouwerijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, derde lid (brouwerijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 6, vierde lid (brouwerijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 7, eerste lid (opdeling partijen hop)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 7, tweede lid (opdeling van partijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 8, eerste lid (mengen van partijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 8, tweede lid (mengen van partijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 8, derde lid (mengen van partijen)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Artikel 9 (intrekking oude regelgeving)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Artikel 10 (inwerkingtreding)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

Bijlage I (minimumeisen hopbellen, hoort bij artikel 8)

Een nader te bepalen artikel in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007

   

Bijlage II (concordantietabel)

Behoeft uit de aard van deze bepaling geen implementatie

   

X Noot
1

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/601 van de Commissie van 14 december 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de certificering van hop en hopproducten en daarmee samenhangende controles.

X Noot
2

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347).

X Noot
3

Gedelegeerde verordening (EU) 2024/602 van de commissie van 14 december 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen in de hopsector, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie.

X Noot
4

Kamerstukken II 2006/07, 30 852, nr. 3, p. 3.


X Noot
1

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/601 van de Commissie van 14 december 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de certificering van hop en hopproducten en daarmee samenhangende controles.

X Noot
2

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347).

X Noot
3

Gedelegeerde verordening (EU) 2024/602 van de commissie van 14 december 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen in de hopsector, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie.

X Noot
4

Kamerstukken II 2006/07, 30 852, nr. 3, p. 3.

Naar boven