Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 maart
2026, nr. 2026-0000003373;
Gelet op artikel XXIV, eerste lid, van de Verzamelwet SZW 2026;
Hebben goedgevonden en verstaan:
’s-Gravenhage, 28 maart 2026
Willem-Alexander
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Uitgegeven de tweede april 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
NOTA VAN TOELICHTING
Dit besluit regelt dat het merendeel van de Verzamelwet SZW 20261 in werking treedt met ingang van 1 juli 2026.
In artikel XXIV, tweede lid, van de Verzamelwet SZW 2026 is geregeld dat artikel XXIIIA
in werking treedt ofwel per 1 januari 2026, ofwel, als de wet na 31 december 2025
gepubliceerd wordt, op de dag na publicatie in het Staatsblad. Zie voor een toelichting
op de inwerkingtreding van dit artikel de toelichting bij de nota van wijziging bij
de Verzamelwet SZW 2026.2 Dit besluit regelt daarom niet de inwerkingtreding van artikel XXIV. De wet is op
3 februari 2026 bekendgemaakt, wat betekent dat dit artikel met ingang van 4 februari
2026 in werking is getreden.
Daarnaast is een uitzondering gemaakt voor artikel X, onderdeel C en onderdeel D,
subonderdelen 1 en 3. Deze onderdelen kunnen niet in werking treden, omdat de Verzamelwet
SZW 2026 op 1 juli 2026 in werking treedt, in plaats van op de beoogde inwerkingtredingsdatum
van 1 januari 2026. Deze onderdelen wijzigen wijzigingsbepalingen die al per 1 januari
2026 in werking zijn getreden en kunnen daarom niet meer in werking treden.
Artikel IV, onderdeel E zal in afwijking van de vaste verandermomenten in werking
treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit
besluit wordt geplaatst. Met artikel IV, onderdeel E, wordt een omissie in artikel
62, onderdeel c, van de Participatiewet hersteld. Deze omissie is ontstaan na de inwerkingtreding
van de Participatiewet in balans. Kosten van bijstand kunnen tot de grens van de onderhoudsplicht,
bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verhaald worden op de onderhoudsplichtige.
Op deze manier blijft de onderhoudsplichtige financieel verantwoordelijk voordat de
overheid bijspringt. De Participatiewet in balans heeft niet beoogd om hier verandering
in te brengen. Om deze reden is het van belang dat de omissie in artikel 62, onder
c, Participatiewet zo snel mogelijk wordt hersteld, zodat duidelijk is dat ook aanvullende
bijstand voor jongeren (artikel 20, derde lid, Participatiewet) kan worden verhaald
op ouders die hun onderhoudsplicht niet of niet behoorlijk nakomen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief