Besluit van 20 februari 2026 tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de uitvoering van de gigabitinfrastructuurverordening [KetenID WGK27969]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 25 november 2025, nr. 2025-0000652703;

Gelet op artikel 10 van de verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU en de artikel 4.3, eerste lid van de Omgevingswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 januari 2026, nr. W04.25.00351/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 18 februari 2026, nr. 2026-0000054007;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4.5, eerste lid, wordt voor «bepalingen over meet- en rekenmethoden» ingevoegd «artikel 4.245 anders dan voor de woonfunctie voor zorg en».

B

Aan afdeling 4.1 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4.10a (geen gelijkwaardige maatregel)

Het treffen van een gelijkwaardige maatregel is uitgesloten voor artikel 4.245.

C

Artikel 4.244 komt te luiden:

Artikel 4.244 (aansturingsartikel)

  • 1. Een bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit heeft een voorziening voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk met zeer hoge capaciteit.

  • 2. Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.244 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

    Tabel 4.244

    gebruiksfunctie

    Leden van toepassing

     

    fysieke gigabitinfrastructuur

    artikel

    4.245

    lid

    1

    2

    3

    4

    5

    1

    Woonfunctie

             
     

    a

    voor studenten

     

    b

    andere woonfunctie

    1

    2

    3

    4

    5

    2

    Bijeenkomstfunctie

    1

    3

    4

    5

    3

    Celfunctie

    1

    3

    4

    5

    4

    Gezondheidszorgfunctie

    1

    3

    4

    5

    5

    Industriefunctie

             
     

    a

    lichte industriefunctie

     

    b

    andere industriefunctie

    1

    3

    4

    5

    6

    Kantoorfunctie

    1

    3

    4

    5

    7

    Logiesfunctie

    1

    3

    4

    5

    8

    Onderwijsfunctie

    1

    3

    4

    5

    9

    Sportfunctie

    1

    3

    4

    5

    10

    Winkelfunctie

    1

    3

    4

    5

    11

    Overige gebruiksfunctie

    12

    Bouwwerk geen gebouw zijnde

D

Artikel 4.245 komt te luiden:

Artikel 4.245 (fysieke gigabitinfrastructuur)

  • 1. Een gebruiksfunctie heeft een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling, met inbegrip van aansluitingen tot het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.

  • 2. Een woongebouw heeft een toegangspunt als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.

  • 3. Een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling als bedoeld in het eerste lid en een toegangspunt als bedoeld in het tweede lid voldoen aan de technische eisen, gesteld bij ministeriële regeling.

  • 4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

    • a. een gebouw of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking;

    • b. een gebouw of gedeelte daarvan dat wordt gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; en

    • c. een nevengebruiksfunctie.

  • 5. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur komt uit in een toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 0,77 x 0,35 m2 en een hoogte boven die vloer van ten minste 2,4 m.

E

Artikel 4.246 vervalt.

F

In artikel 5.3a, eerste lid, wordt «artikel 5.23 en kan alleen het bepaalde in artikel 5.23a inhouden» vervangen door «de artikelen 5.21e en 5.23 en kan alleen het bepaalde in de artikelen 5.21f respectievelijk 5.23a inhouden».

G

Artikel 5.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in tabel 5.8» vervangen door «in tabel 5.8a of 5.8b».

2. Tabel 5.8 wordt vervangen door de tabellen 5.8a en 5.8b, luidende:

Tabel 5.8a

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

constructieve veiligheid

 

constructieve veiligheid bij brand

hoogte afscheiding

 

beperken van het ontstaan van

een brandgevaarlijke situatie

beperking van het ontwikkelen

van brand en rook

beperking van uitbreiding van brand

verdere beperking van uitbreiding van

brand en beperking van rook

bescherming tegen geluid

van gebouwinstallaties

luchtverversing

 

afvoer van rookgas en toevoer van

verbrandingslucht

verblijfsgebied en verblijfsruimte

toiletruimte

badruimte

   

artikel

5.9

 

5.10

5.10a

5.11

5.12

5.13

5.13a

5.14

5.15

 

5.16

   

5.17

5.18

5.19

   

lid

1

2

*

1

2

*

1

2

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

                                             

1

Woonfunctie

                                       
 

a

voor verhuur

1

2

*

1

*

1

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

 

b

overige woonfunctie

1

2

*

*

1

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

                                       
 

a

voor kinderopvang met bedgebied

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

3

Celfunctie

 

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

4

Gezondheidszorgfunctie

                                       
 

a

met bedgebied

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

 

b

andere gezondheidszorgfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

5

Industriefunctie

                                       
 

a

lichte industriefunctie voor het houden van dieren

1

2

*

*

1

2

*

1

1

2

1

2

3

 

b

andere industriefunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

6

Kantoorfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

7

Logiesfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

8

Onderwijsfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

9

Sportfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

10

Winkelfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

11

Overige gebruiksfunctie

                                       
 

a

voor het personenvervoer

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

 

b

andere overige gebruiksfunctie

1

2

*

1

*

1

1

2

1

2

3

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                                       
 

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

1

2

*

*

1

*

 

b

voor langzaam verkeer

1

2

*

2

*

1

*

 

c

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

*

*

1

Tabel 5.8b

gebruiksfunctie

                                               
     

energiezuinigheid

             

vluchten bij brand

technische bouwsystemen

         

verslaglegging

 

onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte

oplaadpunten en leidingdoorvoeren

   

oplaadpunten elektrische voertuigen

fysieke gigabitinfrastructuur

Afbakening maatwerkvoorschriften fysieke

gigabitinfrastructuur

   

artikel

5.20

           

5.20a

5.21

       

5.21a

5.21b

5.21c

 

5.21d

5.21e

5.21f

   

lid

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

*

                                                     

1

Woonfunctie

                                               
 

a

voor studenten

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

 

b

overige woonfunctie

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

3

Celfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

5

Industriefunctie

                                               
 

a

lichte industriefunctie

1

2

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

 

b

andere industriefunctie

1

2

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

6

Kantoorfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

7

Logiesfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

8

Onderwijsfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

9

Sportfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

10

Winkelfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

                                               
 

a

voor het personenvervoer

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

 

b

andere overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

H

Aan afdeling 5.3 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 5.21e (fysieke gigabitinfrastructuur)

Bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn energieprestatie gebouwen gelden, in afwijking van artikel 5.4, de voorschriften van artikel 4.244 en 4.245.

Artikel 5.21f (afbakening maatwerkvoorschriften fysieke gigabitinfrastructuur)

In afwijking van artikel 5.3a, tweede lid, kan een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift over artikel 5.21e alleen worden gesteld als naleving van dat artikel technisch onhaalbaar is of de kosten onevenredig verhoogt, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden.

I

In bijlage I, onder A, vervalt de begripsbepaling richtlijn breedband en wordt in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepaling ingevoegd:

gigabitinfrastructuurverordening:

verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU;.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 20 februari 2026

Willem-Alexander

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

Uitgegeven de zesentwintigste maart 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

TOELICHTING

I. Algemeen deel

1. Inleiding

Met dit wijzigingsbesluit wordt verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (hierna: de gigabitinfrastructuurverordening of verordening) uitgevoerd.

In de verordening zijn diverse maatregelen opgenomen die zijn gericht op het versterken en harmoniseren van geldende rechten en verplichtingen om de uitrol van zogenoemde netwerken met zeer hoge capaciteit (Very High Capacity networks, hierna: VHC-netwerken) te versnellen. Dit zijn glasvezelnetwerken of netwerken die een daarmee vergelijkbare snelheid (zowel voor downloaden als uploaden) kunnen leveren, alsmede mobiele 5G-netwerken. Centraal in de verordening staat het verlagen van de kosten voor de aanleg van VHC-netwerken. Om dit te bereiken, bevat de verordening bepalingen over het gedeeld gebruik van infrastructuur, de coördinatie van civiele werken en het stroomlijnen van vergunningsprocedures. Daarnaast stelt de gigabitinfrastructuurverordening regels vast om ervoor te zorgen dat gebouwen geschikt zijn voor de aanleg van VHC-netwerken.

Dit besluit strekt tot de uitvoering van het laatstgenoemde onderwerp, opgenomen in artikel 10 van de gigabitinfrastructuurverordening. Daartoe bevat het enkele wijzigingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De verordening zal wat betreft artikel 10 van toepassing zijn vanaf 12 februari 2026.1

Deze verordening vervangt de richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (hierna: richtlijn breedband), die kan worden gezien als voorloper van de verordening en die hiermee wordt ingetrokken. Het doel en de strekking van de gigabitinfrastructuurverordening komen grotendeels overeen met deze richtlijn, maar de verordening bevat enkele aangescherpte verplichtingen. Deze betreffen met name de fysieke infrastructuur of installaties en glasvezelkabels op de locatie van de eindgebruiker (lees: consument). Ook de bepalingen uit de richtlijn over de gebouwde omgeving die al in het Bbl waren geïmplementeerd vallen hieronder. Hoewel de bepalingen uit de verordening rechtstreeks werken, zijn deze niet gericht op marktdeelnemers. Zij vereisen daarom nadere uitvoering. Daarnaast moeten bepalingen die voortvloeiden uit de richtlijn breedband worden geschrapt. In dit besluit en in de Omgevingsregeling wordt daarin voorzien. Een transponeringstabel is aan het einde van deze nota van toelichting opgenomen.

2. Inhoud van het besluit

2.1 De verplichtingen uit de gigabitinfrastructuurverordening

De verordening schrijft voor dat alle nieuwe gebouwen en gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, worden uitgerust met een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, een fysieke binnenhuisinfrastructuur die bestemd is om er glasvezelelementen in onder te brengen2, en binnenhuisglasvezelbekabeling, glasvezelkabels op de locatie van de eindgebruiker, met inbegrip van elementen die gemeenschappelijk eigendom zijn, die bestemd zijn om elektronischecommunicatiediensten te leveren en het toegangspunt van het gebouw te verbinden met het (netwerk)aansluitpunt.3 Een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur4 veronderstelt overigens nog steeds de aanwezigheid van een invoerpunt, een doorvoer(leiding) voor de aansluitleiding van een openbaar elektronischecommunicatienetwerk en een netwerkaansluitpunt, die al verplicht waren in het Bbl. Het netwerkaansluitpunt is het punt waarop de toegang tot een openbaar elektronischecommunicatienetwerk wordt geboden.

Voor meergezinswoningen geldt tevens dat deze moeten worden voorzien van een zogenoemd toegangspunt.5 Dit centrale toegangspunt is, anders dan ten tijde van de implementatie van de richtlijn breedband, een in of buiten het gebouw gelegen fysiek punt dat toegankelijk is voor ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn die aan te bieden, en waar het netwerk op de glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur kan worden aangesloten.6 Dit laat onverlet dat ieder gebouw ook een individueel toegangspunt heeft.

Bij eengezinswoningen komt de verplichting om (glasvezelklare) fysieke binnenhuisinfrastructuur aan te leggen er in de praktijk dan ook op neer dat van net buiten de woning tot in de meterruimte van de woning (waar zich meestal het netwerkaansluitpunt bevindt) er een doorvoer(leiding) moet zijn. Voor meergezinswoningen (zoals appartementsgebouwen) komen de verplichtingen voor het centrale toegangspunt en de (glasvezelklare) fysieke binnenhuisinfrastructuur er respectievelijk op neer dat er vanaf de buitenkant van het gebouw een doorvoer(leiding) moet zijn naar een ruimte in het gebouw waar de telecomkabel(s) kunnen aanlanden (meestal een serviceruimte onder in het gebouw), en er vanaf daar lege buizen moeten worden aangelegd en/of een aaneengesloten ruimte(sparing) moet zijn tot aan de netwerkaansluitpunten in de woningen (doorgaans in de meterruimten van de appartementen). Daarnaast moet ook bij meergezinswoningen vanuit de bedoelde serviceruimte een glasvezelkabel naar het netwerkaansluitpunt in de woningen worden aangelegd. Voor wat betreft de aanleg van binnenhuisglasvezelbekabeling geldt ten aanzien van eengezinswoningen dat deze verplichting in de Nederlandse praktijk geen rol van betekenis speelt. Immers in de praktijk liggen bij eengezinswoningen het (individuele) toegangspunt en het netwerkaansluitpunt doorgaans in dezelfde fysieke (meter)ruimte. Er is, met andere woorden, bij eengezinswoningen praktisch geen afstand te overbruggen tussen deze punten. Voor alle overige gebouwen gelden eveneens de relevante verplichtingen uit de verordening, voor zover deze niet binnen de categorieën en soorten gebouwen vallen die op grond van de verordening in dit wijzigingsbesluit zijn uitgesloten van de verplichtingen. In figuur 1 is afgebeeld hoe deze glasvezelklare fysieke infrastructuur voor eengezins- en meergezinswoningen eruitziet.

Figuur 1. Fysieke glasvezelinfrastructuur bij eengezins- en meergezinswoningen

Figuur 1. Fysieke glasvezelinfrastructuur bij eengezins- en meergezinswoningen

Verder is ten opzichte van de richtlijn breedband nieuw dat de verplichtingen ook gelden voor gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. Het besluit bevat in lijn met artikel 10, derde lid, van verordening echter een uitzonderingsmogelijkheid voor de situatie waarbij de naleving van de verplichting technisch onhaalbaar is of de kosten van de verbouwing door de naleving onevenredig zou verhogen.

2.2 Uitzonderingen

In lijn met het zevende en achtste lid van artikel 10 van de verordening worden enkele gebruiksfuncties en type gebouwen uitgezonderd omdat de verplichting niet bijdraagt aan het doel van de verordening. Dit is nieuw ten opzichte van de implementatie van de richtlijn breedband in het Bbl. Het gaat om:

  • Gebouwen of gedeelten van gebouwen zonder elektriciteit;

  • Bouwwerken voor landsverdediging of bescherming van de bevolking;

  • Gebouwen voor erediensten en religieuze activiteiten;

  • Bouwwerken met als gebruiksfunctie:

    • Lichte industriefuncties (d.w.z.: kassen, stallen ed.);

    • Woonfunctie voor studenten;

    • Bouwwerken geen gebouw zijnde (bijv. een tunnel of een brug);

    • Overige gebruiksfunctie;

  • Nevengebruiksfuncties van gebruiksfuncties die vallen onder regels van de GIV.

Gebouwen of gedeelten daarvan zonder elektriciteit vallen buiten het bereik van de toepassing van deze verordening, omdat voor een VHC-netwerk een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit een voorwaarde is. Bouwwerken voor landsverdediging of bescherming, zoals defensiegebouwen, worden uitgezonderd in verband met nationale veiligheidsdoeleinden. Het gaat dan in ieder geval om militaire terreinen en terreinen met een militair object als bedoeld in de artikelen 5.150, eerste lid, en 7.6, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Gebouwen voor erediensten en religieuze activiteiten worden uitgezonderd, omdat een VHC-netwerk hier doorgaans niet gewenst of noodzakelijk is. In gebouwen met de woonfunctie voor studenten geldt dat de toegepaste techniek niet bijdraagt aan het doel van de verordening. Dergelijke gebouwen worden veelal voorzien van (collectieve) voorzieningen. Aanleg van een voorziening per woning of wooneenheid is in bijna alle gevallen een sterk kostenverhogende factor, zowel wat betreft de bouwkosten als wat betreft het beheer. Deze subgebruikfuncties worden daarom uitgezonderd.

Bij de woonfunctie voor zorg heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om op verzoek van een aanvrager in specifieke gevallen via een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift toe te staan dat (delen van) de regels buiten toepassing worden gelaten. Doel hiervan is om in specifieke gevallen de aansluiting van individuele woningen in een woonfunctie voor zorg uit te kunnen sluiten van de verplichting tot het aanleggen van een glasvezelverbinding. Het verzoek om deze maatwerkbevoegdheid in de regels op te nemen is gedaan door de Brancheorganisaties Zorg (verder: BoZ). BoZ geeft aan dat het wenselijk en noodzakelijk is om in specifieke gevallen (oneigenlijk) gebruik van internet en de daarover lopende diensten voor bewoners tegen te gaan. Daarnaast kan het ook gaan om het voorkomen van dubbele infrastructuur als de zorgaanbieder genoodzaakt is om een eigen, niet-openbaar netwerk aan te leggen. Bijvoorbeeld om voor de veiligheid van de bewoners een zeer hoge mate van bedrijfszekerheid te kunnen garanderen of als de reguliere aanbieders via de openbare infrastructuur hun diensten niet (snel genoeg) aan kunnen bieden in geval van regelmatig voorkomende spoed- en/of tijdelijke opnames.

De overige gebruiksfuncties, zoals kleed- en doucheruimten in een sporthal, bergingen bij woningen of transformatorhuisjes, en lichte industriefunctie, zoals opslagloodsen, kassen en stallen, zijn uitgezonderd omdat het verblijven van personen in deze gebruiksfuncties een ondergeschikte rol speelt. Ook nevengebruiksfuncties zijn uitgezonderd, omdat een nevengebruiksfunctie ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie, die wel een eigen fysieke glasvezelinfrastructuur heeft. Als bijvoorbeeld sprake is van een garage bij een woning of een winkelfunctie met daarbij een kantoorfunctie, is een extra fysieke glasvezelinfrastructuur niet vereist. Ook in bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals tunnels en bruggen, is een VHC-verbinding niet noodzakelijk, omdat personen hier niet voor langere tijd verblijven.

Monumenten (al dan niet voorbeschermd, op gemeentelijk, provinciaal, en rijksniveau) worden niet specifiek uitgezonderd van de regels voor de aanleg van VHC-netwerken. Hierbij geldt wel de hoofdregel zoals bepaald in artikel 2.8 Bbl dat de regels van het Bbl niet van toepassing zijn daar waar deze afwijken van voorschriften in een rijksmonumentenvergunning of een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument.

Meer informatie over de verplichtingen en uitzonderingen op grond van dit wijzigingsbesluit is te vinden op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (www.iplo.nl).7

2.3 Technische specificaties

Ten opzichte van de richtlijn breedband is daarnaast nieuw in artikel 10, vierde lid, van de verordening opgenomen dat lidstaten in overleg met de belanghebbende partijen en op basis van de beste praktijken van de sector relevante normen of technische specificaties vaststellen die nodig zijn om aan de verplichtingen uit de verordening te kunnen voldoen. Die technische specificaties geven een nadere invulling aan de verplichtingen die voortvloeien uit de gigabitinfrastructuurverordening. Op grond van de verordening betreft het ieder geval een nadere invulling van:

  • a) de specificaties van het toegangspunt van het gebouw en de specificaties van de glasvezelinterface;

  • b) de kabelspecificaties;

  • c) de contactdoosspecificaties;

  • d) de specificaties van leidingen of microducts 8;

  • e) de technische specificaties die nodig zijn om interferentie met elektrische bekabeling te voorkomen;

  • f) de minimale buigradius van leidingen;

  • g) technische specificaties voor de installatie van de bekabeling.

Conform artikel 10, vierde lid, van de verordening worden de technische specificaties tot stand gebracht in samenwerking met belanghebbenden partijen. In artikel 4.245, derde lid, Bbl is een expliciete grondslag opgenomen om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen over de eisen opgenomen in artikel 4.245, eerste en tweede lid, Bbl. De technische specificaties zullen daarmee als uitvoeringseisen in de Omgevingsregeling landen.

De verwachting is dat de bouw- en aanlegpraktijk van de benodigde inpandige infrastructuur niet of nauwelijks zal wijzigen als gevolg van de technische specificaties.

3. Verhouding tot ander recht

De Omgevingswet en het Bbl

Het Bbl, dat door met dit besluit gewijzigd wordt, is onderdeel van het stelsel van de Omgevingswet. Andere onderdelen van het stelsel zijn onder andere het Besluit activiteiten leefomgeving en de Omgevingsregeling. Het Bbl bevat regels over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruiken en in stand houden van bouwwerken (artikel 4.3, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet). In het Bbl is onderscheid gemaakt tussen regels over bestaande bouwwerken (hoofdstuk 3 Bbl), nieuwbouw (hoofdstuk 4), verbouw, verplaatsing en functiewijziging (hoofdstuk 5) en het gebruik van bouwwerken (hoofdstuk 6). De voorschriften voor een fysieke glasvezelinfrastructuur gelden voor nieuwbouw en, onder omstandigheden, voor verbouw. De wijzigingen hebben dan ook enkel betrekking op de hoofdstukken 4 en 5 van het Bbl.

Richtlijn (EU) 2018/1972

Voor de toepassing van gigabitinfrastructuurverordening zijn de definities van Richtlijn (EU) 2018/1972 (Europees wetboek voor elektronische communicatie)9 van toepassing, in het bijzonder de definities van «elektronischecommunicatienetwerk », «netwerk met zeer hoge capaciteit », «openbaar elektronischecommunicatienetwerk», «netwerkaansluitpunt », «bijbehorende faciliteiten», «eindgebruiker», «beveiliging van netwerken en diensten», «toegang» en «exploitant.

Richtlijn 2010/31/EU

Voor de verplichting om bij verbouw een fysieke glasvezelinfrastructuur aan te leggen, wordt verwezen naar het begrip «een ingrijpende renovatie», als bedoeld in de Richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD-III).

Gigabitinfrastructuurverordening

Uiteraard bevat het onderliggende besluit ook definities uit de gigabitinfrastructuurverordening zelf. Voor de definitiebepalingen kan worden teruggegrepen op die verordening.

4. Gevolgen van dit besluit

4.1 Algemeen

Dit wijzigingsbesluit heeft invloed op de regeldruk voor bedrijven en overheden.

4.2 Uitvoeringslasten voortvloeiend uit de verordening

De Europese Commissie heeft een impactanalyse uitgevoerd naar de gevolgen voor de regelgeving van de verordening als geheel, maar niet van de specifieke regeldrukgevolgen voor de gebouwde omgeving. De inschatting is echter dat de gevolgen van dit wijzigingsbesluit beperkt zijn voor woningen en andere gebouwen, omdat de verplichtingen niet wezenlijk afwijken van de al bestaande verplichtingen en bouwpraktijk. Bij nieuwbouw maar ook bij ingrijpende verbouwingen wordt in de regel al voorzien in aanleg van een fysieke gigabitinfrastructuur. Het is daarom niet de verwachting dat dit besluit voor bedrijven of burgers leidt tot nieuwe kosten ter kennisname. Hoewel dit besluit de aanleg van een fysieke gigabitinfrastructuur bij ingrijpende verbouwing nu wel verplicht, geldt er een uitzondering voor gevallen waarin het technisch niet haalbaar is en de naleving onevenredig hoge kosten met zich meebrengt. De verwachte aanvullende nalevingskosten zijn dan ook minimaal.

4.3 Lastenonderzoek Cebeon artikel 10 verordening

Door Cebeon is een impactanalyse gemaakt over de (veranderende) verplichtingen voor gemeenten voortvloeiend uit artikel 10 van de gigabitinfrastructuurverordening.10 In de impactanalyse is opgenomen dat de uitvoering van bouw- en woningtoezicht zal moeten worden aangepast aan het Bbl met betrekking tot glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, glasvezelbekabeling en een toegangspunt voor meergezinswoningen, waarop elke woning kan worden aangesloten. Deze gewijzigde regelgeving blijft onderdeel van het reguliere bouw en woningtoezicht van gemeenten. De werkzaamheden van de gemeente wijzigen daardoor niet, waardoor er geen effect is op de structurele kosten van gemeenten. Er zal aan de gewijzigde voorschriften moeten worden getoetst. Aan de procedure hoe gemeenten de veranderende norm moeten controleren moet door gemeenten nog nader invulling aan worden gegeven. Gemeenten dienen ook kennis te nemen van de nieuwe norm en eventueel het lokale (werk)proces hieraan aan te passen. Aangezien het om een beperkte wijziging gaat, worden specifiek hiervoor door Cebeon geen noemenswaardige eenmalige kosten voorzien.

5. Toezicht en handhaving

Het toezicht op en de handhaving van de betreffende eisen uit het Bbl worden primair uitgevoerd door de gemeente. Zij beschikken hiertoe over de bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden zoals opgenomen in de Omgevingswet, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Gemeenten hebben beleidsruimte met betrekking tot de wijze waarop zij invulling geven aan het toezicht en de handhaving van de eisen uit het Bbl. Dit geldt ook voor de via dit wijzigingsbesluit in het Bbl opgenomen nieuwe of gewijzigde eisen. Hiermee wordt voldaan aan artikel 10, vijfde lid, gigabitinfrastructuurverordening.

6. Advies en consultatie

6.1 JTC

De voorgenomen wijzigingen in dit besluit zijn voorgelegd aan de Juridisch-Technische Commissie (JTC). Een grote diversiteit aan partijen neemt deel aan dit overlegplatform: de ontwerpende, toeleverende en uitvoerende bouw, vertegenwoordigers van de gebruikers en eigenaren van gebouwen en andere belangenorganisaties. Het JTC heeft in zijn vergadering van 13 maart 2025 commentaar gegeven op onderhavige wijziging van het Bbl.

Ten aanzien van deze wijziging is het JTC positief, maar het JTC vraagt wel aandacht voor de uitvoering in de praktijk en om een toelichting van de wijziging en enkele begrippen. Aansluitend op de inbreng van het JTC is in deze nota van toelichting meer toelichting gegeven over het doel van deze wijziging en hoe de eisen bijdragen aan dit doel. Er zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd en een figuur opgenomen zodat voor de uitvoeringspraktijk helder is wat de nieuwe eisen inhouden. Ook zijn enkele begrippen verduidelijkt en zijn op verzoek van de branche, met gebruikmaking van de uitzonderingsmogelijkheden die de verordening biedt, uitzonderingen opgenomen die buiten deze wijziging vallen.

Ten behoeve van de technische specificaties, die als bijlage in de Omgevingsregeling zal worden opgenomen, wordt het JTC separaat geconsulteerd.

6.2 Adviescollege toetsing regeldruk

Op 9 oktober 2025 heeft het Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: ATR of het college) advies uitgebracht over het ontwerpbesluit. Het eindoordeel van ATR was om het besluit niet vast te stellen, tenzij rekening is gehouden met de adviespunten van het college. Het college adviseert mogelijke andere uitzonderingen op de eisen aan de verordening nader te verkennen, het voorstel in (internet)consultatie te brengen en de regeldrukeffecten in beeld te brengen conform de Rijksbrede methodiek.

De adviespunten van het college lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. Dit wijzigingsbesluit voorziet slechts in de operationalisering van de (bouwkundige) verplichtingen die volgen uit de gigabitinfrastructuurverordening. Met het voorliggende besluit zijn deze verplichtingen opgenomen in de Nederlandse bouwregelgeving en in dit verband afdwingbaar. Het betreft hier de een op een overname van die eisen uit de gigabitinfrastructuurverordening, zonder beleidsruimte.

Waar de verordening de mogelijkheid biedt om de verplichtingen te beperken, worden deze aangegrepen. Zo voorziet het voorliggende besluit in een uitzondering voor bepaalde gebouwen en een maatwerkmogelijkheid bij ingrijpende renovatie. De uitzonderingsmogelijkheden zijn echter beperkt, omdat de nalevingskosten bij nieuwbouw marginaal zijn. Een verdere verkenning, bijvoorbeeld via internetconsultatie, wordt dan ook niet zinvol geacht.

Omdat de verordening lastenluw wordt uitgevoerd, biedt een meer kwalitatieve regeldrukbeoordeling weinig meerwaarde. Bovendien zal het voorliggende besluit slechts beperkte gevolgen hebben voor de bestaande bouwpraktijk.

Overigens zal de wijziging van de Omgevingsregeling, die de uitvoeringstechnische voorschriften bevat, wel in internetconsultatie worden gebracht. Belanghebbenden worden zo in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Deze wijziging zal ook een inschatting van de regeldrukgevolgen, ook in relatie met de verplichtingen uit het voorliggende besluit, bevatten.

6.3 Internetconsultatie en MKB-toets

Omdat dit wijzigingsbesluit de verplichtingen uit de verordening strikt uitvoert, is afgezien van een internetconsultatie en een MKB-toets.

6.4 Code interbestuurlijke verhoudingen

De VNG is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept van dit wijzigingsbesluit, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

7. Overgangsrecht en inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Omdat de verplichtingen uit artikel 10 van de gigabitinfrastructuurverordening gelden vanaf 12 februari 2026, is geen toepassing gegeven aan het beleid met betrekking tot vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen.

In dit besluit is niet voorzien in specifiek overgangsrecht. Op grond van artikel 8.3 Bbl, dat algemeen overgangsrecht bevat, worden aanvragen en meldingen beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold ten tijde van het indienen van die aanvraag of het doen van die melding.

II. Artikelsgewijs deel

Artikel I

Onderdeel A

Het realiseren van een fysieke glasvezelinfrastructuur in nieuwbouw is een verplichting die voortvloeit uit de gigabitinfrastructuurverordening en waarvan, behoudens binnen de uitzonderingen uit de verordening zelf, niet kan worden afgeweken. In dit onderdeel is daarom bepaald dat over artikel 4.245 geen maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de wet kan worden gesteld. Omdat het voor de woonfunctie voor zorg onder omstandigheden wel gewenst kan zijn dat van de verplichting wordt afgezien, is hiervoor een maatwerkmogelijkheid gecreëerd.

Onderdeel B

Omdat de gigabitinfrastructuurverordening dwingend voorschrijft hoe de fysieke glasvezelinfrastructuur dient te worden gerealiseerd, is er geen ruimte voor een alternatieve oplossing. Een gelijkwaardige maatregel is daarom in dit onderdeel uitgesloten.

Onderdeel C

Het eerste lid van het aansturingsartikel bepaalt dat een (nieuw) gebouw met een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit voorzieningen moet hebben voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk met zeer hoge capaciteit. Het (doel)voorschrift is alleen van toepassing op nieuwe gebouwen en dus niet op bouwwerken geen gebouw zijnde (zoals tunnels of bruggen).

Het tweede lid bepaalt dat een gebruiksfunctie aan de functionele eis uit het eerste lid voldoet door naleving van de regels van deze paragraaf, voor zover tabel 4.244 die voorschriften aanstuurt. Uit artikel 4.4 Bbl volgt dat het aansturingsartikel niet van toepassing is op een gebruiksfunctie waarvoor geen regel is opgenomen in de tabel.

Onderdeel D

Uit artikel 4.245 volgt de inhoudelijke verplichting tot het realiseren van een fysieke glasvezelinfrastructuur in nieuwe gebouwen. Artikel 10, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening schrijft voor dat nieuwe gebouwen worden uitgerust met een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling, met inbegrip van aansluitingen tot het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk. Artikel 10, tweede lid, van de verordening bepaalt ook dat ieder woongebouw dient te worden voorzien van een toegangspunt. Een woongebouw is volgens het Bbl een gebouw of gedeelte daarvan met alleen woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een woonfunctie ligt die is aangewezen op een gemeenschappelijke verkeersroute. Het begrip komt daarmee overeen met het begrip meergezinswoning uit de verordening.

Door overname in het eerste respectievelijk tweede lid van artikel 4.245 van het Bbl worden deze (Europese) voorschriften daadwerkelijk afdwingbaar bij bouwactiviteiten in Nederland. Nu de verordening de omvang van de verplichting bepaalt, is aangesloten bij de (letterlijke) tekst van de verordening.11 Dit betekent dat voor de precieze reikwijdte van de verplichtingen ook de definities uit de verordening moeten worden geraadpleegd (artikel 2 van de verordening), bijvoorbeeld de definities «fysieke binnenhuisinfrastructuur», «binnenhuisglasvezelbekabeling» en «toegangspunt».

Artikel 4.245, derde lid, lid bepaalt dat de fysieke glasvezelinfrastructuur voldoet aan de technische specificaties (of relevante normen), die de lidstaten op grond van artikel 10, vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening vaststellen. Deze specificaties zullen voor de inwerkingtreding van dit besluit worden bekendgemaakt in de Omgevingsregeling.

Artikel 4.245, vierde lid, benoemt bepaalde categorieën van gebouwen die zijn uitgezonderd van de verplichting om bij nieuwbouw een fysieke glasvezelinfrastructuur te realiseren. Het betreft (gedeelten van) bouwwerken voor de landsverdediging of bescherming van de bevolking en voor erediensten en religieuze activiteiten. Daarnaast worden nevengebruiksfuncties uitgezonderd. Zo bestaat een winkel veelal ook uit een aantal nevengebruiksfuncties van de winkelfunctie. De kantine van de winkel is een bijeenkomstfunctie, het kantoor een kantoorfunctie en de opslag een industriefunctie. Alleen de winkelfunctie zelf behoeft te beschikken over een fysieke glasvezelinfrastructuur. Deze mag overigens wel gelegen zijn in een van die nevengebruiksfuncties. Bij gebouwen met meerdere zelfstandige gebruiksfuncties, moet iedere gebruiksfunctie wel een eigen fysieke glasvezelinfrastructuur hebben. Als bijvoorbeeld sprake is van een winkelfunctie met daarboven een kantoorfunctie die niet bij de winkel hoort, moeten beide functies een eigen fysieke glasvezelinfrastructuur hebben.

Artikel 4.245, vijfde lid, vervangt artikel 4.245, tweede lid, dat een niet-gemeenschappelijke plaats voor een netwerkaansluitpunt voor aansluiting op een openbaar telecommunicatienetwerk voorschreef. Deze eis volgt niet direct uit de gigabitinfrastructuurverordening, maar een dergelijke ruimte blijft gewenst. De afmetingen van deze ruimte zijn met het oog op de vaststelling van de technische normen beperkt gewijzigd.

Onderdeel E

Artikel 4.246 is vervallen, omdat dit artikel, dat voor gebouwen een fysieke binnenhuisinfrastructuur verplichtte, inmiddels is opgenomen in het artikel 4.244.

Onderdeel F en G

Artikel 5.21e bepaalt dat de verplichtingen uit artikel 4.224 en 4.245 ook gelden bij een ingrijpende renovatie in de zin van de richtlijn energieprestatie gebouwen. Deze verplichting, die enkel geldt voor deze specifieke vorm van verbouw, volgt uit artikel 10, derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening. Het voorschrift geldt alleen als de kosten van de renovatiewerken niet onevenredig worden verhoogd en de uitvoering technisch haalbaar is. In artikel 5.3a, eerste lid, is daarom de mogelijkheid tot een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift geïntroduceerd. Met het oog op deze voorwaarden kan het bevoegd gezag via dit instrument een soepelere (of geen) eis opleggen. Een maatwerk- of vergunningvoorschrift geeft de aanvrager de zekerheid dat de verplichting in het specifieke geval niet hoeft te worden nagekomen.

Omdat op grond van artikel 5.4, vierde lid, Bbl in combinatie met artikel 2.27, eerste lid, onder b, van het Bbl het aanpassen van de fysieke glasvezelinfrastructuur vergunningvrij is, kan er naar huidig Nederlands recht geen sprake zijn van ingrijpende renovatiewerken in de zin van de verordening. De verplichtingen uit artikel 10, eerste en tweede lid, van de verordening zijn daarom alleen voor nieuwe gebouwen respectievelijk meergezinswoningen van toepassing. Op grond van artikel 10, derde lid, van de verordening gelden de verplichtingen evenwel bij ingrijpende renovatiewerken, zoals gedefinieerd in de richtlijn energieprestatie gebouwen, voor zover de nakoming technisch haalbaar is en de renovatiekosten daardoor niet onevenredig worden verhoogd. Een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, een binnenhuisglasvezelbekabeling en (eventueel) een toegangspunt zijn dus onder omstandigheden ook bij verbouw verplicht. Er is sprake van een «ingrijpende renovatie» wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil, bepaald volgens ISSO 75.1, wordt verbouwd en deze verbouw de integrale bouwschil betreft (artikel 5.20, vijfde lid, Bbl). De verplichting in het kader van de (ingrijpende) verbouw is nieuw ten opzichte van de richtlijn breedband.

Onderdeel H

In dit onderdeel is geregeld dat in bijlage I, onder A, het begrip (de begripsbepaling) «richtlijn breedband» vervalt en het begrip (de begripsbepaling) «gigabitinfrastructuurverordening» wordt ingevoegd.

III. Transponeringstabel artikel 10 van de gigabitinfrastructuurverordening

Bepaling verordening

Bepaling in wetsvoorstel of bestaande regeling

Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte

Artikel 10, eerste en tweede lid (Fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling)

Artikel 4.244 en 4.245, eerste en tweede lid

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Artikel 10, derde lid (Ingrijpende renovatiewerken zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Richtlijn 2010/31/EU)

Artikel 5.21e

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Artikel 10, vierde lid (Technische normen en specificaties)

Artikel 4.245, derde lid, en Omgevingsregeling

Beperkte beleidsruimte bij de vaststelling van de technische normen en specificaties, die bij ministeriële regeling worden gesteld.

Hier niet van toepassing

Artikel 10, vijfde lid (Naleving technische normen en specificaties)

Niet

Bepaling is gericht op toezicht op de naleving en handhaving.

In het kader van het toezicht en de handhaving beschikken bevoegde gezagen over de gebruikelijke juridische instrumenten.

Artikel 10, zesde lid («Glasvezelklaar»-label)

Niet

Er wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een «Glasvezelklaar»-label in te voeren.

Nederland kiest ervoor, vanwege het uitgangspunt van minimumimplementatie, dit label niet in te voeren.

Artikel 10, zevende lid (Verplichtingen buiten toepassing op bepaalde categorieën gebouwen)

Artikel 4.244 en 4.245

Lidstaat stelt normen vast en wijzen categorieën gebouwen aan waar verplichtingen betreffende de fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling niet van toepassing op zijn.

Zie hoofdstuk 2, onder 2.2 uitzonderingen, van deze Nota van Toelichting

Artikel 10, achtste lid (Specifieke categorieën gebouwen vrijgesteld van de verplichtingen)

Artikel 4.244 en 4.245

Lidstaat stelt normen vast en wijzen categorieën gebouwen aan waar verplichtingen betreffende de fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling niet van toepassing op zijn.

Zie hoofdstuk 2.2, onder uitzonderingen, van deze Nota van Toelichting

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Artikel 19, derde lid, onder c, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
2

Artikel 2, onder 8, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
3

Artikel 2, onder 7, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
4

Artikel 2, onder 7, verstaat onder fysieke binnenhuisinfrastructuur: «fysieke infrastructuur of installaties op de locatie van de eindgebruiker, met inbegrip van elementen die gemeenschappelijk eigendom zijn, die bestemd zijn om er vaste en/of draadloze toegangsnetwerken in onder te brengen, voor zover die netwerken elektronischecommunicatiediensten kunnen leveren en door middel waarvan het toegangspunt van het gebouw kan worden aangesloten op het netwerkaansluitpunt».

X Noot
5

Artikel 10, tweede lid, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
6

In het oorspronkelijke artikel 4.245, eerste lid, Bbl werd gesproken over een «toegangspunt», terwijl hier het netwerkaansluitpunt werd bedoeld.

X Noot
7

Het Informatiepunt Leefomgeving fungeert als centraal informatiepunt als bedoeld in artikel 10, achtste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
8

Kleine buizen die worden gebruikt voor de installatie van glasvezelkabels.

X Noot
9

Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking).

X Noot
10

Rapport «Impactanalyse financiële en bestuurlijke gevolgen van de verplichtingen uit de Gigabit Infrastructure Act (GIA) op medeoverheden», Cebeon, 1 april 2025.

X Noot
11

Omdat de voorschriften uit artikel 10, eerste, tweede en derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening pas afdwingbaar worden bij overname in het Bbl, is er geen sprake van overtreding van het «overschrijfverbod» van bepalingen uit verordeningen.


X Noot
1

Artikel 19, derde lid, onder c, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
2

Artikel 2, onder 8, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
3

Artikel 2, onder 7, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
4

Artikel 2, onder 7, verstaat onder fysieke binnenhuisinfrastructuur: «fysieke infrastructuur of installaties op de locatie van de eindgebruiker, met inbegrip van elementen die gemeenschappelijk eigendom zijn, die bestemd zijn om er vaste en/of draadloze toegangsnetwerken in onder te brengen, voor zover die netwerken elektronischecommunicatiediensten kunnen leveren en door middel waarvan het toegangspunt van het gebouw kan worden aangesloten op het netwerkaansluitpunt».

X Noot
5

Artikel 10, tweede lid, gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
6

In het oorspronkelijke artikel 4.245, eerste lid, Bbl werd gesproken over een «toegangspunt», terwijl hier het netwerkaansluitpunt werd bedoeld.

X Noot
7

Het Informatiepunt Leefomgeving fungeert als centraal informatiepunt als bedoeld in artikel 10, achtste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.

X Noot
8

Kleine buizen die worden gebruikt voor de installatie van glasvezelkabels.

X Noot
9

Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking).

X Noot
10

Rapport «Impactanalyse financiële en bestuurlijke gevolgen van de verplichtingen uit de Gigabit Infrastructure Act (GIA) op medeoverheden», Cebeon, 1 april 2025.

X Noot
11

Omdat de voorschriften uit artikel 10, eerste, tweede en derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening pas afdwingbaar worden bij overname in het Bbl, is er geen sprake van overtreding van het «overschrijfverbod» van bepalingen uit verordeningen.

Naar boven