Besluit van 18 februari 2026 tot wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit politiegegevens ter implementatie van richtlijn (EU) 2023/2123 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad met het oog op de aanpassing ervan aan de Unievoorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens [KetenID WGK027737]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 17 oktober 2025, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 6779335;

Gelet op artikel 15a, tweede lid, van de Wet politiegegevens en de artikelen 16, derde lid, en 39ga, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 januari 2026, nr. W16.25.00318/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 13 februari 2026, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 7128828;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 36 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij Verordening (EU) 2016/794, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. De vorige zin is niet van toepassing voor zover het doorzenden van de gegevens voortvloeit uit een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of om het doorzenden van de gegevens is verzocht op grond van een toepasselijk verdrag.

B

Aan artikel 42 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Europol met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij die verordening, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening.

C

Na artikel 42 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 42a

Justitiële en strafvorderlijke gegevens betreffende terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht die via Europol van andere lidstaten worden ontvangen en twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van die misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij de Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016.

ARTIKEL II

Het Besluit politiegegevens wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 5:3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 11. De doorzending van politiegegevens met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. De vorige zin is niet van toepassing voor zover het doorzenden van de gegevens voortvloeit uit een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of om het doorzenden van de gegevens is verzocht op grond van een toepasselijk verdrag.

B

In artikel 5:7 wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De doorzending van politiegegevens aan Europol met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 en 83b van het wetboek van Strafrecht en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij die verordening, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening.

C

Na artikel 5:7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5:7a. Ontvangst van politiegegevens van andere lidstaten via Europol

Politiegegevens betreffende terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht die via Europol van andere lidstaten worden ontvangen en twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van die misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 februari 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, C. van Bruggen

Uitgegeven de zevenentwintigste februari 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Richtlijn (EU) 2023/2123

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit politiegegevens in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2123 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad met het oog op de aanpassing ervan aan de Unievoorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens (hierna: de richtlijn). De richtlijn voorziet in een aantal aanvullingen van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad van 20 september 2005 betreffende informatie-uitwisseling en samenwerking in verband met strafbare feiten van terroristische aard, met het oog op de aanpassing van het acquis van de voormalige derde pijler aan de actuele gegevensbeschermingsregels van de EU.

Om een consistente aanpak van de bescherming van persoonsgegevens in de EU te waarborgen, moet dat besluit worden gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met Richtlijn (EU) 2016/680 betreffende de verwerking van persoonsgegevens in het politie- en justitiedomein. Deze aanvullingen bestaan met name daaruit dat wordt verduidelijkt voor welke doelen de persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke onderzoeken naar strafbare feiten van terroristische aard die twee of meer EU-lidstaten treffen of kunnen treffen, kunnen worden verwerkt en welke categorieën persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld, waarbij rekening wordt gehouden met de operationele behoeften van de betrokken autoriteiten (zie overweging 2 bij de richtlijn).

De richtlijn verplicht de lidstaten de nodige wettelijke bepalingen in werking te laten treden om uiterlijk op 1 november 2025 aan de richtlijn te voldoen.

Wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit politiegegevens

Het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Bjsg) stelt nadere regels voor de verwerking van (onder meer) justitiële en strafvorderlijke gegevens. In hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 6 van het Bjsg zijn regels opgenomen met betrekking tot de doorzending van (onder meer) justitiële en strafvorderlijke gegevens binnen de EU. Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 16 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Het Besluit politiegegevens (hierna: Bpg) stelt nadere regels voor de verwerking van politiegegevens. In Paragraaf 5a van het Bpg zijn regels opgenomen met betrekking tot de doorzending van politiegegevens binnen de EU. Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 15a van de Wet politiegegevens.

De implementatie van de richtlijn vergt op twee punten wijzigingen van het Bjsg en het Bpg: (1) een verduidelijking welke categorieën persoonsgegevens aan Europol en aan bevoegde autoriteiten in andere lidstaten mogen worden verstrekt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven en andere strafbare feiten, en (2) voor welke doeleinden persoonsgegevens die Nederland via Europol ontvangt van andere lidstaten mogen worden verwerkt. Met het onderhavige besluit wordt hieraan uitvoering gegeven.

Bij het eerste punt gaat het om aanvullingen van de artikelen 36 en 42 van het Bjsg en de artikelen 5:3 en 5:7 van het Bpg waarin momenteel nadere regels zijn gesteld over de doorzending van politiegegevens aan bevoegde autoriteiten in de lidstaten en Europol. Het tweede punt wordt geïmplementeerd in het Bjsg en Bpg middels een nieuw artikel over de ontvangst van gegevens van lidstaten via Europol (artikel 42a Bjsg en 5:7a Bpg).

Met betrekking tot het eerste punt moet nog het volgende worden opgemerkt. De richtlijn voegt bepalingen toe aan het vierde en zesde lid van artikel 2 van Besluit 2005/671/JBZ die de uit te wisselen gegevens tussen de lidstaten en Europol en tussen de lidstaten onderling beperkt tot de persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016 (hierna: de Europol-verordening). Aangezien punt 2 betrekking heeft op, kort gezegd, (mogelijke) verdachten en veroordeelden, begrijpt de regering deze bepaling zo dat de beperking van de uitwisseling van persoonsgegevens ziet op die categorieën personen. Het verstrekken van persoonsgegevens is derhalve beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn opgesomd in punt 2 van bijlage II, deel B van de Europol-verordening.

Voor het overige is de richtlijn geïmplementeerd door middel van bestaande regelgeving op de wijze als aangegeven in de aan het einde van deze nota van toelichting opgenomen transponeringstabel.

Financiële gevolgen en uitvoeringsconsequenties

De in dit wijzigingsbesluit voorziene aanpassingen van het Bpg en Bjsg hebben geen financiële en uitvoeringsgevolgen. De wijzigingen leggen een staande praktijk vast.

Adviezen

De Autoriteit Persoonsgegevens is in de gelegenheid gesteld over het ontwerp van het besluit te adviseren. De Autoriteit Persoonsgegevens had geen opmerkingen. Het ontwerp van het besluit is verder niet opengesteld voor (internet)consultatie, omdat het besluit dient ter (verplichte) implementatie van EU-regelgeving.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en B

Deze onderdelen voorzien, ter implementatie van artikel 2, tweede lid, onder c en d, van de richtlijn, in een aanvulling van de artikelen 36 en 42 Bjsg met betrekking tot de categorieën persoonsgegevens die aan respectievelijk bevoegde autoriteiten in andere EU-lidstaten en Europol mogen worden verstrekt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven en andere strafbare feiten.

De aanvulling van artikel 36 Bjsg is niet van toepassing indien het verstrekken van gegevens aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat voortvloeit uit een EU instrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken (zoals bijvoorbeeld de richtlijn inzake het Europees onderzoeksbevel) of dient ter uitvoering van een verzoek op grond van een tussen Nederland en een andere EU lidstaat toepasselijk verdrag.

Onderdeel C

Het Bjsg bevat momenteel geen bepaling over de ontvangst van justitiële en strafvorderlijke gegevens van andere lidstaten via Europol. Ter implementatie van artikel 2 lid 2 onder b van de richtlijn is daarom een nieuw artikel 42a ingevoegd. Persoonsgegevens die Nederland van andere lidstaten ontvangt via Europol betreffende strafrechtelijke onderzoeken naar terroristische misdrijven die twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen mogen uitsluitend verwerkt worden met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij de Europol-verordening.

Artikel II

Onderdelen A en B

Deze onderdelen voorzien, ter implementatie van artikel 2, tweede lid, onder c en d, van de richtlijn, in een aanvulling van de artikelen 5:3 en 5:7 Bpg met betrekking tot de categorieën persoonsgegevens die aan respectievelijk bevoegde autoriteiten in andere EU-lidstaten en Europol mogen worden verstrekt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven en andere strafbare feiten.

De aanvulling van artikel 5:3 Bpg is niet van toepassing indien het verstrekken van gegevens aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat voortvloeit uit een EU instrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken (zoals bijvoorbeeld de richtlijn inzake het Europees onderzoeksbevel) of dient ter uitvoering van een verzoek op grond van een tussen Nederland en een andere EU lidstaat toepasselijk verdrag.

Onderdeel C

Het Bpg bevat momenteel geen bepaling over de ontvangst van politiegegevens van andere lidstaten via Europol. Ter implementatie van artikel 2 lid 2 onder b van de richtlijn is daarom een nieuw artikel 5:7a ingevoegd na artikel 5:7 Bpg.

Persoonsgegevens die Nederland van andere lidstaten ontvangt via Europol betreffende strafrechtelijke onderzoeken naar terroristische misdrijven die twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen mogen uitsluitend verwerkt worden met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij de Europol-verordening.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op de dag na dag van publicatie in het Staatsblad. Hiermee wordt, conform Aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, afgeweken van de vaste verandermomenten van regelgeving, nu het gaat om de implementatie van EU-regelgeving.

Transponeringstabel

Transponeringstabel behorende bij de implementatie van richtlijn (EU) 2023/2123 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad met het oog op de aanpassing ervan aan de Unievoorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens (PbEU L2123).

Bepaling richtlijn (EU) 2023/2123

Bepaling Nederlandse wetgeving

Toelichting

Artikel 1 lid 1 onder a

Naar zijn aard behoeft deze bepaling geen implementatie.

Artikel 1 lid 1 onder b

artikel 140a Wetboek van Strafrecht

Deze bepaling is geïmplementeerd d.m.v. bestaand recht.

Artikel 1 lid 2 onder a

Naar zijn aard behoeft deze bepaling geen implementatie.

Artikel 1 lid 2 onder b

nieuw: artikelen 42a Bjsg en 5:7a Bpg

Artikel 1 lid 2 onder c

nieuw: artikelen 42, lid 4, Bjsg en 5:7, lid 3, Bpg

Artikel 1 lid 2 onder d

nieuw: artikelen 36, lid 5, Bjsg en 5:3, lid 11, Bpg

Artikelen 2 t/m 4

Naar hun aard behoeven deze bepalingen geen implementatie.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte

Naar boven