Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 5 februari 2026, nr. 2026-0000032995;
Gelet op artikel 6.1, eerste lid en lid 3a, van de Wet hersteloperatie toeslagen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
’s-Gravenhage, 10 februari 2026
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën,
S.Th.P.H. Palmen-Schlangen
Uitgegeven de zestiende februari 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
NOTA VAN TOELICHTING
In de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) is ingevolge de Wet verbetermaatregelen
toeslagen en aanpassing termijnen hersteloperatie toeslagen opgenomen dat een aanvraag
voor aanvullende compensatie of aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor werkelijke schade
door gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag wordt ingediend voor een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, of zes maanden na het onherroepelijk worden van de integrale
beoordeling als dat leidt tot een latere aanvraagdatum. In dit besluit worden de tijdstippen
vastgesteld waarvan in artikel 6.1, eerste lid en lid 3a, Wht is aangegeven dat deze
bij koninklijk besluit worden bepaald.
Allereerst is bepaald dat een aanvraag voor aanvullende compensatie of aanvullende
O/GS-tegemoetkoming voor werkelijke schade moet worden ingediend door gedupeerde aanvragers
van kinderopvangtoeslag voor 1 april 2026 (artikel 6.1, eerste lid, Wht). In de toelichting
bij de nota van wijziging op het wetsvoorstel Wet verbetermaatregelen toeslagen en
aanpassing termijnen hersteloperatie toeslagen is aangegeven dat het uitgangspunt
van het kabinet bij het vaststellen van een uiterste aanvraagdatum is dat gedupeerde
aanvragers van kinderopvangtoeslag voldoende de tijd – drie maanden – hebben vanaf
het moment dat er duidelijkheid is over de mogelijkheden rondom aanvullende schadecompensatie,
om zich te oriënteren op die mogelijkheden, en vervolgens een keuze te maken over
het indienen van een aanvraag.1 Met de openstelling van het Aanmeldportaal (25 november 2025) en MijnHerstel (2 december
2025) is het kabinet van mening dat de informatie die een gedupeerde aanvrager van
kinderopvangtoeslag nodig heeft om zich te oriënteren en een keuze te maken, beschikbaar
is. De datum van 1 april 2026 ligt circa vier maanden na deze openstellingsdata en
komt met een ruime marge tegemoet aan de gewenste periode van drie maanden uit de
bovengenoemde wetstoelichting. Het voornemen om de uiterste aanvraagdatum te stellen
op indiening voor 1 april 2026 is aangekondigd in de Kamerbrief over schadecompensatie
in de hersteloperatie van 25 november 2025.2
De uiterste aanvraagdatum in artikel 6.1, eerste lid, Wht hangt samen met de aanvraagtermijn
ingevolge artikel 6.1, lid 3a, Wht. Op grond van artikel 6.1, lid 3a, Wht is het mogelijk
om in afwijking van artikel 6.1, eerste lid, Wht een aanvraag voor aanvullende compensatie
of aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor werkelijke schade te doen tot zes maanden
na het onherroepelijk worden van de beschikking tot toepassing van een herstelmaatregel
in het kader van de integrale beoordeling. Deze aanvraagtermijn van zes maanden is
van toepassing indien die beschikking na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip
onherroepelijk is komen vast te staan. Ingevolge dit besluit wordt dat tijdstip bepaald
op 1 oktober 2025. Het tijdstip van 1 oktober 2025 ligt zes maanden voor het tijdstip
van 1 april 2026, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wht. Hierdoor blijft het mogelijk
om een aanvraag te doen voor aanvullende compensatie voor de werkelijke schade tot
zes maanden na het onherroepelijk worden van een beschikking tot toepassing van een
herstelmaatregel in het kader van de integrale beoordeling, indien dat leidt tot een
latere uiterste aanmelddatum voor die gedupeerde aanvrager van kinderopvangtoeslag
dan 1 april 2026.
De Staatssecretaris van Financiën,
S.Th.P.H. Palmen-Schlangen