Besluit van 26 juni 2026 tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het recht op aanpassing van de arbeidsduur met gebruikmaking van onbezoldigd verlof in verband met deeltijdarbeid als bedoeld in de Wet flexibel werken (Wijzigingsbesluit deeltijdverlof militairen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 12 mei 2026, nr. 2026001041;

Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Wet flexibel werken;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 27 mei 2026, no. W07.26.00122/II;

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 23 juni 2026, nr: MINDEF20260042883

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 61, tweede lid, onderdeel d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. buitengewoon verlof in het kader van deeltijdarbeid.

B

Aan artikel 63 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het verlof, bedoeld in artikel 61, tweede lid, onderdeel e, wordt verleend met inachtneming van de Wet flexibel werken en bij of krachtens de bepalingen in paragraaf 4c van dit hoofdstuk.

C

Aan artikel 65 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het verlof, bedoeld in artikel 61, tweede lid, onderdeel e, eindigt met inachtneming van paragraaf 4c.

D

In artikel 67, eerste lid, wordt na «als gevolg van het geheel of gedeeltelijk beëindigen van dat verlof krachtens artikel 65, vierde» ingevoegd «en vijfde».

E

In artikel 70, vierde lid, wordt telkens «het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen» vervangen door «artikel 87f».

F

In artikel 75, vierde lid, wordt telkens «het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen» vervangen door «artikel 87f».

G

In artikel 76, tweede lid, wordt «het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen» vervangen door «artikel 87f».

H

Na artikel 87e wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 4c. Buitengewoon verlof in het kader van deeltijdarbeid

Artikel 87f. Buitengewoon verlof in het kader van deeltijdarbeid
  • 1. De militair kan Onze Minister verzoeken om aanpassing van diens arbeidsduur, indien de militair tenminste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van die aanpassing in werkelijke dienst is.

  • 2. Aanpassing van de arbeidsduur vindt bij vermindering van de arbeidsduur plaats door het verlenen van buitengewoon verlof zonder behoud van militaire inkomsten in verband met deeltijdarbeid.

  • 3. Aanpassing van de arbeidsduur vindt bij vermeerdering van de arbeidsduur plaats door het beëindigen van het buitengewoon verlof, bedoeld in het tweede lid, of het aanpassen daarvan.

  • 4. Onze Minister kan een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur afwijzen of een verleend buitengewoon verlof als bedoeld in het tweede en derde lid tijdelijk opschorten, als naar diens oordeel een zwaarwegend dienstbelang dat vereist. Een dergelijke afwijzing of opschorting gaat vergezeld met een besluit.

  • 5. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 2, negende lid, van de Wet flexibel werken is van een zwaarwegend dienstbelang in ieder geval sprake bij varen, vliegen, oefenen, alsmede de inzet van de krijgsmacht, de voorbereiding daarop en voltijdse opleidingen in verband met het functioneren van de krijgsmacht.

  • 6. De artikelen 2, derde en vierde, zevende tot en met tiende, twaalfde, vijftiende en zestiende lid, en de artikelen 2a, 3 en 3a van de Wet flexibel werken zijn van overeenkomstige toepassing voor zover deze zien op een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur.

  • 7. Buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid dat is verleend op basis van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt geacht te zijn gebaseerd op dit artikel.

  • 8. Onze Minister kan verleend buitengewoon verlof in het kader van deeltijdarbeid in geval van buitengewone omstandigheden beëindigen.

Artikel 87g. Toepassing opschorting buitengewoon verlof in het kader van deeltijdarbeid
  • 1. Op aanvraag van de militair beslist Onze Minister dat gedurende een vooraf vastgestelde periode, geen gebruik wordt gemaakt van de opschorting, bedoeld in het vierde lid van artikel 87f.

  • 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt in ieder geval rekening gehouden met:

    • a. de aard van de huidige functie;

    • b. de capaciteit aan inzet gereed personeel van de eenheid;

    • c. het vaar-, vlieg- en oefenprogramma van de eenheid; en

    • d. de planning van de inzet van de eenheid.

  • 3. De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan binnen een redelijke termijn, doch uiterlijk binnen drie jaren na de beslissing op de aanvraag, en voor zover noodzakelijk onder toewijzing van een andere functie.

  • 4. De vooraf vast te stellen periode bedraagt in totaal maximaal zes jaar, doch deze periode kan worden gesplitst in meerdere periodes van minimaal één jaar.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

ARTIKEL II

Het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt ingetrokken.

ARTIKEL III INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

ARTIKEL IV CITEERTITEL

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit deeltijdverlof militairen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Uitgegeven de vijftiende juli 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

Op grond van de Wet flexibel werken (hierna: Wfw) is het voor militairen mogelijk om in deeltijd te werken. In artikel 2, tweede lid, Wfw is daarvoor een specifieke bepaling opgenomen waarin staat dat voor militairen het recht op aanpassing van de arbeidsduur geregeld moet worden bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van de minister van Defensie en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en dat de aanpassing van de arbeidsduur moet plaatsvinden met gebruikmaking van onbezoldigd verlof in verband met deeltijdarbeid (hierna: deeltijdverlof). Met de inwerkingtreding van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen (hierna: Baam) is in 2000 daaraan invulling gegeven.1

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 zijn in het kader van de vernieuwing van het personeelssysteem afspraken gemaakt om de instroom te verhogen en de uitstroom te verkleinen met als oogmerk het verhogen van de personele gereedheid. Een maatregel die hieraan bijdraagt, is het zorgdragen dat militairen hun werk en privé beter kunnen combineren. Afgesproken is dat het werken in deeltijd voor de militair nog steeds geschiedt via deeltijdverlof, maar dat er wel wordt vastgelegd onder welke expliciete voorwaarden deeltijdverlof al dan niet kan worden opgeschort of ingetrokken, zodat de militair meer zekerheid heeft met meer individuele keuzemogelijkheden. Deze afspraak is in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2024 nader geconcretiseerd. In het nieuwe artikel 87g het Algemeen militair ambtenarenreglement (hierna: AMAR) is neergelegd dat in aanvulling op de huidige vorm van deeltijdverlof een extra vorm van deeltijdverlof mogelijk is die meer zekerheid biedt aan de militair. Met deze nieuwe vorm wordt het mogelijk gemaakt dat op aanvraag van de militair kan worden beslist dat gedurende een vooraf vastgestelde periode, geen gebruik zal worden gemaakt van de bestaande mogelijkheid om verleend buitengewoon verlof in het kader van deeltijd op te schorten.

Als uitvloeisel van bovenstaande afspraak is tevens overeengekomen om de nieuwe vorm van deeltijdverlof alsmede de huidige bepalingen van het Baam inzake deeltijdverlof niet meer in een separaat besluit te regelen (Baam), maar integraal op te nemen in het AMAR waarin de rechtspositie van militairen inclusief de aanspraken en verplichtingen ten aanzien van verlof zijn opgenomen. Het nieuwe artikel 87f AMAR voorziet daarin en geeft thans invulling aan het gestelde in artikel 2, tweede lid Wfw, waarmee het Baam komt te vervallen.

Met onderhavig wijzigingsbesluit wordt aan het bovenstaande invulling gegeven.

Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel H

In artikel 87f AMAR zijn de artikelen die voorheen in het Baam stonden, inhoudelijk overgenomen. De bepalingen zijn wel in overeenstemming gebracht met de actualiteit. Zo is de termijn die in artikel 2, eerste lid, Baam werd genoemd (tenminste een jaar), in het nieuwe eerste lid van artikel 87f gewijzigd in 26 weken en daarmee in lijn gebracht met de Wfw.2

Tevens is de bepaling die ziet op de overeenkomstige toepassing (artikel 87f, zesde lid, AMAR), in overeenstemming gebracht met wijzigingen van de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) en Wfw die na inwerkingtreding van het Baam zijn doorgevoerd. Zo ziet het huidige artikel 2 Wfw ook op verzoeken om aanpassing van de arbeidsplaats en werktijd en is om die reden aan artikel 2 Wfw een aantal leden toegevoegd. Daarnaast zijn de nieuwe artikelen 2a (Werknemer met een kind in de leeftijd tot acht jaar of mantelzorger) en 3a (Bescherming tegen nadelige behandeling of gevolgen) in de Wfw opgenomen. Een deel van deze nieuwe bepalingen in de Wfw zijn ingevolge artikel 2, tweede lid, Wfw ook van toepassing op de militair. Dit alles is verwerkt in artikel 87, zesde lid, AMAR.

De volgende bepalingen uit de huidige Wfw zijn in artikel 87f wel van overeenkomstige toepassing verklaard voor zover deze zien op het aanpassen van de arbeidsduur, omdat:

 

Reden overeenkomstige toepassing

Art. 2, lid 3

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, derde lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 4

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, vierde lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 7

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, zesde lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 8

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, zevende lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 9

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, achtste lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 10

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, negende lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 12

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, tiende lid, WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 15

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM, maar gelet op de huidige formulering van artikel 2, tweede lid, Wfw wordt dit lid nu wel van overeenkomstige toepassing verklaard.

Art. 2, lid 16

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM, maar gelet op de huidige formulering van artikel 2, tweede lid, Wfw wordt dit lid nu wel van overeenkomstige toepassing verklaard.

Art. 2a

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM, maar gelet op de huidige formulering van artikel 2, tweede lid, Wfw wordt dit lid nu wel van overeenkomstige toepassing verklaard.

Art. 3

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 3 WAA en die was toen ook van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 3a

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM, maar gelet op de huidige formulering van artikel 2, tweede lid, Wfw wordt dit lid nu wel van overeenkomstige toepassing verklaard.

De volgende bepalingen uit het huidige artikel 2 Wfw zijn niet van overeenkomstige toepassing verklaard, omdat:

 

Reden geen overeenkomstige toepassing

Art. 2, lid 5

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, vijfde lid, WAA en die was toen ook niet van overeenkomstige toepassing verklaard in de BAAM.

Art. 2, lid 6

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM en dit lid ziet enkel op een verzoek om aanpassing van de werktijd. Dit lid is derhalve vanuit de Wfw reeds van toepassing.

Art. 2, lid 11

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM en dit lid ziet enkel op een verzoek om aanpassing van de werktijd. Dit lid is derhalve vanuit de Wfw reeds van toepassing.

Art. 2, lid 13

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM en dit lid ziet enkel op een verzoek om aanpassing van de werktijd en arbeidsplaats. Dit lid is derhalve vanuit de Wfw reeds van toepassing.

Art. 2, lid 14

Dit lid bestond nog niet bij de totstandkoming van de BAAM en dit lid ziet enkel op een verzoek om aanpassing van de werktijd en arbeidsplaats. Dit lid is derhalve vanuit de Wfw reeds van toepassing.

Art. 2, lid 17

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, elfde lid, WAA. Hoewel dat lid in de BAAM van overeenkomstige toepassing was verklaard, zijn we van oordeel dat dit niet langer nodig is. Voor militairen kan immers geen sprake zijn van een vermeerdering van de arbeidsduur en voor zover dit lid ziet op een aanpassing van de werktijd of arbeidsplaats, is dit lid reeds vanuit de Wfw van toepassing.

Art. 2, lid 18

Bij totstandkoming van de BAAM was dit het gelijkluidende artikel 2, twaalfde lid, WAA. Hoewel dat lid in de BAAM van overeenkomstige toepassing was verklaard, zijn we van oordeel dat dit niet langer nodig is. Defensie is immers een werkgever met meer dan 10 werknemers.

Art. 2, lid 19

Dit lid is een aanvulling op het zeventiende lid en dat lid verklaren we niet van overeenkomstige toepassing, zie hierboven.

In artikel 87g AMAR is de nieuwe vorm van deeltijdverlof opgenomen. Op basis van de bepalingen in het Baam kon het bevoegd gezag het deeltijdverlof om verschillende redenen afwijzen of opschorten, waardoor de militair vooraf weinig duidelijkheid had over de uitkomst van een aanvraag tot deeltijdverlof en weinig zekerheid kon ontlenen aan reeds verleend deeltijdverlof. Dit kon tot problemen leiden, indien de militair het deeltijdverlof zou willen gebruiken om structurele verplichtingen in de privésfeer aan te gaan (denk aan de zorg voor kinderen, mantelzorg, enz.). In het nieuwe artikel 87g AMAR is daarom bepaald dat op aanvraag van de militair door het bevoegd gezag wordt beslist dat gedurende een vooraf vastgestelde periode, geen gebruik zal worden gemaakt van de bestaande opschortingsmogelijkheid die thans is opgenomen in het vierde lid in artikel 87f AMAR.

Voorts zijn de volgende voorwaarden in dit artikel opgenomen:

  • a. In het eerste lid is opgenomen dat het deeltijdverlof op aanvraag van de militair is en dat elke militair het recht heeft op deze nieuwe vorm van verlof.

  • b. In het tweede lid is het toetsingskader voor het bevoegd gezag opgenomen. Bij de beslissing op de aanvraag wordt in ieder geval rekening gehouden met:

    • de aard van de functie;

    • de capaciteit aan inzet gereed personeel van de eenheid;

    • het vaar-, vlieg- en oefenprogramma van de eenheid;

    • de planning van de inzet van de eenheid.

  • c. In het derde lid is bepaald Dat na de aanvraag het bevoegd gezag met de aanvrager een moment zal afstemmen, waarop dit verlof ingaat. Dit verlof ligt evenwel nooit later dan 3 jaar na aanvraag. In dit lid is tevens bepaald dat een andere functie kan worden toegewezen. Het is namelijk mogelijk dat de verlofaanvraag op de huidige functie niet ingewilligd kan worden. Om de verlofaanvraag mogelijk te maken kan het noodzakelijk zijn dat de militair wordt overgeplaatst. Hierbij zal zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met de voorkeur van de militair.

  • d. In het vierde lid is bepaald dat de vooraf vastgestelde periode eenmalig maximaal 6 jaar bedraagt, waarbij opsplitsen in meerdere perioden van minimaal 1 jaar mogelijk is.

  • e. In het vijfde lid is voorzien in een grondslag om nadere regels te kunnen stellen op het niveau van een ministeriële regeling.

Deze toelichting wordt ondertekend mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk


X Noot
2

Bij besluit van 9 juni 2015 (Stb 2015, 245) is de WAA vervangen door de Wfw. Voor het doen van een aanvraag kent de Wfw een andere termijn voor het indienen van een aanvraag (tenminste 26 weken) dan de WAA hanteerde (tenminste een jaar). Met de centrales van overheidspersoneel binnen de sector Defensie is reeds in 2019 afgesproken deze termijn ook in het Baam overeenkomstig aan te passen. Deze wijzigingen waren echter tot op heden nog niet doorgevoerd in het Baam. Zie de brieven van 9 april 2019 en 17 oktober 2019 aan de Werkgroep Algemene Financiële Rechtstoestand van het georganiseerd overleg sector Defensie (AFR/19.00205 en AFR/19.00550).


X Noot
2

Bij besluit van 9 juni 2015 (Stb 2015, 245) is de WAA vervangen door de Wfw. Voor het doen van een aanvraag kent de Wfw een andere termijn voor het indienen van een aanvraag (tenminste 26 weken) dan de WAA hanteerde (tenminste een jaar). Met de centrales van overheidspersoneel binnen de sector Defensie is reeds in 2019 afgesproken deze termijn ook in het Baam overeenkomstig aan te passen. Deze wijzigingen waren echter tot op heden nog niet doorgevoerd in het Baam. Zie de brieven van 9 april 2019 en 17 oktober 2019 aan de Werkgroep Algemene Financiële Rechtstoestand van het georganiseerd overleg sector Defensie (AFR/19.00205 en AFR/19.00550).

Naar boven