Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 2026, 202 | RijksAMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 2026, 202 | RijksAMvB |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 april 2026, nr. 2026-0000185752, in overeenstemming met de regeringen van Curaçao en Sint Maarten;
Gelet op artikel 38, eerste en tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en artikel II van de rijkswet van 21 oktober 2023 tot wijziging van de artikelen 14 en 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (beperken van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen zonder wettelijke grondslag daartoe) (Stb. 2023, 407);
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 3 juni 2026, nr. W04.26.00117/I/K);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 juli 2026, nr. 2026-0000258700;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
De Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a vervalt «het land Curaçao of».
2. In onderdeel b vervalt «het ministerieel overleg plannen van aanpak Curaçao of».
3. In onderdeel d vervalt «Onze Minister-President van het land Curaçao of».
4. In onderdeel h vervalt «de voortgangscommissie Curaçao of».
B
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «een Land» vervangen door «het Land» en vervalt «, indien het Curaçao betreft, onder de naam «voortgangscommissie Curaçao» en, indien het Sint Maarten betreft,».
2. In het tweede lid wordt «Elke» vervangen door «De».
3. In het vierde lid wordt «het desbetreffende Land» vervangen door «het Land».
C
In artikel 4, negende lid, wordt «bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren» vervangen door «de CAO Rijk».
D
Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. De secretaris en medewerkers vervullen overigens ook geen nevenfunctie of andere betrekking die ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
E
In artikel 8 wordt «het desbetreffende Land» vervangen door «het Land».
F
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «een Land» vervangen door «het Land» en vervalt «, indien het Curaçao betreft, een ministerieel overleg plannen van aanpak Curaçao en, indien het Sint Maarten betreft,».
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «twee leden» vervangen door «drie leden».
b. In onderdeel a wordt « en» vervangen door een puntkomma.
c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «; en» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. Onze Minister van het Land.
G
In artikel 15, eerste lid, wordt «twee weken» vervangen door «vier weken» en wordt «elk kwartaal» vervangen door «elk half jaar».
H
Aan artikel 16, derde lid, wordt toegevoegd: Deze toegang kan geweigerd worden indien dit noodzakelijk wordt geacht om de veiligheid van de voortgangscommissie te kunnen garanderen, overeenkomstig artikel 32 van het LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 6de augustus 1999 houdende vaststelling van de Gevangenismaatregel 1999.
I
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «ieder kwartaal» vervangen door «ieder half jaar».
2. In het vierde lid wordt «twee weken» vervangen door «vier weken».
J
In artikel 22 wordt «De voortgangscommissie neemt» vervangen door «De voortgangscommissie alsmede de secretaris en medewerkers nemen».
K
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt «telkens met twee jaar» vervangen door «telkens met drie jaar».
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. Zodra de uitvoering van alle plannen van aanpak is voltooid, wordt dit besluit bij koninklijk besluit ingetrokken.
L
In artikel 43 vervalt «Curaçao en».
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 9 juli 2026
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Uitgegeven de vijftiende juli 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Dit besluit strekt tot wijziging van de Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten (hierna: Samenwerkingsregeling) in verband met de uitvoerbaarheid en het schrappen van Curaçao uit deze regeling. Het besluit schrapt Curaçao uit de Samenwerkingsregeling aangezien alle plannen van aanpak voor Curaçao inmiddels zijn afgerond en de Samenwerkingsregeling voor Curaçao daarmee is uitgewerkt. Daarnaast bevat het besluit wijzigingen die Nederland en Sint Maarten zijn overeengekomen naar aanleiding van ervaringen in de uitvoering van de Samenwerkingsregeling.
Op 10 oktober 2010 zijn de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden veranderd. Daarmee werden Sint Maarten en Curaçao zelfstandige landen binnen het koninkrijk. Landstaken die voorheen op het niveau van de Nederlandse Antillen werden geregeld moesten na de aanpassing van de staatkundige verhoudingen door Curaçao en Sint Maarten als zelfstandige landen worden uitgevoerd. Van een aantal landstaken was het voor de destijds nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten niet of onvoldoende mogelijk om deze met ingang van de transitiedatum zelfstandig uit te voeren. Over deze landstaken zijn tussen Nederland en de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten afspraken gemaakt om samen te werken teneinde te bewerkstelligen dat deze landstaken vanaf de datum van transitie op voldoende niveau worden uitgevoerd en dat de landen op termijn deze taken wel overeenkomstig de criteria zelfstandig kunnen uitvoeren. Deze afspraken hebben geleid tot de Samenwerkingsregeling.
Een onderdeel van deze Samenwerkingsregeling is dat de landen plannen van aanpak hebben opgesteld om de landstaken die op het moment van de transitiedatum niet of niet voldoende door de landen konden worden uitgevoerd op termijn zelfstandig uit te gaan voeren. Inmiddels zijn de meeste plannen van aanpak afgerond. Voor Curaçao zijn alle plannen van aanpak afgerond. Daarmee is de Samenwerkingsregeling voor Curaçao uitgewerkt en kunnen zij uit de regeling geschrapt worden. Voor Sint Maarten lopen er nog wel enkele plannen van aanpak.
De Samenwerkingsregeling is een Algemene Maatregel van Rijksbestuur (hierna: AMvRb). Aangezien het onderwerp van de Samenwerkingsregeling geen koninkrijksaangelegenheid behelst zoals opgesomd in artikel 3 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: Statuut) is de Samenwerkingsregeling een consensus-AMvRb. Dit betekent dat de AMvRb enkel gewijzigd kan worden wanneer daarover consensus ontstaat bij de regeringen van alle betrokken landen. Sint Maarten en Nederland hebben in goed overleg afgesproken om de Samenwerkingsregeling op een aantal punten te wijzigen. Aangezien de Samenwerkingsregeling voor Curaçao reeds is uitgewerkt is Curaçao hierbij niet betrokken. In overeenstemming met de regering van Curaçao wordt Curaçao uit de Samenwerkingsregeling geschrapt en geldt deze regeling dus niet meer voor dat land. De onderdelen A, B, E, F, eerste onderdeel, en L van artikel I van dit besluit houden hiermee verband.
Deze Samenwerkingsregeling vond bij de totstandkoming zijn grondslag in het toenmalige tweede lid van artikel 38 van het Statuut. Dit lid stelde dat in onderling overleg kan worden bepaald dat onderlinge regelingen tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij rijkswet of algemene maatregel van rijksbestuur worden vastgesteld. Dit artikel is echter op 1 januari 2024 gewijzigd door inwerkingtreding van de Rijkswet tot wijziging van de artikelen 14 en 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (beperken van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen zonder wettelijke grondslag daartoe) (Stb. 2023, 407). Deze Statuutswijziging had tot doel om de mogelijkheid te beperken om een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen zonder wettelijke grondslag daartoe. Hiermee vervalt ook de grondslag voor de Samenwerkingsregeling. De Statuutswijziging kent een overgangstermijn van vier jaar voor reeds bestaande AMvRb’s zonder wettelijke grondslag waaronder de Samenwerkingsregeling. Op dit moment loopt er dan ook in goed overleg met Aruba, Curaçao en Sint Maarten een wetgevingstraject om wettelijke grondslagen te creëren voor zulke reeds bestaande zelfstandige AMvRb’s. Hiermee wordt voorkomen dat de Samenwerkingsregeling komt te vervallen wanneer op 1 januari 2028 de overgangstermijn van vier jaar uit de Statuutswijziging ten einde is.
Uit overleg tussen Nederland en Sint Maarten is naar aanleiding van ervaringen in de uitvoering van de Samenwerkingsregeling de gezamenlijke wens ontstaan om de Samenwerkingsregeling op een aantal punten te wijzigen. Zo bleek in de praktijk dat de frequentie van voortgangsrapportages en uitvoeringsrapportages te hoog lag. Daarom wordt de frequentie van deze rapportages gewijzigd. In plaats van eens per kwartaal, hoeft na de wijziging nog maar eens per half jaar te worden gerapporteerd. De verwachting is wel dat de rapportages hierdoor lijviger zullen worden. Vanwege de verwachte omvang van de rapportages en de beperkte personele capaciteit op Sint Maarten wordt zowel de tijd om de uitvoeringsrapportage op te stellen als de tijd om te reageren op de voortgangsrapportage verruimd van twee naar vier weken.
Op grond van artikel 42, derde lid, is de Samenwerkingsregeling telkens met twee jaar verlengd. Om de administratieve last van het verlengen te beperken, wordt de looptijd waarmee de Samenwerkingsregeling kan worden verlengd aangepast van twee naar drie jaar. Wel wordt er een bepaling toegevoegd die bepaalt dat de Samenwerkingsregeling wordt ingetrokken wanneer alle plannen van aanpak zijn voltooid. Zo wordt voorkomen dat de Samenwerkingsregeling langer doorloopt dan nodig is.
Verder zijn er nog verscheidene kleine aanpassingen doorgevoerd die worden toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.
Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is per 1 januari 2020 vervallen. De CAO Rijk is hiervoor in de plaats gekomen. Daarom is dit artikel gewijzigd.
Voor leden van de voortgangscommissie gelden een aantal incompatibiliteiten en verboden nevenfuncties. Deze staan vermeld in artikel 5 van de Samenwerkingsregeling en dienen ertoe om de goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin te waarborgen. Ook voor de secretaris en medewerkers van de voortgangscommissie is (de schijn van) belangenverstrengeling onwenselijk. Daarom is aan artikel 6 van de Samenwerkingsregeling een lid toegevoegd waarin is bepaald dat ook de secretaris en medewerkers geen nevenfunctie vervullen die hun functioneren of onafhankelijkheid in de weg kunnen zitten.
Het ministerieel overleg is op dit moment een overleg tussen de Minister-President van het Land en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Sint Maarten en Nederland hebben de wens dat ook de Minister van Sint Maarten die verantwoordelijk is voor de uitoefening van een taak waarvoor een plan van aanpak is opgesteld onderdeel uitmaakt van het ministerieel overleg. Daarom is de vakminister toegevoegd aan het ministerieel overleg. In de praktijk zal dit enkel de Minister van Justitie van Sint Maarten zijn aangezien de enige plannen van aanpak die nog lopen onder zijn verantwoordelijkheid vallen.
Artikel 16, lid 3 van de Samenwerkingsregeling bepaalt dat de Minister van het Land aan de voortgangscommissie en hun vertegenwoordigers ten alle tijden toegang verleent tot overheidsgebouwen voor zover zij deze toegang nodig heeft voor de uitoefening van haar taken. Met name voor de toegang tot de gevangenis is het wenselijk een voorbehoud te maken op deze bepaling. Er kan zich een gevaarlijke situatie voordoen waardoor de veiligheid van de Voortgangscommissie gevaar kan lopen. De gevangenisdirecteur dient in die gevallen de bevoegdheid te hebben om de toegang tot het overheidsgebouw (i.c. de gevangenis) te kunnen ontzeggen. Dit is in lijn met artikel 32 van de Gevangenismaatregel1 dat bepaalt dat de directeur alle maatregelen neemt die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het herstel of de handhaving van de veiligheid, orde of goede gang van zaken indien zich in de gevangenis ernstige ongeregeldheden voordoen of dreigen voor te doen.
In artikel 22 van de Samenwerkingsregeling is bepaald dat de voortgangscommissie de met betrekking tot natuurlijke en rechtspersonen in het Land geldende geheimhoudingsbepalingen in acht neemt.
Deze geheimhouding is evenzeer wenselijk voor de secretaris en medewerkers van de voortgangscommissie. Daarom zijn zij aan dit artikel toegevoegd.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 6de augustus 1999 houdende vaststelling van de Gevangenismaatregel 1999.
LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 6de augustus 1999 houdende vaststelling van de Gevangenismaatregel 1999.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-202.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.