Besluit van 22 januari 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 1 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland op Sint Eustatius

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 januari 2026, nr. 2025-0000533372;

Gelet op artikel 5.4 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Hoofdstuk 1 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland treedt voor het openbaar lichaam Sint Eustatius in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 januari 2026

Willem-Alexander

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer

Uitgegeven de dertigste januari 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

NOTA VAN TOELICHTING

In artikel 5.4 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland is bepaald dat die wet in werking treedt op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip, dat voor hoofdstuk 1 van die wet voor de verschillende openbare lichamen verschillend kan worden vastgesteld. In april 2021 zijn de hoofdstukken 2, 3 en 5 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland voor alle drie de openbare lichamen in werking getreden.

Op Sint Eustatius wordt nu ook voldaan aan de vereisten voor inwerkingtreding van hoofdstuk 1 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland, zoals de instelling van een Huurcommissie en het bestaan van eilandverordeningen met onder andere een woningwaarderingsstelsel. Daarmee kan hoofdstuk 1 van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland op Sint Eustatius in werking treden, en wordt voorzien in een vernieuwd juridisch kader voor (de geschilbeslechting van) de Huurcommissie.

Conform hetgeen de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland hierover bepaalt, zal een zittingsvoorzitter van de Huurcommissie in Europees Nederland fungeren als voorzitter van de Huurcommissie op Sint Eustatius. Het eerste en tweede lid van artikel 1.6 en de artikelen 1.7 en 1.8, eerste lid van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland zijn op dit moment nog niet van toepassing op de voorzitter van de Huurcommissie Sint Eustatius. Deze onderdelen zullen ten aanzien van de voorzitter eerst van toepassing zijn met ingang van een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Het betreft daarbij nadrukkelijk een ander Koninklijk Besluit dan het onderhavige.

De inwerkingtreding van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland op Sint Eustatius voldoet niet aan de minimuminvoeringstermijn. Dit is geoorloofd omdat dit moment van inwerkingtreding aanmerkelijke ongewenste private en publieke nadelen voorkomt. Op Sint Eustatius is voorzien in een stelsel van huur(prijs)bescherming, neergelegd in eilandverordeningen. Ook is er een Huurcommissie ingesteld en zijn er leden benoemd. Om huurders en verhuurders in de gelegenheid te stellen om geschillen over hun rechten en plichten, zoals die voortvloeien uit de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland, en de onderliggende eilandverordeningen, ook daadwerkelijk voor te kunnen leggen aan de Huurcommissie, is het wenselijk om niet langer dan noodzakelijk te wachten met de inwerkingtreding van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer

Naar boven